The Waits (Margaret Deland), Rainer Maria Rilke

 

 

De geboorte van Christus door Frans Christoph Janneck, 1741

 

The Waits

At the break of Christmas Day,
Through the frosty starlight ringing,
Faint and sweet and far away,
Comes the sound of children, singing,
Chanting, singing,
“Cease to mourn,
For Christ is born,
Peace and joy to all men bringing!”

Careless that the chill winds blow,
Growing stronger, sweeter, clearer,
Noiseless footfalls in the snow,
Bring the happy voices nearer;
Hear them singing,
“Winter’s drear,
But Christ is here,
Mirth and gladness with Him bringing.”

“Merry Christmas!” hear them say,
As the East is growing lighter;
“May the joy of Christmas Day
Make your whole year gladder, brighter!”
Join their singing,
“To each home
Our Christ has come,
All Love’s treasures with Him bringing!”

 

Margaret Deland (23 februari 1857 – 13 januari 1945)
St. Peter’s Church in Allegheny, nu een wijk in het noorden van Pittsburgh.  Margaret Deland werd in Allegheny geboren.

 

Kerstmis

Ja, Kerstmis is de stilste dag van ’t jaar.
Dan hoor je alle harten vurig slaan
als klokken die de avond doen verstaan
dat Kerstmis is de stilste dag van ’t jaar.

Dan worden alle kinderogen groot,
alsof de dingen groeiden die ze zien,
en moederlijker worden alle vrouwen
en alle kinderogen worden groot.

Dan moet je buiten in het wijde land,
wil je de kerstnacht zien, de onbezeerde,
alsof je zinnen nooit de stad begeerden,
zo moet je buiten in het wijde land.

Daar schemert menig hemel boven jou
die op de verre witte bossen staat.
Onder de schoen de weg die groeien gaat
waar menig hemel schemert boven jou.

En in de grote luchten staat een ster
die opbloeit als een felle gentiaan.
De verten rollen als een golfslag aan
en in de grote luchten staat een ster.

 

Vertaald door Piet Thomas

 

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Kerstmis in Praag, de geboorteplaats van Rainer Maria Rilke

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e december ook mijn blog van 25 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Kerstavond (Job Degenaar), Ingo Baumgartner

 

 

Aankondiging aan de herders door Govert Flinck, 1639

 

KERSTAVOND

Het is niet de mars van de kalender
die een nieuwe geboorte inluidt
het zijn de beijsde klanken
van het carillon

niet het gedreun van een zware truck
maar zijn zacht gerinkel in de glazenkast
niet het licht dat de nacht om zeep brengt
maar de kaars die het donker bijlicht

niet de manen van de allene
ezel, maar hun verneveling
in de schemer en het kind
dat hem nog even aait

het is de sneeuwvlok die het water
raakt, de geur van dennen in een stad
de geopende deur van het dichte huis
de roep van klokken in de stille nacht

 

Job Degenaar (Dubbeldam, 1 november 1952)
Kerstsfeer op het Bagijnhof in Dordrecht. Dubbeldam hoort sinds 1970 bij Dordrecht.

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtener op dit blog.

 

Stille Nacht

Der Gitarre Saiten schwingen,
vorerst zaghaft angeschlagen.
Noch kein feierliches Klingen,
manche Töne schwächeln, klagen.

Bald jedoch ist festgelegt,
was den Reim begleiten wird,
was die ganze Welt bewegt,
weil es ungemein berührt.

Männer aus dem Volk verbinden
Trosteswort mit sanfter Note,
fortan freudiges Verkünden,
erdenweit als Friedensbote.

Aus der Leute Sorgental
hebt ein Lied die Zuversicht,
wie es da zum ersten Mal
stille, heil’ge Nacht verspricht.

 

Santcta nox

Die Tannen, die Fichten, die Weite der Felder,
sie tragen nicht Last sondern hüllende Pracht.
Als Blickfang gefallen sie, eifrige Melder
der Christen so stimmungsvoll heiligen Nacht.

Verschieden sind Glauben verkündende Lehren,
ein Ja oder Nein kennt die Schöpfungsidee.
Doch fühlt jeder Mensch auf der Welt ein Begehren
nach Freude und Licht in des Seins Odyssee.

So feiern die Völker verschiedene Feste
der Ankunft versprochenen Heiles zur Ehr.
Versammelt euch fröhlich und ladet die Gäste,
es dringt von den Wolken schon Harfenklang her.

 

Ingo Baumgartner (24 december 1944 – 16 juli 2015)
De Stille Nacht kapel in Oberndorf, de geboorteplaats van Ingo Baumgartner.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e december ook mijn blog van 24 december 2021 en ook mijn blog van 24 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Robert Bly, Hans Tentije

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Bly werd geboren op 23 december 1926 in Madison, Minnesota. Zie ook alle tags voor Robert Bly op dit blog.

