Julian Barnes, Edgar Allen Poe, Edwidge Danticat, Gustav Meyrink, Eugénio de Andrade

De Engelse schrijver Julian Barnes werd geboren op 19 januari 1946 in Leicester. Zie ook alle tags voor Julian Barnes op dit blog.

Uit: Alsof het voorbij is (Vertaald door Ronald Vlek)

“We waren met zijn drieën, en nu was hij er als vierde bij gekomen. We hadden niet verwacht ons vaste aantal ooit nog uit te breiden: kliek- en paarvorming hadden al lang geleden plaatsgevonden, en wij begonnen onze ontsnapping van school naar leven al voor ons te zien. Hij heette Adrian Finn, een lange, verlegen jongen die in het begin zijn ogen neergeslagen en zijn ideeën voor zich hield. De eerste dagen namen we weinig notitie van hem: onze school kende geen welkomstceremonieel, laat staan het andere uiterste: de ontgroening. We registreerden slechts zijn aanwezigheid en wachtten af.
De leraren waren meer in hem geïnteresseerd dan wij. Ze moesten zijn intelligentie en werkhouding peilen, uitvinden hoe hij hiervoor les had gehad, en of hij mogelijk ‘studiebeurswaardig’ zou blijken. Op de derde ochtend van dat najaarstrimester hadden we geschiedenis van Ouwe Joe Hunt, droogkomisch innemend in zijn driedelig pak, een leraar wiens systeem van orde berustte op het in stand houden van voldoende maar niet buitensporige landerigheid.
‘Jullie weten nog dat ik jullie gevraagd heb alvast iets te lezen over het koningschap van Hendrik VIII.’ Colin, Alex en ik loerden even naar elkaar, in de hoop dat de vraag niet, zoals de uitgeworpen kunstvlieg van een hengelaar, op een van onze hoofden zou neerdalen. ‘Wie zou die periode eens willen karakteriseren?’ Hij trok zijn eigen conclusies uit onze afgewende blikken. ‘Marshall misschien. Hoe zou jij het koningschap van Hendrik viii willen omschrijven?’
Onze opluchting was groter dan onze nieuwsgierigheid, want Marshall was een voorzichtig stuk onbenul dat de inventiviteit van de ware onwetendheid miste. Hij zocht eerst naar mogelijk verborgen haken en ogen in de vraagstelling voordat hij ten slotte ergens een antwoord wist op te diepen.”

 

Julian Barnes (Leicester, 19 januari 1946)

Lees verder “Julian Barnes, Edgar Allen Poe, Edwidge Danticat, Gustav Meyrink, Eugénio de Andrade”

Patricia Highsmith, Marie Koenen, Thomas Gsella, Paul-Eerik Rummo

De Amerikaanse schrijfster Patricia Highsmith werd geboren als Mary Patricia Plangman in Fort Worth (Texas) op 19 januari 1921. Zie ook alle tags voor Patricia Highsmith op dit blog.

Uit: The Talented Mr. Ripley

“Tom saw the man make a gesture of postponement to the barman, and come around the bar towards him. Here it was! Tom stared at him, paralysed. They couldn’t give you more than ten years, Tom thought. Maybe fifteen, but with good conduct–In the instant the man’s lips parted to speak, Tom had a pang of desperate, agonized regret.
‘Pardon me, are you Tom Ripley?’
‘Yes.’
‘My name is Herbert Greenleaf. Richard Greenleaf’s father.’ The expression on his face was more confusing to Tom than if he had focused a gun on him. The face was friendly, smiling and hopeful. ‘You’re a friend of Richard’s, aren’t you?’

