Jan Baeke, Jane Kenyon

De Nederlands dichter Jan Baeke werd geboren in Roosendaal op 23 mei 1956. Zie ook alle tags voor Jan Baeke op dit blog.

 

Transit

Wij zijn het die je hier ziet rijden
door het midden van augustus
vakantiefolders in en uit.
De zomer bloeit, een dorpsidylle
schapen in de luwte van de tijd.

Tot plotseling de auto stilvalt
links op de foto van dit feit.
De zon krast diep in de vallei.
Wat in de jaren is versteend
hangt boven ons als zware lucht.

We lopen naar het volgende gehucht.
De weg voert langs een ansichtkaart.
We zien een stipt vervallen huis
een meer, een horizon
maar niet gemeend
eerder terloops, buiten bedrijf.

Twee zwoegende figuren
in het landschap uitgezet.
Straks, in dat derderangs pension
waar wij weer andere poses imiteren
brengen wij elkaar dit uur
in rekening.

 

Expeditie

We hebben onze expeditie grondig voorbereid.
We kennen de plek
waar we het spoor bijster zullen raken
waar we door de grappen heen zullen zijn
en een lawine ons gezelschap zal halveren.
Daar zal december blijven duren en de storm
zal onze sentimenten aanwakkeren
op een manier die onze geldschieters zal bekoren.

De nacht voor het vertrek richten we ons
met bloeddoorlopen ogen en bevroren neuzen tot de sterren.
‘Sterren, sterk dit hart met symbolist.’
Daarna bellen we een land
dat de benodigde ontberingen in voorraad heeft
en trouwen op het laatste moment
geschikte vrouwen om achter te laten.

 

De kant van de zomer 1

Ik heb het raam dichtgedaan om de zomer niet te horen
maar de zon brandt door de muren
en de vliegen draaien hun motoren klem in de gordijnen.

Een hond en een kind kunen blijven slapen
tot het gisteren wordt.
Auto’s die nog stilstaan. Adem, zonder te bewegen.
Het glas in mijn hand bevat schommelend water.

Maar de zomer is een luid blaffende hond.
De zomer is een optocht van geluiden
en de vliegen raken niet op.
Het raam heeft geen enkele functie.

 

Jan Baeke (Roosendaal, 23 mei 1956)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Het uitpraten met Melancholie

 

6. IN EN UIT

De hond zoekt tot hij mij boven
vindt, met een geklepper van ellebogen
gaat liggen, zijn kop op mijn voet legt.

Soms redt het geluid van zijn ademhaling
mijn leven – in en uit, in
en uit; een pauze, een lange zucht. . . .

 

7. PARDON

Een stuk verbrand vlees
draagt mijn kleren, spreekt
in mijn stem, verzendt verplichtingen,
aarzelend of helemaal niet.
Het is moe van het proberen
onverschrokken te zijn, heel
erg moe.

We gaan verder met de monoamine
oxidase-remmers. Dag en nacht
heb ik het gevoel alsof ik zes kopjes koffie
heb gedronken, maar de pijn

stopt abrupt. Met de verwondering
en bitterheid van iemand die gratie heeft gekregen
voor een misdaad die ze niet heeft begaan,
kom ik terug naar huwelijk en vrienden,
naar roze gefranjerde stokrozen; kom ik terug
naar mijn bureau, mijn boeken en mijn stoel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn blog van 23 mei 2020 en eveneens mijn blog van 23 mei 2019.

International Booker Prize 2023 voor Georgi Gospodinov

International Booker Prize 2023 voor Georgi Gospodinov

De Bulgaarse schrijver Georgi Gospodinov heeft de International Booker Prize 2023 gewonnen. Hij krijgt de prijs voor zijn roman “Schuilplaats voor andere tijden”. Georgi Georgiew Gospodinov werd geboren op 7 januari 1968 in Yambol, Bulgarije.  Zie ook alle tags voor Georgi Gospodinov op dit blog.

