Patrice de la Tour du Pin, Percy MacKaye, Jakob Haringer, Ethel Anderson, Haldun Taner

De Franse dichter Patrice de la Tour du Pin werd geboren op 16 maart 1911 in Parijs. Zie ook alle tags voor Patrice de la Tour du Pin op dit blog.

 

Enfants de septembre (Fragment)

Et je me dis : je suis un enfant de Septembre,
Moi-même, par le coeur, la fièvre et l’esprit,
Et la brûlante volupté de tous mes membres,
Et le désir que j’ai de courir dans la nuit
Sauvage, ayant quitté l’étouffement des chambres.

Il va certainement me traiter comme un frère,
Peut-être me donner un nom parmi les siens ;
Mes yeux le combleraient d’amicales lumières
S’il ne prenait pas peur, en me voyant soudain
Les bras ouverts, courir vers lui dans la clairière.

Farouche, il s’enfuira comme un oiseau blessé,
Je le suivrai jusqu’à ce qu’il demande grâce,
Jusqu’à ce qu’il s’arrête en plein ciel, épuisé,
Traqué jusqu’à la mort, vaincu, les ailes basses,
Et les yeux résignés à mourir, abaissés.

Alors, je le prendrai dans mes bras, endormi,
Je le caresserai sur la pente des ailes,
Et je ramènerai son petit corps, parmi
Les roseaux, rêvant à des choses irréelles,
Réchauffé tout le temps par mon sourire ami…

Mais les bois étaient recouverts de brumes basses
Et le vent commençait à remonter au Nord,
Abandonnant tous ceux dont les ailes sont lasses,
Tous ceux qui sont perdus et tous ceux qui sont morts,
Qui vont par d’autres voies en de mêmes espaces !

Et je me suis dit : Ce n’est pas dans ces pauvres landes
Que les enfants de Septembre vont s’arrêter ;
Un seul qui se serait écarté de sa bande
Aurait-il, en un soir, compris l’atrocité
De ces marais déserts et privés de légende ?

 

 
Patrice de la Tour du Pin (16 maart 1911 – 28 oktober 1975)
Paul Signac:  Le Pont-des-Arts. Automne (Paris), 1928

Lees verder “Patrice de la Tour du Pin, Percy MacKaye, Jakob Haringer, Ethel Anderson, Haldun Taner”

Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Andreas Okopenko

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook alle tags voor Louis Paul Boon op dit blog.

 

Zo zal ik dan worden

zo zal ik dan worden
stilaan een zich oudvoelend man
een bloem een gedicht op de lippen
en verder wat knutselend nog
aan luchtvervuiling en zo

zo zal ik dan worden
een propere oude man
als ons hondje dat niets mocht
in huis doen en zo doof
was geworden als een pot en zo

zo zal ik dan worden
met wat schorre stem verhalen
aan mijn kleinzoon over vroeger
de revolutie die we toen wilden
de sovjetrepubliek vlaanderen en zo

zo zal ik dan worden
en vragen naar mijn bril
en zoeken naar mijn stok
om op te steunen en zo

 

Eens mijn geliefde

eens mijn geliefde
eens zal alles eens zijn
nadat rome zo mooi brandde
hirosjima in puin stortte
de amerikaan voet zette op de maan

eens zal alles eens zijn
nadat de kikker verdween
uit sloot en plas
nadat de knikker van glas
uit de hand van mijn vriendje rolde
mijn vriendje dat heel oud geboren werd
en zeer vroeg gestorven is
aan hartinfarkt of longkanker
de handen aan het stuur
van een dure wagen

eens zal alles eens zijn
mijn geliefde
nadat de laatste boom
zich losmaakt van zijn laatste blad
nadat de aarde niet meer leefbaar is
voor ons in ons graf
niet meer witgekalkt en zo

eens zal alles eens zijn
lieve schat
de aarde een dode planeet
dat is alles wat ik weet
eens als alles eens zal zijn

 
Louis Paul Boon (15 maart 1912 – 10 mei 1979)

Lees verder “Louis Paul Boon, Ben Okri, David Albahari, Gerhard Seyfried, Kurt Drawert, Andreas Okopenko”

An Rutgers van der Loeff, Lionel Johnson, Paul Heyse, Franz Schuh, Ángelos Sikeliános, Wolfgang Müller von Königswinter

De Nederlandse schrijfster An Rutgers van der Loeff werd geboren in Amsterdam op 15 maart 1910. Zie ook alle tags voor An Rutgers van der Loeff op dit blog.