 

Scene uit de gelijknamige film met Matt Damon, Jude Law en Gwyneth Paltrow, 1999

It made a faint connection in his brain. Dickie Greenleaf. A tall blond fellow. He had quite a bit of money, Tom remembered. ‘Oh, Dickie Greenleaf. Yes.’
‘At any rate, you know Charles and Marta Schriever. They’re the ones who told me about you, that you might–uh–Do you think we could sit down at a table?’
‘Yes,’ Tom said agreeably, and picked up his drink. He followed the man towards an empty table at the back of the little room. Reprieved, he thought. Free! Nobody was going to arrest him. This was about something else. No matter what it was, it wasn’t grand larceny or tampering with the mails or whatever they called it. Maybe Richard was in some kind of jam. Maybe Mr Greenleaf wanted help, or advice. Tom knew just what to say to a father like Mr Greenleaf.”

 

Patricia Highsmith (19 januari 1921 – 4 februari 1995)

Lees verder “Patricia Highsmith, Marie Koenen, Thomas Gsella, Paul-Eerik Rummo”

Sascha Kokot, Peter Stamm, Rubén Darío, Franz Blei, Paul Léautaud, Jon Stallworthy

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

Uit: Vom Osttor

Am Morgen wenn die Hände noch streiken
den Katzen das Fell bis über die Pfoten reicht
sammelt sich Windbruch auf dem Steinboden
und es wartet dazwischen die schwarze Kohle
der alte Heizer kehrt seine Wörter zusammen
bevor er beginnt in regelmäßigen Zügen zu schippen
so verbringt er die Tage im Moderlicht unserer Keller
wärmt uns die Wohnungen und bleibt
im Treppenhaus grußlos zurück
uns Kindern sagt man dem Vater fehle die Zunge.


Was ist das, was vom Tag bleibt,
ein Land weniger, die Straßen gerade,
die Leitungen noch immer in der Wand,
nur bleibt der Stuhl am Ende leer,
die Nachbarn entdecken die Stadt ist ausgeräumt,
die Schienen rotten unter der Asphaltdecke,
das Ministerium sperrt die Schlösser auf,
entweicht aus den Aktengruben in den Kamin,
Generationen später schneit es als Asche herab,
ab und an wird eine Notiz oder ein Name zusammengefügt,
die Einwohner dieses Landes sind schwer beschäftigt
mit dem Verwachsen.

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

Lees verder “Sascha Kokot, Peter Stamm, Rubén Darío, Franz Blei, Paul Léautaud, Jon Stallworthy”

Ib Michael, Raoul Schrott, Lukas Moodysson, Ilja Leonard Pfeijffer, Roel Houwink

De Deense schrijver Ib Michael (eig. Ib Michael Rasmussen) werd geboren op 17 januari 1945 in Roskilde. Zie ook alle tags voor Ib Michael op dit blog.

 

Uit: Orbit (Vertaald doorJohn Mason)

From out at sea he could only see the chimney sticking up above the cliff. It looked like a beacon. He came flying across the surface of the water, his light carbon fibre wing paddle flashing in the sunlight, water droplets running down his arms. Now he broke his rhythm, rested on his paddle as the kayak lost speed and drifted on wind and current. He remained sitting there and laid back his head.
The cliff rose up out of the landscape. Under the turf at the very top the earth had given way in layers of shale and clay, and a hollow with chalk walls opened into the dark. Birds circled on the thermal, gulls and cormorants.
They cried as he approached, and their cries redoubled in the vault of sky above him.
He let himself drift towards land with the swell, felt the rear being lifted up as he steered lightly with the carbon fibre blade. He rounded the bluff and caught sight of a set of steps. It was made of wood and snaked down in a zigzag from the house that lay concealed somewhere up there on Fyrbakken. Some portions of the stairway had collapsed under an earth slip, a longer section had been contorted and looked like a ladder that had been twisted. The whole construction was held together by the handrail, which was intact all the way up.
He stared a moment too long, then the swell tugged at the kayak. A crest came rushing in under its silky sheen, which tore apart the moment it broke and flung the fragile craft sideways. The swell pounded itself to foam on the granite slabs of the breakwater.
He leaned into the rush with his paddle, edged himself off by the skin of his teeth, the bows facing the breakers, and paddled away. He rode into the surge. It foamed over the cockpit, which was tied off.”