Uit: Schuilplaats voor andere tijden  (Vertaald door Hellen Kooijman)

“Jaren later, toen een hoop van zijn herinneringen weg dreigden te vliegen als opgeschrokken duiven, kon hij zich nog steeds die ochtend voor de geest halen, die ochtend waarop hij doelloos door de straten van Wenen liep, en een zwerver met een snor á la Márquez op de stoep kranten stond te verkopen onder de vroege maartzon. Ineens stak er een windje op en een aantal kranten fladderde de lucht in. Hij probeerde te helpen, raapte er een paar van de grond en bracht ze terug naar de zwerver. Hou er maar eentje hoor, zei Márquez. Gaustin, laten we hem zo noemen, hoewel hijzelf deze naam gebruikte als Hades’ helm der onzichtbaarheid, pakte een krant en gaf de zwerver een geldbiljet, behoorlijk groot gezien de situatie. De zwerver draaide het biljet aarzelend rond in zijn hand en schudde toen zijn hoofd: Maar… ik heb geen wisselgeld. En dat klonk zo absurd op die vroege Weense ochtend dat ze beiden in lachen uitbarstten. Gaustin voelde liefde en vrees voor daklozen, dat waren zijn woorden: liefde en vrees, en altijd in deze combinatie. Hij hield van hen en was tegelijkertijd bang voor hen op een manier waarop je houdt en bang bent van dat wat je ooit bent geweest of waarvan je verwacht dat je het op een dag zal worden. Hij wist dat hij vroeg of laat tot hun leger zou toetreden, om dit cliché maar eens te gebruiken. Eén moment stelde hij zich lange rijen daklozen voor, die over de Kärtner Strasse en de Graben marcheerden. Ja, hij was aan hen verwant, hij was een van hen, hoewel toch een beetje anders. Een zwerver, maar dan in de tijd zeg maar. Vanwege een gelukkige samenloop van omstandigheden had hij genoeg centen verdiend om voorlopig te voorkomen dat een metafysische tegenslag zou omslaan in fysiek lijden. Op dat moment oefende hij een van zijn beroepen uit; dat van psychiater-gerontoloog. Ik vermoed dat hij heimelijk de verhalen van zijn patiënten stal, om daar onderdak te vinden, even rustig in andermans plaats en verleden te verblijven. Het was anders in zijn hoofd zo’n wirwar van tijden, stemmen en plaatsen dat hij of zich onmiddellijk zou moeten overleveren aan zijn collega-psychiaters, of iets zou moeten doen waardoor zij genoodzaakt waren hem op te sluiten.”

 

Georgi Gospodinov (Yambol, 7 januari 1968)

Erik Spinoy, Jane Kenyon

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Van ver

van buiten komt het
en omvademt ons
zoals een ongeziene
hallucinogene mist die

ademtocht na ademtocht
zich afzet, condenseert
en druipsteen vormt
totdat een samenstel ontstaat
dat als vanzelf

de plaatsen kiest
waarheen gehoorzaam
onze allersnelste voeten gaan
tot ze ijkoud en dan

van marmer zijn.

 

Schloss Schönbrunn

I. Introite

Voorbij de obelisken en de adelaars

Van goud, en op de rijweg naar wat
Voor je lag. Een dag van weinig
Bezoek en eenzaam door de poort
Naar binnen gaan in koelte en in

Schemering. De zuilen grijs, de
Hardsteen en de klinkers – ze
Hadden hun pret, en hielden je
Met hun uitzicht voor de gek.

Maar toen je doorliep, elk gevoel
Van willen en verwachten als de
Roos en haren op de kraag alweer
Van je afgeslagen – was het daar,

Zoals een jeugdvriendin, die handen om je ogen
Sloeg, beval – raden wie ik ben.

 

II. Nam et hic di sunt

Alsof de vaste, saaie grond

Zoals een valluik voor je voeten
Open was gegaan. Geschrokken bleef je
Staan, toen wat er was zich als een
Dans onthulde, een geordende beweging.

Je schrok meteen omvat het bleek
Hoe zeer vlakbij het al die tijd moest
Zijn geweest. Want toen je hier naar
Binnen trad, was het gewoon – alsof

Je er was teruggekeerd. Je zag
Weer ongeschonden, zich als louter
Ordening vertonend landschap. De plaatsen
Waar je, als een kind onkwetsbaar en

Beschermd door goddelijke blikken – rustig
Deed alsof je thuis was.

