Stephen Fry, Charles Wright

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook alle tags voor Stephen Fry op dit blog.

Uit: Speelbal van de goden (Vertaald door Paul van den Hout)

“Plough Lane 41, Hampstead, Londen N W3
maandag, 2 juni 1980

Liefste Ned,
Het spijt me van het luchtje. Ik hoop dat je deze brief ergens hebt opengemaakt waar je helemaal alleen bent. Anders pesten ze je dood. Het heet Rive Gauche, dus ik voel me een beetje als Simone de Beauvoir en ik hoop dat jij je voelt als Jean-Paul Sartre. Eigenlijk hoop ik van niet, want als je het mij vraagt heeft hij zich tegenover haar nogal achterlijk gedragen. Ik schrijf dit boven na een ruzie met Pete en Hillary. Ha, ha, ha! Pete en Hillary, Pete en Pete en Hillary. Je vindt het vreselijk hè, als ik ze zo noem? & hou ontzettend veel van je. Als je mijn dagboek zag, zou je het bestérven. Ik heb vanochtend twee hele bladzijden geschreven. Ik heb een lijst opgesteld van alles wat heerlijk en fantastisch aan je is en op een dag als we voor altijd bij elkaar zijn laat ik het je misschien wel lezen en dan besterf je het wéér. Ik heb je geschreven dat je ouderwets bent. Punt één: de eerste keer dat we elkaar zagen stond jij op toen ik binnenkwam, wat lief was, maar het was in het Hard Rock Café binnenkwam, wat lief was, maar het was in het Hard Rock Café en ik kwam uit de keuken om je bestelling op te nemen. Punt twee: telkens als ik pap en mam Pete en Hillary noem, krijg je een rooie kop en knijp je je lippen samen. Punt drie: toen je voor het eerst met Pete en — oké, jij je zin —toen je voor het eerst met pap en mam sprak, heb je ze door laten bazelen over particulier onderwijs en de gezondheidszorg en hoe vreselijk het daarmee is gesteld en wat een ramp de regering is en je hebt geen w66rd gezegd. Dat je vader voor de Conservatieven in het Lagerhuis zit, bedoel ik. Je hebt heel leuk over het weer zitten praten en onbegrijpelijk over cricket. Maar je hebt niks laten merken. En daar ging die ruzie vandaag nou juist over. Je vader was tussen de middag op Weekend World, je hebt hem schijnwaarlijk wel gezien. (Trouwens, ik hou van je, jezus, ik hou van je.) ‘Waar halen ze die lui vandáán? blafte Pete, terwijl hij naar de televisie wees. ‘Waar halen ze die lui in hémelsnaam vandaan? ‘Welke lui?’ vroeg ik kil terwijl ik me voorbereidde op een ruzie. ‘Lieden,’ zei Hillaty. ‘Die levende anachronismen met hun tweed jasjes,’ zei Pete. ‘Moet je die ouwe zak zien. Wat voor recht heeft hij om het over de mijnwerkers te hebben? Hij zou nog geen brok steenkool herkennen als het in zijn bord ossenstaartsoep viel.’ ‘Herinner je je die jongen nog waar ik vorige week mee thuiskwam? vroeg ik, met wat neutrale waarnemers vast en zeker een ijzige kalmte zouden hebben genoemd. ‘Werkgelegenheid, zegt-ie!’ schreeuwde Pete tegen het scherm. ‘Wanneer heb jij je ooit druk hoeven maken over werkgelegenheid, meneer Eton-en-Oxbridge? Toen keek hij mij aan. `Huh? Wat voor jongen? Wanneer? Dat doet hij altijd als je hem iets vraagt — eerst zegt hij iets anders, wat er helemaal niets mee te maken heeft, en dan beantwoordt hij je vraag met een wedervraag. Of twee wedervragen. Ik word er gék van. (Ook van jou, liefste Neddy. Maar gek van tomeloze liefde.)”

 

Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

LEVENS VAN DE HEILIGEN

Een losse knoop in een kort touw,
Mijn leven blijft onder me vandaan glijden, intact maar
Aflopend,
…………….Het patroon wordt patroonloos,
De blauwe afgrond van alledaagse lucht
inademend en uitademend,
…………………………………in kleine wolkjes als rook,
In kleine windslierten en draden.

Alles wat het potlood zegt is uitwisbaar,
In tegenstelling tot onze stemmen, waarvan de woorden zwart en permanent zijn,
Ons leven besmeurend als kolenstof,
………………………………………………in tegenstelling tot onze herinneringen,
Geëtst als een skyline tegen de geest,
In tegenstelling tot onze onherstelbare daden .. .
Het potlood morst alles, en neemt dan alles terug.

Bijvoorbeeld, hier ben ik op Hollywood Boulevard en Vine,
Bijna 60, kerstavond, de vlees-flitsers en pooiers
En onvermoeibare Walk of Famers
……………………………………………die hun joints uitdrukken,
In de hoop dat er iets niet al te vreselijks gebeurt aan de overkant van de straat.
De regenbui is opgezogen en weggevaagd,
De palmbladeren bungelen spiegelglad.
…………………………………………………Het leven, zeggen ze, is mooi.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

Zie voor de schrijvers van de 24e augustus ook mijn blog van 24 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 24 augustus 2019 en ook mijn blog van 24 augustus 2018.

Jonathan Coe, Li-Young Lee

De Engelse schrijver Jonathan Coe werd geboren op 19 augustus 1961 in Birmingham. Zie ook alle tags voor Jonathan Coe op dit blog.

