Arthur Japin, Philip Gross

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

Uit: Honden voor het leven

“Dit laatste is typisch zoiets wat ik van Trip heb geleerd. Trip was mijn tweede hond. Wanneer ik zulke dingen zeg, dat je beter je hart kunt volgen dan je hoofd, dan hoor je eigenlijk hém praten.
Ook daarom wil ik het graag over mijn honden hebben, om zelf eens op een rijtje te krijgen wat ik allemaal van ze heb opgestoken. Ik heb daar namelijk in de rest van mijn leven zoveel aan gehad, meer dan aan bepaalde dingen die mij van school zijn bijgebleven.
Ik ga wel eerlijk zijn. Dat betekent dat het soms ook even verdrietig zal worden. Vooral het verhaal van Unie, mijn eerste hondje. Zijn verhaal is heel kort, maar ik wil hem niet overslaan. Daarna komt gelukkig Trips verhaal. Dat is soms wel even eng, maar dat zijn sprookjes ook en Trips leven heeft alles van een sprookje. Hij werd namelijk als een prins wakker gekust uit zijn betovering. Ik heb dat met eigen ogen gezien. Daarna volgde nog gevaar en er kwam redding, maar uiteindelijk leefden wij lang en vaak gelukkig. En ten slotte is er ook nog Basso, en nou ja, dat weet je al, dat is alleen maar vrolijkheid en dartelen en hoop. Kortom, het verhaal van mijn honden biedt alles wat het leven ook te bieden heeft.
Sommige mensen willen het liever alleen over leuke dingen hebben. Akelige onderwerpen omzeilen ze. Waarom precies, dat weet ik niet. Zelf hoor ik liever maar meteen de hele waarheid, het verdrietige en het vrolijke tegelijk. Dan valt het later niet zo tegen. Daarom stel ik je om te beginnen voor aan… (hier graag tromgeroffel) Kellie!
Ik vond Kellie een moeilijke naam. Mijn vader had hem bedacht. Hij schreef hem op een briefje en hing dat bij mijn bed. Ik had net leren lezen en kon Kellies naam dus alvast oefenen voordat hij kwam. Het was een Schotse naam, want Kellie was een Schotse collie.”

 

Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)

 

De Engelse dichter, schrijver en academicus Philip Gross werd op 27 februari 1952 geboren in Delabole in het noorden van Cornwall. Zie ook alle tags voor Philip Gross op dit blog.

 

Geleend licht

Zon op in het financiële kwartaal, louter
spiegelgladde rijken verlicht elk door elkaars licht

weerspiegeld. Koele maanhelderheid, elke
transactie stroopt wat warmte af door haar door te geven:

waarde afgetrokken: dat blauw-zilveren gezicht
nu naar mijn noordwesten, te fel bleek om naar te kijken –

een sneeuwverblindende verblinding, zoals de schittering
waarvan een klimmer als de sneeuwstorm afneemt, zou kunnen denken

dat die gestuurd is om hem te laten zien waar hij heen moet…

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Philip Gross (Delabole, 27 februari 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juli ook mijn blog van 26 juli 2020 en eveneens mijn blog van 26 juli 2018 en ook mijn blog van 26 juli 2017 en eveneens mijn blog van 26 juli 2015 deel 2.

Lieke Marsman, Claudia Gabler

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman werd op 25 juli 1990 geboren te Den Bosch. Zie ook alle tags voor Lieke Marsman op dit blog.

 

Alsof je een groot brood bent eet ik je weg

Witte pluizen van deeg plakken tegen mijn wangen
en tanden, die in een droom één voor één uitvielen en niet
onder mijn kussen kwamen te liggen, waar mijn moeder
er een gulden voor zal leggen. Ik haal de tijden door elkaar
alsof dit Latijn was. Hier ben ik de barbaar,

die maar half begrijpt wat je zegt over cijfers, nog maar half
zo oud als op de dag waarop ik dingen ga weten. Voorlopig
snap ik niets van belangrijke getallen, het abc van de wiskunde
bevindt zich voor mij nog in het woordje abacus. Maar vertel
alvast over dat getal – zwel nog eens aan.

Het is de laatste dag en in gele lichten word ik wakker
naast een bed van bloemen, alsof ik vier ben, uit bed gevallen,
naast mijn tanden lig. De stukken luchtig deeg vliegen
door de ruimte als waren ze van rijst. Ik trouw met hem
op de dag die het einde der tijden is, dus gebruik ik de infinitief

om als een balein met mijn vingers zijn haren te filteren.
Wanneer ik geen walvis meer ben, schud ik het zeewier
van mijn lichaam, waarna ik dansend op de rotsen verschijn.
Ik gil het hard, sirene in nacht. Het is een mooi refrein:

Wat wil je horen ik zeg het je
Wat wil je zien ik plak het voor je ogen
Wil je dat ik een spreekwoord gebruik ik ken ze
Wil je dat ik naakt ben ik moet iets zijn

Was ik een belangrijk getal dan zou ik
mee gerekend worden
.