 

Ib Michael (Roskilde, 17 januari 1945)

Lees verder “Ib Michael, Raoul Schrott, Lukas Moodysson, Ilja Leonard Pfeijffer, Roel Houwink”

Anton Valens

De Nederlandse schrijver en schilder Anton Valens werd geboren op 17 januari 1964 in Paterswolde. Hij volgde de opleiding schilderen aan de Rietveld Academie en aan de Rijksacademie. Hij combineerde zijn studie met werken in de Thuiszorg in Amsterdam. Valens debuteerde in 2004 met de  roman “Meester in de hygiëne”, over Bonne, die in de thuiszorg werkt. Het boek werd bekroond met de Lucy B. en C. W.van der Hoogtprijs 2006 en de Marten Toonder-Geertjan Lubberhuizenprijs 2005. Hij publiceerde vervolgens “Dweiloorlog, Verhalen over oude mensen” en “Ik wilde naar de rand van Beijing”, een reisverhaal. In 2009 verscheen de novelle “Vis”, die zeer goed werd ontvangen en inmiddels in het Duits is vertaald. In Frankrijk verscheen eveneens in 2011 de vertaling van “Meester in de hygiëne” onder de titel “Homme de Menage”. Het boek is genomineerd voor Le Prix du Marais 2012.

Uit: Het Boek Ont

“Wie slecht in de slappe was zit, is dankbaar voor alles. Heeft tante Jo oude pannen over? Geef maar mee. Een zak overhemden voor de kledingbak: mag ik eerst even grabbelen? Zo was het gekomen dat Isebrand drie zitbanken in zijn kamer had staan. Een was groezelig grijs met vaalpaarse banen en toegerust met dikke armsteunen die vettig glansden. De ander, een driezitter, was oud en beschadigd maar had veel meer allure, bekleed met roodbruin leer. De derde was een modernistisch design uit de jaren zeventig, smal, elegant en rustend op buizen pootjes, bijna een brits, wit van kleur. Je kon er niet in wegzakken maar hij zat heerlijk stevig vanwege de uitgebalanceerde proporties. Dit was Isebrands leefomgeving, en dus tevens het decor van Man&Post.

Het was de afspraak dat iedere sessie van Man&Post door een motto voorafgegaan werd en dat de deelnemers rouleerden in het aanbrengen van dat motto. Bovenstaand motto kwam uit Sylvio’s koker en niemand snapte er wat van. Hij zei dat het een citaat uit Kruseman’s brievenboek was, maar die verklaring was niet erg verhelderend.

Sylvio Enklaar ontving wisselende inkomsten van maar liefst vier verschillende uitzendbureaus die in verzorgers en (nacht)verplegers handelden. Hij koesterde geen spaargeld of bezittingen. Zijn vaste lasten bestonden vooral uit de huur van een stacaravan op het terrein van caviaopvang Beertje even buiten Middelstum en daarbij behorende servicekosten. Verder brandstof, belasting en verzekering voor een bestelbus. Sylvio was eigenlijk de enige van Man&Post die zelf de kost verdiende, geen geringe prestatie in deze tijd en plaats. De broeder, een brede, gedrongen kerel met een kale kickbokskop en een norse, welhaast vijandige uitstraling, had twee dochtertjes bij een ‘reuzenvrouw’ in Stadskanaal, met wie hij uit ‘ethische overwegingen’ geen contact onderhield. Hij droeg een vermiljoenrood trainingsjasje met de opdruk cccp. Hij sprak over ’t algemeen langzaam en met een vrij sterk Groninger accent.”

 

Anton Valens (Paterswolde, 17 januari 1964)

Inger Christensen, Susan Sontag, Reinhard Jirgl, Brian Castro, Tino Hanekamp

De Deense dichteres, schrijfster en essayiste Inger Christensen werd geboren op 16 januari 1935 in de stad Vejle aan de oostkust van Jutland. Zie ook alle tags voor Inger Christensen op dit blog.