Uit: Nummer 11 (Vertaald door Otto Biersma en Luud Dorresteijn)

“De ronde toren rees zwart en glanzend op tegen de leigrijze lucht van eind oktober. Rachel en haar broer liepen vanuit het oosten over de hei naar de toren, die werd geflankeerd door twee bladerloze, skeletachtige essen. Het was het uur voor het invallen van de duisternis op een windstille middag. Als ze bij de bomen waren, zouden ze kunnen uitrusten op het bankje dat daar stond, met uitzicht op Beverley, dat niet al te ver weg lag, met de keurig gerangschikte huizen en in het midden als contrast de hoog oprijzende monumentale, grauwgele torens van de kloosterkerk.
Nicholas plofte neer op de bank. Rachel — destijds pas zes jaar oud, acht jaar jonger dan hij — ging niet naast hem zitten, ze stond te popelen om snel door te lopen naar de zwarte toren en hem van dichtbij te bekijken. Ze liet haar broer achter op het bankje en haastte zich verder, ze baande zich een weg door de door de koeien omgewoelde modder die de toren omringde tot ze aan de voet van het bouwwerk stond en haar handen op de glimmende, zwarte bakstenen kon leggen. Met haar beide vlakke handen tegen de toren keek ze omhoog naar de nauwelijks te bevatten grootte en omvang van het geheel, de volmaakt gladde kromming als van een gebolde rug, tegen de dreigende lucht waar nu een paar krassende roeken eindeloos in cirkels rondvlogen.
Wat is het vroeger geweest?’ vroeg ze.
Nicholas had zich intussen bij haar gevoegd. Hij haalde zijn schouders op.
“Geen idee. Een soort windmolen, misschien.’
“Denk je dat we erin kunnen komen?’
“Hij is helemaal dichtgemetseld. Rond de voet van de toren stond een cirkelvormige bank, en toen Nicholas erop ging zitten, nestelde Rachel zich naast hem en keek naar zijn lichtblauwe, koele ogen die haar ondanks hun kilte het gevoel gaven dat ze zich gelukkig en gezegend mocht prijzen met zo’n grote broer, die zo knap en zelfverzekerd was. Ze hoopte dat haar haren ooit net zo blond zouden zijn als die van hem, haar mond net zo welgevormd en haar huid net zo zacht en gaaf. Ze nestelde zich tegen zijn schouder, zo dichtbij als ze durfde. Ze wilde niet dat hij haar als een blok aan zijn been zou zien of zich er al te zeer van bewust werd dat hij de enige was die haar een gevoel van geborgenheid gaf in deze vreemde, onbekende stad.
“Heb je het koud, of zo?’ vroeg hij met een blik omlaag op haar.

“Een beetje: Ze schoof een stukje bij hem vandaan. ‘Zou het warm zijn waar zij zitten?’
“Natuurlijk. Het heeft geen zin om op vakantie te gaan naar een plek waar het niet warm is, toch?’
“Ik wou dat ze ons hadden meegenomen, zei Rachel nukkig.
“Ja, maar dat hebben ze dus niet gedaan. Het is niet anders.”
Ze zaten een tijdje zwijgend naast elkaar, ze probeerden allebei voor de zoveelste keer het raadsel te doorgronden waarom hun ouders er tijdens de herfstvakantie zonder hen tussenuit waren gegaan. Toen de kou echt voelbaar werd, sprong Nicholas overeind.”

 

Jonathan Coe (Birmingham, 19 augustus 1961)

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook alle tags voor Li-Young Lee op dit blog.

 

OM VAST TE HOUDEN

Dus we zijn stof. Ondertussen maken mijn vrouw en ik
het bed op. We houden de tegenoverliggende hoekpunten van het laken vast,
tillen het op, laten het opbollen, trekken het dan strak,
meten het op het oog terwijl het uitgelijnd wordt
tussen ons. We trekken, vouwen, stoppen in. En als ik geluk heb;
herinnert ze zich een recente droom en vertelt me die.

Op een dag zullen we gaan liggen en niet meer opstaan.
Op een dag zal alles wat we bewaken achtergelaten worden.

Tot die tijd zullen we blijven leren te herkennen
wat we liefhebben, en wat er nodig is
om te zorgen voor wat niet voor óns is.
Zo vaak heeft angst me ertoe gebracht
om los te laten wat ik weet dat ik op moet opgeven. Maar voor nu
zal ik naar haar droom luisteren,
en zij naar de mijne, ons wederzijdse gehoor roept
steeds meer details in het licht
van een gezamenlijke en kwetsbare bewaring.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e augustus ook mijn blog van 19 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 19 augustus 2019 en ook mijn blog van 19 augustus 2017 deel 2.

Guillaume van der Graft, Mary Jo Salter

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook alle tags voor Guillaume van der Graft op dit blog.

 

Liefde

Als ik eens dood zal zijn
laat de deur open blijven
tussen mij en mijn leven
sluit niet je hart

Breng mij het voedsel der doden
een schotel liefde, een glas
glimlach, ik zal je zien staan
op de tafel der dingen

Vergeet mij niet en ik zal
zorgen dat je niet oud wordt
lieveling voor de val
vergeet mij niet, ik zou sterven.

 

Eucharistie

DAGELIJKS gaat gij teloor
in licht op het water
in woord op het land
en dagelijks komt gij tot stand
in brood op de tafel

Rood is de tegenstand
van bloed en tranen
maar gij die woont in mijn hand
gij wint zonder moeite
de wijsheid terug uit de maan
het leven terug uit de dood
Uw naam is met wijn geschreven.

WIJ SPREKEN woorden van brood
wij gieten liederen wijn uit

wij luisteren met onze handen
en met onze lippen horen wij

woorden van brood worden vlees
terwijl de wijn zich tot bloed zingt

dan groeien wij in de tijd
terug tot de dag van de schepping
vooruit tot het einde der wereld.

 

Zo is dat

de kinderen worden
nog altijd geboren
in de vanouds
bekende vorm
compleet met heel kleine oren
alsof er haast niets
te horen viel
behalve het zinloos gepraat
van moeders
en met heel grote ogen
alsof er heel veel was te zien
behalve de goede borst
behalve het goede gezicht
maar dat gaat gauw genoeg over
dan worden de oren groter
dan worden de ogen kleiner
dan worden zij net als wij
net als de tantes
net als de ooms
net als de grijze
soldaten buiten net als de bruine
interieurs
kortom
in de vereiste vorm

 

Guillaume van der Graft (15 augustus 1920 – 21 november 2010)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Jo Salter werd geboren op 15 augustus 1954 in Grand Rapids, Michigan. Zie ook alle tags voor Mary Jo Salter op dit blog en ook mijn blog van 15 augustus 2010.