 

Wat ik er aan kan doen

Je tegen het oude in mijn hart aanleggen en het vertellende in je stem
tot rust brengen. Je tegen me aandrukken zodat het jonge in mijn hart
op je schouder klopt. Het kloppende uit een boek begrijpen
en het zo lang mogelijk niet begrijpen om de kaften,
die hartkleppen zijn, niet dicht te slaan. Met geluk strooien.
Wat in een avond wortel schiet laat zich niet in een dag plukken.

Als ik mezelf ervan beschuldig paradoxaal te zijn,
zou ik mezelf logischerwijs tegelijkertijd moeten vergeven.
Als ik gebroken was, kon ik ergens de helft van zijn.

Zei ik ooit dat ik van winter hield, ik loog.

 

De eerste letter

5

Als het woord angst met de eerste letter van het alfabet begon, in iedere taal
Als ik wakker dacht dat ik uit het niets wakker zou worden
Als ik keer op keer zag dat er iets bewoog in mijn ooghoek, maar het was
altijd een bestaande boom
Als ik bang was dat ik opeens zou gaan denken dat alles op mij
betrekking had
Als alles op mij betrekking had
Als ik wachtte tot mijn ademhaling weer vanzelf zou gaan omdat ik
vergat dat hij dat al deed, zoals een kind dat dacht dat het geen zuurstof
meer kreeg tijdens haar slaap
Als ik dat kind weer was
Als ik bang was dat de tijd vanaf nu niet meer voorbij zou gaan,
waardoor ik voor altijd in dit moment moest blijven
Als ik mezelf ervan beschuldig paradoxaal te zijn, zou ik mezelf
logischerwijs tegelijkertijd moeten vergeven
Als ik dacht dat de wereld opeens open zou splijten in de vorm van een
kattenoog of een vaginamond:

Hier,
sta op, open een raam
met een hand die je voelt, in het zicht
van iemand die je wil voelen, in de weerspiegeling
van het ongeopende raam

 

Lieke Marsman (Den Bosch, 25 juli 1990)

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

 

Hoe de luchtbellen zichzelf uit de oliën stieten

Hoe de luchtbellen zichzelf uit de oliën stieten en niemand
wist waar deze geile hand te laten. We wilden slechts

toeschouwers zijn, maar spraken over de hitte. Hoe koket
om gewoon op de verfrissing in de tuin te wijzen

of de Duitse heggen (het was nu eenmaal de tuin van de buren).
Hoe we op slippers het terras opstapten.

De knalrode kersen waar de merels naar pikten
in de schaduw van de eiken, dat hield geen ogenblik stand.

Dus hoeveel plastic moest er nog smelten voor het gebied
eindelijk werd afgesloten? In hoeveel talen

kon je tellen wat hier tegen de zon in liep? Wij zochten
toen in de verborgen hoeken van de gevaarlijk dichtbij

gelegen ateliers alle mappen en glazen als bescherming
tegen hun tongen. Dat je talent hebt, hebben we altijd

geweten, maar of het mensen waren die in deze buurt
de weg kwijt raakten? De paniek van de buurtbewoners bleek

uit hun sigarettenconsumptie (het was maar een pakhuis,
dat hier in brand stond). Zij vergaten de jassen

en petten in hun woningen, de zakjes met
de pigmenten dansten in de lucht als hadden ze geen gewicht.

 

Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970

 

Zie voor de schrijvers van de 25e juli ook mijn blog van 25 juli 2020 en eveneens mijn blog van 25 juli 2018 en eveneens mijn blog van 25 juli 2017.

Verpleeghuis (Inge Boulonois), Robert Graves, Dolce far niente

 

Dolce far niente

 

Verpleeghuis in Arnprior, Ontario, Canada door Kevin Dodds, 2020

 

Verpleeghuis

Zo’n plaats waar je liever niet, maar
als het thuis niet meer
omdat er door je hoofd te veel verleden
slingert, dan liever hier dan elders.
 
Dit huis slaat zijn armen veilig
om je heen. Je mag er tijd verliezen,
door bezoekers wakker worden gekust
en beesten strelen in de patio.
 
Terwijl je woorden moe van het bedoelen
worden, zinnen zich vergeten
en je lippen een geheimtaal vinden,
waait in je al meer stilte aan, totdat –
 
En tot die tijd, ook als je dat niet meer beseft,
hangen in je eigen kamer boven het bed
de foto’s van alle dierbaren, je kleinkinderen
lachend. Aan jou, hoe dan ook, gehecht –

 

Inge Boulonois (Alkmaar, 23 september 1945)
Woonzorgcentrum De Rekerhof in Alkmaar

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Graves werd geboren in Londen (Wimbledon) op 24 juli 1895. Zie ook alle tags voor Robert Graves op dit blog.

