Alexis de Roode, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Zaterdag

Eigenaardig. De laatste tijd
bekruipt mij de sensatie dat ik een ziel heb.
Buiten is het donker en binnen brandt een lichtje.
Er is muziek en poëzie en een meisje dat door de kamer danst,
niet alleen in de kamer, maar ook in mij.
Ik zou zelfs naar kantoor kunnen gaan.

Ach… er waren tijden dat ik tienermoeders keek op MTV.
In die tijd draaide ik muziek, om het even welke muziek.
En als mijn vriendin danste, zag ik haar uit mijn ooghoeken.
En de poëzie die ik schreef, was bitter en overspannen.
Maar vandaag, terwijl de dag wordt vol geregend,
heb ik mijn leven teruggevonden.

Mijn ogen hebben weer ogen gekregen.
Van mijn buitenste naar mijn binnenste oren
sijpelen gefluisterde, troostrijke boodschappen door.
Verrukkelijk. Kijk eens hoe ik hier zit,
met al mijn kleine en grote misdaden.

Nu ik weer een ziel heb, is het onmogelijk
om te falen. Vandaag zoek ik de hele dag
naar het juiste woord voor de beweging
van grote loofbomen in wind, vergeefs als altijd,
maar met een oneindig vertrouwen.

 

Zondagochtend

De hele lege dag
staat de auto achter het huis te wachten.
Morgen moet ik naar kantoor om deze tijd.
De auto staat klaar.
Hij wacht op mij.
Mijn vriendin verbiedt mij aan morgen te denken.
Vandaag ben je vrij.
Deze vrijheid, deze hele dag van vrijheid
is mij contractueel toegekend.
Ik zou heel even in de auto kunnen gaan zitten.
Op het koele leer. En de radio aanzetten.
Om te voelen hoe het is naar mijn werk te rijden,
zonder dat ik naar mijn werk rijd.
Ik voer mijn plan uit.
Dit is nochtans de vrijheid waar ik recht op heb.
Dit is vrijheid.
Ik streel het stuur, draai het raampje open.
Wacht een uur.

 

Contract

Ik ben vandaag in dienst getreden van het goede,
met inzet van al mijn beperkte middelen,
om de wereld tot een betere planeet te maken.

Ik ga er werk van maken, de verbeterde schepping,
de fouten die Darwin en God hebben gemaakt,
de inborst van de mens afwerken,
bewustzijn in het productieproces brengen.

Het wordt tijd haar eindelijk eens op te graven,
onze betovergrootmoeder, de Deugd.
Die kinderachtige verheerlijking
van de ondeugd, lekker stout,
het heeft nu lang genoeg geduurd.

Wij gaan dineren in een bos
met een ingehuurde beroemdheid
en schrijven ieder drie ideeën op
om de wereld te veranderen.

Niemand weet waar het heen gaat;
wij gaan daar orde in aanbrengen.

Omdat ik voor het goede ga werken, is mijn salaris enorm.

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

ter hoogte van de sneeuwklokjes

tussen winter en lente
wordt iets zacht tussen
adelaar en merel komt
een gezang in gang tussen
vernietigen en vernietigd worden
ligt een bewustzijn onder
fijne ribspanning op de bank

blijf gewoon naar je kijkbuis kijken
de weersvoorspelling valt tegen
terwijl de schoenen drogen
de gedachte aan het kopen
van zonnebrandcrème dwaalt nog vergeten
rond terwijl jij naar het bloembed
staart en telt

de maanden dagen uur
totdat de klok wordt teruggezet
sneeuwklokjes zijn de egels
van de bloemen tussen de konijnen
van de jaren: aanwezig al en jij bent het ook
staart naar de grond
luistert naar de hemel

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e oktober ook mijn blog van 8 oktober 2018 en ook mijn blog van 8 oktober 2017`.

Simon Carmiggelt, Horst Bingel

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

Uit: Héél vroeger (Louter leugens)

