Simon Carmiggelt, Arne Rautenberg

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

Uit: Poespas

“Hoe het begon
Toen mijn vrouw en ik onlangs van een feest kwamen en nog even in de keuken het obligate kopje koffie dronken, hoorden wij allerlei wonderlijke geruchten op de gang. Daar de kinderen niet uit bed waren, dachten wij aan een spook, maar een ernstige onderzoekingstocht leidde naar een kartonnen doos, die de oppas blijkbaar ’s avonds had aangenomen. ‘Aan Kronkel’ stond er op, want onder dat pseudo schrijf ik mijn meeste stukjes, maar de naam van de afzender was vergeten. Toen ik de doos openmaakte, bleek er een grote zwarte poes in te zitten, die ons onnoemelijk melancholiek aankeek. Ze had zich zeker verveeld, daar in dat donkere hokje.
‘Dat is een grapje van de een of andere lezer,’ zei ik, want als beroepsguit heb ik een fijn vertakt gevoel voor leuke streken gekregen.
De poes sprong uit de doos en liep angstig de gang in. Toen wij op haar neerkeken, zagen wij dat ze in blijde verwachting was, waardoor het mopje sterk devalueerde. In de keuken dronk ze meteen een liter melk op. Toen spreidden wij haar een veldbed en gingen zelf ook maar slapen.
De kinderen waren de volgende ochtend reeds om zeven uur in de wolken over onze aanwinst en vulden het huis met vreugdegeschal, maar de poesen uit de buurt deden later op het plat erg vrouwelijk tegen haar, terwijl een nutteloze kater, die precies op oom Dirk lijkt, verschrikt om haar heen dribbelde en zo nu en dan zijn hand zonder enig doel op haar hoofd legde. Zeer waardig en rustig reageerde zij op al dat gespuis en toen het avond werd, droeg zij haar dikke lijf moeizaam naar een soort praalbed, dat de kinderen inmiddels in de keuken hadden opgetrokken.
‘Je moet er niet over schrijven,’ zei mijn vrouw. ‘Anders gaan ze allerlei beesten sturen. En lilliputters. Of oude mannetjes met een kaartje aan de hals met “Wees goed voor opa” er op.’
Zij besloot geen enkel pakje meer te accepteren en stuurde nog diezelfde dag een precies eendere kartonnen doos, die een heer wilde afgeven, terug aan de afzender. Later bleek er een servies in te zitten dat we lang geleden eens hadden besteld.
Vannacht is de bevalling geschied. Ja, dank u – alles goed. Het zijn er vier. Helemaal zwart. De onbekende eigenaars van deze moeder hebben zich zelf benadeeld met hun rijke zending. Want het is, nu alle mensen weer zo zijn geschrokken van die dekselse wereldgeschiedenis, eigenlijk een beminnelijke ervaring om in de keuken eens in de ogen te kijken van een wezen dat haar geluk niet op kan.”

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)
Portret door Peter Vos, 1983

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

te grote woorden

huis

kort
slot van
kamerdeur naar kamer
deur een ketel uit
droge
muren vloer plafond uit
gedoofd
lampenlicht
verschroefd verhout
in het nabije
metselwerk de adem
koelt met elke hart
slag uit
de verte dreunen
afgietsels van overleden
evenzeers van de
afgeschermde
sterrenzee
verwijdert de stoel in de
gesloten
gereinigde keelholte
rust ‘n
tong die
nooit bevriest

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 7e oktober ook mijn blog van 7 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Victor Vroomkoning, Horst Bingel

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

Moeder

Uit wie mij spreken leerde
murmelt kruiswoordpuzzeltaal
– tiara, adat, Ido, baker –
borrelt praat van niets
dan allerlaatste kwalen.

Haar lijf dat naar de aarde groeit
staat onophoudelijk in bloei
van zomerjurken. Opgezette ogen
dwalen door haar bril. Haar kin
zinkt in haar parelhoenderkeel.

Grijs, met goud omhangen, groeten
haar de Juliana’s van haar huis.
Waar zij door de gangen schuifelt
sterft het van de kruisen.

Steeds dieper moet ik buigen
wil ik haar nog kussen.

 

Logboek

5 Mei éénentachtig. Met dochter
op de Mookse Plas, tien meter van de kant.
Een binnenband is gauw gevuld.
Ik word haar alleswetende verteller.