 

Noem het een goed huwelijk

Noem het een goed huwelijk –
Want niemand twijfelde ooit aan
Haar warmte, zijn mannelijkheid,
Hun in elkaar grijpende opvattingen;
Behalve één verdwaalde grafoloog
Die al speculerend fronste
Bij haar h’s en haar s’s,
Zijn p’s en w’s.

Hoewel weinigen nog steeds
Het monogame axioma zouden onderschrijven
Hoeft die strijd onder de heupbeenderen
Het hart niet te vervreemden.
Noem het een goed huwelijk:
Meer bracht die twee samen,
Ondanks een gebrek aan kinderen,
Dan ze uit elkaar trok.

Noem het een goed huwelijk:
Ze hebben nooit in het openbaar gevochten,
Ze hebben omzichtig gehandeld
En traden trots de wereld tegemoet;
Aldus waren de gevaren van hun liefdesbed
Onze verdomde zaken niet –
Tot we als juryleden bleven zitten met
Twee doden door zelfdoding.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Graves (24 juli 1895 – 7 december 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juli ook mijn blog van 24 juli 2019 en ook mijn blog van 24 juli 2018 en eveneens mijn blog van 24 juli 2016 deel 2.

Lauren Groff, Claudia Gabler

De Amerikaanse schrijfster Lauren Groff werd geboren op 23 juli 1978 in Cooperstown, New York. Zie ook alle tags voor Lauren Groff op dit blog.

Uit: Florida

“Babe, when Satan tempted Adam and Eve, there’s a pretty good reason he didn’t transform into a talking clam.
It was my husband who said this to me.
This statement of his has begun to seem both ludicrous and dangerous, like the three-foot rat snake my younger son almost stepped on in the street yesterday, thinking it was a stick.
Poster, Text, Font, Book cover, Buy on Amazon
Riverhead Books
Walk outside in Florida, and a snake will be watching you: snakes in mulch, snakes in scrub, snakes waiting from the lawn for you to leave the pool so they can drown themselves in it, snakes gazing at your mousy ankle and wondering what it would feel like to sink their fangs in deep.
All around us, since the fall, from the same time other terrible things happened in the world at large, marriages have been ending, either in a sort of quiet drifting away or in flames. The night my husband explained original sin to me, we were drunk and walking home very early in the morning from a New Year’s Eve party. Our host, Omar Varones, had made a bonfire out of the couch upon which his wife had cuckolded him. It was a vintage midcentury modern, and he could have sold it for thousands, but it’s equally true that the flames were a stunning and unexpected soft green.
I feel like a traitor to my own when I say this, but it’s wonderful to walk beside a man who is so large that nobody would mess with him, toward the bed you share, at a time when everybody is sleeping save for the tree frogs and the sinners. I have missed my walks late at night, my dawn runs. Even though my neighborhood is a gem, there have been three rapes in three months within a few blocks of my house. Nights when I can’t sleep, when my nerves jangle me from one son’s bed to the other’s, then back to my own and then out to the couch, I can even feel in my bloodstream the new venom that has entered the world, a venom that somehow acts only on men, hardening what had once been bad thoughts into new, worse actions.
It is strange to me, an alien in this place, an ambivalent northerner, to see how my Florida sons take snakes for granted. My husband, digging out a peach tree that had died from climate change, brought into the house a shovel full of poisonous baby coral snakes, brightly enameled and writhing. Cool! said my little boys, but I woke from frantic sleep that night, slapping at my sheets, sure their light pressure on my body was the twining of many snakes that had slipped from the shovel and searched until they found my warmth.”

 

Lauren Groff (Cooperstown, 23 juli 1978)

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

 

Deze plek was meer dan het repertoire

Deze plek was meer dan het repertoire
van zijn geschiedenis. Woekerend en plaatsloos tegelijk.
Uit de gang duwden zich ter begroeting
oosterse grassen. Erachter copuleerde bijna
vergeten de zee. Een membraan tussen zwart
en wit manifesteerde de geaggregeerde staat van de bezoekers,
de typische Chanel-kleuren simuleerden hun bloemachtige
middenklasse. Torens van minerale hulpbronnen boorden zich
een weg naar de hemel en weer terug. De gevel reageerde
op zijn innerlijk en passerende voorbijgangers met
snel veranderende kleuren. Een visuele
referentie

aan de bewoners van de strandboxen. Uitgeputte architecten
oscilleerden tussen eb en vloed als
China’s dokters op blote voeten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juli ook mijn blog van 23 juli 2020 en eveneens mijn blog van 23 juli 2019 en ook mijn blog van 23 juli 2018 en ook mijn blog van 23 juli 2017 deel 2.

Arno Geiger, Michael Longley

De Oostenrijkse schrijver Arno Geiger werd geboren op 22 juli 1968 in Bregenz, Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Arno Geiger op dit blog.

