Geert van Istendael, Yvan Goll

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Absolutie

De sparren zijn de donkerste der zwijgers
ondanks de vreemde sneeuwlast die hen drukt.
Sneeuw is bij uitstek liggen. Dooi
tikt van de takken, steuntjes voor de stilte.
Het landschap is een oude zondaar,
hoogmoedig in zichzelf gekeerd.
Ik loop, doe het verlossend wonder.

 

Wet

De rechterlat sluit vriendschap met
de rechterschoen, de linker sluit
verbonden met de linker. Zo,
verzoener, is de wet. Zo niet
volgt dadelijk de straf, de val,
de chaos, armen, benen, geen
verband, de zonde en de schaamte.

Voor wie de wet volgt van de lat:
het lange lopen, harmonie van wat
in sneeuw in eeuwigheid betaamde.

 

Natures mortes

En groene kool is een gebeurtenis,
een rog een lijk, een perzik open wonde.
Hij maakte de gaven Gods te schande. Dit
leeft niet in stilte. Het schreeuwt een rauw gebod:

verafgood kleur. De felheid van de kleuren is
Gods glanzend aanschijn. Duisternis is zonde.
Tomaat, rabarber, bokking, het aanbidt
goud, purper, rood: een goddelijk genot.

 

Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

De Duits-Franse dichter en schrijver Yvan Goll (eig. Isaac Lang) werd geboren in Saint-Dié-des-Vosges op 29 maart 1891. Zie ook alle tags voor Yvan Goll op dit blog.

Vaders graf

Je lichaam was een boom
Reuze vader van de aarde
Je gezicht een bemoste baard
Vader van dieren, vader van winden
En je ogen van heraldische vruchten
Die mensen schudden in de menselijke herfst

Je graf is veranderd in een vogelnest
Reuze vader van de hemel
Ik kies een nest in het skelet van de klimop
Een zacht nest van veldnevel
en droomgras
Kleine vader van het gelach van leeuweriken

Uit je grafzuil groeide
De wieg van een gedicht
Voor de vriend van vrienden

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Yvan Goll (29 maart 1891 – 27 februari 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e maart ook mijn blog van 29 maart 2019 en ook mijn blog van 29 maart 2015 deel 2.