 

Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Het uitpraten met Melancholie

 

3. SUGGESTIE VAN EEN VRIEND

Je zou niet zo depressief zijn
als je echt in God geloofde.

 

4. VAAK

Vaak ga ik na het eten zo snel mogelijk naar bed
zoals volwassen lijkt
(Ik bedoel, ik probeer te wachten tot het donker is)
om weg te drijven
van de enorme pijn in de
broze rieten huidboot
van de slaap.

 

5. EENS WAS ER LICHT

Eens, toen ik begin dertig was, zag ik
dat ik een lichtpuntje was in de grote
rivier van licht die golft door de tijd.

Ik zweefde met de gehele
menselijke familie; we waren allemaal kleuren – zij
die nu leven, zij die gestorven zijn,
zij die nog niet geboren zijn. Een paar

ogenblikken lang zweefde ik, volkomen kalm,
en had ik er geen hekel meer aan om te moeten bestaan.

Als een kraai die heet bloed ruikt
op asfalt kwam je aanvliegen
om me uit de gloeiende stroom te trekken.
“Ik zal je omhoog houden. Ik heb mijn dierbaren nooit
laten zinken!” Daarna huilde ik dagenlang.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

Zie voor meer schrijvers van de 22e mei ook mijn blog van 22 mei 2020 en eveneens mijn blog van 22 mei 2018.

Neige Sinno

De Franse schrijfster Neige Sinno werd geboren op 22 mei 1977 in Vars in de Hautes-Alpes. Tijdens haar jeugd en adolescentie in de Hautes-Alpes werd ze herhaaldelijk verkracht door haar stiefvader. Ze diende in 2000 een klacht in en hij werd veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf. Sinno schreef  een proefschrift over Engelse literatuur, met name rond het werk van Raymond Carver en Richard Ford. Vervolgens studeerde zij in de Verenigde Staten en Mexico. Ze werkt samen met Edmond Baudoin. Ze was tijdelijk docent aan de universiteit en werkt als vertaler. Neige Sinno en Alice Renard worden in de pers gepresenteerd als de twee ‘openbaringen’ van het literaire seizoen 2023. Neige Sinno werd geselecteerd voor de prix Goncourt, de prix Médicis, de prix Décembre en won de prix littéraire du Monde, de prix Les Inrockuptibles, de prix Femina, evenals de prix Blù Jean-Marc Roberts 2023 voor « Triste Tigre ».

Uit: Triste Tigre

« Portrait de mon violeur

Car à moi aussi, au fond, ce qui me semble le plus intéressant c’est ce qui se passe dans la tête du bourreau. Les victimes, c’est facile, on peut tous se mettre à leur place. Même si on n’a pas vécu ça, une amnésie traumatique, la sidération, le silence des victimes, on peut tous imaginer ce que c’est, ou on croit qu’on peut imaginer. Le bourreau, en revanche, c’est autre chose. Être dans une pièce, seul avec un enfant de sept ans, avoir une érection à l’idée de ce qu’on va lui faire. Prononcer les mots qui vont faire que cet enfant s’approche de vous, mettre son sexe en érection dans la bouche de cet enfant, faire en sorte qu’il ouvre grand la bouche. Ça, c’est vrai que c’est fascinant. C’est au-delà de la compréhension. Et le reste, quand c’est fini, se rhabiller, retourner vivre dans la famille comme si de rien n’était. Et, une fois que cette folie est arrivée, recommencer, et cela pendant des années. N’en jamais parler à personne. Croire qu’on ne va pas vous dénoncer, malgré la gradation dans les abus sexuels. Savoir qu’on ne va pas vous dénoncer. Et quand un jour on vous dénonce, avoir le cran de mentir, ou le cran de dire la vérité, d’avouer carrément. Se croire injustement puni quand on prend des années de prison. Clamer son droit au pardon. Dire que l’on est un homme, pas un monstre. Puis, après la prison, sortir et refaire sa vie. Même moi, qui ai vu cela de très près, du plus près qu’on puisse le voir et qui me suis interrogée pendant des années sur le sujet, je ne comprends toujours pas.