“Toen mevrouw Vere echter, op een gure nacht, door een agent bij het station gevonden was omdat ze dacht dat ze met de meisjes van haar school een dagje naar buiten zou gaan, klopte de neef de volgende dag geheel radeloos bij de directeur van een vol rusthuis aan en zei: ‘Meneer, in vredesnaam – breng haar ergens onder.’
‘Maar alle kamers zijn bezet.’
‘Kunt u dan niets improviseren?’
De directeur dacht na.
‘Tja… we zouden een badkamer kunnen missen maar…’
‘Prachtig,’ riep de neef. ‘Richt die maar in. Alles is beter dan nu.’
Zó kwam het, dat ze in dat tehuis aan die badkamer begonnen te dokteren. De kuip ging er uit. Daar kwam een bed te staan. In de hoek werd een kastje gezet en ginds de luie stoel, naast de theetafel. Een mooi schemerlampje hadden ze ook nog wel over, en met enige moeite gelukte het, aan de streng-wit betegelde wanden een paar schilderijen op te hangen. Och, het zag er ten slotte helemáál zo gek niet uit. Natuurlijk vormden de twee vaste wastafels naast elkaar, met haar hoge, koele muurspiegels, een wat ongewone syncope, doch de neef zei dat het best kon. De vraag was nu maar, wat tante zeggen zou, want bij mensen die zo’n onnoemelijke diepte met zich meedragen ben je nooit zeker.
Ze kwam in de middag, met een plantje in de arm en die glimlach om de lippen.
‘Kijk tantetje, híér is nu uw kamer.’
Men liet haar alleen binnentreden, als een kind dat mag gaan kijken welk verjaarspresentje vader en moeder hebben klaargezet. Langzaam schreed zij over de stenen vloer, bekeek de stoel, de lamp, het theekastje en draaide zich om.
Toen zag zij de wastafels. De neef hield zijn adem in. Hij bemerkte dat haar hulpeloos gezicht vertrok en opeens begon te stralen van verrassing. En hij hoorde haar stem – ontroerd: ‘Ach… hij heeft dus tóch aan mij gedacht.’

Pas later is gebleken wat zij bedoelde. Als meisje van achttien jaren had zij korte tijd gegaan met een kapper. Zij placht hem op te zoeken in zijn salon en naar hem te kijken als hij, bij de twee wastafels, zo bedreven knipte of schoor. Het was een mooie man geweest en een ongelukkige liefde, waaraan de herinnering later wegzonk in de stille vijver van een ordentelijk huwelijk. Maar nu…
‘Waar zijn de stoelen voor de klanten gebleven?’ vroeg ze.
Die hebben ze óók nog maar bij de wastafels gezet. En in die stille, illusoire kapsalon is zij toen, twee weken later, heel gelukkig doodgegaan.”

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Geradbraakt

Je hoort de zee in jou dat alles drijft, de doden,
vast geklauwd, de muren, de huizen, die je
vallen zag, de wanden, geschilderd in de nacht,
ramen, de kozijnen nog eruit gebroken,
jou mijden vogels, zon, mensen, blind, je bent, een
steen, oren diep al in het beton, de bloemen,
iemand brengt ze alsnog. Wat is dat? De boodschappers,
uit de dode wereld, de aarde,
dus dat was het, je rende sneller nog, de mist,
dik, je hoort het schreeuwen steeds, diep, onder
je voeten, je hebt ze toch allemaal opgehangen, een
stomme ruk, stevig ingekerfd, in elke nacht.
Wat ga je doen? De steen in de schoen, het was jouw tafel, waar
zij aan zaten, die je naar de trein bracht, naar de
veewagen, de wind kent hun namen,
de kinderen staan op, je bedekt je oren nu,
dat niet, de schoorsteen die de lucht vrat,
we zien jou, de steen die jouw naam
draagt, de spiegel, scherven, de aarde,
opengescheurd,
jij, vader, moeder, je hield mijn hand vast, jullie hebben
helemaal niets gezien, en wij, als hersenschimmen,
in de rook, spoken toch, tot steen bevroren,
Ik ben steeds nog elke nacht bang, ik keek niet weg, de
beulen, de kappen vielen,
Ik zat in de kelder, in het oor, de bommen. ik heb de
mensen met de gele ster gezien.
Ze zwaaiden niet.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

Zie voor de schrijvers van de 7e oktober ook mijn blog van 7 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Nobelprijs voor de Literatuur 2022 voor Annie Ernaux

Nobelprijs voor de Literatuur 2022 voor Annie Ernaux

De Nobelprijs voor de Literatuur van 2022 is toegekend aan de Franse schrijfster Annie Ernaux. In een toelichting noemt de Zweedse Academie Ernaux’ ‘moed en klinische scherpte, waarmee zij de wortels, vervreemding en collectieve binding van de persoonlijke herinnering blootlegt’ als reden voor de toekenning. Annie Ernaux werd geboren in Lillebonne op 1 september 1940. Annie Ernaux bracht haar kindertijd door in Yvetot, Normandië. Zie ook alle tags voor Annie Ernaux op dit blog.