Joost de Vries, Ada Limón

De Nederlandse schrijver Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

Uit: Oude meesters

“Zoals je weet zijn we heel druk met het nieuwe katern, we willen vlug jullie — de redactie — laten zien wat we bedacht hebben, zei Feiko. Het katern moet een deur tot de krant zijn, waardoor nieuwe mensen kunnen instappen, zei Mireille. En tegelijk moet het een raam zijn voor de vaste lezers, om een wereld te zien die ze eerst misschien niet zagen, zei Feiko. We hebben nagedacht over hoe het katern moet functioneren in het hart van de krant, zei Mireille, want het moet ook in de meest letterlijke manier een hart zijn: vol leven en persoonlijkheid. Het moet bloed doen stromen naar onderwerpen die anders droog zijn. De designfase zit erop en we beginnen nu over vacatures na te denken, zei Feiko. Over medewerkers, zei Mireille. De juiste mensen, zei Feiko, op de juiste plek. Het kon niet anders of ze hadden dit ingestudeerd, dacht Sieger. Ze praten alsof ze een kür schaatsen. `Off the record: we willen Edmund, je broer, vragen.’ Edmund, je broer. Wat mooi nadrukkelijk gezegd. Wat mooi hoe die woorden op tafel worden gelegd, als een cadeau waar je niet om hebt gevraagd. `We willen dus dat hij een column gaat schrijven, voor Ha-en-Zet,’ verduidelijkte Feiko toen zijn reactie uitbleef. ‘Over zijn leven, zijn reizen, dat soort dingen.’ `Zei je nou “Hazes”? Gaat het nieuwe katern “Hazes” heten?’ `0 sorry, nee, niet Hazes, alhoewel dat vast een brede appeal zou hebben, haha. H en Z, noemen we het nu even. Als werktitel.’ `Hart en Ziel?’ `Juist,’ zei Feiko. `We proberen nog van alles uit, hoor,’ zei Mireille. `We willen iets met een ampersand. Het &-teken. Daar werken de ontwerpers al mee. Dat wordt het logo.’ `Hart & Ziel.’ `Buik & Brein.’ `Of Heer & Meester. Maar dat is misschien wat… masculien,’ zei Mireille. `En mijn god, laten we alsjeblieft niet masculien worden!’ zei Feiko. Ze lachten dankbaar om elkaar, waardoor Sieger zich afvroeg waarom deze twee geen zondagmiddagkookprogramma presenteerden of zo. `Dus iets als Melk & Honing.’ `Hart & Hoofd.’ `Wat vinden jullie van Bloed & Bodem?’ zei Sieger. ‘Lijkt me een krachtige titel.’ De twee keken hem even aan en begonnen toen vlug te lachen, Sieger glimlachte minzaam nu, niet om zijn grap, maar om hen: kinderen zijn het. `Spek & Bonen lijkt me ook een mooie,’ zei Sieger, terwijl hij nu de twee hulpjes negeerde en zijn hoofdredacteur recht aankeek. Anthony glimlachte, maar niet om de grap. Hij glimlacht, dacht Sieger, omdat we elkaar begrijpen. Omdat we weten wat dit is. Anthony keek gemaakt afgeleid naar iets op zijn beeldscherm terwijl hij zei: `Maak je geen zorgen; jij zal niets met het katern te maken hebben. “

 

Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983)

 

De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zie ook alle tags voor Ada Limón op dit blog.

 

We zijn verrast

Nu nemen we de maan
in het midden van onze hersenen
dus we zien eruit als zwerfkatten langs de weg
met felle zaklamp-witte ogen
in onze gezichten, maar geen echte ideeën
van wanneer of waar te rennen.
We blijven hangen op de groene rand van het veld
en zeggen, Op een dag, zoon, zal niets van dit alles
van jou zijn. Wonderen zijn overal.
We zijn niet zozeer thuisloos
als vrij van thuis, geen stuiver op zak,
maar erg gelukkig wegens liefde en bladeren
die de val blijven breken. Hier is het:
de nieuwe manier van leven met de wereld
in ons zodat we hem niet kunnen verliezen,
en we kunnen niet verloren gaan. Jij en ik,
zijn wij en zij, en het en de hemel.
Het is moeilijk te geloven dat we dat niet eerder
wisten; het is moeilijk te geloven
dat we zo uitgehold waren, zo uitgeput,
alleen zodat we wat harder konden schijnen
toen het licht eindelijk kwam.

 

Vertaald door Frans Romen

 

Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn blog van 28 maart 2019 en ook mijn blog van 28 maart 2017 en ook mijn blog van 28 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Heinrich Mann, Kurt Drawert

De Duitse schrijver Heinrich Mann werd geboren op 27 maart 1871 in Lübeck. Zie ook alle tags voor Heinrich Mann op dit blog.

Uit: The Loyal Subject (Der Untertan, vertaald door Ernest Boyd en Daniel Theisen)