Le portrait

Si on ne devait remarquer qu’une chose de lui, ce serait son énergie. C’est quelqu’un de très vivant. Il bouge, il est dans l’action. Quand il était petit, il était déjà comme ça. Ses frères aussi. Trois garçons, très rapprochés en âge, ça faisait du désordre dans le petit appartement de la banlieue parisienne. Le père essayait de se concentrer pour peindre. Il criait qu’il ne pouvait pas travailler dans ce bazar ! Et la mère essayait de faire taire les enfants, elle les emmenait dans une autre pièce, ou bien au parc, qu’il pleuve ou qu’il vente, pour qu’ils se défoulent. Le père n’arrivait pas à vivre de la peinture, sa première vocation, et il avait monté, à côté des cours de dessins, une petite entreprise qui vendait des cheminées design. C’était les années 1970-1980, les cheminées en questionnous semblent aujourd’hui parfaitement ridicules, ou rigolotes selon la perspective, en tout cas il ne viendrait plus à l’idée de quiconque de mettre chez soi une de ces singulières capsules aux formes psychédéliques avec des cassettes en verre intégrées. A l’époque pourtant, je crois que ça marchait plutôt bien. Les grands-parents étaient ouvriers, des deux côtés, des gens du Nord, de vers Boulogne-sur-Mer où la famille possédait encore un appartement qu’ils occupaient pour les vacances. »

 

Neige Sinno (Vars, 22 mei 1977)

Amy Waldman, Robert Creeley

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Amy Waldman werd geboren op 21 mei 1969 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Amy Waldman op dit blog.

Uit: A Door in the Earth

“As soon as she saw the road, she understood how it had seduced him. Unmarked and unpaved, it rose up between mauve foothills, then slipped through them. If you were bored, as Gideon Crane had been—by your traveling companion, by the very journey (to where, exactly?) that you’d insisted on undertaking—the mouth of the road would have leaped at you like a spark. You would’ve ordered the driver, as Crane did, to leave the highway, and when he refused to risk either his truck or his payload of melons to satisfy a foreigner’s curiosity about a shit road to nowhere, you too would have climbed from the truck and taken the road by donkey.
Parveen Shams was being carried onto the same turnoff in a white Land Cruiser, which made her admire Crane’s grit all the more. She was giddy at retracing his steps, six years after he’d first made this journey. In his memoir—the book that had propelled her here—Crane had written of the “hunger for adventure” that had thrust him onto this road and of his conviction that going deeper into Afghanistan would take him deeper into himself: What we think of as comforts are buffers, ways of not knowing ourselves, not becoming ourselves. I wanted to turn myself inside out, to empty my pockets and so to learn what I contained. At twenty-one—roughly half Crane’s age then—Parveen believed herself similarly fashioned. She was traveling to a remote village to join Crane’s crusade to save Afghan women from dying in childbirth; she would live with a family there and share its privations. Clearly she was hungry too.
But that self-conception soon jolted against the rocks littering the way. Crane had described the road as a “wretched rutted hell,” a condition that felt less romantic beneath the axle than it had sounded on the page. The surface was an obstacle course of pebbles to jog over, boulders to ease around, craters to gingerly traverse. Mud bogs sucked at the wheels as if trying to draw marrow from bone. All of this slowed the car to a walking, lurching pace, and time seemed to slow too. As the minutes crept by, as her apprehension mounted, Parveen began to question her own fortitude. She’d been born in Afghanistan but left at the age of one and hadn’t returned until now. She’d lived a sheltered American life—just how sheltered she saw only as its comforts receded. She’d consciously tried not to drink too much tea before they’d set out four hours earlier, but the Land Cruiser’s jerks still sent unwelcome tremors through her bladder.”