 

For the Old Gnostics

The Fathers put their trust in the end of the world
And they were wrong. The Gnostics were right and not
Right. Dragons copulate with their knobby tails.
Some somnolent wealth rises unconcerned,
Over there! In the world! Ponderous stubborn
Sorrow weighs down the flying Gospels.
Some enormous obstacle blocks our way.
The untempered soul grumbles in empty light.

 

THE CONFUSION OF AMERICA

I
The lace that lay around the bones of Danish kings
Rises at dawn in the grass of North Dakota;
The torture rack is the steering wheel of a Dodge,
And the Assyrian lions blaze above the soybean fields;
The last haven of Jehovah, down from the old heavens,
Hugs a sooty corner of the murdered pine;
Phoenician priests carrying Arabic numerals
Walk the earth dressed as bankers and hunters of bear,
And at night our sleep is invaded by stealthy diamonds.

II
The old jewels of Charlemagne fall in the flakes of snow
And lie drifted in the door of a pig-house,
Left abandoned all winter in a barnyard in Montana;
Our bodies are mingled among bills and relics
Like Bibles and carbines in the Sears Roebuck catalog;
Saxophones and gears fly together in the nightmares
Rising, like feathers, from the grave of Hannibal,
And tiny beetles, bright as Cadillac, toil down
The long dusty roads into the mountains of South Dakota.

III
We meet men who travelled in Canada for Astor,
And also strange animals, men with wings of fur,
Cars that fly through the air with the faces of women,
Sheep come in hotels wearing crow feathers painted red,
Rocks climb up stairs balancing on the feet of birds,
Glasses of water swallow tiny cities with gypsy fairs,
Poor accountants awake one day with the paws of bears;
High in the beanplant that has grown from Carnegie’s dime,
Tiny loaves of bread with ears lie on the President’s table.

 

Johnsons kabinet door mieren gadegeslagen

I
Een open plek diep in een bos: overhangende takken
Vormen een hut. Hier verschijnen de burgers van overdag,
De ministers, de departementshoofden,
Veranderd: de aandeelhouders van grote staalconcerns
Op klompjes; hier gaan de generaals gekleed als dartelende lammeren.

II
Vanavond verbranden zij de rijstvoorraden; morgen
Spreken zij over Thoreau; vanavond sluipen zij rond de bomen;
Morgen plukken zij de twijgjes van hun kleren;
Vanavond gooien zij brandbommen; morgen
Lezen zij de Onafhankelijkheidsverklaring voor; morgen zitten zij in de kerk.

III
Mieren hebben zich rond een oude boom verzameld.
Zij zingen in koor, met ruwe schurende stemmen,
Oude Etruskisische liederen over tirannie!
Dichtbij gezeten padden klappen in hun handjes en
Zingen de vurige liederen mee, hun vijf lange tenen trillend
in de doorweekte aarde.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Robert Bly (23 december 1926 – 21 november 2021)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Tentije (pseudoniem van Johann Krämer) werd geboren in Beverwijk op 23 december 1944. Zie ook alle tags voor Hans Tentije op dit blog.

 

Nog eenmaal

En met de honden ver vooruit ten slotte
toch een plek te vinden, plaats misschien van bestemming

aan de rand ervan de takken uit elkaar te buigen

het uitzicht dat zichzelf schildert
als iets wat niet, nee, nergens over gaat
te beschrijven als niet net tussen vloeiblad
en papier een vlieg was geplet

dichtgesneeuwd beeld later, voorstelling
vastgepind aan waaiende struiken

hoe bijvoorbeeld blauwe regen klimt langs de vorst van het huis
en pluizen die ik wegblaas omlaagzweven
naar de aanlegsteiger beneden

ontsnapt me niet nu, maar voor altijd hierna

terwijl asbest krimpt en scheurt
boven op de daken, groeien vlieren uit de laadruimten
van achtergelaten wagons, zet ijzel zich af
als glazuur op het steenslag, wuivend
gras tegen dat het avond wordt

alles nog eenmaal in lichterlaaie

blad papier dat binnen zijn dubbele begrenzing
de neerslag hiervan bewaart –

dat te beschrijven

 

Het onvoorstelbare

Je het onvoorstelbare proberen voor te stellen, het ogenblik
waarop het plots tot je doordringt
dat het over en uit is en je bevoorrecht bent
nog even te mogen kijken

achter hoge ramen de als door een Hollandse meester
geschilderde
bleekveldwitte stapelwolken boven een weiland
in de buurt van Haarlem, die hun schaduwen voortstuwen
naar en over de omlijsting, de tocht
bij kozijnen en sponningen

slecht toegerust zie je, vertwijfeld, hoe het werkelijke
en het ingebeelde hechter en hechter
met elkaar vervlochten zijn geraakt en met het soms
zo schrijnend luisterrijke –

de gelukkig stemmende, licht droefgeestige, al herfstige
nazomerse dagen, de zandbanken en tijd overspoelende
onstuimige
brandingen, oude vriendschappen, flarden
door je hoofd spelende muziek, de aanstekelijke
lach van je geliefde

maar wat moeten je kamers en hun voorwerpen straks
als je ze eenmaal de rug toekeert en je woorden, herinneringen
in je bloedsomloop, je hersenweefsel
zullen stollen, om overgeleverd te worden

aan water, lucht, aarde, vuur

 

Hans Tentije (23 december 1944 – 26 oktober 2023)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e december ook mijn blog van 23 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Astrid Lampe, Kenneth Rexroth

De Nederlandse dichteres en schrijfster Astrid Lampe werd geboren in Tilburg op 22 december 1955. Zie ook alle tags voor Astrid Lampe op dit blog.