“They came from a northerly direction, marching slowly in small sections. When they reached Unter den Linden they hesitated, as if lost, took counsel by an exchange of glances, and turned off toward the Emperor’s palace. There they stood in silence, their hands in their pockets, while the wheels of the carriages splashed them with mud, and they hunched up their shoulders beneath the rain which fell on their faded overcoats. Many of them turned to look at passing officers, at the ladies in their carriages, at the long fur coats of the gentlemen hurrying from Burgstrasse. Their faces were expressionless, neither threatening nor even curious: not as if they wanted to see, but as if they wanted to be seen. Others never moved an eye from the windows of the palace. The rain trickled down from their upturned faces. The horse of a shouting policeman drove them on farther across the street to the next corner—but they stood still again, and the world seemed to sink down between those broad hollow faces, lit by the livid gleam of evening, and the stern walls beyond them which were already enveloped in darkness.
“I do not understand,” said Diederich, “why the police do not take more energetic measures. That is certainly a rebellious crowd.”
“Don’t you worry,” Wiebel replied, “they have received exact instructions. Believe me, the authorities have their own welldeveloped plans. It is not always desirable to suppress at the outset such excrescences on the body politic. When they have been allowed to ripen, then a radical operation can be performed.”
The ripening process to which Wiebel referred increased daily, and on the twenty-sixth it was completed. The demonstrations showed that the unemployed were now more conscious of their objective. When they were driven back into one of the northern streets they overflowed into the next, and before they could be cut off, they surged forward again in increasing numbers. The processions all met at Unter den Linden, and when they were separated they ran together again. They reached the palace, were driven back, and reached it again, silent and irresistible, like a river overflowing its banks.”

 

Heinrich Mann (27 maart 1871 – 12 maart 1950)

 

De Duitse dichter en schrijver Kurt Drawert werd geboren op 15 maart 1956 in Henningsdorf. Zie ook alle tags voor Kurt Drawert op dit blog.

Contacten

Ik zag haar, achter de ramen,
spreken, zag dat ze alleen was,
en dat ze me niet zag

en sprak. Achter haar voertuig,
langs de weg,
twee naar elkaar gebogen,

zeer kale platanen,
daarachter de dode fabriek,
daarboven de maan

enigszins versplinterd door de winter.
Daarna reed ik verder
en ik reed lang zonder herinnering door.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kurt Drawert (Henningsdorf, 15 maart 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook mijn blog van 27 maart 2019 en ook mijn blog van 27 maart 2017 en ook mijn blog van 27 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Robert Frost, Gregory Corso

De Amerikaanse dichter Robert Lee Frost werd geboren op 26 maart 1874 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Robert Frost op dit blog.

 

Fire And Ice

Some say the world will end in fire,
Some say in ice.
From what I’ve tasted of desire
I hold with those who favor fire.
But if it had to perish twice,
I think I know enough of hate
To say that for destruction ice
Is also great
And would suffice.

 

Nothing Gold Can Stay

Nature’s first green is gold,
Her hardest hue to hold.
Her early leaf’s a flower;
But only so an hour.
Then leaf subsides to leaf,
So Eden sank to grief,
So dawn goes down to day
Nothing gold can stay.

 

Carpe Diem

Age saw two quiet children
Go loving by at twilight,
He knew not whether homeward,
Or outward from the village,
Or (chimes were ringing) churchward,
He waited, (they were strangers)
Till they were out of hearing
To bid them both be happy.
‘Be happy, happy, happy,
And seize the day of pleasure.’
The age-long theme is Age’s.
‘Twas Age imposed on poems

Their gather-roses burden
To warn against the danger
That overtaken lovers
From being overflooded
With happiness should have it.
And yet not know they have it.
But bid life seize the present?
It lives less in the present
Than in the future always,
And less in both together
Than in the past. The present
Is too much for the senses,
Too crowding, too confusing-
Too present to imagine.

 

Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963) 
Standbeeld door George W. Lundeen in de alumnaetuinen van Agnes Scott College, Decatur, Georgia.

 

De Amerikaanse dichter Gregory Corso werd geboren in New York op 26 maart 1930. Zie ook alle tags voor Gregory Corso op dit blog.