 

Amy Waldman (Los Angeles, 21 mei 1969)

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Zingen

Ik zing het lied van de slapende vrouw,
die trouwde om te kunnen slapen,
die domweg niet wilde slapen om te trouwen;

die op kan staan bij het ochtendgloren en toch
nooit niet kan slapen als er een goede
reden is om niet te gaan slapen;

die slaapt om het slapen,
die aan niets anders kan denken,
die je zelfs niet zou horen als je haar ernaar zou vragen.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e mei ook mijn blog van 21 mei 2021 en ook mijn blog van 21 mei 2020 en eveneens mijn blog van 21 mei 2019 en ook mijn blog van 21 mei 2018.

Ellen Deckwitz, William Michaelian

De Nederlandse dichteres en schrijfster Ellen Deckwitz werd geboren op 20 mei 1982 in Deventer. Zie ook alle tags voor Ellen Deckwitz op dit blog.

 

Moeras

Mijn zus duwde mijn hoofd in de wasbak
zei daarna pas dat het kon prikken.
De kleur spoelde uit mijn hoofd.
Ze dacht dat het zou helpen, blond

maar ik was al argwanend
ten opzichte van alles wat dartelt.
Wanneer ik nadenk houd ik mijn adem in
alsof ik kopje onder ga. Blond

riet met daaronder mijn moeras,
enkele prehistorische opvattingen grazen er wat.
Vrolijke gedachten spelen er verstoppertje.
Wiebelende konijnenkontjes, hup
het hoekje om. Ik er achteraan,

de verf brandde op mijn hoofdhuid na.
Mijn zus rauschte met de handdoek
over mijn schedel, wat vacht viel opgewekt
weg. Nu je wenkbrauwen nog,

als dank besloot ik haar kersenhouten vloer
te verven in fluorescerend oranje. Op handen en knieën
werkte ik achterstevoren naar de hoek toe, tot ik mezelf bleek

te hebben ingesloten. Mijn polsen onder de vlekken.
Een konijntje op het droge. Voor ik moest lachen dacht ik
zo kwam ik dus in dit lijf terecht.

 

Knoop

…….Niet voor Merijn

In december 1989 stopte ik
een knoop in het kerkzakje en bad
bij voorbaat om vergiffenis voor mijn
aan snoep verspilde contributie.

Tegenwoordig zit je steeds vaker
met je rug naar me toe en rijg je
lappen kennis aan elkaar.

Ik lig steeds vaker achter
je. Jouw kennis lijkt op een jas
die ik moet verstellen tot ik haar pas
en telkens te mager lijk, soms

denk ik dat God de knoop
aan me teruggaf
met jou eraan vast.

 

Aardappels met vlees

Gejaagd snuift de wagen, schrapen hoeven
over de metalen plaat. Alle dieren

die mijn grootouders voor hun ploegen spanden.
Alle dieren mijn grootouders aten

tot ze vruchtbaar waren. Mijn opa zegt dat
de duivel hoeven draagt, en de wagen wiegt.
Af en toe loeit er eentje zacht. Zij weten niet
dat ze weggaan. Zij moeten zich veiliger voelen
dan ik. Mijn grootvader bidt altijd

voor de aardappels met vlees.
Hij heeft vooraf graag een citaat en houdt
van Noach. Dat we met de dieren naar een plek gaan,
waar niets meer vloeit.

 

Ellen Deckwitz (Deventer, 20 mei 1982)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver William Michaelian werd geboren op 20 mei 1956 in Dinuba, Californië. Zie ook alle tags voor William Michaelian op dit blog.

 

Klokken

Veroordelend, arrogant, volhardend,
hun plaatsen beschermend
naast het bed of aan de muur.

Jaloers ook op de handen
die hen daar plaatsten,
en de vrijheid om weg te lopen.

Eenzaam, als de waarheid werd verteld,
beschaamd om opgesloten te zitten
door hun eigen wrede gevoel voor humor.

Gekruisigd, uitkijkend over een veld
van lege kamers, bloedende tijd,
te laat om te veranderen, te vroeg om te sterven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Michaelian (Dinuba, 20 mei 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e mei ook mijn blog van 20 mei 2020 en eveneens mijn blog van 20 mei 2019.

Karel van het Reve, William Michaelian

De Nederlandse letterkundige, vertaler, essayist, schrijver en columnist Karel van het Reve werd geboren in Amsterdam op 19 mei 1921. Zie ook alle tags voor Karel van het Reve op dit blog.