Uit: Les Années

« Toutes les images disparaîtront.
la femme accroupie qui urinait en plein jour derrière un baraquement servant de café, en bordure des ruines, à Yvetot, après la guerre, se renculottait debout, jupe relevée, et s’en retournait au café 
la figure pleine de larmes d’Alida VaIIi dansant avec Georges Wilson dans le film Une aussi longue absence 
l’homme croisé sur un trottoir de Padoue, l’été 90, avec des mains attachées aux épaules, évoquant aussitôt le souvenir de la thalidomide prescrite aux femmes enceintes contre les nausées trente ans plus tôt et du même coup l’histoire drôle qui se racontait ensuite : une future mère tricote de la layette en avalant régulièrement de la thalidomide, un rang, un cachet. Une amie horrifiée lui dit, tu ne sais donc pas que ton bébé risque de naître sans bras, et elle répond, oui je sais bien mais je ne sais pas tricoter les manches 
Claude Piéplu en tête d’un régiment de légionnaires, le drapeau dans une main, de l’autre tirant une chèvre, dans un film des Charlots 
cette dame majestueuse, atteinte d’Alzheimer, vêtue d’une blouse à fleurs comme les autres pensionnaires de la maison de retraite, mais elle, avec un châle bleu sur les épaules, arpentant sans arrêt les couloirs, hautainement, comme la duchesse de Guermantes au bois de Boulogne et qui faisait penser à Céleste Albaret telle qu’elle était apparue un soir dans une émission de Bernard Pivot 
sur une scène de théâtre en plein air, la femme enfermée dans une boîte que des hommes avaient transpercée de part en part avec des lances d’argent – ressortie vivante parce qu’il s’agissait d’un tour de prestidigitation appelé Le Martyre d’une femme 
les momies en dentelles déguenillées pendouillant aux murs du couvent dei Cappuccini de Palerme 
le visage de Simone Signoret sur l’affiche de Thérèse Raquin
la chaussure tournant sur un socle dans un magasin André rue du Gros-Horloge à Rouen, et autour la même phrase défilant continuellement : « avec Babybotte Bébé trotte et pousse bien » 
l’inconnu de la gare Termini à Rome, qui avait baissé à demi le store de son compartiment de première et, invisible jusqu’à la taille, de profil, manipulait son sexe à destination des jeunes voyageuses du train sur le quai d’en face, accoudées à la barre 
le type dans une publicité au cinéma pour Paic Vaisselle, qui cassait allègrement les assiettes sales au lieu de les laver. Une voix off disait sévèrement « ce n’est pas la solution ! » et le type regardait avec désespoir les spectateurs, « mais quelle est la solution ? » 

 

Uit: De jaren (Vertaald door Rokus Hofstede)

“Alle beelden zullen verdwijnen.
de op haar hurken zittende vrouw die, na de oorlog, in Yvetot op klaarlichte dag urineerde achter een als café dienstdoen-de barak, aan de rand van de kapotgeschoten huizen, daarna overeind kwam, met opgeschorte rok haar broekje omhoog-trok en weer het café binnen ging
het betraande gezicht van Alida Valli dansend met Georges Wilson in de film Une aussi !engste absence
de in de zomer van ’90 terloops op een trottoir in Padua geziene man, met handen die aan zijn schouders vastgegroeid zaten, waardoor je meteen terugdacht aan softenon, het middel dat zwangere vrouwen dertig jaar eerder voorgeschreven kregen tegen misselijkheid, en tegelijk ook aan het grapje dat nadien de ronde deed: een aanstaande moeder breit haar babyuitzet bij elkaar en slikt stipt softenon, na elke toer een pilletje. Een geschrokken vriendin zegt: weet je dan niet dat je baby wel eens zonder armen geboren zou kunnen worden, waarop zij zegt ja dat weet ik, maar ik weet niet hoe ik de mouwen moet breien
Claude Piéplu aan het hoofd van een peloton soldaten van het vreemdelingenlegioen, met in zijn ene hand de vlag en in zijn andere het touw waaraan hij een geit voorttrekt, in een film van Les Charlots
die majesteitelijke, aan alzheimer lijdende dame, net als de andere bewoonsters van het bejaardentehuis gekleed in een bloemetjesblouse, al had zij daarbij een blauwe sjaal over haar schouders geslagen, die onafgebroken met een blik vol minachting door de gangen schreed, als was ze de hertogin van Guermantes in het Bois de Boulogne, en die deed denken aan Céleste Albaret zoals ze op een avond was verschenen in een uitzending van Bernard Pivot
op een toneel in de openlucht, de vrouw die opgesloten zat in een doos waar mannen van alle kanten zilveren zwaarden doorheen hadden gestoken — en die levend naar buiten kwam, want het ging om een goocheltruc getiteld De lijdensweg van een vrouw
de op een voetstuk ronddraaiende schoen in een André-winkel in de Rue du Gros-Horloge in Rouen, en rond dat voetstuk hetzelfde zich onophoudelijk herhalende zinnetje: ‘Baby loopt en groeit vlot met Babybotte’ de onbekende man op Stazione Ihnnini in Rome die de store van zijn eersteklascompartiment half had laten zakken zodat hij tot zijn middel onzichtbaar was, en die, van opzij gezien, aan zijn geslachtsdeel frunnikte ten overstaan van de uit het venster hangende jonge reizigsters in de trein op het tegenoverliggende spoor de figuur in een bioscoopreclame voor het afwasmiddel Paic die welgemoed vieze borden stukgooide in plaats van ze af te wassen. Een commentaarstem zei streng: Mat is niet de oplossing!’, en de figuur keek wanhopig op naar de toeschouwers: ‘Maar wat is dan wel de oplossing?’”