Uit: Waarom schrijf ik kinderboeken?

“Als ik me moet gaan afvragen waarom ik met zoveel plezier juist kinderboeken schrijf, dan vind ik de beantwoording daarvan moeilijk. Zeker, ik houd van kinderen. Goed, maar dat is niets bijzonders. – Kinderen boeien me uitermate. Akkoord, dat is al iets anders. – Maar volwassenen boeien me ook. Beiden kan ik urenlang observeren zonder er een ogenblik genoeg van te krijgen, en er hoeft niets bijzonders voor te gebeuren.
Toch ligt het bij kinderen iets anders. Kinderen maken me nooit moedeloos, integendeel. Ze maken minder schijnbewegingen, ze tonen onverhulder wat ze zijn en er schuilen in hen nog zoveel mogelijkheden. Ze zijn niet beter of slechter dan volwassenen, maar ze zijn een stuk echter. Let wel, ik gebruik hier de comparatieve en niet de absolute vorm – er zijn heel wat schijnheilige krengetjes bij, tóch houden ook die hun omgeving en zichzelf minder voor de gek dan veel van hun volwassen soortgenoten.
Kinderen zijn ontroerender in hun betrekkelijke simplicitas. Maar ze zullen zich nooit de luxe kunnen veroorloven zo te blijven. Opgroeiende zullen ze harder moeten worden, en ongeloviger en meer gewapend tegen wat hun te wachten staat. Ze zullen zich staande moeten houden, ze zullen kunstgrepen gaan aanleren om zich te kunnen handhaven. Voordat dit alles gebeurt of tijdens dit gebeuren zou ik graag met hen te maken willen hebben. Niet om het bevorderen van het proces, noch om het tegen te gaan, maar om zo nu en dan een kleine wind te doen waaien die misschien een gelukkig invloed kan hebben op het klimaat waarin dit proces zich afspeelt.”

 

 
An Rutgers van der Loeff (15 maart 1910 – 19 augustus 1990)
Cover biografie

Lees verder “An Rutgers van der Loeff, Lionel Johnson, Paul Heyse, Franz Schuh, Ángelos Sikeliános, Wolfgang Müller von Königswinter”

Horton Foote, Jochen Schimmang, Volker von Törne, Pam Ayres, Theodore de Banville, Albert Robida

De Amerikaanse schrijver en draaiboekauteur Horton Foote werd geboren op 14 maart 1916 in Wharton, Texas. Zie ook alle tags voor Horton Foote op dit blog.

Uit: A Coffin in Egypt

“I’m older by twenty years than the mulatto, Maude Jenkins, but I’ve outlived so many, I might outlive her. Who will come to her funeral? There will be lots of Jenkins there, because they are still thick in the country and the blacks will come from everywhere from all the bottoms and the prairies, out of curiosity if nothing else.
(a pause)
And I’d like to go just to get a look at her after all these years. But I couldn’t, of course, even if I was still alive then.
(a pause)
“The Angel that talked with me came again, and waked me, as a man that’s wakened out of his sleep.”
(a pause)
“The Angel that talked with me came again, and waked me, as a man that’s wakened out of his sleep.”
(a pause)
What was the name of Mr. Frohman’s theater? The Empire. It was across the street from the Metropolitan Opera House. They’re both torn down I read somewhere. I attended them both. Many times. I loved New York. I loved Paris. I loved Algiers. I loved Rome. I loved…Egypt. Not, Egypt, Texas, but Egypt. Egypt…Magic, Egypt. I used to tell Hunter that when I died I wanted to be cremated and have my ashes taken to one of the beautiful places I’d known as a young woman. But now, I don’t care. Who is there left to take my ashes anywhere? Anyway, they have a place for my body between Hunter’s grave and my two girls and that’s where I’ll end. In a coffin in Egypt. This Egypt. Out on the prairie. And in the spring our graves will be covered with the wildflowers, with primroses and Indian blankets and blue bonnets.”

 

 
Horton Foote (14 maart 1916 – 4 maart 2009)

Lees verder “Horton Foote, Jochen Schimmang, Volker von Törne, Pam Ayres, Theodore de Banville, Albert Robida”

Dolce far niente (Paul Hamilton Hayne)

 

Dolce far niente

 


Diana and Endymion door Francesco Solimena, 1705 – 1710

 

Dolce Far Niente

LET the world roll blindly on!
Give me shallow, give me sun,
And a perfumed eve as this is:
Let me lie,
Dreamfully,
When the last quick sunbeams shiver
Spears of light athwart the river,
And a breeze, which seems the sigh
Of a fairy floating by,
Coyly kisses
Tender leaf and feathered grasses;
Yet so soft its breathing passes,
These tall ferns, just glimmering o’er me,
Blending goldenly before me,
Hardly quiver!