 

Schichtval

als kralen van de straal geslipt
als strakke bessen die gestript
na doffe plof op het zuurst van zoet
keurliggen in korf of mand
(en kolfjes naar zijn hand)

trek je gangen na
immens koud is de tochtsluis
van steen behang

en nacht die snood inplugt
het rijggat
het oud van beelden

geen darm-, silkwit weefsel
dat zulks bedekken kan
koud foedraal zonder kleppen
het gans arsenaal dat optrekt
spiraalt vanuit de voet
vortex, dubbele schroef
de spoelen moe

een trekveer die ratelt de
afvoer stroef
expander bleek vlees
dat
hikt
zich verslikt

colon – van
binnenuit houd ik mij stil
mijn kleed zal rekken
tot een kokon

één haal van ’t lemmet:
strak-áf zal ik staan in de zon en me
strekken

 

Gedichten

[I]

niets is pijnlijker dan
werkeloos toezien
bodembewonende zeediertes
zijn massaal uit het slib gekropen
het toneelgezelschap levert spontaan
een snipperdag in om ruim voor de troonrede het
offerfeest de hoedjesparade
met transitie aan de slag te gaan
het fijne van de monoloog
is dat ie voor alles
waarheidsgetrouw is
kameleontisch in essentie
een weinig babbelziek
bloed zien angst ruiken
defensief en
moordlustig
alleen zo begrijpen we
de niche in de markt
de vrijheid als constructie
was dit een leerstuk
we drukten pats boem
afrika in het pluche en met twee vingers in de neus
‘peace man!’
halen we de tempest naar
de biënnale van venetië
dromen doen we
(de kade splijt)
de harde werkelijkheid

 

Astrid Lampe (Tilburg, 22 december 1955)

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

Gij zult niet doden

Ze vermoorden alle jonge mensen.
Al een halve eeuw lang, elke dag,
Ze hebben hen opgejaagd en vermoord.
Ze vermoorden hen nu.
Op dit moment, over de hele wereld,
Vermoorden ze de jonge mensen.
Ze kennen tienduizend manieren om hen te doden.
Elk jaar bedenken ze nieuwe.
In de jungle van Afrika,
In de moerassen van Azië,
In de woestijnen van Azië,
In de slavenhokken van Siberië,
In de sloppenwijken van Europa,
In de nachtclubs van Amerika,
Zijn de moordenaars aan ’t werk.

Ze stenigen Steven,
Ze werpen hem buiten in elke stad ter wereld.
Onder het welkomstbord,
Onder het Rotary-embleem,
Op de snelweg in de buitenwijken,
Ligt zijn lichaam onder de naar hem gesmeten stenen.
Hij was vol geloof en kracht.
Hij deed grote wonderen onder de mensen.
Ze konden niet tegen zijn wijsheid.
Ze konden de geest waarmee hij sprak niet verdragen.
Hij schreeuwde het uit in de naam
Van het tabernakel der getuigenis in de woestijn.
Ze waren in het hart geraakt.
Ze knarsten hem toe met hun tanden.
Ze schreeuwden het uit met luide stem.
Ze stopten hun oren dicht.
Ze liepen eensgezind op hem af.
Ze jaagden hem de stad uit en stenigden hem.
De getuigen legden hun kleren neer
Aan de voeten van een man wiens naam jouw naam was –
Jij.

Jij bent de moordenaar.
Jij vermoordt de jonge mensen.
Je bent Laurent aan het grillen op zijn rooster.
Toen je erom vroeg, maakte hij de verborgen
Schatten van de geest bekend,
Hij toonde je de armen.
Je keerde je hart tegen hem.
Je greep hem vast en bond hem woedend vast.
Je roosterde hem op een traag vuurtje.
Zijn vet druppelde en spoot in de vlam.
De geur was zoet voor jouw neus.
Hij schreeuwde,
‘Ik ben aan deze kant gekookt,
Draai me om en eet,
Jij
Eet van mijn vlees.’

Je vermoordt de jonge mensen.
Je schiet Sebastiaan met pijlen neer.
Vastberaden beschermde hij de getrouwen voor vervolging.
Eerst schoot je hem met pijlen neer.
Dan sloeg je hem met staven.
Vervolgens gooide je hem in een riool.
Er is niets dat je meer vreest dan moed.
Jij die je ogen afwendt
Van de moed van de jonge mensen.