 

Annie Ernaux (Lillebonne, 1 september 1940)

Victor Vroomkoning

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

Onderweg

Wij waren Bergen al voorbij.
Het linnen dak was van de warmte
opgestroopt. Ik lag languit,
mijn hoofd in moeders plooien.

Vader reed, geloof ik, op de sterren.
Na een bocht of wat was hij verdwaald
zei hij. De maan liet doorschemeren
dat we midden in de duinen stonden.

Zij meenden dat ik sliep.
Hoor je de zee? vroeg hij.
Zij schoof mij uit haar schoot.

Heb ik ooit meer droom geput
uit wat mij werd verzwegen?

 

Bezoek 1

Zie hem aan. Hij heeft steeds
minder eeuwig leven. Nog even
en ik kan hem niet vergeten.

Lichter dan de vogels
voelt hij zwaarder aan
dan in zijn sterkste jaren.
In zijn stem echoot het kind.

Ik laat hem in een leunstoel
lopen, tussen ramen in
zodat hij meer van mij kan zien.

Nog beven resten leven
door hem heen.

 

Bezoek 2

Als ik hem spreek
hoor ik zijn zwijgen niet.

De radiator fluit.
Een blad valt
in de vensterbank.
Lage zon brengt stofjes
aan het licht.

Over dat soort dingen
raakt mijn mond
niet uitgepraat.

Zo doe ik maar
alsof het masker
van de dood
hem nog niet staat.

 

Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e oktober ook mijn blog van 6 oktober 2021 en ook  mijn blog van 6 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.  

John Taggart, Roberto Juarroz

De Amerikaanse dichter en criticus John Taggart werd geboren op 5 oktober 1942 in Guthrie Center, Iowa. Zie ook alle tags voor John Taggart op dit blog.

 

Precious Lord

8

Brother Joe May has a big voice has a big and loud voice
Brother Joe May the thunderbolt of the Middle West
the way he sang “pra-aaa-aaa-aaa-shus” is like thunder
he was taught to sing “pra-aaa-aaa-aaa-shus” by Mother Smith
he was taught to sing by Mother Willie Mae Ford Smith
she was called Mother he called her Mother
Mother Smith: “the lord just anoints me while I’m singing”
when you’re anointed something goes all over you
must be that same thng went all over her went all over her son.

Mrs. Willie May introduced “If You See My Saviour” in 1930
this was before she was called Mother
twenty years before Brother Joe May sang “pra-aaa-aaa-aaa-shus”
in 1930 in Chicago at the National Baptist Convention
during the morning devotions at the convention
she sang “you saw me” during the morning devotions
in 1930 in Chicago Georgia Tom recorded “She Can Love So Good”
in 1931 in Chicago Georgia Tom recorded “Please Mr. Blues”
if you saw her you’d see Mr. Blues loving her so good.

9

Way past sixteen way past sweet sixteen and she’s moaning
she says “when I don’t feel like singing I moan”
it’s Sister Rosetta Tharpe at The Hot Club de France in 1966
Sister Rosetta had dyed her hair red played a hollow-body jazz guitar
Sister Rosetta has a resonating vibrato
she moans “ho-oo-oo-oo-meh” with a resonating vibrato
she moans out “ho-oo-oo-oo-meh” becomes resonant
“when I don’t feel like singing I moan”
she becomes completely resonant she has nothing left to hide.

Thomas Dorsey wrote the words wrote the words and the music
Thomas Dorsey wrote the words and the music for “Precious Lord”
the song is an answer song to another song
answer to George Nelson Allen’s “Must Jesus Bear the Cross Alone?”
George Nelson Allen thought the answer was no
a cross for everyone “there’s a cross for everyone”
Thomas Dorsey thought the answer was no
“see you got to be susceptible for whatever comes in the ear”
he got Sister Rosetta to be susceptible got everyone susceptible.