Uit: Das glückliche Geheimnis

„Es fehlt nicht viel, dann sind es drei Jahrzehnte, seit es angefangen hat. Ich war vierundzwanzig Jahre alt, strebte keine Anstellung an, weil ich Schriftsteller werden wollte, und lebte in Wien in einem Haus, das dem Aussehen nach kurz vor dem Abriss stand. In diesem heruntergekommenen Haus bewohnte ich eine heruntergekommene Wohnung, dreißig Quadratmeter, bestehend aus einer engen Küche und einem an die Küche anschließenden Zimmer. Dieses Zimmer hatte die Aufgaben von Wohn-, Arbeits-, Ess- und Schlafraum zu erfüllen. Das Klo auf dem Gang teilte ich mit den Nachbarn.
Für das kärgliche Inventar der Wohnung hatten meine Eltern zwei Jahre zuvor eine beträchtliche Summe an illegaler Ablöse bezahlt, eine gängige Praxis im damaligen, von Wohnungsnot geprägten Wien. Diese Investition sollte wieder hereinkommen durch die außerordentlich niedrige Miete und meinen Willen zur Sparsamkeit. Die Wohnung befand sich nicht weit entfernt von der Oper in zentraler Lage. Hier hatte ich einen Platz, der manchmal von Sonnenlicht und manchmal von Liebe beschienen war. Als weiteren Vorzug empfand ich die unmittelbare Nähe zum Naschmarkt mit seinen billigen Lebensmitteln und dem Flohmarkt am Samstag. Dort bekam ich alles, was ich brauchte, Bücher und Stifte ebenso wie Hausrat und Kleidung.
Die Wohnung wirkte nach außen hin deprimierend mit den von meinen Eltern abgelösten, zweieinhalb Meter hohen Schrankwänden und dem alten Bettüberwurf. Aber ich betrachtete sie als mein Zuhause und schätzte mich glücklich, dass ich diesen Ort hatte und eine Tür, die ich hinter mir schließen konnte. Oft lernte ich für Prüfungen, oft schrieb ich an einem Roman. Ich hatte eine Freundin, M., sie gab sich Mühe, das von mir Geschriebene zu lesen, schlief aber meistens darüber ein. Ich merkte es, wenn ich, am Schreibtisch sitzend, in meinem Rücken kein Blättern mehr hörte.
M. schlief sehr still. Brauchte ich selbst etwas zum Lesen, ging ich auf den Flohmarkt. Dann kehrte ich nicht mit einem, sondern mit zehn Büchern zurück. Mir erschien die Zukunft so ungeheuer groß und weit, dass ich bedenkenlos auf Vorrat kaufte. Dabei war ich eigensinnig genug, das Ausgefallene dem Gängigen vorzuziehen.
Im Rückblick, in der Sturzflut der Tage, ich muss sagen: M. und ich waren Kinder der Provinz, unsicher und fleißig. Schmusen und Herumhängen fanden wir schön, hielten es aber nicht lange durch. Wir praktizierten auch das Schmusen und Herumhängen mit Konzentration, nicht, wie andere, mit Ausdauer. Wir waren ständig in Bewegung, neugierig, auf unser Weiterkommen bedacht.“

 

Arno Geiger (Bregenz, 22 juli 1968)

 

De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog.

 

Bergbraambessen

Je geeft me bergbraambessenjam uit Lapland,
Moeras-barnsteen, lekkernijen uit de sneeuw, verrukkelijke
Bergbraambessen langzaam gezoet door de kou,
En duur genoeg voor bergbraambessenoorlogen
(Diplomatieke oorlogen, mijn liefste).
……………………………………………………..Stel je ons voor
Tussen de oogstmachines, afstand houdend
Tot veenmosvelden op de langste dag
Wanneer zonsopgang en zonsondergang als gefrustreerde minnaars,
Volgens de legende, één keer per jaar, kunnen zoenen. Ah,
Kusjes op onze leeftijd, kusjes met bergbraambessen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Longley (Belfast, 27 juli 1939)

 

Zie voor de schrijvers van de 22 juli ook mijn blog van 22 juli 2020 en eveneens mijn blog van 22 juli 2019 en ook mijn blog van 22 juli 2018 deel 2.

Hans van de Waarsenburg, Ernest Farrés

De Nederlandse dichter en literatuurcriticus Johannes (Hans) Paul Richard Theodorus van de Waarsenburg werd geboren in Helmond op 21 juli 1943. Zie ook alle tags voor Hans van de Waarsenburg op dit blog.

 

Bahía Blanca (Argentinië)

Je danst om de dorst te behoeden
Het golvend haar en geur die vergaat
Een horizon voor het grijpen
Een hut die kantelt in het hoofd
Ademloos herhaal ik de namen
Van de havensteden als gebeden
Kijk ik over je schouder mee
Het orkest dat speelt, je ogen:
Mijn vader danst een tango

Het was in Bahía op een terras
– een tango danst men niet in Wenen –
De bandoneón, de zon, je werd als was
Het bijschrift is vervaagd, verdwenen

Het ongeluk in je hand, het glas
Dat je hief, je oog dat het poeder
Zag breken, sigarettenrook en lipstick
De voile van het geheugen schudt de muziek:
Mijn vader danst een tango.