Jij,
De hyena met blinkend gezicht en vlinderdas,
In het kantoor van een miljard dollar
Onderneming gewijd aan dienstverlening;
De gier druipt van het aas,
Zorgvuldig en slordig gekleed in geïmporteerde tweeds,
Lezingen houdend over het Tijdperk van Overvloed;
De jakhals in gabardine met twee rijen knopen,
Blaffend vanop gecontroleerde afstand,
In de Verenigde Naties;
De vampier die aan de kop van de bank zetelt,
Notitieboekje ter hand, spelend met zijn hersenletsel;
De autonome, ambulante kanker,
Het Superego in wel duizend uniformen;
Jij, die de kolos de slachtoffers aanwijst,
De moordenaar van de jonge mensen.

 

Vertaald door Flor Vandekerckhove

 

Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e december ook mijn blog van 22 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Ted van Lieshout, Ivan Blatný

De Nederlandse dichter en schrijver Ted van Lieshout werd geboren op 21 december 1955 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Ted van Lieshout op dit blog.

 

Zon-expres

Als deze trein sneller kon hield
de zon hem misschien niet bij.
Dat zou jammer zijn, want
er lekken schitterende lichten
uit de zon en die scheren over
het water in de nauwste sloot.

Glijdt de zon zo zoetjes
mee alleen voor mij?
Omdat ze mij wil blijven zien?
Misschien vindt ze me stiekem
wel een mooi gezicht. Ik glimlach
met mijn ogen bijna dicht.

 

Kerkhof in de regen

Wij gingen naar het kerkhof in de regen.
Ze had gezien dat het zwart
van de letters sleet. Ik durfde
met mijn vinger modder weg te vegen.

Straks ziet alleen de schaduw nog
door uitgehouwen woorden in de steen
dat daar, tussen twee bejaarden in,
mijn broertje ligt, keurig gerangschikt
op data – dat is het gemene van de dood:
niet iedereen krijgt tijd genoeg.

Soms droom ik dat wij allebei nog leven.
Dan pesten wij elkaar gewoon. Dat mis ik
als ik wakker word. In steen herken
ik hem niet meer, alleen zijn naam.

Zelf wil ik later as zijn in de wind
en dwarrelen op de kraag
van mijn zusjes jas.
Bah, zegt zij, een vuiltje
en veegt me weg.
Dan is alles weer normaal.

 

Moeders

Moeders worden vijf keer vierendertig
als het moet, terwijl ik graai
naar elk jaar dat ik te pakken krijg.
Ik maai mij door de tijd.

Moeders willen verjaardagen overslaan
(op cadeautjes na) maar jaren kwijt.
Ik elleboog mij haar voorbij:
dag mam, dag kleine meid.

 

Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)

 

De Tsjechische dichter Ivan Blatný werd geboren op 21 december 1919 in Brno. Zie ook alle tags voor Ivan Blatnýop dit blog. Zie ook alle tags voor Ivan Blatný op dit blog.

 

Op de Veranda

Op de veranda, in het geritsel van oude bonenpeulen en zaadcatalogi
leest de jonge Everard oude detectiveverhalen
Edgar Wallace Agatha Christie Simenon
Twintigduizend mijlen onder zee
De veranda vaart uit als de zomer de laatste zomer
met kapitein Nemo dood in het zand onder de zee

Was het maar niet de laatste zomer
konden we maar voor altijd blijven
gelukkig in de moederschoot,
in het geritsel van zaadcatalogi.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ivan Blatný (21 december 1919 – 5 augustus 1990)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e december ook mijn blog van 21 september 2018 en ook mijn blog van 21 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

P. C. Hooftprijs 2024 voor Astrid Lampe

P. C. Hooftprijs 2024 voor Astrid Lampe

De P. C. Hooftprijs 2024 is afgelopen woensdag toegekend aan Nederlandse dichteres en schrijfster Astrid Lampe. De jury roemt Lampe omdat zij “met een diabolische intensiteit” dicht “over het moderne leven, in zinnelijke en ontembare taal die vraagt om herlezing en herbeluistering”. De prestigieuze literatuurprijs wordt afwisselend uitgereikt voor poëzie, verhalend proza en beschouwend proza. Astrid Lampe werd geboren in Tilburg op 22 december 1955. Zie ook alle tags voor Astrid Lampe op dit blog.