 

John Taggart (Guthrie Center, 5 oktober 1942)

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

Van tijd tot tijd

Van tijd tot tijd
is het nodig de dingen de revue te laten passeren,
opnieuw hun aanwezigheid vast te stellen.
Wij moeten weten
of de bomen daar nog staan,
of de vogels en de bloemen
hun onwaarschijnlijke toernooi voortzetten,
of de verborgen helderheid
de wortel van het licht nog voedt,
of de buren van de mens
nog aan de mens denken,
of god zijn plaats
heeft afgestaan aan een vervanger,
of jouw naam jouw naam nog is

of al de mijne,
of de mens zijn leerschool heeft afgemaakt
zich van buitenaf te bekijken.

En als wij alles de revue laten passeren
moeten wij ons niet laten misleiden:
geen ding kan een ander ding benoemen.
Niets mag het afwezige vervangen.

 

Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

 

Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e oktober ook mijn blog van 5 oktober 2018 en ook mijn blog van 5 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 5 oktober 2014 deel 2.

Andermans hond (Joke van Leeuwen), Willem Jan Otten, Roberto Juarroz

 

Bij Dierendag

 

King Charles Spaniel door George Stubbs, 1776

 

Andermans hond

Ik ging niet wandelen met de hond,
de hond ging wandelen met mij.
Kijk, zei hij, kijk, zo doe je dat:
je snuffelt wat, je kruipt eens
onder groen, je doet daar wat je
daar moet doen, je kwispelt –
nee dat kun je niet – loopt achterna
wat vleugels heeft, je rolt je op je
ene zij, je andere zij, je ene zij,
je mond staat op de tocht, je zoekt
in woorden naar een geur, bij grenzen
naar vreemd vocht, hoort woest geroep
van groepen mensen als blaffen aan,
verstaat alleen je naam
en Lig en Koest en Af.

 

Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)
Aangelijnde, wachtende honden in De Passage in Den Haag.

 

De Nederlandse schrijver en dichter Willem Jan Otten werd geboren in Amsterdam op 4 oktober 1951. Zie ook alle tags voor Willem Jan Otten op dit blog.

 

Oude vrouw

Ze is plantaardig, woeker van het meubilair,
haar stappen schieten wortel in de dikke perzen,
ze teert op kasten gevuld met groen kristal,
tachtigers en vermolmde zoutjes, zit dagen
aan het kabinet met kromme foto’s
van het gelig voorgeslacht, humus van
haar binnenspraak vol onverrichte zaken.

 

Het offer

Aan het einde van de wereld
bevinden zich beslagen ramen
met uitzicht op het hemelrijk.

Daar drijft mijn goudvis rond,
onaangedaan, maar dat is schijn:
hij houdt me in de gaten.

Ik weet me dán alleen verlost
als ik hem voer: zuigend aan
zijn hemel kan hij me vergeten.

 

Het wonder

Er zijn, ondanks de nacht, veel mensen
op de been. Men heeft zich rond
een lege fles geschaard.
Gesproken wordt er niet. Iemand
bukt, verstrijkt een lucifer
en deinst geschrokken terug:
een knal, vonken en een schicht.
Dan roept men ah!, hoewel de pijl
niet is te zien, het mist.

 

Willem Jan Otten (Amsterdam, 4 oktober 1951)

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

De gezichten die jij achter je hebt gelaten

De gezichten die jij achter je hebt gelaten
zijn onder je eigen gezicht blijven zitten
en komen soms te voorschijn
alsof je huid ze niet allemaal kan bergen.

De handen die jij achter je hebt gelaten
bollen soms op in je hand
en zuigen de dingen op, of laten ze los
als groeiende sponzen.

De levens die jij achter je hebt gelaten
overleven jou in je eigen schaduw
en op een dag bespringen ze je als één leven,
misschien om eenmaal alleen te sterven.

 

Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

 

Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn blog van 4 oktober 2018 en ook mijn blog van 4 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 4 oktober 2015 deel 2.