Er was, blaas ik haar in, een man
die met zijn kind de wereld zou bevaren.
Aan zijn dromen lag het niet. Hij sliep
wel jaren met zijn schip, liep ermee

de baaien binnen die hij wilde.
Het waken werd steeds minder.
Hij mijmerde van zeilen midden
op de dag bij windstil weer.

Toen moest nog het kind geschapen
dus droomde hij flink door.
Maar mist stak op, ontnam hem overdag
het zicht op zee en ’s nachts

verloor hij steeds meer knopen.
Voorgoed aan wal, de ogen open
ontmoette hij een kind dat op hem leek.
Het zag zijn schoen aan voor een bootje.

 


DUKENBURGLIED

Ik ben zeven harten rijk en heb een Staddijk van een long.
Lucht en water zijn mijn lust, voor vogels ben ik dagverblijf.
Kikkers springen, reigers vissen, eenden duiken in mijn lijf.
In mijn ingewanden draag ik dassen sinds ik hier ontsprong.

Grand Canal – De Buurman – Douglassparrenbosje –
Dukendam – Ontmoetingskerk – Verlengde Kippenpad –
Dassenburcht – Triavium – Gerrit-Schultepad –
Klimhal – Teersdijk – Schapenweide – Uilenbosje –

Licht ben ik en ruim van geest, mijn vertes zijn voor iedereen
want mijn blik is fris en open. In mijn aders huist mijn kracht:
mengelmoes van geuren, kleuren, klanken, allerhande dracht.
Van geen wijken weten talen en geloven erdoorheen.

Fakkel – Wielewaal Allee – De Turf – De Doekenborg –
De Lindenberg – Streekweg – ’t Hert – Valckenaerpad –
De Meiboom – Geologenstrook – Sportfondsenbad –
Tolhuisje – Sportpark – Maisonnettes – Thuiszorg –

Wie beweegt wil ik van dienst zijn ongeacht het jaargetij.
Actief leven kan ik bieden maar ook pauzes zijn mij lief.
Wie om míj geeft zal genieten productief en creatief
in mijn bedding, warme schoot, een nieuwe Gelderse Vallei

De Dageraad – Nieuwe Wetering – Steve-Bikoplein –
Koninkrijkszaal – Ketelhuis – De Boerderij –
Nachtegaalpad – De Orangerie – Wollewei –
Hobbywerkplaats – Hippe Hoogbouw – Skateplein

Tussen Vogelzang, Maas-Waalkanaal en spoorweg ingebed
oogsten zeven groene oorden allerwegen lof:
Aldenhof en Lankforst, Malvert, Meijhorst, Tolhuis, Weezenhof,
Zwanenveld. In één woord samen: Dukenburg van A tot Z.

 

Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Illusie is troef

Een liedje uit Chili.
Een gloedvolle dans.
Speelkaarten op lege tafels
slaan er de maat
bij.

Illusie is troef.
De droom lost op
in een oude
grammofoon.

Gewoon een klein café
aan de rand van alledag,
en het is altijd
gevuld.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e oktober ook mijn blog van 6 oktober 2021 en ook  mijn blog van 6 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.  

Nobelprijs voor Literatuur 2023 voor Jon Fosse

Nobelprijs Literatuur 2023 voor Jon Fosse

De Nobelprijs voor Literatuur 2023 is toegekend aan de Noorse schrijver en dichter Jon Fosse. Het comité prijst de 64-jarige schrijver voor zijn ‘innovatieve toneelstukken en proza die een stem hebben gegeven aan het onzegbare’. Fosses toneelstukken worden binnen en buiten Europa gespeeld. De prijs wordt toegekend voor zijn hele oeuvre, dat 40 toneelstukken omvat, en vele tientallen romans, essays, kinderboeken en vertalingen. Het Nobelcomité prijst zijn bijzonder artistieke techniek, waarmee hij ‘menselijke angst en ambivalentie in de kern blootlegt’. Jon Fosse werd geboren in Haugesund op 29 september 1959. Zie ook alle tags voor Jon Fosse op dit blog.  Op 10 oktober verschijnt zijn nieuwe novelle “Een schitterend wit” in de vertaling van Marianne Molenaar. Zijn toneelwerk wordt uitgegeven door De Nieuwe Toneelbibliotheek.