 

de grote en de kleine druppels
de aerosolen

de nachtploeg verdrijft het spuug uit de podiumzaal
jaagt narcis
bij de manshoge spiegel vandaan

de nachtploeg boent
de hoogmoed uit het visioen tot het maanverlicht blinkt
de nachtploeg

ploegt

parkeert de schoonmaaktrolley
parkeert de arabische lente
het zuur

brandt
het zuur
vreet zich een weg: berg de bijtende

berg de bijtende licht ontvlambare middelen
veilig op verstop
de bleek
jaag narcis
bij de nachtspiegel vandaan voor de zoveelste keer
verstop de bleek opdat het rif
in bloei zal schieten

opdat het bleke rif opnieuw
in bloei zal schieten
opdat de tijd
dit trauma

heelt

sluit de podiumzaal
af en steek
de sleutel tot de schone oceaan
in je zak

 

Tol

niet zwicht of bezwijkt zij hier
haar zwijm is meer een
ópkrullen
een roezen zacht

een stil zo van gewicht dat is
’t is zo zij dacht
wat ijl van hoofd, bloei
bloesemzacht zo voel ik mij
en vlij mij hier

(schutblad hij/ de koele aarde/ dicht neigen naar een grond)

niet: vallen.
een opbloeien
een bloemen zacht

’t was NIET DAT HIJ haar ontweek in
die hoedanigheid haar slechtsmaar voor
een voetveeg zag
het was meer in

alle talen dat hij zweeg, haar
plette in onstuimigheid
waarmee hij jachtliep op de plek
waar zij zo laatst nog toch zo
vol rechtop naar
hém

mooi rechtuit rechtop gelachen had, ’t was meer in
die hoedanigheid
dat hij haar
hier zo, stil -, zo
héél niet zag, vertreedt, vertrad
zij nimmer opkomt van die plek van

waar zij lag en
tóe hem lachte

 

Astrid Lampe (Tilburg, 22 december 1955)

Sky Gilbert, Kenneth Rexroth

De Canadese dichter, schrijver en acteur Sky Gilbert werd geboren op 20 december 1952 Norwich, Connecticut. Zie ook alle tags voor Sky Gilbert op dit blog.

Uit: Ejaculations From the Charm Factory. A Memoir

“I write this with trepidation. Mainly, I wonder why you would want to read it. What is there about Sky Gilbert’s life that’s going to hold anyone’s inter-est through a whole book? I certainly don’t think my personal history is particularly fascinating to anyone but a dear friend. If this book has any value, it will be because of the important period of time onto which my life has trespassed. This memoir spans the 18 years, from 1979 to 1997, when I was Artistic Director of Buddies in Bad Times Theatre in Toronto. It was a time when my life intersected, intimately, with two worlds — theatre and sexual politics. And I was able to watch both change, gradually but fundamentally. What’s so important about the period from 1979 to 1997? March 18, 1979, was the closing night of the Broadway play On the Twentieth Century. This brilliant musical comedy was directed by Harold Prince, with lyrics by Betty Comden and Adolph Green, and music by Cy Coleman. On the Twentieth Century was one of the wittiest, “singingest” musical comedies to be born from the hothouse of American musical theatre. It was also a gigantic box office flop. Why? Because by 1979 Andrew Lloyd Webber was developing the “mega-musical,” and Michael Bennett’s A Chorus Line was already on its way to becoming one of the longest-running plays in Broad-way history. In 1979 the tide was changing in New York theatre; intelligent lyrics, good books — talent — didn’t matter anymore. Big bucks did. Not coincidentally, as the brilliant librettists seemed to disappear, so did the serious playwrights. Also not coincidentally, as New York was experiencing this dumbing down of the mainstream, there was a corresponding renaissance of the avant-garde. Richard Foreman, Lee Breuer, and Elizabeth LeCompte concocted astounding visions with experimental theatre companies like the Ontological Hysterical Theater and the Wooster Group. These fundamental changes in New York’s arts scene would eventually have their effect on my professional theatre life in Toronto. And two months later in San Francisco, on May 21, 1979, Dan White was given a lenient sentence for a heinous cold-blooded hate crime — the murder of gay city hall supervisor Harvey Milk. Near riots ensued outside San Francisco City Hall. The murder of Milk was symptomatic of the furious backlash that accompanied the rise of gay liberation in the ‘7os. From Anita Bryant’s rage against homosexuals (who, she said, “eat sperm”) to Toronto’s bathhouse raids, the war was on. Gay liberation changed its very nature during the ‘8os, especially when the hatemongers were given additional ammunition by the mysterious “gay epidemic” that was to surface two years after White’s sentencing. These changes had a significant effect on my work as an activist in Toronto. Through Buddies in Bad Times Theatre, these two worlds — theatre and sexual politics — intersected and sometimes merged. The most important and absolutely true thing I can tell you about that time is this: I was there.”