 

LIAM

Hij is weer beneden, een duik in een droom
van melk, en Teresa die veel
te moe is om weer te gaan slapen, gaat terug
naar de tafel waar ze de punt
van haar pen test, als de speen op een fles.

In een fles met permanente inkt
doopt ze haar pen en begint
over haar potloodstrepen op de voorkant
van het spiraalvormige plakboek de naam te tekenen die ze kozen voor
wie nog nooit van een naam heeft gedroomd.

Het is William, net als zijn vader, maar
ze is pas bij Will gekomen
(de dubbele L, een andere spiraal
naar de Liam zoals ze hem nu noemen), waardoor
ze nog steeds drie letters van de man moet

spellen die zich heeft opgerold in I am.
—De vreemdeling in de wieg die
langer lijkt elke keer dat ze hem eruit tillen
en zal ontdekken dat, hoewel zij het verhaal een naam hebben gegeven,
het aan hem is om het te schrijven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Jo Salter (Grand Rapids, 15 augustus 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e augustus ook mijn blog van 15 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 15 augustus 2019 en ook mijn blog van 15 augustus 2016 en eveneens mijn blog van 15 augustus 2015 deel 2 en ook deel 3.

Wolf Wondratschek

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook alle tags voor Wolf Wondratscheck op dit blog.

 

Gebet

Nachts, jenseits der Zeit schon und ferne,
hörst du das Singen der Winde, und du siehst
Berge brennen, die wie ein Feuerwerk fallender
Sterne verglühen. Zu tief liegt da unten

die Erde, dieses Inferno der Gleichgültigkeit,
das auch der Lachende nur eingeschüchtert übersteht,
und selbst der Glückliche ist an sein Glück gebunden
wie der Erhängte dort an seinem Strick;

ungläubig zögernd noch wie unter grossen Mühen
spricht der Einsame jetzt sein erstes Gebet,
die Augen weiss und leer, vom Saufen ernüchtert,

das Herz zu sehr ans Zerspringen gewöhnt.
Der Abschied dann, und dann die Stille,
die alles Leben übertönt.

 

Liebesgedicht

Du bist in Hochform,
doch doch, das bist du.
Du bist immer in Hochform,
wenn die Fetzen fliegen.
Dieses Mal ist es Buddha, der fliegt,
und zwar gegen die Wand,
ein zwetschgengroßer Buddha,
der dort abprallt und langsam zurückrollt,
dir direkt zwischen die Beine.
Und du stehst da, breitbeinig,
also absolut in Hochform,
bückst dich,
auch das liebe ich,
nimmst den Buddha vom Boden
und stellst ihn wieder zurück
neben den Nagellack
und sagst: ihr Dreckskerle
zu uns beiden.

 

Schluß damit!

Schluß damit,
daß ich Dir nie
begegnet bin.

Schluß mit den Männergeschichten
zwischen Mann und Frau.
Schluß damit!

Diese kleine, klägliche Angst,
die Ihr Liebe nennt,
Schluß damit!

Für eine große Liebe
braucht es zwei Einzelgänger
und ein Gebet.

Sei meines,
wenn die Liebenden schlafen
und in den Häusern die Stille steht.

Dann komm, dann geh!
Tu beides mit der Heftigkeit
eines Sommergewitters.

 

Liefdesgedicht

Je bent in topvorm,
Ja ja, dat ben je.
Je bent altijd in topvorm,
als de vonken er vanaf vliegen.
Deze keer is het Boeddha die vliegt,
namelijk tegen de muur,
een pruimgrote Boeddha,
die daar terug stuitert en langzaam terugrolt,
precies tussen je benen.
En jij staat daar, met je benen uit elkaar,
dus absoluut in topvorm,
je bukt je,
ook daar hou ik van,
raapt de Boeddha van de grond
en plaats hem weer terug
naast de nagellak
en zegt: jullie klootzakken
tegen ons allebei.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e augustus ook mijn blog van 14 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 14 augustus 2018 en ook mijn blog van 14 augustus 2016 deel 1 en ook deel 2.

hot! hot! hot! hittegolf (Saskia de Jong), Taije Silverman

 

 

Summer Heat door Katharina Husslein, 2022

 

hot! hot! hot! hittegolf

een zekere zon glom buiten zijn grenzen
pupillen kieperen het licht naar binnen
ingezwachteld mijn volksmond
eet een zoutje wat weerhoudt je
van de vertering van de violente vragen

(er eentje opborrelen)
welk gat de diepte draagt

(waar twee al overkoken heet)
als slaap het voorvocht van de dood is

louter schommeling golven die drei-
nen het naakt op de voorsteven
kopt stug een glimlach terug
na elke zucht prijs je jezelf
(je bent een prijsdier)

 

Saskia de Jong (Alphen aan den Rijn, 1973)
Alphen aan den Rijn, centrum

 

De Amerikaanse dichteres, vertaalster en hoogleraar Taije Silverman werd geboren in San Francisco op 13 augustus 1974. Zie ook alle tags voor Taije Silverman op dit blog.

 

Armageddon

Every time I see you I ask if Bruce Willis is dead
and every time you answer me first yes, then no.
An asteroid was going to hit earth last week

in the only dream my eight-year-old has ever shared—
a last-ditch stab, perhaps, at not falling asleep
the next night, while he lay with my hand on his hip

which, since kindergarten, has been the only form
of touch he will permit. Was everyone scared,
I asked, and the question was not rhetorical.

He had been standing with the other
fourth graders on the astro-turfed playground
of their school rooftop, and because an asteroid

was coming, his friend Ethan jumped over the edge
but broke only his arm. That’s it, that’s all he broke,
his arm, which seems, in my son’s telling,

the dream’s central event—and not that his father
who is my husband gave my son who is his son
a magic potion to seal their eyes shut

as they drove to Sky Zone Trampoline Park
while the asteroid kept falling to earth. So much,
he said, when I asked if they had fun. I don’t know

when I started failing. If there’s a when, if it’s I,
as the sly syntax of catastrophe seems to collapse
all identifying pronouns into a mirror-flecked heap

in which you move from the narrating self
to dear friend down the street through an infinity
of strangers between—such as the teen clerk at Rite Aid

who yells DEAD? when I share the news
of Bruce Willis’s sudden or expected demise
that a magazine cover by the register does imply.