I have done with worldly scheming,
Mocking show and hollow seeming!
Let me lie
Idly here,
Lapped in lulling waves of air,
Facing full the shadowy sky.
Fame!–the very sound is dreary,–
Shut, O soul! thine eyelids weary,
For all nature’s voices say,
” ‘Tis the close–the close of day,
Thought and grief have had their sway:”
Now Sleep bares her balmy breast,–
Whispering low
(Low as moon-set tides that flow
Up still beaches far away;
While, from out the lucid West,
Flutelike winds of murmurous breath
Sink to tender-panting death),
“On my bosom take thy rest;
(Care and grief have had their day!)
‘Tis the hour for dreaming,
Fragrant rest, elysian dreaming!”

 

 
Paul Hamilton Hayne (1 januari 1830 – 6 juli 1886)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 13e maart ook mijn blogs van 13 maart 2013 en ook mijn blog van 13 maart 2012 deel 2.

Dave Eggers, Jack Kerouac, Naomi Shihab Nye, Carl Hiaasen, Edward Albee, De Schoolmeester

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: Zeitoun (Vertaald doorMaaike Bijnsdorp en Lucie Schaap)

“In maanloze nachten pakten de mannen en jongens van Jableh, een stoffig vissersdorp aan de Syrische kust, hun lantaarns en voeren uit in hun stilste boten. Vijf, zes kleine scheepjes, elk met twee of drie vissers erin. Op een zeemijl uit de kust manoeuvreerden ze de boten in een kring op de donkere zee, gooiden hun netten uit en hielden hun lantaarns boven het water om het maanlicht na te bootsen.
De vissen, sardines, kwamen dan al snel aanzwemmen, een trage zilveren massa die opwelde uit de diepte. De vissen kwamen op het plankton af, en het plankton kwam op het licht af. Ze begonnen rond te cirkelen als een ketting met losse schakels, en in de loop van het volgende uur werden het er steeds meer. De zwarte hiaten tussen de zilveren schakels sloten zich, totdat de vissers daar beneden alleen nog maar een dichte, kolkende zilveren zee zagen.
Abdulrahman Zeitoun was pas dertien toen hij op die manier op sardines leerde vissen, een methode die lampara werd genoemd, geleend van de Italianen. Hij had er jarenlang naar uitgekeken om ’s nachts met de mannen en de grote jongens de zee op te gaan, en al die jaren had hij vragen gesteld. Waarom alleen als er geen maan was? Omdat het plankton in een heldere nacht overal te zien was, op de hele zee, zei zijn grote broer Ahmad, dus dan konden de sardines de oplichtende organismen gemakkelijk te pakken krijgen. Maar als de maan niet scheen, konden de mannen zelf bepalen waar het licht was en dan konden ze verbijsterende hoeveelheden sardines naar boven halen. ‘Datmoet je gezien hebben,’ zei Ahmad tegen zijn kleine broertje. ‘Je weet niet wat je ziet.’
En toen Abdulrahman voor het eerst de ronddraaiende sardines in het donker zag, kon hij zijn ogen niet geloven, zo mooi was die golvende zilveren rondedans onder het wit met gouden licht van de lantaarns. Hij was sprakeloos, en de andere vissers hielden zich ook zo stil mogelijk, ze zetten de motoren niet aan om de prooi niet aan het schrikken te maken. Ze fluisterden over het water, vertelden elkaar moppen, praatten over vrouwen en meisjes en keken naar de vissen, die onder hen almaar ronddraaiend omhoog kwamen. Een paar uur later, toen de sardines er allemaal waren en met zijn tienduizenden glinsterden in het weerkaatste licht, trokken de vissers het net dicht en haalden het op.”

 

 
Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

Lees verder “Dave Eggers, Jack Kerouac, Naomi Shihab Nye, Carl Hiaasen, Edward Albee, De Schoolmeester”

Leena Lehtolainen, Karl Krolow, Douglas Adams, Ernst Wichert, Torquato Tasso, Willem Claassen, Patrick Beck

De Finse schrijfster Leena Lehtolainen werd geboren op 11 maart 1964 in Vesanto. Zie ook alle tags voor Leena Lehtolainen op dit blog.