 

Sky Gilbert (Norwich, 20 december 1952)

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

De kruisdagen

Onder de boomgaarden, onder
De aan bomen geregen wijnstokken,
Maken kleine blauwe gestalten hooi, hoog
Op de steile hellingen erboven
Palladio’s slaperige villa’s
En de wervelende muren van Tiepolo.
Op het hoogste veld staan ze
Nog steeds te snijden met zwaaiende zeisen;
Beneden gooien ze
De grote balen hooi op om te drogen
In de zon; verderop
Schudden ze het of brengen ze het
Weg in tweewielige ezelkarren.
De Venetiaanse vlakte verdwijnt
In nevel. De nabijgelegen Alpen zijn
Onbepaalde blauwe vlekken,
Afgedekt met vage oranje strepen
Sneeuw. Wolken parfum rollen
De heuvel op in golven. Alle vogels
Zingen. Alle bloemen bloeien. Hier
Aan een stenen tafel als deze,
Op een kleine heuvel als deze,
In een cirkel van cipressen
En olijf zoals deze, bezocht
Het oneindige Leopardi,
En verrukte hem en droeg hem
Hem weg de diepe zomer in.
Het zou ook mij wegvoeren,
Als ik wist waar ik heen wilde
Of als ik gewoon
Helemaal nergens heen wilde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

Zie voor de schrijvers van de 20e december ook mijn blog van 20 december 2021 en ook mijn blog van 20 december 2018 en ook mijn blog van 20 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Paolo Giordano, Jens Fink-Jensen

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: Tasmanië (Vertaald door Manon Smits)

“In november 2015 belandde ik in Parijs om de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties bij te wonen. Ik zeg ‘belandde’, maar dat betekent niet dat ik die situatie niet zelf had opgezocht. Integendeel, de milieukwestie speelde al tijden een hoofdrol in mijn gedachten en alles wat ik las. Maar als er geen klimaatconferentie was geweest, had ik waarschijnlijk wel een ander excuus verzonnen om op pad te gaan, een gewapend conflict, een humanitaire crisis, wat dan ook, zolang ik maar kon opgaan in iets anders en groten dan mijn eigen zorgen. Misschien is dat wel het hele eiereneten, en is de obsessie van sommige mensen met dreigende rampen, die belangstelling voor tragedies die we aanzien voor onbaatzuchtigheid en die denk ik de kern van dit verhaal zal vormen, niet meer dan dat: de behoefte om bij elke lastige stap in ons leven iets nóg lastigers te vinden, iets nóg urgentere en dreigendere waarmee we ons persoonlijk lijden kunnen verzachten. En misschien heeft het wel helemaal niks met onbaatzuchtigheid te maken. Het was een vreemde tijd. Mijn vrouw en ik hadden meerdere pogingen gedaan om een kind te krijgen, we hadden wel drie jaar doorgezet en ons aan steeds vernederender medische behandelingen onderworpen. Of preciezer gezegd: vooral zij had zich aan die behandelingen onderworpen, want waar het mij betrof ging het er vanaf een bepaald moment voornamelijk om de rol van gekwelde toeschouwer te spelen. Ondanks onze blinde vastberadenheid en een behoorlijke financiële investering had het plan niet gewerkt. De injecties gonadotrofine niet, de ivf-behandelingen niet en evenmin drie wanhopige reizen naar het buitenland waarover we tegen niemand een woord hadden gezegd. De goddelijke boodschap die deze herhaalde mislukkingen bevatten was duidelijk: dit is gewoon niet voor jullie weggelegd. Aangezien ik weigerde dat te accepteren, had Lorenza ook voor mij besloten. Op een nacht, toen haar tranen al waren opgedroogd of zonder dat ze überhaupt had gehuild (dat zal ik nooit weten), deelde ze me mee dat ze niet meer van plan was om. Ze bezigde die onafgemaakte uitdrukking, ik ben niet meer van plan om. Ik draaide me op mijn zij, waarmee ik haar op mijn beurt de rug toekeerde, en voelde de stijgende woede opkomen over een keuze die me oneerlijk en eenzijdig leek.”

 

Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

De zee van dromen

1
De zee heeft vlam gevat
Drijvend goud spoelt aan op het strand
De parasols openen zich uit om dit wonder te bedekken
Zo goed als ze kunnen

Binnenkort zal de zon verdwijnen in de golven
Het vuur zal uitdoven
En het goud zal gevonden worden
In de dromen van duizenden

2
De zee knaagt aan de kust
Zand dat van de klif naar beneden tuimelt
Ingekapselde tijd verpulverd
Versteende massa gebroken

Een glimp van de eeuwigheid Zo kort
Dat alles wat ik op tijd kan zeggen
Is
ik ben hier

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2018 en eveneens mijn blog van 19 december 2015 deel 2.

A. M. Homes, Kenneth Rexroth

De Amerikaanse schrijfster Amy Michael Homes werd geboren op 18 december 1961 in Washington DC. Zie ook alle tags voor A. M. Homes op dit blog.