 

ik zie haar nog wel eens

ik zie haar nog wel eens
blond en aangepaste lippenstift
verkreukeld perkament van dichtbij

een vrouw met bontjas in een bus
tas dichtbij haar
lippen dicht op elkaar want je weet
nooit wat er kan gebeuren

de ogen vosachtig wantrouwend
achter de kooi van een modieuze bril

dan zit ze op de bank en praat
ratelend uit een oud plakboek
en kijkt me aan

haar buik is leeg
de eierstokken reeds lang verwijderd

een koude oorlog heb ik daar vertoefd
en moet toen reeds, in ’43, afscheid
hebben genomen.

 

Rimpel

Hij pakt zijn oude handen vast. Een rimpel naar de dood.
Nooit meer wordt hij groot. Nooit meer wacht zij om de hoek.
Ieder woord raakt zoek. Alles was, is waar gebleven? Wend
De steven nu voorgoed en paai de gondelier. Drink wijnen.
Slurp het gistend bier. Stil de honger in de maag. Want
Op de
kaaien liggen rood, de taaie haken van de dood.

 

Hans van de Waarsenburg (21 juli 1943 – 15 juni 2015)

 

De Catalaanse dichter Ernest Farrés i Junyent werd in Igualada geboren op 21 juli 1967. Zie ook alle tags voor Ernest Farrés op dit blog.

 

Positieve aspecten aan het verstrijken van de tijd

Door haat hebben we de waardering
geleerd. Door de klappen
leerden we de dialoog.

Door de fouten die we hebben gemaakt
bereikten wij de trefzekerheid, door de onttovering
de vrolijkheid.
De afstand
heeft ons dichter bij elkaar gebracht en de regen
heeft ons in onverschrokken
voetgangers veranderd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ernest Farrés (Igualada, 21 juli 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juli ook mijn blog van 21 juli 2022 en ook mijn blog van 21 juli 2020 en eveneens mijn blog van 21 juli 2019 en ook mijn blog van 21 juli 2018 deel 2.

Tess Gallagher

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Tess Gallagher werd geboren op 21 juli geboren in 1943 in Port Angeles, Washington als dochter van houthakker en havenarbeider Leslie Bond en tuinvrouw-moeder Georgia Bond. Ze studeerde bij dichter-intellectueel Theodore Roethke aan de Universiteit van Washington en behaalde zowel een bachelor- als een masterdiploma in Engels. Ze deed ook mee aan de Iowa Writers’ Workshop, waarbij ze films maakte. In november 1977 ontmoette Gallagher schrijver Raymond Carver op een schrijversconferentie in Dallas, Texas, en hun relatie had een grote invloed op haar literaire werk, waaronder het helpen bij het redigeren en publiceren van zijn geschriften. Vanaf januari 1979 woonden Carver en Gallagher samen in El Paso, Texas, in een geleende hut nabij Port Angeles, Washington, en in Tucson, Arizona. In 1980 verhuisden de twee naar Syracuse, New York, waar Gallagher was benoemd tot coördinator van het creatief schrijven programma aan de Syracuse University; Carver gaf les als professor op de afdeling Engels. Ze kochten gezamenlijk een huis in Syracuse. In de daaropvolgende jaren werd het huis zo populair dat het echtpaar buiten een bord moest ophangen met de tekst “Writers At Work” om met rust gelaten te worden. In 1988, zes weken voor zijn dood, trouwden Carver en Gallagher in Reno, Nevada. Tot Gallaghers vele onderscheidingen behoren een beurs van de Guggenheim Foundation, de National Endowment for the Arts Award en de Maxine Cushing Gray Foundation Award.

 

Red Poppy

That linkage of warnings sent a tremor through June
as if to prepare October in the hardest apples.
One week in late July we held hands
through the bars of his hospital bed. Our sleep
made a canopy over us and it seemed I heard
its durable roaring in the companion sleep
of what must have been our Bedouin god, and now
when the poppy lets go I know it is to lay bare
his thickly seeded black coach
at the pinnacle of dying.

My shaggy ponies heard the shallow snapping of silk
but grazed on down the hillside, their prayer flags
tearing at the void-what we
stared into, its cool flux
of blue and white. How just shaking at flies
they sprinkled the air with the soft unconscious praise
of bells braided into their manes. My life

simplified to “for him” and his thinned like an injection
wearing off so the real gave way to
the more-than-real, each moment’s carmine
abundance, furl of reddest petals
lifted from the stalk and no hint of the black
hussar’s hat at the center. By then his breathing stopped
so gradually I had to brush lips to know
an ending. Tasting then that plush of scarlet
which is the last of warmth, kissless kiss
he would have given. Mine to extend a lover’s right past its radius,
to give and also most needfully, my gallant hussar,
to bend and take.