Dimitri Verhulst, John Hegley

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

Uit: Hebben en zijn

“Leven is nog steeds de grootste doodsoorzaak.” Een spreuk op de deur. Eigenlijk hangt die hier op álle deuren, en dat zijn vele deuren: een mantra, iets wat met alle macht en tegen elke prijs in de ketels van de misnoegde aanwezigen moet worden gestampt.
Er is Malodot een kamer toegewezen die ruikt naar walnoten en ammoniak en volgens de Opzichter mag hij zich gelukkig prijzen, al was het maar omwille van de mannen met wie hij ze moet delen tot, tja, hij weet hoegenaamd niet tot wanneer. Vrolijke mannen, ondanks alles, zodat ze ook wat dommig ogen, en die goed met elkaar opschieten.
De oudste van de kamergenoten is Hubert, vierenzestig zouden de meesten zeggen als ze geld kregen om op en leeftijd in te zetten, van wie weinig opmerkelijks valt te noteren, op een lamme linkerarm na dan, en een tong die ietwat lusteloos uit zijn mond hangt, als wasgoed uit het nam om te drogen. Hij heeft vriendelijke ogen, de ruwe poten van een overtuigde werker, en te oordelen naar het vuil onder zijn vingernagels wroette hij vaak in de aarde. Wroette. Daar is het al. De verleden tijd. Emanuel is de tweede oudste. Hij zit onder de brandwonden, zijn gezicht nog het meest, etterachtige brijen sijpelen uit iedere porie die het nog opbrengt zijn huid te kuisen. Malodots afschuw amuseert Emanuel, ook al omdat hij weet dat de nieuwe die wufte sentimentjes hier snel zal kwijtspelen. `Terpentine op de barbecue is nooit een goed idee? De man met wie Malodot het stapelbed zal moeten delen, daar ziet het toch naar uit, heet Didier, een jonkie nog. Zijn broek hangt tot op zijn voeten, zodat Malodot zomaar diens jeugdig florissante, stijve geslacht kan zien. En zijn ene oog is met een 9mm Luger doorboord, zo stelt Didier zichzelf meteen voor, omdat hij de pech had een vrouw bij haar thuis op de wasmachine te nemen toen haar echtgenoot thuiskwam, luttele seconden voor zijn climax. Stom, want hij had helemaal niet geweten dat die lekkere geit getrouwd was, en al helemaal niet met een halvegare wapenfreak, maar ach, sommige dingen moet je nemen zoals ze komen. Waarna hij vraagt of Malodot boven- of onderaan in het stapelbed wil liggen. Dat maakt hem niet zo uit. Doe maar onderaan. Als hij boven ligt gaat hij het gevoel hebben dat de toeter van de jeugdeling de hele tijd naar hem wijst. Maar als die Didier belooft niet op zijn buik te zullen slapen, dan wil Malodot het onderste bed nemen. Graag. En hoe heet jij, Nieuwie, mogen we dat weten? Voorheen, wanneer zijn naam werd gevraagd, vroegen mensen bijna meteen daarna hoe je die schreef. Nu niet Dat valt hem op. Hij heeft te maken met drie kamergenoten die niet zinnens zijn ooit nog eens iets op te schrijven. Ze heten hem van harte welkom en stellen hem daarna de vraag die iedereen als eerste moet horen wanneer hij hier tot zijn eigen verbazing belandt. De vraag: Hoe ben jij aan je eind gekomen? Het heeft misschien minder met vergeten dan met willen vergeten te maken, maar hadden deze drie mannen hem er niet aan herinnerd nu, dan had Malodot het weer niet meer geweten sinds kon dood te zijn. Zijn einde, dat vroegen ze. Daar moet hij nog even over nadenken, eigenlijk, hetgeen normaal schijnt te zijn, iedereen heeft in het begin last van een beetje geheugenverlies.”

 

Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

Het welpen dagboek

Op een kerstdag vertelde ik mijn vader
dat mijn zus de pagina’s van mijn nieuwe welpen-dagboek had bekrabbeld.
Toen hij haar confronteerde met de schade
zei ze dat ze onschuldig was. Ik vroeg wie het gedaan had als zij nooit
en beseffend dat er geen andere waarschijnlijke verdachte was,
ervan uitgaande dat onze ouders boven zo’n zinloze overtreding staan,
zei Angela dat zij, hoewel ze geen
herinnering had aan het incident,
de schuldige moest zij zijn geweest;
een bekentenis waarvan mijn vader vond dat
die een grondig pak slaag rechtvaardigde.
Wat er feitelijk was gebeurd, was dit:
Toen ik mijn adres in het dagboek schreef,
dat ik er zo netjes mogelijk wilde laten uitzien,
had ik een fout gemaakt,
doorgestreept, er een knoeiboel van gemaakt
en mijn geduld verloren,
het boek verpest
met een reeks onuitwisbare markeringen.
Toen de razernij voorbij was
besloot ik dat iemand moest lijden voor deze daad van vernietiging
en dat die persoon mijn zus moest zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e oktober ook mijn blog van 2 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 2 oktober 2018.