So I’m not in the dream, I asked my son, pretending
to laugh, and my son nodded, and the children
fishing for gold stars on a quilt my mother

embroidered when I was younger than my son
nodded on a lake of jean pockets.
Oh Bruce Willis himself is not dead,

you say, in my backyard: he just has aphasia,
which is when I remember we had this same
conversation last week in your backyard

before the asteroid did or didn’t hit earth
in a dream where my husband and son
had so much fun at Sky Zone with their eyes closed.

Wait, my son said, his hip light in my palm.
Actually. You were on the asteroid.
I was on the asteroid? You were on the asteroid.

I bet the magic potion has glitter in it.
I bet the magic potion disappears the instant you
pour it in your palm. I bet it tastes like orange juice

in the form of air and blammo, before you touch it
to your tongue, your eyes never open again, a miracle.
Can you believe it, just his arm. Although the school’s

only two stories high above a parking lot
where afternoon pick-up has been scheduled
in fifteen-minute slots but please keep your mask on

and we’ll bring your child to your car from the locked
back door. You meaning I, and we meaning safety
is the trampolined floor of a windowless room

in a strip mall. Maybe you’re Bruce Willis
in Armageddon, you say, and you’re on the asteroid
to dismantle it, but I don’t know Armageddon

is a film, so when I ask if Bruce Willis died, and you
say yes, but he died saving earth, I say what???
while thinking it’s impossible to know what, exactly,

is alarming. Yes. Everyone’s scared. An asteroid has no
atmosphere. It is made of rock and metal.
It is very valuable. It is one hundred percent certain

that we will be hit by a devastating asteroid but it is not
one hundred percent certain when. Aphasia like heat
splitting pavement in winter, Aphasia the forced

open blooms in our yards in this language of mirrors
at the end of the world in this life I love with you
on an astro-turfed rooftop, so high up and survivable.

 

Neem het, alles

Het licht voor negen uur ’s avonds in het Romeinse getto
is een licht dat we onder meren zouden vinden als we net als vissen

zonder longen konden leven om lucht te pompen.
God heeft vissen misschien zo zwaar als lood gemaakt,

zei Galileo, maar hij wilde ons leren over gemak.
Families zijn bijeengekomen aan tafels buiten

om warme kaas op warm brood te eten met hun vingers.
Een oude man in een schort glimlacht als verschillende velden

naar een oude man met twee bankbiljetten in zijn hand. Dit voor mij?
vraagt de man in de schort, terwijl hij Engels opgooit als fruit

dat hij net heeft leren jongleren. Dit voor jou,
is het antwoord dat hij heeft gegeven: Neem het, alles!

In het Italiaans is er een verleden tijd voor een verleden zo ver in het verleden
dat de meeste mensen vergeten hoe ze hem moeten gebruiken. Het is een tijd

voor een verleden dat geen directe link heeft met het moment van nu.
600 jaar geleden bracht in een gevangenis onder een kasteel,

gebouwd in de bedding van de Baai van Napels, een monnik
drie decennia door in water dat tot aan zijn knieën reikte.

Als inkt perste hij bloed uit kakkerlakken
om te schrijven: De wereld is een groots en perfect dier

en: Elk beetje vuil leeft. Met ligstoelen
die ze bij schemering uit hun keukens slepen, komen weduwen samen

op stenen die verlicht worden door het licht in meren.
Hun lichamen zijn zeker als boeken. Hij had

botten van goud voor de vogels kunnen bouwen, legde Galileo uit, en
hun aderen van levend zilver kunnen maken. De oude man in een schort

gaat aan mijn tafel zitten en zegt: Hier bent u welkom,
wat u ook wilt—u bent vanavond de gast van het huis.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Taije Silverman (San Francisco, 13 augustus 1974)

 

Zie voor de schrijvers van de 13e augustus ook mijn blog van 13 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 13 augustus 2019 en ook mijn blog van 13 augustus 2016 en ook mijn blog van 13 augustus 2011 deel 2.

Rouke van der Hoek, Thomas Mann, Wolf Wondratschek

De Nederlandse dichter Rouke van der Hoek werd op 12 augustus 1952 in Eindhoven geboren. Zie ook alle tags voor Rouke van der Hoek op dit blog.

 

Moeflon in het dorp

De boekdrukkunst werd gelijktijdig
in drie Europese steden geboren.
Op meer plaatsen maar in hetzelfde jaar
werd de kernsplitsing verwekt. Idem de chip.
In 1920 leerden pimpelmezen in verschillende
Engelse steden, onafhankelijk van elkaar,
de doppen van melkflessen te openen.

Verklaar het maar.

Eens, in een dorp tussen de bossen,
zag ik hoe op een middag een moeflon
‘Is dat dan geen hert…?’ –
bedaard het marktplein betrad.
De bus remde, voorbijgangers wezen,
schooljongens renden er op af.
Dus gaf de moeflon gas en liet
allen in verward rumoer achter.

s Avonds aan de toog beweerden velen
de moeflon als eerste te hebben gezien.

 

Het huis met het bordes (de methode Tsjechov)

Ik huurde het landhuis van B., jonker in boerenkleren
die het bijgebouw bewoonde en zich onbegrepen achtte.
De oude kachels van het huis bromden, zelfs bij stil weer.

Tijdens nachtelijke onweersbuien viel beangstigend fel licht
door tien grote ramen. Het meubilair: één bed. Meer niet.
Aldus dwong verveling mij tot zwerven. Zo bereikte ik

op een gouden namiddag een mij onbekende bezitting.
Via een pad langs fel geurende sparren kwam ik op
een lindelaan met een sfeer van verlatenheid en ouderdom.

Rechts in een wrakkige boomgaard zong een wielewaal,
zwak en onwillig. Even later kreeg ik zicht op een wit huis
met een bordes, daarachter de vijver en verderop het dorp

met schitterend licht op de kerktoren. Het leek alsof ik
dit eerder had gezien. Maar nee. Begrijpt u dat ik rijp was
om verliefd te worden op de eerste die uit dat huis trad?