 

Choices

I go to the mountain side
of the house to cut saplings,
and clear a view to snow
on the mountain. But when I look up,
saw in hand, I see a nest clutched in
the uppermost branches.
I don’t cut that one.
I don’t cut the others either.
Suddenly, in every tree,
an unseen nest
where a mountain
would be.

 

Refusing Silence

Heartbeat trembling
your kingdom
of leaves
near the ceremony
of water, I never
insisted on you. I admit
I delayed. I was the Empress
of Delay. But it can’t be
put off now. On the sacred branch
of my only voice – I insist.
Insist for us all,
which is the job
of the voice, and especially
of the poet. Else
what am I for, what use
am I if I don’t
insist?
There are messages to send.
Gatherings and songs.
Because we need
to insist. Else what are we
for? What use
are we?

 

Tess Gallagher (Port Angeles, 21 juli 1943)

Arie Storm, Paul Violi

De Nederlandse schrijver en literatuurcriticus Arie Storm werd geboren in Den Haag op 20 juli 1963. Zie ook alle tags voor Arie Storm op dit blog.

Uit: Schrijf je ook gedichten? Over mijn entree in de Nederlandse literatuur

“The ugly fact is books are made out of books,’ is een uitspraak van de Amerikaan Cormac McCarthy. McCarthy is de auteur van op het eerste gezicht spannende, pretentieloze avonturenboeken, die echter bij een wat meer diepgaande lezing geraffineerd gestructureerde intertekstuele bouwsels blijken te zijn.
De overtuiging van McCarthy is ook de mijne: de roman is voor zijn bestaan afhankelijk van eerder geschreven boeken. De drive voor een schrijverschap valt dan ook nergens anders te vinden dan in de door de schrijver in kwestie geschreven teksten, die in perspectief dienen te worden gezien met andere teksten. Of om Umberto Eco te parafraseren: boeken praten altijd over andere boeken).
Als schrijver heb ik, net als iedereen, last van gewone, alledaagse beslommeringen. Mijn persoonlijke ervaring is dat die dagelijkse beslommeringen geneigd zijn zich om te vormen en in te passen in het verhaal, de roman, waar ik op dat moment aan bezig ben. Ook de werkelijkheid beschouw ik kortom als een vorm van fictie – materiaal dat ik kan gebruiken voor een boek. Dit beïnvloedt op een niet geringe wijze mijn omgang met de mensen uit mijn directe omgeving. Ik wil niet beweren dat ik sterk aan het vereenzamen ben, maar zonder consequenties is mijn houding niet. Niemand wil deel uitmaken van een fictie, en helemaal niet als die fictie werkelijkheid is, zoals Paul Auster opmerkt in het slotdeel van The New York Trilogy: The Locked Room.
Aan de andere kant heeft dit praktisch beleden schrijverschap ook zo zijn voordelen: niemand wil ongunstig in een boek worden afgeschilderd, dus iedereen is aardig tegen mij. Hoewel hier uitzonderingen te noteren zijn. Tot nu toe ben ik nog maar één keer werkelijk fysiek aangevallen door iemand die zich in mijn debuutroman Hémans duik ongunstig geportretteerd meende te zien. Deze persoon kwam overigens in mijn boek helemaal niet voor. En ook verder komen er nergens in Hémans duik werkelijk bestaande mensen voor. Door de dagelijkse werkelijkheid in een roman op te nemen en om te toveren in literatuur, is ze niet langer die onversneden dagelijkse werkelijkheid. Hémans duik is dan ook geen sleutelroman, zoals wel gesuggereerd is (zie verderop). De erin opgevoerde personages zijn van papier, en niet van vlees en bloed.
Misschien valt uit wat ik schrijf wél het beste op te maken wie ik werkelijk ben. ‘Schrijvers verkeren minder makkelijk in de werkelijkheid van het leven,’ constateerde Hella Haasse in een interview met haar in Opzij (december 1995). Als je gelooft in de macht van boeken, dan overheerst dat al het overige en wordt je leven er heel klein naast.”

 

Arie Storm (Den Haag, 20 juli 1963)

 

De Amerikaanse dichter Paul Randolph Violi werd geboren op 20 juli 1944 in Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Paul Violi op dit blog.

 

Toonbankman

Wat zal het zijn?

Rosbief op rogge, met tomaat en mayo.

Wat wil je erop?

Een schepje mayonaise.
Peper maar geen zout.

Komt voor elkaar. Rosbief op rogge.
Wil je er sla op?

Nee. Alleen tomaat en mayo.

Tomaat en mayo. Komt voor elkaar.
…Zout en peper?

Geen zout, alleen een beetje peper.

Komt voor elkaar. Geen zout.
Je wilt tomaat.

Ja. Tomaat. Geen sla.