Uit: Mag ik mijn broeder krenken?

“Enige duizenden moronen voelen zich, om met Multatuli te spreken, in hun keukenmeidengeloof gekrenkt. Is dat zo erg? Is dat niet af en toe heel opvoedend? Is het niet heel nuttig dat bijvoorbeeld de voorzitter van de Nederlandse Hervormde Stichting voor de Geestelijke Volksgezondheid, die in het Algemeen Dagblad van 6 januari de grootste wartaal uitslaat (‘Maar met bijbelteksten mag men geen satire plegen’ – hij houdt het blijkbaar voor een soort van overspel of meineed – ‘Ook al omdat er geen verdediging mogelijk is. Serieuze geestelijke bewegingen mag je niet belachelijk maken’) – is het niet heel nuttig dat zulke mensen af en toe eens krachtig in hun kakschoolgevoelens worden gekrenkt? Is dat ook niet een daad van eenvoudige rechtvaardigheid? Wij ongelovigen kunnen, op zoek naar een stukje Mozart, de radio niet aanzetten of de walm slaat ons tegen van wat om mij volstrekt onbegrijpelijke redenen geen blasfemie schijnt te zijn: de nimmer aflatende stroom van preken en gebeden waarmee de aanhangers van Jezus Christus zich in het openbaar over Hem uitlaten en zich tot Hem richten, in termen van het meest walgelijke byzantinisme en op een gluiperige toon die zijn weerga niet vindt in de geschiedenis der menselijke cultuur. Men moet het betreuren dat hun god niet bestaat, want het kan toch haast niet anders of Hij zou iedere zondag verscheidene dezer wauwelaars (katholiek of protestant, dat moet Hem in zijn oneindige oecumenische goedheid om het even zijn) verdelgen met de middelen – pestilentie, hemelvuur etc. – die Hem zo rijkelijk ter beschikking staan.
Denken kunnen deze lieden niet. Schrijven kunnen ze nog veel minder. Spreken kunnen ze helemaal niet. Maar zich gekwetst voelen kunnen zij wel. Het komt niet in ze op dat duizenden Nederlanders, voor wie grote woorden wat minder goedkoop zijn dan voor hun Christelijke broeders, enige prijs stellen op fatsoen en redelijkheid en daarom menige zondag en bij menige dagopening en sluiting vrij pijnlijk in hun gevoelens – die zij zich niet aanmatigen heilig te noemen – gekwetst worden. Deze ongelovigen vinden dat niet zo erg. Zij proberen te begrijpen dat zo’n Christen het fijn vindt om naar het holle geblaas der papen of naar het hemeltergende geimproviseer van Dr. Anton van der Horst te luisteren. Zij willen hun gelovige broeder niet zo voortdurend ergeren als die gelovige broeder het hun doet – dat zou van slechte, Christelijke smaak getuigen – maar een enkel keertje willen zij die Christen wel eens in zijn gezicht uitlachen.”

 

Karel van het Reve (19 mei 1921 – 4 maart 1999)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver William Michaelian werd geboren op 20 mei 1956 in Dinuba, Californië. Zie ook alle tags voor William Michaelian op dit blog.

 

Stoelen

Ze zijn niet allemaal blij:
sommigen kreunen omdat ze het zich herinneren,
en wensten dat ze konden ontsnappen
naar de volgende kamer.

Anderen huilen als ze alleen zijn,
Of zich zorgen maken over de kinderen
terwijl het licht verandert en schaduwen vallen.