 

Geschreven op de trappen van Puerto Ricaanse Harlem

Er is een waarheid die de mens beperkt
Een waarheid die verhindert dat hij verder gaat
De wereld verandert
De wereld weet dat hij verandert
Zwaar is het verdriet van de dag
De ouden zien eruit als ondergang
De jongeren verwarren die aanblik met hun lot
Dat is de waarheid
Maar het is niet de hele waarheid

Het leven heeft betekenis
En ik ken de betekenis niet
Zelfs als ik voelde dat het zinloos was
Zou ik hopen en bidden en een betekenis zoeken
Het was niet alleen maar dartele poëzy
Er moest een bijdrage worden betaald
Dood en God oproepend
Ik durfde Hen best aan te pakken
De dood bleek zinloos zonder leven
Ja, de wereld verandert
Maar de dood blijft hetzelfde
Hij neemt de mens weg uit het leven
De enige betekenis die hij kent
En meestal is het een trieste zaak
Deze dood

Ik zou onschuldig zijn, ik zou serieus zijn
Ik zou een gevoel voor humor zijn dat me redt van amateurfilosofie
Ik kan mijn overtuigingen tegenspreken
Ik kan het kan het
Omdat ik de betekenis van alles wil weten
Toch zit ik als een gebrokenheid
Te kreunen: Oh wat een verantwoordelijkheid
Ik heb je Gregory aangedaan
Dood en God
Zwaar zwaar het is zwaar

Ik leerde dat het leven geen droom is
Ik leerde dat de waarheid bedrogen is
De mens is niet God
Het leven is een eeuw
Dood een ogenblik

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gregory Corso (26 maart 1930 – 17 januari 2001)
Zittend in het raam van Allen Ginsberg’s appartement in East Village, New York, 1959

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e maart ook mijn blog van 26 maart 2019 en ook mijn blog van 26 maart 2017 deel 2.

Paul Meeuws, Joy Ladin

De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Zie ook alle tags voor Paul Meeuws op dit blog.

Uit: De martelaren

“Tijdens zijn bruuske aanloop hoorde hij de uitroepen van verbazing niet, ook niet het hoongelach op het kritieke moment, waarop het lichaam terugveert en het erop aankomt met ijzeren wil de vingers in de voegen te klauwen en gewichtloos te worden.
Achter de muur staat de tijd stil, zeggen ze. Hoe ziet dat eruit? Vanuit zijn kamertje kon hij de boomtoppen boven de muur zien wuiven, als magere handen uit een donker habijt. Aan elke boom staat een kloosterling te schudden. Ze wisselen elkaar daarbij af en wachten geduldig in lange rijen op hun beurt, de handen in de mouwen, de kap diep over het hoofd. Ergens hoog in de sombere gevel van het slot staat de abt achter een getralied venster. Hij houdt het boek van de tijd in de hand en wuift met zijn andere hand de maat. Als hij de tijd wil laten stilstaan, slaat hij het boek dicht met een klap, die over het plein galmt en bij toverslag de monnikenschaar verandert in een rij levenloze poppen. De abt lijkt op de gedroomde Nelson. Zo hoog en half verscholen achter het raampje en toch kan niemand zijn gebiedende uitstraling ontgaan. Er was een roemrucht slagschip van die naam, waarvan Nelson gedroomd had dat het bij verrassing de kleine rivierhaven van de stad bezocht. Het water sloeg op de kade en gutste door de smalle straten. Het reusachtige schip raakte vast in de zwarte blubber en alle mensen sloegen op de vlucht voor de loerende kanonnen.
Boven op de muur streek een zachte bries een haarlok van zijn bezweet voorhoofd. Laag, flitsend zonlicht benam hem het uitzicht. Vlammende contouren van daken. Een zee van ruimte daarvoor, niets van een plein. Onder zich zag hij een dichte zoom van doornstruiken, die afdalen onmogelijk maakte. Omzichtig ontweek hij de ingemetselde glasscherven, die voorgangers hadden geprobeerd weg te slaan. Wat verderop was dat wat beter gelukt, recht boven een mesthoop die een zachte landing beloofde.”