Uit: Alphabet (fragment)

8

whisperings exist, whisperings exist
harvest, history, and Halley’s

comet exist; hosts exist, hordes
high commanders, hollows, and within the hollows
half-shadows, within the half-shadows occasional

hares, occasional hanging leaves shading the hollow where
bracken exists, and blackberries, blackberries
occasional hares hidden under the leaves

and gardens exist, horticulture, the elder tree’s
pale flowers, still as a seething hymn;
the half-moon exists, half-silk, and the whole
heliocentric haze that has dreamed
these devoted brains, their luck, and human skin

human skin and houses exist, with Hades
rehousing the horse and the dog and the shadows
of glory, hope; and the river of vengeance;
hail under stoneskies exists, the hydrangeas’
white, bright-shining, blue or greenish

fogs of sleep, occasionally pink, a few
sterile patches exist, and beneath
the angled Armageddon of the arching heavens, poison,
the poison helicopter’s humming harps above the henbane,
shepherd’s purse, and flax, henbane, shepherd’s purse
and flax; this last, hermetic writing,
written otherwise only by children; and wheat,
wheat in wheatfields exists, the head-spinning

horizontal knowledge of wheatfields, half-lives,
famine, and honey; and deepest in the heart,
otherwise as ever only deepest in the heart,
the roots of the hazel, the hazel that stands
on the hillslope of the heart, tough and hardy,
an accumulated weekday of Angelic orders;
high-speed, hyacinthic in its decay, life,
on earth as it is in heaven

Vertaald door Susanna Nied

Inger Christensen (16 januari 1935 – 2 januari 2009)

Lees verder “Inger Christensen, Susan Sontag, Reinhard Jirgl, Brian Castro, Tino Hanekamp”

Ester Naomi Perquin

De Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin werd geboren in Utrecht op 16 januari 1980. Zij groeide op in Zierikzee. In 2006 studeerde ze af aan de Amsterdamse Schrijversvakschool met als hoofdrichting poëzie. Ze was gevangenbewaarder om haar studie te bekostigen. Ze publiceerde gedichten in de literaire tijdschriften De Tweede Ronde en Tirade. Van laatstgenoemd blad was ze van 2008 tot 2013 redacteur. Perquin is columnist voor de Groene Amsterdammer en schrijft radioverhalen voor VPRO’s De Avonden. Op Gedichtendag 2011 werd ze voor twee jaar benoemd tot Stadsdichter van Rotterdam. In het voorjaar van 2007 debuteerde ze met de dichtbundel “Servetten halfstok”, waarvoor ze de Debuutprijs van het tijdschrift Het Liegend Konijn ontving. Als gevolg daarvan werd de bundel vertaald in het Engels, Frans en Duits. Één gedicht werd vertaald in alle 23 officiële talen van de Europese Unie. Ze won met deze bundel ook de 4e Eline van Haarenprijs 2008 voor de beste bundel van een dichteres tot 35 jaar. Tevens werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs 2007 en de Jo Peters Poëzieprijs 2008. In het voorjaar van 2009 verscheen Perquins tweede dichtbundel Namens de ander, die bekroond werd met de Jo Peters Poëzieprijs 2010, de J.C. Bloem-poëzieprijs 2011 (een tweejaarlijkse prijs voor de tweede bundel van een dichter, groot € 2500,-) en genomineerd voor de Hugues C. Pernath-prijs 2009.  Voor haar beide eerste bundels won Perquin de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 2009, en ze ontving in 2010 voor haar oeuvre de driejaarlijkse Anna Blaman Prijs voor schrijvers met een binding aan Rotterdam.