Vroeg op, zie ik ze in de schemering:
welke, vraag ik me af,
zijn bang om de dageraad te ontmoeten?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Michaelian (Dinuba, 20 mei 1956)
Portret door Laura Tedeschi, 2010

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e mei ook mijn blog van 19 mei 2022 en ook mijn blog van 19 mei 2020 en eveneens mijn blog van 19 mei 2019 en ook mijn blog van 19 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Ascension (Malcolm Guite), Markus Breidenich

 

Bij Hemelvaartsdag

 

De Hemelvaart door James Thornhill, jaren 1720

 

Ascension

We saw his light break through the cloud of glory
Whilst we were rooted still in time and place
As earth became a part of Heaven’s story
And heaven opened to his human face.
We saw him go and yet we were not parted
He took us with him to the heart of things
The heart that broke for all the broken-hearted
Is whole and Heaven-centred now, and sings,
Sings in the strength that rises out of weakness,
Sings through the clouds that veil him from our sight,
Whilst we our selves become his clouds of witness
And sing the waning darkness into light,
His light in us, and ours in him concealed,
Which all creation waits to see revealed .

 

Malcolm Guite (Ibadan, 12 november 1957)
De Dominicaanse Kapel in Ibadan, Nigeria

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Sound Check

Soms glijdt

uit het niets een pick-upnaald
over de oneffenheden van de hemel.

Men ontdekt in de leisteen de
originele persing van The Velvet Underground.

Uit de groeven van de platen mixolydisch:
Tektoniek. Door de ether dringt

vogelgetjilp. Uit de soundtrack ontstonden
de jaarringen.

Iemand verzamelt de schellak van
scherven schors . Aan wolkenkrabbers

voltrekt het leven zich in grote sprongen.
Evergreen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e mei ook mijn blog van 18 mei 2020 en eveneens mijn blog van 18 mei 2019 en ook mijn blog van 18 mei 2018 en eveneens mijn blog van 18 mei 2014 deel 2.

De Grote Poëzieprijs 2023

 

De Grote Poëzieprijs 2023

De Grote Poëzieprijs gaat naar de Nederlandse dichteres en beeldend kunstenaar Marwin Vos voor haar bundel “Wilde dood”. Uit 110 dichtbundels die in 2022 verschenen zijn, heeft de jury van De Grote Poëzieprijs een winnaar gekozen: “wilde dood”, een bundel gedichten over rouw van de Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Marwin Vos. De Grote Poëzieprijs bekroont de beste Nederlandstalige bundel van het jaar met € 25.000,- en is de opvolger van de VSB Poëzieprijs als dé prijs voor Nederlandstalige poëzie. De VSB Poëzieprijs werd sinds 1993 jaarlijks uitgereikt. Marwin Vos werd geboren in 1962. Haar bundel oorlogspaarden tot in de buitenwijken (2015) werd genomineerd voor de J.C. Bloemprijs en de indrukwekkende bundel het leven van sterren (2019) voor De Grote Poëzieprijs 2020,

 

Uit: wilde dood

sterven. sterven. sterven in velden in huizen
in koelwagens in buiken van voertuigen. sterven
in vliegtuigen in cellen op straat. alles loopt door
elkaar. vier in een cel, achtenvijftig in een koelwagen.
aan de overkant Dover. in ballonnen trillingen opvangen
van wat gezegd wordt. tijdens de overtocht knapt de
ballon. het schip was zo licht je zag een twee kringels
en dan niets meer. sommigen kapseisden of liepen op
rotsen of werden onderschept op radar. hoe licht ook
van de kust zichtbaar. de kustmensen knikten en zeiden
los liever op

 

1

stretchers in de straten
sirenes en stretchers

dode wolven
op Tavistock square

lispelen prozaïsch
don’t go out for your lunches

de oudste lijnen liggen boven
in Russel street reis je met de lift
om bij de sporen te komen

stretchers door de straten
sirenes en stretchers

en daarna:

stilte

de straten zijn leeg

 

2

tunnels en de rivier
rijen voor de bootdienst

’s avonds kunnen we met de boot terug

mijd de straat
waar de schrik toeslaat
of neem haar in strijdlustig

processies, parades en maskeraden

 

Shortlist van de Grote Poëzieprijs 2023 (geen portret beschikbaar)

Lars Gustafsson, Markus Breidenich

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

Legende

Eens was er winter boven alle huizen,
sneeuw viel en de vorst hield aan.
En alle rook der straat steeg recht
als witte zuilen van de daken op.

Elke ademtocht werd zichtbaar, wit,
de hemel violet in vroege schemering,
gedempt klonk ieders stemgeluid,
en van elk uur bleef in de sneeuw een spoor.