Uit: Tijd om te sterven (Vertaald door Annemarie Raas)

“Nu was Irja dood. Ik haalde nog een cider aan de bar, hoewel ik de eerste al in mijn benen kon voelen. Hoofdinspecteur Mario Kailio had die middag gebeld en gevraagd in hoeverre ik op de hoogte was van het aanhoudende geweld binnen het gezin Ahola. Eén keer had Irja Ahola tegenover haar oudste dochter toegegeven dat de blauwe plekken op haar kaak niet waren ontstaan na een ongelukje met de fiets, maar na een woede-uitbarsting van papa. Pas tijdens het politieverhoor dat na de moord had plaats gevonden was het tot de dochter doorgedrongen dat de verwondingen die haar moeder permanent sierde niet het gevolg waren van mama’s neiging om overal tegenaan te botsen.
(…)

Bij thuiskomst controleerde ik Kalles brievenbus opnieuw. Die was nog verder volgepropt. Er scheen geen licht achter zijn ramen. Onder aan de trap kwam ik de buurvrouw van de verdieping onder de mijne tegen, die me eerst een gelukkig Nieuwjaar wenste en toen begon te roddelen. Iedereen wist dat Kalle was afgevoerd door de politie, maar niemand wist waarom. Ik vermoedde dat ze me wel eens in Kalles gezelschap had gezien en dat ze er nu via mij achter probeerde te komen wat de reden was voor zijn arrestatie. Maar ik zei dat ik geen idee had en sloeg haar aanbod om koffie te komen drinken af.”

 
Leena Lehtolainen (Vesanto, 11 maart 1964)

Lees verder “Leena Lehtolainen, Karl Krolow, Douglas Adams, Ernst Wichert, Torquato Tasso, Willem Claassen, Patrick Beck”

Daan de Ligt

De Nederlandse dichter Daan de Ligt werd geboren op 11 maart 1953 in Den Haag. Zijn eerste bundel ‘Vijftig’ verscheen in 2003, daarna volgden de bundels ‘Ligtvoetig’ (2004), ‘Den Haag in gedichten en stadsgezichten’ (2006), ‘Vlammende gedichten’ (2007), ‘Oude nozem’ (2009) en ‘Dichten voor de Krant’ (2010). Verder zijn er veel gedichten van hem opgenomen in bloemlezingen. Toen Daan de Ligt in 2003, na het verschijnen van zijn eerste bundel ‘Vijftig’, door de redactie van de toenmalige Haagsche Courant (thans AD Haagsche Courant) benaderd werd om zo’n 25 stadsgedichten voor de krant te gaan schrijven, had hij zijn twijfels of hij dat aantal wel zou kunnen halen. In januari 2010 had hij echter al zijn 250e gedicht voor de krant geschreven. Nadat 250e gedicht besloot hij om te stoppen met het schrijven van stadsgedichten voor de krant.. Zie ook alle tags voor Daan de Ligt op dit blog.

57

ik tel de groeven in mijn droef gelaat
vervolgens tel ik ook mijn grijze haren
veroorzaakt door een aantal crisisjaren
mijn lichaam is in haveloze staat

een oud, geheel versleten apparaat
dat zelfs de laatste hoop heeft laten varen
nog even en u mag me doodverklaren
want ook mijn geest is reeds ten einde raad

een oude man, die trage meters strompelt
de afstand van het kastje naar de muur
en op z’n sterfbed pure wartaal mompelt

ik voel al vlammen van het vagevuur

bedekt met spinnenweb, totaal verschrompeld
begeef ik mij terug naar de natuur

 

Onmogelijke liefde

je houdt me met een stille blik gevangen
en staart me met bevroren ogen aan
betoverd blijf ik zwijgend voor je staan
in twijfel tussen schaamte en verlangen

het lijkt alsof je heim’lijk om me lacht
plezier beleeft aan een hardvochtig spelen
een minnaar die je nooit zal mogen strelen
en die zo kansloos op een teken wacht

je schepper is een kunstenaar geweest
op zijn palet begon jouw eeuwig leven
zijn hand werd kalm bewogen door de Heer

als meester van z’n artistieke geest
hij heeft je zoveel schoonheid meegegeven
mijn teer beminde meisje van Vermeer

 
Daan de Ligt (Den Haag, 11 maart 1953)

John Rechy, Joseph von Eichendorff, Friedrich Schlegel, Jakob Wassermann, Hilde Van Cauteren, Karel van de Woestijne