 

Risico’s

Onze gebruikelijke kamer. Geheel volgens afspraak richten de muren
zich op. Het raam ontvouwt, compleet

met gesloten gordijnen. Dit zou het begin van de nacht kunnen zijn
of het eind van de dag. Vormvast schemerdonker,

wat grappen over daglicht dat minder en minder verdraagt. De geur
van hout en overrijpe mandarijnen.

Kijk, daar komen de kastjes tevoorschijn, het tweepersoonsbed
tekent zich af met de lakens en dekens,

de sprei met de vlek ligt precies waar hij lag. Eenmaal beneden
hernemen we onze gezichten, schuiven we aan

en het uitzicht vult de kozijnen: landerijen, drie wankele bomen.
We weten al lang wat we nu zullen nemen:

het voorgerecht dat steevast tegenvalt, de biefstuk en de appeltaart.
We zijn ouder geworden, kunnen inmiddels

iets beters betalen. Het regent hier de meeste dagen van het jaar.
Het grootste gevaar dekt ons toe

met dezelfde plek, dezelfde kamer. We wagen ons gewoontes in,
hebben ons lief. We herhalen.


Ester Naomi Perquin (Utrecht, op 16 januari 1980)

F. Springer, Osip Mandelstam, Mihai Eminescu, Johannes Beilharz, Molière, Franz Grillparzer

De Nederlandse schrijver en diplomaat F. Springer (eig. Carel Jan Schneider) werd geboren in Batavia op 15 januari 1932. Zie ook alle tags voor F. Springer op dit blog.

 

Uit: Over Tarzan, Flash Gordon en andere vroege helden

“In 1942 veegden de Japanse legers hardhandig en in de tijd gemeten in een vloek en een zucht de trotse maar ook gezapige kolonie Nederlands-Indië van de kaart. Wij woonden in Bandoeng, toen nog op oudvaderlandse wijze met oe geschreven. Mijn vader was leraar aan het Christelijk Lyceum in die stad. Hij gaf Duits, maar die taal werd op de scholen in Indië al snel na 10 mei 1940 taboe verklaard. Hoewel ook de taal van Goethe en Thomas Mann, diens zelfverklaarde plaatsvervanger op aarde, was Duits voortaan in Indië alleen nog maar de taal van de vijand. Mijn vader werd bijkans van vandaag op morgen hulpdocent Nederlands en gelukkig voor hem was het Lyceum christelijk en hij zelf ook, dus kon hij met godsdienstonderwijs zijn verplicht aantal lesuren halen. Hij was toen 35. Natuurlijk werd hij ook landstormsoldaat – iedere Europese man die in Indië kon lopen en fietsen werd opgeroepen – en vlak voor de komst van de Japanse troepen bombardeerde men hem zelfs nog tot reserve tweede-luitenant van het Kon. Ned. Ind. Leger. Hoewel militaire organisaties waar het dienstplichtigen betreft, vaak uitmunten in het zetten van de verkeerde man op de verkeerde plaats, kreeg mijn vader warempel zinvol en nuttig werk, en wel bij de cryptologische afdeling van het geallieerde hoofdkwartier (Nederlands-Indisch, Brits, Australisch) toen dat, op de terugmars uit Azië – voortgebezemd door de Japanners – enige tijd op Bandoeng bivakkeerde, op nog geen tien minuten van onze straat verwijderd. Daar was mijn vader, samen met anderen, belast met het coderen en decoderen van geheime telegrammen die de geallieerde bevelhebbers ter zee, te land en in de lucht met elkaar wisselden in die eindfase van de strijd om Nederlands-Indië, ach, van de strijd om geheel koloniaal Azië. Ik was trots op mijn vader als ik hem ’s morgens op zijn fiets zag wegrijden, in zijn groene uniform, kakiputtees om de kuiten, soldatenkistjes aan de voeten, bivakmuts schuin op het hoofd, een revolver op zijn heup bungelend, en een pakje brood onder de snelbinder.”