Oktober (M. Vasalis), John Hegley, Wallace Stevens

 

Bij het begin van oktober

 

The Pond, October door Clarence Gagnon, ca.1921

 

Oktober

Teder en jong, als werd het voorjaar
maar licht nog, want zonder vruchtbegin,
met dunne mist tussen de gele blaren
zet stil het herfstgetijde in.


Ik voel alleen, dat ik bemin,
zoals een kind, iets jongs, iets ouds,
eind of begin? Iets zo vertrouwds
en zo van alle strijd ontheven –
niet als een einde van het leven,
maar als de lente van de dood.


De kruinen ijl, de stammen bloot
en dit door stilte en mist omgeven.

 

M. Vasalis (13 februari 1909 – 6 oktober 1998)
Herfst in Den Haag, de geboorteplaats van M. Vasalis

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

Zeer slechte hond

Ik nam Rover onlangs mee naar het park
Ik kwam onderweg een andere kerel met een andere hond tegen
zijn hond was een Duitse herder
mijn hond was dat niet
hij zei is die hond een Duitse herder
ik zei nee
en hij zei waarom neem je geen echte hond?
en ik zei Rover
negeer deze vuurtoren
en ik pak een stok
en ik houd hem boven Rover
en zeg Rover spring hier eens over
en bijt je vast in de stok
en Rover springt erover
en bijt me in de arm
ALARM ALARM
mijn hond mijn hond waarom heb je me verkeerd verstaan?
ik ben niet kalm
mijn hond heeft me pijn gedaan
in mijn arm
Ik laat hem de tandafdrukken zien
kijk Rover waar de huid mauver is
Rover likt deze beurse plekken af en
blijft blaffen
en blijft smeken
om vergeving
maar ik weet dat ik zijn poten nu moet breken

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

The snow man

Men moet doorwinterd kijken
Naar de sneeuwbedekte takken
Van de pijnboom.

Men moet het al een hele tijd
Koud hebben om vorstruige
Sparren aan te zien,
Strak in de kale glinster
Van de zon in januari –

En niet ellende
Te vermoeden in het ruisen
Van wind over wat barre takken –

Ruisen van de aarde:
Dezelfde wind waait over
Dezelfde schrale plek

Waar de luisteraar, zelf niets,
Gadeslaat niets
Wat er niet is en het niets
Dat er is.

 

Vertaald door Lloyd Haft

 

Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn blog van 1 oktober 2021 en ook mijn blog van 1 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 1 oktober 2018 en ook mijn blog van 1 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Hendrik Marsman, Stephan Reich

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Marsman werd geboren op 30 september 1899 in Zeist. Zie ook alle tags voor Hendrik Marsman op dit blog.

Uit: Tempel en kruis

De dierenriem (Fragment)

Naar deze reede zenden zon en maan
hun zwevend schip met droomen; zie, de jacht
der bliksemende vleugels in hun val
sneeuwen voorbij zijn raam; hij peinst en schrijft,
en langzaam vult zich het geduldig blad
met teekens die zijn hand bevreemd herkent
als letterbeelden uit een dood visioen;
en als ’t papier doorschijnend wordt en zwart
van woorden uit een blinden onderlaag
van de moerassen der vergetelheid,
bezweert zijn schrift als een mystiek getal
het sterrenbeeld dat in zijn droomen hing
en dat nu, volgezogen van ’t geheim
der noodlotsgronden, neergeslagen ligt
in ’t blanke veld, dat langzaam blauw en goud
zich kleurt als ’t byzantijnsch missaal
dat hij als jongen las: wéer klinkt de taal
der catacomben, ruischend als een bron.

Het oud gesternte gloeit, en in den nacht
leest hij het spijkerschrift van het heelal,
dat in de sterren stond van Babylon
en klinken zal wanneer de kinderstem
het dies irae zingt bij de Bazuin:
en diep in ’t microscopisch onderzoek
van ’t peilloos hart, hoort hij de nachtegaal
de vlammen uitslaan van het pinkstervuur
en in een vergezicht ziet hij den tuin
die aan het einde blinkt van het Verhaal:
want eenmaal zal het luiden van de schel
den klank verkrijgen van een nieuw metaal.

het wordt nu langzaam duister in de stad,
en opziend van het dichtbeschreven vel
draalt hij een oogwenk bij het avondraam,
vóor hij het grijs struweel der schemering
scheidt van het witte donker van zijn cel.

 

Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse dichter en schrijver Stephan Reich werd geboren in 1984 in Kassel. Zie ook alle tags voor Stephan Reich op dit blog.