Geen sla. Komt voor elkaar.
…Geen zout, toch?

Juist. Geen zout.

Komt voor elkaar. Augurk?

Nee, geen augurk. Alleen tomaat en mayo.
En peper.

Peper.

Ja, een beetje peper.

Juist. Een beetje peper.
Geen augurk.

Juist. Geen augurk.

Komt voor elkaar.
Volgende!

Rosbief op volkoren, alstublieft,
Met sla, mayonaise en een middenstuk
Van biefstuk tomaat.
De sla uitgespreid, als je wilt,
In een Beaux Arts-afgeleide van klassieke acanthus,
En de rosbief, dun gesneden, gevouwen
In een arrangement met meerdere lagen
Dat Bragdonische pretenties schuwt
Of enig idee van goddelijke geometrische projectie
Wat dat betreft, maar gewoon
Een setting voor de tomaat biedt
Om een medaillon te vormen met een dot
Mayonaise als fleuron.
En – hoe eclectisch dit ook mag klinken –
Als mayonaise kan ook worden gebruikt
Langs de korst in een Vitruviaanse rol
En als een guirlande onder het medaillon,
Dan zou dat tof zijn.

Je bedoelt zoals in de kathedraal St. Pierre in Genève?

Ja, maar de slinger lijkt meer op die onder de rozet
In het Koninklijk Paleis te Amsterdam.

Komt voor elkaar.
Volgende!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Violi (20 juli 1944 – 2 april 2011)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juli ook mijn blog van 20 juli 2020 en eveneens mijn blog van 20 juli 2019 en ook mijn blog van 20 juli 2013 deel 2 en eveneens deel 3.

Anna Enquist, Ghayath Almadhoun

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Enquist werd geboren op 19 juli 1945 in Amsterdam als Christa Boer. Zie ook alle tags voor Anna Enquist op dit blog.

 

La folia

Wanhoop zit wijdbeens aan de keukentafel.
Als ik haar, moede werkster, bezig laat
komt van mijn dagprogramma niets terecht.
Zij maakt een wind van onrust in het huis
zodat papieren vliegen, koude in de gangen
staat. Uit kast en laden haalt zij tover
en geplakt verdriet van vroeger, zonder
dat ik wil. ‘Als u vandaag de buitenboel
eens deed,’ zeg ik, verkleed als held. Haastig
sluit ik de deur waar ik dan duizelig
en hijgend tegen leun. Hoe lang nog tot ik
hand in hand met haar verdwijn, uitzinnig
dansend boven het ontvlamde veld?

 

Oud

Ze moeten dankbaar zijn, de dag
prijzen, die stille voortgang van
grijze ogenblikken. Ze moeten

stoppen met zeuren. Stapvoetse
saaiheid van de uren omhelzen,
een smalle toekomst bejubelen.

Met innige vreugde de kinderen
op zondag in de tuin zien zitten,
de rimpels tellen in hun wangen.

 

Vlagvertoon

De kapper klakt met zijn tong bezorgd
boven ons spiegelbeeld, de huisarts
pit ons als oude aardappels. Wijsheid

smeren ze over onze wangen, ze vinden
ons mild. Zetten hun kind achteloos
op een trillende schoot. Ze zijn blind.

Kijk toch: de naam van de bloem
ontglipt de geopende mond, we roepen,
gekraakt door verlies, zachtjes om hulp.

Genoeg! Grijp de noodvaan, hijs
de alarmvlag – maar uit de mouw komt
een vleug van lavendel, een zakdoek.

 

Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

 

De Zweeds – Palestijnse dichter, toneelschrijver, journalist en literair criticus Ghayath Almadhoun werd geboren op 19 juli 1979 in Damascus. Zie ook alle tags voor Ghayath Almadhoun op dit blog.

Bloedbad

Het bloedbad is een dode metafoor die mijn vrienden opeet. Hij eet ze zonder zout. Mijn vrienden waren dichters en werden correspondenten met grenzen. Ze waren moe en ze werden heel erg moe. ‘Ze steken ’s ochtends met lichte tred de brug over’ en sterven buiten de beschermde zone. Ik observeer ze met mijn nachtkijker en volg de warmte van hun lichamen in het donker. Kijk, ze vluchten van het bloedbad en weer terug, en geven zich over aan die enorme massage. Het bloedbad is hun natuurlijke moeder, maar de massaslachting is niet meer dan een klassiek gedicht, geschreven door intellectuele generaals met pensioen. Massaslachtingen passen niet bij mijn vrienden, want dat zijn georganiseerde, collectieve acties en collectieve acties herinneren hen aan de linkse beweging die hen in de steek heeft gelaten.