 

Paul Meeuws (Roermond, 25 maart 1947) 
Portret door Peter Thijs, 2006

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

Noord en Zuid

Onderschat je behoefte niet
om de grens over te gaan. Bevroren
aan de verkeerde kant van je verlangen

om de wereld opnieuw te maken
omgekeerd in de spiegel
van je anders-zijn,

hoe kun je trouw zijn
aan de waarheid menselijk te zijn,
iets dat buigt

in een universum dat dat niet doet, een rommelige mix
van lef en geest, verantwoordelijkheid en schaamte?
Je bent maar een centimeter

van de constant bewegende
bron van leven, hoe gepassioneerd je ook
jezelf verplettert

in de vakjes – mannelijk of vrouwelijk, noord of zuid, arm of rijk, wit
of een andere sociale tint – je controleert het
omdat je bang bent

om de grenzen te overschrijden die je beschermen
voor meer gecompliceerde combinaties
van liefde en eenzaamheid,

je ziel in slaap wiegend
terwijl je je lichaam propt
in te strakke vakjes, wetende dat het niemand kan schelen

dat je het lef niet hebt om te leven
zolang je daar blijft,
aan jouw kant van de grens.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e maart ook mijn blog van 25 maart 2019 en ook mijn blog van 25 maart 2018 deel 2.

Jonathan Ames, Gary Whitehead

De Amerikaanse schrijver en acteur Jonathan Ames werd geboren op 23 maart 1964 in New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Ames op dit blog.

Uit: You Were Never Really Here

“Joe looked at the last text message sent: “Keep engine running. We’ll want to move quick.” “Copy” was the reply. Probably two bent cops. The alley went one way. That meant the partner would be to the left, idling, so he could pull right in, not circle the block. Joe hesitated. He was ready to leave Cincinnati. He had done his job. Extracted the girl. He didn’t need to take out the one in the car. His informant had given him up, gave them his hotel, even his use of the service entrance, but that’s all they could have gotten, because that’s all the informant had. Joe thought about what was in his room: a toothbrush, a new hammer, a bag, and a change of clothes. But nothing important, nothing identifiable. He had been heading out to get something to eat and was going to leave tomorrow, but he should have left as soon as the job was done. Sloppy, he thought. What the fuck is wrong with me? Soon the one in the car would come looking. Joe didn’t want any more fights, because you didn’t win every fight. Joe figured they just wanted to know how he had gotten to them and if others would follow, and then they would have killed him. But he didn’t need to take them all out because they wanted information. He was just one man. Not the complete arm of justice.
I did enough, he thought. The girl is damaged but free. So he ran the opposite way down the alley, darted his head out fast, looking to his left and right — there wasn’t a third man guarding that end. Nobody sitting in a car, nobody planted in a doorway trying not to look like a plant. He stepped out into the street, started to walk. It was late October and there was a sweet smell in the air, like a flower that had just died. He thought about a time when he’d been happy. It had been more than two decades. Then Joe spotted a green cab. He liked the cabs in Cincy. The cars were old and the drivers were old. It felt like the past. He got in. “Airport,” he said, and he fingered the money clip. He’d give the driver a nice tip.”

 

Jonathan Ames (New York, 23 maart 1964)

 

De Amerikaanse dichter Gary Joseph Whitehead werd geboren op 23 maart 1965 in Pawtucket, Rhode Island. Zie alle tags voor Gary Whitehead op dit blog.

Oom

Soms praten ze met mij,
deze kinderen die ik niet heb verwekt,
en de dingen die ze zeggen,
hoewel ik ze vergeet,
lijken zinnen uit boeken
die ik ooit las en waar ik niet meer aan heb gedacht sindsdien.
Vandaag een jongen die bij afwezigheid
van zijn dichtheid mij had kunnen zijn,
de vioolkop van zijn hand
in de mijne, volgde mij
door de hal boven
en vroeg iets waarvan,
als ik moest raden,
ik zou zeggen, het had te maken met het lot.
Buiten passeerde een schoolbus,
het toerental van zijn motor
als een boog over een snaar gestreken,
een korte levensboog van geluid
het huis in en uit –
ramen en muren en rustige kamers –
waar ik met stomheid stond geslagen
en bijna klaar om te antwoorden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gary Whitehead (Pawtucket, 23 maart 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e maart ook mijn blog van 23 maart 2019 en ook mijn blog van 23 maart 2015 deel 1 en eveneens mijn blog van 23 maart 2014 deel 1 en ook deel 2.