 

Uit het retentiegebied

De rivierdijk langs dit laagland is afgesteld als val
om de gevaarlijkste hoogwatergolven af te toppen.
Wat ooit spontaan onderliep, loopt nu onder
met instemming van de autoriteiten. Dank u.

Iedereen vertrok, maar mij kreeg men niet mee.
Er ligt wel een boot in de tuin. Verboden voor dieren.
Ziet u mij als Sem, Cham en Jafet de hele dag stront
overboord scheppen? (Onze doorstart stinkt!)

Old Bob zong het al: ‘When you go down in the flood’.
Inderdaad, om het systeem te handhaven moet
iemand in jullie plaats de straf ondergaan. Straks.
Onder dit dak van oudtestamentische betekenissen

betaal ik digitaal mijn rekeningen, zoals de bank vraagt,
en geniet intussen van de stilte en van de zekerheid
die anderen pas toevalt als een dijk in hun leven bezwijkt,
als een zorgvuldig genegeerde waterader openbarst.

 

Rouke van der Hoek (Eindhoven, 12 augustus 1952)

 

Op 12 augustus 1955 overleed de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Herr und Hund 

„Wir überschreiten eine andere, offen zwischen Wald und Wiesen hinlaufende Straße von ähnlichem Zukunftscharakter, die weiter oben, gegen die Stadt und die Trambahnhaltestelle hin, geschlossen mit Miethäusern bebaut ist; und ein abfallender Kiesweg führt uns in einen schön angelegten Grund, kurgartenartig zu schauen, aber menschenleer, wie die ganze Örtlichkeit um diese Stunde, mit Ruhebänken an den gewölbten Wegen, die sich an mehreren Stellen zu Rondells, reinlichen Kinderspielplätzen erweitern, und geräumigen Rasenplänen, auf welchen alte und wohlgeformte Bäume mit tief herabreichenden Kronen, so daß nur ein kurzes Stück der Stämme über dem Rasen zu sehen ist – Ulmen, Buchen, Linden und silbrige Weiden – in parkgemäßen Gruppen stehen. Ich habe meine Freude an der sorgfältigen Anlage, in der ich nicht ungestörter wandeln könnte, wenn sie mir gehörte. An nichts hat man es fehlen lassen. Die Kiespfade, welche die umgebenden sanften Grashänge herabkommen, sind sogar mit zementierten Rinnsteinen versehen. Und es gibt tiefe und anmutige Durchblicke zwischen all dem Grün, mit der Architektur einer der Villen als fernem Abschluß, die von zwei Seiten hereinblicken.

 

Thomas Mann Huis “Villino” in Feldafing, Thomas Mann gebruikte het verborgen landhuis als toevluchtsoord om tussen 1919 en 1923 met onderbrekingen ongestoord aan zijn grote roman Der Zauberberg te werken.

 

Hier ergehe ich mich ein Weilchen auf den Wegen, während Bauschan in zentrifugaler Schräglage seines Körpers, berauscht vom Glücke des planen Raumes, die Rasenplätze mit tummelnden Kreuzundquer-Galoppaden erfüllt oder etwa mit einem Gebell, worin Entrüstung und Vergnügen sich mischen, ein Vöglein verfolgt, das, von Angst behext oder um ihn zu necken, immer dicht vor seinem Maule dahinflattert. Da ich mich aber auf eine Bank setze, ist auch er zur Stelle und nimmt auf meinem Fuße Platz. Denn ein Gesetz seines Lebens ist, daß er nur rennt, wenn ich selbst mich in Bewegung befinde, sobald ich mich aber niederlasse, ebenfalls Ruhe beobachtet. Das hat keine erkennbare Notwendigkeit; aber Bauschan hält fest daran.

 

Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)
Met Bauschan in brons vereeuwigd in Gmund am Tegernsee

 

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook alle tags voor Wolf Wondratscheck op dit blog.

 

In de auto’s

Wij waren kalm,
zaten in de oude auto’s,
draaiden aan de radioknop
en zochten de weg naar
het zuiden.

Sommigen schreven ons ansichtkaarten uit de verlatenheid,
om ons tot definitieve beslissingen aan te sporen.

Sommigen zaten op de berg,
om zelfs ’s nachts de zon te zien.

Sommigen werden verliefd,
waar het duidelijk is dat een leven
geen privéaangelegenheid is.

Sommigen droomden van een ontwaken,
dat radicaler zou moeten zijn dan welke revolutie ook.

Sommigen zaten daar als dode filmsterren
en wachtten op het juiste moment,
om te leven.

Sommigen stierven
zonder voor hun zaak gestorven te zijn.

Wij waren kalm,
zaten in de oude auto’s,
draaiden aan de radioknop
en zocht de weg naar
het zuiden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

 

Zie voor de schrijvers van de 12e augustus ook mijn blog van 12 augustus 2019 en ook mijn blog van 12 augustus 2018 en mijn blog van 12 augustus 2015 en mijn blog van 12 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Kees van Kooten, Mark Doty

De Nederlandse schrijver en cabaretier Kees van Kooten werd geboren op 10 augustus 1941 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Kees van Kooten op dit blog.