Het bloedbad wordt vroeg wakker, baadt mijn vrienden in koud water en bloed, wast hun ondergoed en maakt brood en thee voor ze klaar. Dan leert het hun iets over de jacht. Het bloedbad is aardiger voor mijn vrienden dan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het heeft een deur voor hen geopend, toen alle deuren gesloten waren, en hen bij hun naam genoemd, toen de nieuwsuitzendingen zochten naar het aantal slachtoffers. Het bloedbad is het enige dat hun asiel heeft verleend, zonder naar hun achtergrond te kijken. Het is niet geïnteresseerd in hun economische positie en wil niet weten of ze intellectuelen waren, of dichters. Het kijkt naar de wereld vanuit een neutrale invalshoek. Het heeft dezelfde dode trekken als zij, en de namen van hun achtergebleven weduwen. Het loopt net als zij langs akkers en buitenwijken en doemt net als zij plotseling op in een ingelaste nieuwsuitzending. Het bloedbad lijkt op mijn vrienden, maar het bereikt de afgelegen dorpen en de scholen van de kinderen altijd eerder dan zij.

Het bloedbad is een dode metafoor die uit de televisie komt en mijn vrienden opeet, zonder ook maar één snufje zout

 

Vertaald door Djûke Poppinga

 

Ghayath Almadhoun (Damascus, 19 juli 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e juli ook mijn blog van 19 juli 2020 en eveneens mijn blog van 19 juli 2019 en mijn blog van 19 juli 2017 en ook mijn blog van 19 juli 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Steffen Popp, Judith Beveridge

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

Den Toten des Surrealismus

               Wer mit den Dingen zusammenstößt,
               wird es derselbe sein, der sie harmonisiert?
               Das ist es wohl, was mich traurig macht.
               Hugo Ball

I

Draußen ist’s still, kein Tank von Shell
im Resonanzbereich meines Lauschens
kein Atom bricht ab
fällt in den Schacht, kein deprimiertes Organ
probt den Verrat und die Lilie
                  vor mir im träumenden Glas –

dieses Gewächs meiner Sehnsucht auch
schneuzt sein Arom nur semiotisch
ohne Geräusch in die entsetzliche Nacht!

Draußen ist’s still, der leere Parkplatz
Schubumkehr des Glücks und eine winzige
                                             Akademie  
fern dräut Asien
ein Horn des Poseidon, mit Güterzügen …

So kommt nun die Welt über den Winter!
Die Zwiebeln liegen auf dem Tisch
die Apparate des Wunders kreisen …

Aber der Schnee ist nicht mehr gotisch
eine wunschlose Erzform, ein hellblau
                                           getakteter Geiger
nein, er ist grau
und labbrig, die Abraumetage des Frühlings
ach –

und nur die untersten Schnee-Engel
halten sich noch an den Tankstellen
vermummt und marxistisch
in ihren winddichten Anoraks.


II

Draußen ist’s still, es schlafen Berg und Tal
reglos die Stadt, das Elend der Sprengwerke

ihr langsames Feuer vereinfacht den Raum
die Herzensgebrechen der Trainer
                                           Balkonpflanzen

und in den Meeren der Wal
und im Gefrierfach der Aal
Delikatessen, am Rand meiner Schwäche
ruhet die Liebe auch, ein Ghetto Rosen –

die großen Betonkörper winkeln das Licht
wo meine Hand liegt
                 ein Joch für Nachtfalter
und die Gedichte gehn über den Schnee
in kleinen Schritten …

Die toten Surrealisten
rumoren unecht im Grundstock der Wälder
kauen den Sternklee in diese Nacht
trockene Seekoffer, Schneeklima –

hinter dem Elend der Bäume
leuchtet die Heimat
die Elemente erfinden sich, meine Geliebten
liegen im Streit und zerfallen

aufsteht der Mond, von seinem Sitz
da sein gelber Mund
dort seine Beine, die schleifen.

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Australische dichteres en schrijfster Judith Beveridge werd geboren in 1956 in Londen, Engeland. Zie ook alle tags voor Judith Beveridge op dit blog.

 

GRAS

De hele ochtend zwaaien rietsnijders
met hun armen bij de rivier.

De hele ochtend hoor ik ze balanceren
onder de perfectie van die bogen.

Een koude cirkel van geluid pikt de maan
op in de glinstering van elk blad.

Elke slag komt binnen op de zekerste
golf; elk mes bereikt mijn hart

in een regelmatig ritme. Wie zijn deze
mannen die gras maaien? De hele dag, zweeft de maan,

zichzelf onbekend, als een vogel;
en er is ook een geluid in de wind

van vele onbegrijpelijke dingen.
Deze rivier gaat verder. En de hele dag,

heb ik geluisterd, vastgehouden tussen de aarde
en de lucht, wensend dat ik ook mijn werk

mee kon nemen, de kou in; wensend
dat ik ook precisie kon vinden tussen

onweegbare liedjes; hier waar
de rivier afbuigt, hier waar de maan

sterft, hier waar de wind wervelt –
en hier, waar de mannen in evenwicht zijn –

dan hun absolute hoeveelheden maaien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Judith Beveridge (Londen, 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.