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Hermann Lenz

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies veertien jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog en Romenu’s eerste lustrumpagina.

 

De ziekenzuster

Zij heeft de nachtwaak bij het bed
Der vreemdelinge, die gaat sterven.
En zij aanvaardt de plicht tot erven
Van angst en pijn en dood; ’t gebed,
Dat zij eerst prevelt, en dan plechtig
als miserere en credo zingt,
Wordt zoo grootmachtig, dat ’t aemechtig
Hoofd rustig op het kussen zinkt.

Zij ziet het leven uit de handen
Wegtrekken en ’t verheft zich stom
In ’t hol gelaat, en staat te branden
Al een nachtlichtje in een kom.
Nog eens bewegen zich de handen
En draait ’t nu doode hoofd zich om.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

Januari

onder een lage bestralende zon
spot de fietser
even verderop in de amper uitgebotte heg
door takken gedragen
een kraai
die er schoon op zijn rug slaapt

in de wintervorst schittert het dier
en schittert het havengebied
met de fietser die naderbij ziet dat de kraai
niet zichzelf is

verloren is hij
in de heg naast het fietspad een handschoen

een want die onthand nog iets grijpt
dat het zelf niet begrijpt

 

Toen op de Waddenzee

Je hoorde hoe de boot gedwee
zijn strepen in het water sneed,
het zweven van de meeuw
en de verwachtingsvolle stemmen
die jou toen al wilden kennen,
in het duister tastend naar een naam,
nog voordat je de kop opstak.
Je zwom al tijden met ons mee.
Je mag er zijn, je drijft
met toegeknepen ogen nog
met ons mee op de getijden.

 

Nieuwe wereld

In de Wijkertunnel raak je de verbinding kwijt,
verdwijn je.

Tussen tegels rij je
in de pulsgewijs verlichte schemer
van een grensgebied,
een niemandsland
onder het Noordzeekanaal.

Een verjaardag in Haarlem,
het leven dat er was –
de mogelijkheden die je achterlaat.

Niet ben je
de bestuurder die zijn wagen in de vangrail klapt.

Vol verwachting rij je
met je medereizigers binnen de lijnen omhoog,
het licht,
een nieuwe wereld in.

 

Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Lente

Bij het bos, in de greppel, het verse gras
Geniet van je vingers:
Sinds lang weer iets dat leeft,
Zij het ook van
een oude man.
Verberg de kikker in je groen,
Laat hem voor een otter wegkruipen,
Zegt de oude man tegen het verse gras
En hoopt dat hij gehoord wordt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e maart ook mijn blog van 21 maart 2019 en ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 2 en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

David Malouf, Roman Libbertz

De Australische schrijver David Malouf werd geboren op 20 maart 1934 in Brisbane. Zie alle tags voor David Malouf op dit blog.