Uit: Veertig

“Gérardmer, 28 augustus 1981
Hier begint het. Ik kan kiezen tussen: ‘Zijn vrouw had hem’ en ‘Mijn vrouw heeft
mij’. Onderweg heb ik besloten dat het ‘mijn vrouw heeft mij’ moet zijn.
Mijn vrouw heeft mij, ter gelegenheid van mijn veertigste verjaardag, een ontzagwekkend cadeau gegeven: ik mag twee weken lang alleen in dit Hotel zitten met een blauw-wit gestreept lichtgewicht colbertje van Daniel Hechter aan, om een kort verhaal te schrijven. ‘Thuis komt daar immers niets van. Ik wou dat ik eens twee weken achter elkaar ongestoord kon schrijven!' riep ik op 9 augustus vanonderuit de aanrechtruimte in ons nieuwe keukengebeuren naar mijn vrouw omhoog. Wat moet je dan schrijven?' vroeg ze, kokend water op het koffiefilter gietend.Twee weken maar!’ riep ik, terwijl ik met een hamer, waaromheen een washandje, de verstopte zwanehals probeerde te ontproppen, ’twee weken zonder al dit gezeur aan mijn kop!’ De volgende morgen werd ik, in een bed vol kussen, wakker als Veertigjarige. Er was drop van de kinderen, er waren twee te grote onderbroeken namens de honden en uit handen van mijn vrouw ontving ik dit colbert en een geschenk onder couvert. De drop, grotendeels op, ligt hier voor me; de onderbroeken heb ik aan en in haar enveloppe zat dit hotel: Grand Hètel du Bragard. Het staat in Gérardmer, een helder, middeltuttig frans toeristenstadje in de Vogezen.
We waren hier al eens met ons vieren, op doorreis. Vorig jaar was dat, 7 juli; de verjaardag van mijn vrouw. Ter viering voeren we een uur lang in de gutsende regen over het Grand Lac, de kinderen om
beurten ruziënd aan het stuur van een onwaarschijnlijk traag elektries bootje, dat je hier kunt huren, per half uur. Het grote Lac is zo rechthoekig, dat men niets anders kan verzinnen dan naar de overkant te varen. En als we daar dan zijn pap?'Nou, dan varen we gezellig weer terug.’ Na een half uur waren we nog niet op de helft en hing mijn vrouw haar feesthaar in verwijtende slierten rond de boothals van haar enkele truitje. Leuke verjaardag,' zei ze.Ja hoor is!’ schalde ik terug. (Dit is mijn vaste loze kefje, als ik klem zit: ‘Ja hoor is!’ Gelukkig zal ik hier, behalve in mijzelf, veertien dagen lang geen nederlands hoeven spreken; kan ik tegelijk mijn stoplappen opruimen. Hoe dan ook, afgezien van, zonder meer. Ik dacht dat, ik zeg maar wat.
Mag ik even weten? Een soort van. Niet dan? Het moet in deze rust en luxe toch mogelijk zijn mijn hele veertigjarige plaatje helder te krijgen? Ja toch?) Ons bootje kostte tien francs per dertig minuten, maar omdat wij ten slotte de enige pleziervaarders op het verlaten meer waren, terwijl in de verte de man van de kassa stond te stampvoeten op de aanlegsteiger, zijn hoed al op en zijn jas al aan, hongerig om naar huis te gaan, moest ik voor anderhalf uur dobberen zestig nouveaux francs betalen; ik dacht dat het een soort van boete was.”

 

Kees van Kooten (Den Haag, 10 augustus 1941)
De schrijver als veertigjarige

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Doty werd geboren op 10 augustus 1953 in Maryville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Mark Doty op dit blog.

 

In de sportschool

Deze zoutvlek
markeert de plek waar mannen
hun hoofd neerleggen,
met hun rug op de bank,

en niets
optillen
dat getild hoeft te worden
maar een last die ze deze keer
hebben uitgekozen: meer herhalingen,

meer gewicht, het omhoog duwen
ervan, achterlatend, collectief,
dit teken van waar we zijn geweest:
sluiervlek, negatief

blinkend op het vinyl
waar we iets
onbuigzaams de lucht in duwen,
en enige macht krijgen

althans over vlees,
dat prikkelt van verlangen,
en voor zwakte terugschrikt.
Wie kan zeggen wie

zijn hitte heeft toegevoegd aan de glorie
van onze intentie, hier waar
we onszelf scheppen:
iets moeilijks

opgetild, gedrukt of opgerold,
macht over schoonheid,
macht over macht!
Hoewel er iets

tederder is, onder onze ijdelheid,
onze wil om objecten
van verlangen te worden: we zweten het merkteken
van onze aanwezigheid op de stof.

Hier is iets van een stralenkrans
die de levenden samen hebben gemaakt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mark Doty (Maryville, 10 augustus 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e augustus ook mijn blog van 10 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 10 augustus 2017 en ook mijn blog van 10 augustus 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Martin Piekar, Conrad Aiken

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

Die Stille von Schnee

Die Stille von Schnee rauscht als Echo von Staub
Wenn wir mit dem Telephon zwischen uns
Sitzend nichts sagen
Ja hörst du ihn nicht? Knistern.

Wenn der Staub mich im Headset
Zu kryptomeren Partikeln abtrüge;
Hörtest du dann mehr als
Meinen Schneefall?

Ich suche im Bett
Wie die Nadel eines Kompasses
Wie die Nadel
Eines Kompasses, der einfach vergisst
Wo sein Norden ist

Ich fühle mich so Funkturm.
Ein Sog aus dem Hörer.
Mein Atem zeigt,
Dass ich erreichbar bin,
Mein Funktionieren ist erwünscht.

Die Zeit wetzt die Stille ab.
Wie wir auch verschweigen, wir erodieren alle
Dabei wissen wir seit Monaten, was zu sagen ist.
Nicht, dass es uns irgendwie anhalten könnte,
Wenn wir etwas sagten, aber die Stille weist auf

Krüge in mir, voll hochprozentigen Unwissens
Versuche sie zu leeren –
Aber das lässt sich so schwer schlucken –.

Damit die Stille mich nicht abwetzt
Schreie ich:
I can´t get no sleep
I can´t get no
I can´t get no sleep
Ich balanciere durchs Telephon
Auf Funkwellenschlägen
Wir wissen doch beide schon
Wem die Stille schlägt
Faithless Insomnia

 

Behoefte aan jou en kersenbloesems

III

De floristische periode van lente tot herfst
Is een regenboog
Als fuiken
Vallen kersenbloesems naar ons toe
Het zijn de eerste bloemen
De sokkel van de zon
En een schijfje van de maan zijn nog
Over van het ontbijt – wil jij ze?
Of zal ik? In hagen
Verdichten zich schuilplaatsen, maar wij twee
Willen ons niet verschansen
Waar je nog voorouders hebt en studies
Waar de bomen niet groener zijn
De bedden niet zachter zijn, niet opgemaakter
Waar de horizonten
Van ons
Zijn gescheiden
Mijn bloemen, jouw trein, een kus
Mijn koptelefoonmuziek
Wordt alles
Kapot getikt door mijn systole

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

Rood is de kleur van bloed

Rood is de kleur van bloed, en ik zal het zoeken:
Ik heb het gezocht in het gras.
Het is de kleur van de steile zon die je door de oogleden ziet.