Uit: De openbaring (Vertaald door Gerda Baardman en Monique ter Berg)

“Woensdag 5 november 2008
De bar op de eerste verdieping van het Biltmore Hotel
Phoenix, Arizona 01.00 uur
Dit kan niet waar zijn. Hij zit nu anderhalf uur aan de bar; er is een tiental mannen gekomen en gegaan, ze hebben hun verdriet verdronken, her en der wat zaken gedaan en er een punt achter gezet. Voor hem bevinden zich vier glazen met verschillende whisky’s, geen van alle leeg. In de hoek staat een televisie zachtjes aan, het hoofd van de spreker met zijn postmortale nabeschouwing zal de hele nacht doorgaan. In een andere hoek, bij het raam, zit een stelletje te zoenen alsof het hun laatste dag is. En in het midden van de bar haalt een malloot zijn duim steeds opnieuw langs het wieltje van zijn Zippo, laat al schrapend het vuursteentje steeds vonken. “Windvast; zegt hij elke keer als de benzine vlam vat. “Windvast.” “Het ligt net zo goed aan mij als aan de anderen,” zegt Big Guy tegen de barman. “Bescheidenheid vereist in elk geval dat iemand verantwoordelijkheid neemt voor zijn fouten.” “Dat klinkt alsof u schuld bekent,” zegt de barman. “Ik ben ook schuldig.” “Een profeet wordt nooit geloofd in eigen land, een dokter behandelt nooit zijn eigen gezin.” “Ga je echt die kaart spelen?” “Op zaterdagavond werk ik altijd in een casino, in Desert Diamond of in Talking Stick. Ik heb mensen voor mijn neus nat zien gaan, maar bij het weggaan zijn ze nog steeds opgewonden. “Nog een kaart. Geef me nog een kaart.”“ Big Guy schudt zijn hoofd. “Iedereen maakt fouten, maar twee keer dezelfde fout is geen fout meer maar een patroon. Het leek vanavond wel alsof Fat Man Little Boy weer samen zijn en hier in Phoenix een nucleaire paddenstoelenkwekerij zijn begonnen. En toch worden we omringd door mensen die geen idee hebben wat ze over zichzelf hebben afgeroepen. Geen idee.” Een man gaat op de knik naast Big Guy zitten, kijkt naar de vier glazen whisky en geeft de barman een seintje.
“Doe mij er maar zo een,” zegt hij. “Welke?” “Die in het midden.” “Er is geen midden,” zegt de barman. “De Highland Park.” Big Guy kijkt op. “Kun je dat zo zien?” “Sláinte”; zegt de man en hij slaat zijn whisky achterover. “Jij hoort toch niet bij hen, hè?” “Bij wie?” “Je haar is zo nat dat ik even dacht dat je een van die eikels was die een paar uur geleden champagne in de rondte sproeiden en een ovenvinningsdansje deden. “Dacht het niet,” zegt de man. “Ik ben eerder iemand die net een duik in het zwembad heeft genomen om weer helder in de kop te worden.” “Dat verklaart die lucht,” zegt Big Guy. “Chloor.” De man tikt tegen zijn glas om de aandacht van de barman te trekken. “Nog een, graag. Was je daarnet boven?”

 

A. M. Homes (Washington DC, 18 december 1961)

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Rexroth werd geboren in South Bend (Indiana) op 22 december 1905. Zie ook alle tags voor Kenneth Rexroth op dit blog.

 

Yin en yang

Het is weer lente in het Kustgebergte
Warm, geurig, onder de Paasmaan.
De bloemen staan weer op hun plek.
De vogels zitten weer in hun gebruikelijke bomen.
De wintersterren gaan onder in de oceaan.
De zomersterren rijzen op uit de bergen.
De lucht is gevuld met atomen van kwikzilver.
De opstanding omhult de aarde.
Geometrisch, laaiend, onsterfelijk,
Marcheren dieren en mensen door de hemel,
In het tempo van hun geheime ceremonie.
De Leeuw geeft de maan aan de Maagd.
Ze staat op het kruispunt van de hemel,
Met de volle maan in haar rechterhand,
Een glinsterende tarweaar in haar linker.
Het hoogtepunt van het ritueel van wedergeboorte
Is opgestegen uit de onderwereld
Wordt verkondigd in het licht vanuit het zenit.
In de onderwereld zwemt de zon
Tussen de vissen genaamd Ja en Nee.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kenneth Rexroth (22 december 1905 – 6 juni 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e december ook mijn blog van 18 december 2018 en eveneens mijn blog van 18 december 2016 deel 2.

St. John in the Wilderness (Letitia Elizabeth Landon), Yvonne Keuls, Jens Fink-Jensen

 

 

Johannes de Doper door Joseph-Marie Vien, 1716

 

St. John in the Wilderness

“And the same John had his raiment of camel’s hair, and a leathern girdle about his loins, and his meal was locusts and wild honey.” ⁠
Matthew iii. 4.

Afar, he took a gloomy cave,
    For his accustomed dwelling-place,
As dark, as silent as the grave,
    As unfamiliar with man’s face;

The stern and knotted trees grew round,
    Blasted, and desolate, and grey,
And ‘mid their sullen depth was found
    A home for birds and beasts of prey.

Morning broke joyless, for the land
    Knew no green grass, nor fragrant flower,
The barren rock, the burning sand,
    Blessed not the sunshine, nor the shower.

Yet there the prophet dwelt alone,
    Far from the city and the plain;
For him in vain their glory shone,
    For him their beauty spread in vain.