Uit: An Imaginary Life

“IT IS THE desolateness of this place that day after day fills my mind with its perspectives. A line of cliffs, oblique against the sky, and the sea leaden beyond. To the west and south, mountains, heaped under cloud. To the north, beyond the marshy river mouth, empty grasslands, rolling level to the pole.
For eight months of the year the world freezes. Some polar curse is breathed upon the land. It whitens overnight. Then when the ice loosens at last, and breaks up, the whole plain turns muddy and stinks, the insects swarm and plague us, hot mists steam amongst the tussocks. I have found no tree here that rises amongst the low, grayish brown scrub. No flower. No fruit. We are at the ends of the earth. Even the higher orders of the vegetable kingdom have not yet arrived among us. We are centuries from the notion of an orchard or a garden made simply to please. The country lies open on every side, walled in to the west and south, level to the north and to the northeast, with a view to infinity. The sharp incline of the cliffs leads to sky. The river flats, the wormwood scrubs, the grasslands beyond, all lead to a sky that hangs close above us, heavy with snow, or is empty as far as the eye can see or the mind imagine, cloudless, without wings.
But I am describing a state of mind, no place.
I am in exile here.
The village called Tomis consists of a hundred huts made of woven branches and mud, with roofs of thatch and floors of beaten mud covered with rushes. Each hut has a walled yard, and a byre where the animals can be brought in and stalled for the winter. Above the byre, in one large room, we sleep and eat in the winter, on wooden benches above a layer of snow-burning peat. In summer the rest of the house is opened up and I have a room of my own, with a low table for writing and a palliasse of clean straw.”

 

David Malouf (Brisbane, 20 maart 1934)

 

De Duitse dichter, schrijver en schilder Roman Libbertz werd geboren op 20 maart 1977 in München. Zie ook alle tags voor Roman Libbertz op dit blog.

In het veld

Groen als bedauwde grassprietjes,
lichtbruin als het korenveld,
rood als de weerbarstige bloei van het knoopkruid,
waarvan de glanzende kern zonlicht weerkaatst.

Je was onwerkelijk,
maar een beetje zoals de rest van de wereld,
en geschilderd voor mij.

Grijs als de lucht voor de storm,
wit als de eerste bliksemschichten
geelzwart zoals de bescherming zoekend bijen,
om niet te sterven door verdampingskoude.

Je was onwerkelijk,
maar een beetje zoals de rest van de wereld,
en geschilderd voor mij.

Zwart als de plotseling invallende nacht,
geel als de enorme ontladingen,
en tenslotte gewoon paars tussen hemel en aarde,
om me eindelijk in te lijven.

Je was onwerkelijk
onweer,
maar een beetje zoals de rest van de wereld,
onweer,
en geschilderd voor mij.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Roman Libbertz (München, 20 maart 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e maart ook mijn blog van 20 maart 2019 en ook mijn blog van 20 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3 en ook deel 4.

Mano Bouzamour, Hermann Lenz

De Nederlandse schrijver Mano Bouzamour werd geboren op 19 maart 1991 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Mano Bouzamour op dit blog.

Uit: Bestsellerboy

‘We willen je een contract aanbieden, jongen. Wanneer heb je tijd om langs te komen?’
Ik draaide van verbazing een rondje om mijn as. Volledig omringd door schapen. Sommige werden een beetje onrustig door de afwezigheid van de herder. Een paar begonnen te blaten.
Hij vroeg: ‘Hoor ik daar nou schapen?’
Ik sloeg voorzichtig met de stok op hun wollen vacht om ze stil te krijgen. Maar ze maakten nog meer geluid.
‘Ja, nee… Ja.’
‘Is morgen alweer het slachtfeest?’
Er was keihard gelach te horen, dus lachte ik mee.
‘Nee, volgens mij niet. Ik zit in Marrakech.’
‘Wat doe je daar?’
‘Dat vraag ik me ook af.’
‘Sorry?’
‘Ik zei: “De toerist uithangen.”’
‘Voor hoelang?’
‘Nog tien dagen.’
‘Tien dagen? Dat duurt me te lang. Lukt het je om morgenochtend terug te vliegen?’
‘Ehm, dat weet ik niet.’
De uitgever zei: ‘Als je een terugvlucht voor morgenochtend boekt, betaal ik die.’
‘Sorry maar dit gaat me veel te snel allemaal.’
Hij zei: ‘Mooie dingen gaan snel.’
Ondertussen kwam de herder lachend uit de bosjes terwijl hij zijn broek optrok en zijn riem met moeite dichtdeed. Hij keek mij voldaan aan, pakte zijn wandelstaf van de grond en zei: ‘Yallah, yallah.’ En aangezien hij met zijn wollige vrienden in kreten communiceerde, had die herdershufter het dus hoogstwaarschijnlijk tegen mij.
De uitgever vroeg: ‘Zie ik je dus morgen? Tekenen we meteen dat contract.’
Ik smeet de stok in de bosjes, baande me een weg uit de kudde en liep alleen verder in westelijke richting.
‘Ik ga even kijken of dat lukt.’
‘Laat je me weten wanneer je landt op Schiphol? Dan laat ik je door mijn chauffeur oppikken.’