Het is verborgen onder het zachte vlees van vrouwen–
Stroomt daar, stroomt rustig.
Het stijgt van het hart naar de slapen, de zingende mond–
Zoals koud sap naar de roos klimt.
Ik ben verward in webben en knopen van scharlaken
Gesponnen uit de duisternis;
Of heen en weer geslingerd uit de monden van dorstige spinnen.

Waanzin voor rood! Ik verslind de bladeren van de herfst.
Ik ben moe van het groen van de wereld.
Ik ben zelf een mond voor bloed …

Hier, in de gouden waas van de late schuine zon,
Laten we lopen, met het licht in onze ogen,
Naar een enkele bank die vanaf het begin vooraf is bepaald.
Kijk: er zijn meeuwen in deze stadsluchten,
Aangestoken tegen het blauw.
Maar ik denk niet aan de meeuwen, ik denk aan jou.

Je ogen, met de late zon erin,
Zijn als blauwe poelen verblind door gele bloemblaadjes.
Dit lichtgroen staat ze goed.

Hier is je vinger, met een smaragd eraan:
Degene die ik je gaf. Ik zeg deze dingen beleefd–
Maar wat ik ondertussen denk, wie zal het zeggen?

Want ik denk aan jou, gekreukt tegen een witheid;
Gevild en gescheurd, met een dof gezicht.
Ik denk aan jou, schrijvend, een ding van scharlaken,
En aan mezelf, rood oprijzend uit die omhelzing.

De novemberzon is zonlicht dat door honing wordt gegoten:
Oude dingen, in zo’n licht, worden subtiel en fijn.
Kale eiken zijn als stil vuur.
Praat tegen me: nu drinken we de avondwijn.
Kijk, hoe onze schaduwen langs het graf kruipen!–
En kijk hier, hoe het grind begint te schijnen!

Dit is de tijd van de dag voor herinneringen,
Voor sentimentele spijt, schuine toespelingen,
Rozenbladeren, verschrompeld in een muffe pot.
Strooi ze in de wind! Er komen stormen aan.
Het is donker, met een winderige ster.

Als menselijke monden echt rozen waren, mijn liefste,–
(Waarom moeten we dingen zo met elkaar verbinden? –)
Ik zou jouw bloemblaadje voor bloemblaadje in een trage moord verscheuren.
Ik zou de meeldraden, de stampers plukken,
Het goud en het groen,–
De subtiele zoetheid verspreiden die jouw adem was
Op een koude golf van de dood….

Laten we nu langzaam teruglopen, zoals we gekomen zijn.
We zullen de kamer verlichten met kaarsen; ze mogen schijnen
Als rijen gele ogen.
Je haar is als gesponnen vuur, bij een kaarsvlam.
Je lacht naar me – zeg niets. Je bent wijs.

Want ik denk aan jou, neergeworpen brute duisternis;
Verpletterd en rood, met bleek gezicht.
Ik denk aan jou, met je haar in de war en druipend.
En aan mezelf, rood oprijzend uit die omhelzing.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e augustus ook mijn blog van 5 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 5 augustus 2018 en ook mijn blog van augustus 2017 en ook mijn 2 blogs van 5 augustus 2011.

Rutger Kopland, Martin Piekar

De Nederlandse dichter en schrijver Rutger Kopland (eig. Rutger Hendrik van den Hoofdakker) werd geboren in Goor op 4 augustus 1934. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2010 en ook alle tags voor Rutger Kopland op dit blog.

 

De drie mogelijkheden van het menselijk denken

Op de fiets gaat alles wel langzaam
maar toch nog behoorlijk hard.

Wie heel goed luistert aan een stilstaand
horloge hoort een zacht tikken.

Waar blijft de tijd? Om daar over na
te denken hebben wij het zwerk.

 

Bericht van het eiland Chaos

Hoelang zijn we hier nu al vrienden,
het was ooit bedoeld als vakantie,
maar wat het nu is –

We zagen de folder: Chaos, dames en heren,
Uw eiland; de glanzende foto’s,
de helblauwe Chaotisch baai,
het krijtwitte vissersdorp Krisis.

We lazen dat het eiland wordt geprezen
om zijn zeer diepe rust,
de laatste bewoners worden zelfs
gelukkig genoemd onder hun plataan.

Wij dachten dat het een grap was
en gingen er heen, maar of het zo is –
we zitten op de kade
iedere dag

en aan onze voeten ligt een van de honden
iedere dag, bang dat wij weggaan.

Wij zien hoe de Hagia Katastrophi
daar voor anker ligt, langzaam
helemaal wordt bescheten door de meeuwen,
ligt te wachten op passagiers.

Hoe lang al, onze geschiedenis wordt
hoe langer hoe vreemder.

Mocht dit bericht jullie ooit bereiken
of mocht dit niet zo zijn.