 

43° 42′ 15″ N, 7° 18′ 42″ E

Je opent de diepte
als een ritssluiting,
een zachte, waterige naad

je draagt de stroming als huid & je hoofd
in de wolken
van een omgekeerde hemel

als je duikt, ben je het eo
in neopreen: daar, tot dit punt
van een absoluut recht labyrint.

maar er is geen aardkern, alleen
de weg daarheen & jij
vervoegt de tinten blauw
maakt deze ene beweging: hoe het aanvoelt
iets helemaal loslaten

& in de verte gaan vissen branden
als lampions pulseren kwallen & jij
wil krill zijn, een substantie, lichter
dan vloeibaar zout.

trek aan het koord.
doof het licht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stephan Reich (Kassel, 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook mijn blog van 30 september 2020 en eveneens mijn blog van 30 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Margaret Widdemer

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Margaret Widdemer werd geboren op 30 september 1884 in Doylestown, Pennsylvania, en groeide op in Asbury Park, New Jersey, waar haar vader, Howard T. Widdemer, predikant was van de First Congregational Church. Ze studeerde in 1909 af aan de Drexel Institute Library School. Ze kwam voor het eerst onder de publieke aandacht met haar gedicht “The Factories”, waarin het onderwerp kinderarbeid werd behandeld. In 1919 trouwde ze met Robert Haven Schauffler (1879-1964), een weduwnaar die vijf jaar ouder was dan zij. Schauffler was een auteur en cellist die veel publiceerde over poëzie, reizen, cultuur en muziek. In dat zelfde jaar won zij ook de de Pulitzer Prize (toen bekend als de Columbia University Prize) voor haar bundel “The Old Road to Paradise”, maar moest deze prijs delen met Carl Sandburg die hem ontving voor “Cornhuskers”. In Widdemers memoires “Golden Years I Had” vertelt zij over haar vriendschappen met vooraanstaande auteurs zoals Ezra Pound, F. Scott Fitzgerald, T.S. Eliot, Thornton Wilder en Edna St. Vincent Millay. De geleerde Joan Shelley Rubin opperde dat Widdemer de term “middlebrow” bedacht in haar essay “Message and Middlebrow”, gepubliceerd in 1933 in The Saturday Review of Literature. De term was echter eerder gebruikt door het Britse tijdschrift Punch in 1925. Widdemer stierf in 1978 in New York City.

 

The Factories

I have shut my little sister in from life and light
(For a rose, for a ribbon, for a wreath across my hair),
I have made her restless feet still until the night,
Locked from sweets of summer and from wild spring air;
I who ranged the meadow lands, free from sun to sun,
Free to sing and pull the buds and watch the far wings fly,
I have bound my sister till her playing-time is done –
Oh, my little sister, was it I? – was it I?
I have robbed my sister of her day of maidenhood
(For a robe, for a feather, for a trinket’s restless spark),
Shut from Love till dusk shall fall, how shall she know good,
How shall she pass scatheless through the sinlit dark?
I who could be innocent, I who could be gay,
I who could have love and mirth before the light went by,
I have put my sister in her mating-time away –
Sister, my young sister, – was it I? – was it I?
I have robbed my sister of the lips against her breast
(For a coin, for the weaving of my children’s lace and lawn),
Feet that pace beside the loom, hands that cannot rest,
How can she know motherhood, whose strength is gone?
I who took no heed of her, starved and labor-worn,
I against whose placid heart my sleepy gold heads lie,
Round my path they cry to me, little souls unborn,
God of Life – Creator! It was I! It was I!

 

The Wakened God

The War-god wakened drowsily;
There were gold chains about his hands.
He said: ‘And who shall reap my lands
And bear the tithes to Death for me?

‘The nations stilled my thunderings;
They wearied of my steel despair,
The flames from out my burning hair:
Is there an ending of such things?’

Low laughed the Earth, and answered: ‘When
Was any changeless law I gave
Changed by my sons intent to save,
By puny pitying hands of men?

‘I feel no ruth for some I bear….
The swarming, hungering overflow
Of crowded millions, doomed to go,
They must destroy who chained you there.

‘For some bright stone or shining praise
They stint a million bodies’ breath,
And sell the women, shamed, to death,
And send the men brief length of days.

‘They kill the bodies swift for me,
And kill the souls you gave to peace….
You were more merciful than these,
Old master of my cruelty.

‘Lo, souls are scarred and virtues dim:
Take back thy scourge of ministry,
Rise from thy silence suddenly,
Lest these still take Death’s toll to him!’

The War-God snapped his golden chain:
His mercies thundered down the world,
And lashing battle-lines uncurled
And scourged the crouching lands again.

 

Margaret Widdemer (30 september 1884 – 14 juli 1978)