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: Coming of the Night

“There was also this to account for the sexual demand he welcomed. The day itself—the impression from last night had been confirmed—was ready for celebration, heated with those winds that were supposed to arouse tensions, and—he’d heard this—violence, but who wanted that? Whatever the truth, Jesse knew that the Sant’Anas charged the night with sexual fever.
And sex was everywhere!
There were hunky guys on every corner. You didn’t even have to go home with a guy, if you didn’t want to. There were cruisy places all over where you could make out, right there, all hours—bars, baths, even some streets—and you could move from one person to another, have several at the same time. Not that he wouldn’t ever want to go home with one guy again. Sure, that was fine, having sex several times with one person—or two—but there was a time for that, and a time when you needed more.
Music—that’s what would start this magical day on its way. He riffled among his collection of albums. Van Halen—which song? “Everybody Wants Some.” True, and more than some. “Loss of Control.” Yes!
The agitated strum of a guitar, a howl or a siren, laughter—a bomb or a roaring motorcycle. His sweat-stained briefs pasted to his body, he gyrated to the record’s opening explosion. Who needed control?
Without altering his fast rhythm, he let the next song play out its funky tune, about—what else?—love, love turning tragic.
Tragic? Who needed tragic.
He stopped the record abruptly. He needed something else to set this special day on its way—the song he’d danced to, and shouted out phrases from, when it first came out last year, the beginning of the eighties, the beginning of his life. The song’s words had seemed to announce the vista opening before him—of bars, sex, dancing, sex, great times, sex, partying, sex, great sex, sex— Ugh for straight music, with all those sappy songs. The stuff they played in gay bars said something, really told it, knew what it was all about. He found the album, the song he was looking for, Kool and the Gang and “Celebration.” All right!”

 

 
John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)
Eind jaren 1960

Lees verder “John Rechy, Joseph von Eichendorff, Friedrich Schlegel, Jakob Wassermann, Hilde Van Cauteren, Karel van de Woestijne”

Peter Zantingh, Ed Hoornik, Heere Heeresma, Peter Altenberg, Vita Sackville-West

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard. Zie ook alle tags voor Peter Zantingh op dit blog.

Uit: Een uur en achttien minuten

“Gisteravond, rond kwart over één, stond ik mijn tanden te poetsen in de badkamer. Ik had met studiegenoten gegeten in het centrum van Utrecht en was net thuisgekomen. Mijn telefoon lag, samen met mijn net uitgetrokken jas, op mijn bed. Hij trilde kort en het beeldscherm lichtte op.
Ik liep ernaartoe. De tekst stond meteen in beeld.
Jongens, het spijt me. Ik heb de lat te hoog gelegd, ik ben mijn idealen kwijt. Sorry. Bedankt. J
Onmiddellijk stokte mijn adem, het voelde alsof mijn maag binnen een seconde een paar graden kouder werd. Ik las het nog eens. Haalde mijn telefoon van de toetsvergrendeling, koos ‘berichten’ in het menu en bekeek de inbox. Bovenaan één nieuw bericht, van Joey.
Jongens, het spijt me. Ik heb…
Ik controleerde of zijn nummer klopte. Las de Sorry nog eens, en de Bedankt. Verstijfd belde ik hem op terwijl ik door mijn kamer liep. Ik kreeg zijn voicemail, een standaard voicemail. Niet Joey’s stem, maar die van een mevrouw die voorlas.
U bent verbonden met de mailbox van. Nul, zes…
Ik hing op en probeerde het opnieuw. Dezelfde stem. Ik las de sms en belde weer. Niets.
Ik keek naar het raam en het leek te trillen in zijn kozijn.
Ik opende mijn mond, zo ver dat ik ermee kon gillen, maar ik maakte geen geluid.
Ik ging op mijn bed zitten, maar kwam erachter dat ik niet kon zitten.
Ik ging staan, maar merkte dat ik niet kon blijven staan.
De machteloosheid greep me bij mijn voeten en trok me onderuit.
En als ik nu terugdenk aan dat moment, vervloek ik alles – álles – dat ik niet direct gebeld heb. Dat ik controleerde, en nog een keer las, en weer controleerde en verdwaasd naar de muren keek en zoveel tijd nodig had om het tot me door te laten dringen.
Ik had, zelfs met de minieme kans dat ik hem dan wel zou hebben bereikt, eerder moeten bellen.
Joe, wat doe je? Waar ben je?
Had ik hem gesproken, dan had hij het niet gedaan. Dat weet ik zeker.
Dat wil ik zeker weten.”

 

 
Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)

Lees verder “Peter Zantingh, Ed Hoornik, Heere Heeresma, Peter Altenberg, Vita Sackville-West”