 

Mano Bouzamour (Amsterdam, 19 maart 1991)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Lieve tijd

Wat was het
Alles bij elkaar?

Eeuwige wijsheden
Kunnen ze van jou niet verwachten.
Misschien heb je iets gemist.

Liefdesaffaires en reizen?
De gezichten van de landen?
Je hebt tenslotte het een en ander gezien
Tussen Leningrad en San Francisco,
Evenwel onder onaangename omstandigheden
Maar dat maakt niet uit.

Oh, lieve tijd.

Je bent blij als je ongehinderd
Ergens loopt of ligt
Aan de bosrand bijvoorbeeld.

Bij heldere hemel een blik in de verte.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e maart ook mijn blog van 19 maart 2019 en ook mijn blog van 19 maart 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Tonnus Oosterhoff, John Updike

De Nederlandse dichter en schrijver Tonnus Oosterhoff werd geboren in Leiden op 18 maart 1953. Zie ook alle tags voor Tonnus Oosterhoff op dit blog.

Stel: de jacht is onze tweede natuur

Stel: de jacht is onze tweede natuur.

Het is nacht en de interne jager
achtervolgt het onvermoeibaar wild.
Dat tracht te ontsnappen over het terrein van de kwekerij.
De jacht is één bezielde beweging.
Van de kweekbedden dwarrelt de jonge afschuw op.

Kijk eens naar de naakte hemel:
zilver en zwart zijn voorbeeldig gescheiden.
En nu weer naar binnen:
vangen zou onzuiver zijn.

 

Vlak boven het havenkantoor

Vlak boven het havenkantoor
schittert de Grote Beer.
Elk ogenblik is een groter gevaar.

Een maand geleden werd hier
een schipper verdronken,
de hand op het hart in het water

De boot is verkocht,
de ligplaats vergeven,
maar de hond is aan boord.

Aan boord is de hond nog.

 

Luipaard

De luipaard aan de hersenstam
luistert naar de radiowind,
wetend, niet wetend.
Hij heft de poot,
trekt de tong langs zijn plekken, geeuwt.
Ver weg is een aanrijding.
Een windvlaag trekt door de bomen.
De luipaard geeuwt, rekt zich.
De apen lachen angstig.
Het ondier vertakt zich.

 

Tonnus Oosterhoff (Leiden, 18 maart 1953)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver John Updike werd geboren in Shillington, Pennsylvania, op 18 maart 1932. Zie ook alle tags voor John Updike op dit blog.

Schoffelen

Ik ben soms bang dat de jongere generatie wordt beroofd
van de geneugten van het schoffelen;
niemand weet
hoeveel zielen zijn gevormd door deze simpele vaardigheid.

De droge aarde breekt als een grote korst en onthult
vochtig-donkere leem–
waar de wortel van de erwt thuis is,
een vruchtbare wond die voortdurend geneest.

Hoe netjes gaat het groene onkruid onder!
Het mes hakt de aarde nieuw.
Onwetend de wijze jongen die
de wereld nooit zo heeft vruchtbaar gemaakt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Updike (18 maart 1932 – 27 januari 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e maart ook mijn blog van 18 maart 2019 en ook mijn blog van 18 maart 2018 deel 2 en eveneens deel 3 en ook mijn blog van 18 maart 2017 deel 3.