 

Eva, zandsteen, twaalfde eeuw

Voor de steenhouwer was zij de eerste vrouw
op aarde – alsof je iets ziet van zijn deemoed
in de vrouw die hij schiep, zo trots is ze

haar ogen kijken langs ons weg, terug naar
wat achter haar ligt, al een mensheid ver

ze lijkt te denken aan hoe het begon, hoe ze
met Adam het paradijs verliet en ze samen
de eerste mensen moesten zijn

haar huid, haar mond waren nog glad en zacht
ze was geschapen om te worden bemind
en om kinderen te koesteren

maar de zon, de regen, de wind waarin ze leefde
hebben haar verweerd en de materie blootgelegd
waarin ze werd gemaakt – de steen

de steen die er al was, een eeuwigheid
voordat ze zelf bestond

het geeft haar gezicht iets zeer nadenkends
een niet te peilen afstand

 

Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

CyberSlaapstoornis

Laat de Ghost in de Shell
Hij moet broeden
Vanaf de maan in Jupiter in de livestream
Van een niet-slaap,
Want de slaap ontvlucht mij
Door de nacht
Chat ik mij
Als je een revolutie wilt
Bestel haar via Amazon Prime
Verzekerde verzending vermindert risico’s
In verstoorde eenzaamheid
Trek ik mijn beste pyjama aan
In het duister gedwongen te waken
Ik hou duisternis niet dromend uit
Share me, share me, share me with you applephone
En laten we dubbelgangers ruilen
Toevallig zijn zij als foetalisten
En springen van USB
naar USB-poort te woelen helpt
Niet om rust bij te wonen
Ik heb het contact met de slaap verloren
En probeer via oude tags
Wie de verveling zoekt
Blijft onvindbaar
Je kunt niet zomaar
Je relatiestatus veranderen zonder
Jezelf te veranderen
Ik heb een boekaanbeveling voor je
Schrijf er een
Trommel een paar servers op en
Vind mijn lijden keer op keer
Verdomde netwerkwederkerigheid
Ik heb een ineenstorting nodig
Ik ghost geen SleepStream
Ik blaas de Wifi-verbinding uit
En doe een wens

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e augustus ook mijn blog van 4 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 4 augustus 2019 en ook mijn blog van 4 augustus 2017 en ook mijn blog van 4 augustus 2013 en mijn drie blogs van 4 augustus 2011 en mijn blog over Robert Beck.

Marica Bodrozić, Mirko Wenig

De Duitse dichteres en schrijfster Marica Bodrozić werd geboren op 3 augustus 1973 in Zadvarje in het toenmalige Joegoslavië. Zie ook alle tags voor Marica Bodrozić op dit blog.

Uit: Mystische Fauna. Von der Liebe der Tiere

Die Tiere sind dort, wo die Menschen nicht sind. Ihre Erde ist unsere Erinnerung geworden. Die Gegenwart übt deshalb in mir die Sehnsucht nach Verbindung. Das überzeitliche Gedächtnis, jenes hoch in die Träume aufschwingende Gebiet der Bilder, hat mich nicht vergessen. Es webt mich gemeinsam in die Schichten, Falten und Täler des Lebens ein.
Im kostbaren Verbund mit den Tieren erzählt es mir damit auch mein eigenes Sein und zeigt, dass ich als Landschaft in Landschaft eingebett¬et bin, vielfach geschichtetes Gewebe von Zeit und Raum. In einer lauter werdenden Welt reduziert sich unsere kollektive Wahrnehmung von Leben mehr und mehr auf einen kühlen Singular. Doch die verflochtenen Beziehungen aller Lebewesen sind nie aus der Welt verschwunden, sie haben nur keinen Platz mehr in unserem Kopf. Das Leid der Tiere erinnert mich am schmerzlichsten daran, dass nichts voneinander getrennt ist. In einem durchgetakteten Alltag, der ein auf Effizienz ausgerichtetes Denken aufzeigt, erscheint in unserer Kultur die künstlich von den Tieren und der Natur abgetrennte Wirklichkeit als die einzig mögliche. So aber machen wir uns selbst zu Handlangern unserer gekaperten Empfindungswelt, die, dieserart geleugnet, nicht mehr in unsere Sprache vordringen kann, um einem mehrspurigen Fühlen und Denken zuzuarbeiten. Die Tiere meines Lebens haben in mir das überzeitliche und in Verbindungslinien aufgebaute Gedächtnis vor dem Vergessen beschützt. Pferde, Esel und Kühe, Katzen, Hunde und Schafe haben mich mit der Wärme ihres Atems und mit ihrer bedingungslosen Anwesenheit auf der Seite des Lebens gehalten, als die nächsten Menschen mich im Stich gelassen haben.
Ich wuchs bis zu meinem neunten Lebensjahr ohne Eltern auf. War ich allein? Nein, ich hatte erwachsene Menschen an meiner Seite, aber sie waren nicht auf die Weise der Tiere von Anfang an bei mir. Schon seit vielen Jahren drängen die Tiere deshalb in meine Sprache und wollen als »Behältnisse des Vergessenen«, so eine Formulierung von Walter Benjamin, aus dem Schatt¬en der Welt heraus- treten und in meine Gegenwart hineinsprechen. Das Unendliche denkt in Verbindungslinien. Die Tiere haben für mich darin einen festen Platz. Ich bin bereit, mitzudenken, ins Offene zu gehen, dem Unendlichen ein Boot zu bauen.
Die Tiere sind Anwesenheit im Zeitlosen. Sie sind Teil einer universalen, keiner beliebig manipulierbaren Kraft, und mit Ehrfurcht schaue ich an dieser Quelle des Lebens entlang zurück in meine Kinderzeit, hinein ins Jetzt und nach vorne in eine Zukunft, die mich kennt, ohne mir gleich zu erzählen, wer ich einmal gewesen sein werde, wenn ich diese Reise ins innerste Reich der Tiere und in mein eigenes Zentrum vollzogen habe.”

 

Marica Bodrozić (Zadvarje, 3 augustus 1973)

 

De Duitse dichter Mirko Wenig werd geboren op 3 augustus 1977 in Gera. Zie ook alle tags voor Mirko Wenig op dit blog.

 

In haar kamer grazen 20 ezels,

let wel, gemaakt van pluche.
& de grootste, lang uitgerekt
op het hoekige bed,
draagt een pleister
op de wang.

Buiten is het winter daar
kan ik niets aan doen. Niet
aan het ruziënde stel, dat
op de helling staat,

niet aan de man die
die nu nog sneeuwt schept,
het is 23.00 uur,
het is kersttijd,
en zijn vrouw kwam
niet naar huis.

Op het balkon staat een kind
& laat zijn oren hangen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mirko Wenig (Gera, 3 augustus 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e augustus ook mijn blog van 3 augustus 2023 en ook mijn blog van 3 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 3 augustus 2016 en mijn blog van 3 augustus 2015 en eveneens van 3 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.