Maar ’s morgens vroeg ligt steeds de sneeuw weer ongerept,
en zijn de mussen zichtbaar op elk raamkozijn.

Nu wordt het zieke meisje wakker,
het morgenlicht rondom haar bed is wit.
Met schroom heft zij haar aangezicht naar ’t raam,
het bruine haar valt over ’t voorhoofd heen,

de hand die ’t steunt is smal,
en het oog is een spiegel der vogels daar buiten.
Dan ziet zij door de dageraad op straat
vijf zwarte schoorsteenvegers komen op een rij.

Vijf zwarte schoorsteenvegers met borstels, bol en touw,
als in een rouwstoet, plechtig lopen ze.
Hun kalme pas brengt hen steeds dichterbij.
Zij ziet in de sneeuw van hen geen spoor.

Vijf zwarte schoorsteenvegers komen in processie aan,
een opdracht schijnt hun stappen te belasten.
Men weet niet wat zij brengen, is het redding of alarm?
Of zijn zij soms een omen dat in rook weer op zal gaan

of vijf broers misschien, als hulp hierheen gezonden:
‘Zuster, hier zijn wij, onze weg was lang!’
’t Geluid van bol en borstels is verstild.
Zij hebben bij haar deur een halteplaats gevonden.

 

De bruggen in Königsberg

In de stad Königsberg in Pruisen
ligt een eiland dat Kneiphoff heet,
omvloeid door twee armen van de rivier de Pregel.
Zeven bruggen leiden over de twee armen.

Zeven bruggen. En nooit meer dan een keer.
Het water is nu bijna overal te horen.
Blind water, zwart water,
nachtelijk water. Drie soorten water.

Kerken en torens en schuine groene daken.
Hij is zwart, geheel zwart. Hij blaft.
Hier de hond die blaft op het erf.
Hier is een trap. Hier is een huis.

Jaren. Jaren en dagen. Zo gelijk aan elkaar als…
Hoor Je mij? Ik ben opgesloten.
En men hoort het niet. Als Maagdenburgse halve bollen.
Zo verschillend van elkaar als: Appels.

Vanuit een koele oktober; hondengeblaf,
stemmen, en maar een brug per keer,
nooit tweemaal over dezelfde brug.
Er zijn kinderen die steeds op de derde steen stappen,

alleen maar op de derde. De afgrond die lokt.
De derde deur die altijd piept.
Jaren. Jaren en dagen. Hoor je mij? Oktober,
en nog geen vorst in de lucht.

Om over zeven bruggen achtereen te gaan,
en over elke brug naar eenmaal,
is er, zo zegt de wiskundige Euler,
in feite een achtste brug nodig. Die is er niet.
Waarom wil dat vervloekte ijs niet komen?

 

Vertaald door Rita Verschuur

 

Lars Gustafsson (17 mei 1936 – 3 april 2016)

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Luchtruim

Wij cirkelen. In het gekrabbel van de vluchtrecorders.
Geluidsbanden, scherven. Drie zuurstofmaskers.
Voorbijgangers. Op de achtergrond: geluid.

De goden – hier hingen ze de held uit in het spel –
belemmerden het zicht. Zolang er maar brandstof was
in de vleugels van de engelen. Waren wij het,
op een van de retourvluchten, in het geheim, naar het paradijs,
die ronde na ronde speelden. Met geluk
drukte een steward op de knoop aan de jas
van de automatische piloot, nam elk noodlot ter hand.
Iets meer nog te sturen met de stuurknuppel
en middels het toetsenbord aan het richtingsroer te draaien.
De wielen een beetje uit te klappen.
Krassen in wolken te snijden.

Wat weten we nog meer na het schoonmaken
van de schijven. Hoeveel verloren levens?
Over het puntental. De waarderingscijfers
van innerlijke stemmen. Tegen het einde van de simulatie:

Het crashen van de computer boven de velden van Attica.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn blog van 17 mei 2021 en eveneens mijn blog van 17 mei 2018 en ook mijn blog van 17 mei 2015 deel 2.