He left his youth and life behind;
    Each idol of the human heart,
Pleasures and vanities resigned,
    Content to choose the better part.

Methinks, when hope is cold or weak,
    And prayers seem but unwelcome tasks,
And worldly thoughts and feelings seek
    To fill the hours religion asks;

If when the light of faith is dim,
The spirit would but ponder thus—
How much there was required of him,
How little is required of us!

All-Merciful, did we declare,
The glories which to Thee belong,
All life would pass in thankful prayer,
All breath in one triumphant song.

 

Letitia Elizabeth Landon (14 augustus 1802 – 15 oktober 1838)
Chelsea, de geboorteplaats van L. E. Landon in de kersttijd

 

De Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls werd geboren op 17 december 1931 in Batavia, toen nog een onderdeel van Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Yvonne Keuls op dit blog.

Uit: Zoals ik jou ken, ken jij mij

“Een jaar later, op een zaterdagmiddag in mei 1965, werden Hella en ik aan elkaar voorgesteld. David Koning, hoofd van de afdeling Drama van de NCRV-televisie, had haar uitgenodigd voor een lunch in De Posthoorn, dat Haagser dan Haagse café-restaurant op het Voorhout. Hij wilde haar zijn nieuwe plannen voorleggen, een schrijfopdracht verlenen, haar overhalen om mee te doen aan zijn projecten. Hij dacht dat dat de beste methode was om deze prachtige vrouw regelmatig te kunnen zien. Want dat was wat hij wilde, haar zoveel mogelijk zien, haar om zich heen hebben. Daarom bood hij haar al die kansen. David, een man van bijna vijftig, was verliefd op de vrouw die hij openlijk `een klassieke schoonheid’ en ‘de Bloem van Nederland’ noemde. Hij was wel vaker verliefd. Hij was eigenlijk altijd verliefd. Tegenwoordig zou hij een womanizer worden genoemd. Zijn verliefdheden waren hevig, maar vooral van korte duur. Ze veroorzaakten meestal een hoop misère. Davids jachtterrein was tevens zijn werkplek, met als gevolg dat producties gestopt moesten worden wanneer zijn liefde voor een belangrijke medewerkster voorbij was. Stefan Felsenthal — regisseur, dramaturg en rechterhand van David — werd dan ingeschakeld als pseudo-psychotherapeut of in ieder geval als puinruimer. Aan hem de taak om te voorkomen dat de dame in kwestie te veel heisa maakte. Stefan hevelde haar soms over naar een andere omroep, maar ze kon ook in België belanden, bij de BRT. Daar werd dan door Hubert van Herreweghen, de pionier van de Vlaamse televisie maar vooral een groot vriend van David, een aantrekkelijke baan voor haar gecreëerd. Davids liefde voor de Bloem van Nederland was echter niét van korte duur. Hij vertoonde zich regelmatig met haar op recepties en bijeenkomsten en gedroeg zich dan opvallend hoffelijk. Hij hielp haar trap op, trap af, zorgde ervoor dat hij op straat aan de buitenkant, langs de stoeprand, liep, waarbij hij doorlopend in de pas springend om haar heen draaide, wat er nogal potsierlijk uitzag. Onder alle omstandigheden bleef Hella echter gereserveerd-vriendelijk, geen moment was bij haar iets van intimiteit te bespeuren. Hella had vast allang begrepen dat David haar adoreerde, of — laat ik maar zeggen — gewoon wilde hebben. Ze was natuurlijk gevleid. David Koning was niet de eerste de beste. Ze wilde het spel tot op zekere hoogte meespelen, maar ze wist dat ze niet op zijn avances kon en wilde ingaan. Ze zou haar carrière nooit in de waagschaal stellen. Ze was ambitieus, had een naam als schrijfster én ze was de vrouw van een alom gerespecteerd rechter.”

 

Yvonne Keuls (Batavia, 17 december 1931)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

Het Drakendal

In dit dal
Waar draken en monsters
Ooit volwassenen en kinderen aten
Valt nu de regen met bakken uit de hemel
In een regenwoudduisternis
Bij het vallen van de avond

De donder dreunt
Heen en weer geworpen
Tussen de rotswanden
Sommige herten staan als versteend
Nog steeds met overgeërfde
Drakenangst in de ogen

Terwijl de bliksem
In de boomtoppen slaat
En onze kleine menselijke familie
Over wankele hangbruggen
En brullende beken
In ganzenpas marcheert

Aan het einde van het dal
treffen we onze auto aan
Omringd door pauwen
Die genieten ervan dat het stof
Na maanden van droogte
Eindelijk is weggespoeld

Opgelucht dat alles goed ging
Rijden we over de bergen naar huis
En zien een vuurkolom
Achter ons omhoogschieten
Als een afscheidsgroet van
Ontwakende grotten van de nacht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e december ook mijn blog van 17 december 2018 en eveneens mijn blog van 17 december 2017 deel 1 en eveneens deel 2.