 


F. Springer (15 januari 1932 – 7 november 2011)

Hier met Adriaan van Dis (l) op de Tokyo International Book Fair in 2000

Lees verder “F. Springer, Osip Mandelstam, Mihai Eminescu, Johannes Beilharz, Molière, Franz Grillparzer”

J. Bernlef, Edward St Aubyn, Yukio Mishima, Anchee Min, Isaäc da Costa

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog.

 

Schaduwtheater

De wijze die zei dat van
alle schilderijen ooit gemaakt
maar een klein deel bleef bewaard
dat het werkelijk genie schuilgaat
in wat voorgoed is zoekgeraakt.

Zo met alles.
De doden, de gebeurtenissen
die niemand onthield of net niet
aan de oppervlakte kwamen,
zij vormen ons schaduwtheater.

 

Met wortel en tak

Twee handen woelen
in vochtige bosgrond

Een stem. ‘Tien dagen geleden – hier –
veertig of vijftig.’

Binnen de jaarringen
is dit moment nog geen
tiende milimeter dik.

’t Graven stokt
het licht druipt
langs de stammen.

Twee handen
de polsen gebonden
steken zwart biddend
uit de aarde omhoog.

 

Hazepad

Het zijden overhemd zakt door het geraamte
het sjaaltje vat vlam
zijn lach gist na op zijn lippen.

Nu wordt hij geïntoneerd, niet de vleugel.

Wie verliet daar zo schielings de woning
zonder om te kijken naar het kind
dat de man nazwaait die het werd?

Waarom kiest iemand voor vernietiging?

Zonder begeleiding koos hij
voor een andere toestand:
het hazepad der extase.

 

J. Bernlef (14 januari 1937 –  29 oktober 2012)

Lees verder “J. Bernlef, Edward St Aubyn, Yukio Mishima, Anchee Min, Isaäc da Costa”

Edmund White, Daniel Kehlmann, Jay McInerney, Lorrie Moore, Jan de Bas, Jurgis Kunčinas, Clark Ashton Smith

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

Uit: Caracole

“One of them had a clay pig, small enough to fit into his pocket; it whistled one dry, low note when blown on the snout. The other knew the names of stones but he was the hardest to understand. Someone’s youngest brother he called “the Least One.” If he doubted a story, he said, “I don’t confidence you.” Windows he called “lights” and their hiding place in an oak bole he spoke of as the “plunder room.” Where the creek fanned out into a hundred rivulets, this child said, “That’s where it turkey-tailed,” and if a grown-up showed him special attention he’d ask later, “Why did he much me?” Both of Gabriel’s companions spoke in doubled nouns (“biscuit-bread,” “ham-meat,” sulfur-match”). Nor did they grasp what Gabriel meant when he said once, “Have a nice weekend.” After a while it turned out their families worked every day and the notion of a weekend was beyond their means.
(…)

When Mathilda asked Mateo to bring Gabriel to his very first reception at her house, Mateo assumed she was merely being polite out of consideration for him, Mateo. More than once she’d assured him she knew what it was like to be stuck with a child in their nearly childless world of artists and intellectuals; after all she (with Mateo’s distant if affectionate assistance) had raised a child, Daniel, who was now thirty and looked so nearly as though he were her brother that her maternity would have been suspect had not their celebrated, even infamous past together been so well documented. Nevertheless Mathilda was delighted when naïve or provincial people mistook Daniel for her brother or lover, and to increase the confusion she often referred to him coyly as “the darling.” This coyness was so unlike her that people expected to catch a sardonic smile and were shocked to see instead the sort of smile people wear when they speak of their pets. What few people knew was that an older child, a girl, had died when she was four. This loss had poisoned Mathilda’s joy in motherhood at the same time it had intensified her love for – no longer “my son” but “the darling.”

 


Edmund White (Cincinnati, 13 januari 1940)
Cover

Lees verder “Edmund White, Daniel Kehlmann, Jay McInerney, Lorrie Moore, Jan de Bas, Jurgis Kunčinas, Clark Ashton Smith”