Uit: Slapeloos (Vertaald door Marianne Molenaar)

“Ik ben zo moe, zegt Alida en ze blijven staan en Asle kijkt naar Alida en hij weet niet hoe hij haar moet troosten, want ze hadden elkaar al zo vaak getroost door over het kind te praten dat zou komen, of het een meisje zou zijn of een jongen, daar praatten ze over, en Alida dacht dat meisjes gemakkelijker waren, en hij dacht het tegendeel, dat het gemakkelijker was met een jongen, maar of het nu een jongen werd of een meisje, ze zouden hoe dan ook blij zijn met het kind waar ze nu gauw de ouders van werden, en dankbaar, dat zeiden ze en ze troostten zich met de gedachte aan het kind dat nu gauw geboren zou worden. Asle en Alida liepen door de straten van Bjørgvin. En tot nu toe hadden ze er niet zo zwaar aan getild dat niemand hun onderdak wilde geven, het kwam vast wel in orde, er zou vast gauw iemand zijn die een kamertje te huur had waar ze een tijdje konden wonen, het moest wel in orde komen, met zo veel huizen in Bjørgvin, kleine huizen en grote huizen, niet zoals in Dylgja, waar alleen een paar boerderijen waren en wat kleine vissershuisjes, zij, Alida, was de dochter van moeder Herdis op Brotet, zoals ze daar zeiden, en kwam van een boerderijtje in Dylgja, daar was ze opgegroeid bij moeder Herdis samen met haar zus Oline, nadat vader Aslak verdween en nooit meer was teruggekomen, toen Alida drie was en haar zus Oline vijf, en Alida had niet eens herinneringen aan haar vader, alleen aan zijn stem, want in gedachten kon ze zijn stem nog horen, het diepe gevoel dat in zijn stem lag, de hoge heldere en de zware klanken, maar dat was dan ook alles wat ze van vader Aslak nog had, want ze herinnerde zich er niets van hoe hij eruitzag, en verder herinnerde ze zich ook niets, alleen zijn stem als hij zong, dat was alles wat ze van vader Aslak nog had. En hij, Asle, was opgegroeid in een boothuis in Dylgja waarvan ze de zolder bewoonden, daar groeide hij op bij moeder Silja en vader Sigvald, tot vader Sigvald op zee bleef op een dag toen plotseling de herfststorm opstak, hij was aan het vissen ten westen van de eilanden en daar voor de eilanden zonk de boot, voor Storesteinen. En toen waren moeder Silja en Asle alleen in het boothuis. Maar niet lang nadat vader Sigvald was overleden werd moeder Silja ziek, ze werd steeds magerder, ze werd zo mager dat het leek of je door haar gezicht heen tot op het bot keek, haar grote blauwe ogen leken steeds groter te worden en vulden ten slotte bijna haar hele gezicht, vond Asle, en haar lange bruine haar werd dunner dan ooit, en piekerig, en toen, toen ze op een ochtend niet opstond, vond Asle haar dood in bed. Moeder Silja lag met haar grote blauwe ogen open en keek naast zich, naar waar vader Sigvald had moeten liggen. Het lange dunne bruine haar bedekte bijna haar hele gezicht. Daar lag moeder Silja en was dood.”

Jon Fosse (Haugesund, 29 september 1959)

John Taggart, Roberto Juarroz

De Amerikaanse dichter en criticus John Taggart werd geboren op 5 oktober 1942 in Guthrie Center, Iowa. Zie ook alle tags voor John Taggart op dit blog.

 

All the Steps (Fragment)

1
Those who hear the train they had better worry worry
those who hear they had better worry worry.

2
No disgrace to worry to have the worried life blues
might do some good to be worried in the hour of our need.

3
Run run run away going to run run run away
there are those who think they’re going to run away.

4
To hear and to be facing and to be facing what is heard
to hear and to be face to face with what is heard.

5
Run run run away they’re going to run run run away
there are those who think they’re going to run away from the train.

6
Fort built to protect the community from desert raiders
community thought to protect itself from raiders.

7
Those who hear the train they had better worry worry
better worry worry about a gift of tears.

8
Those who are gathered in the fort had better learn
they had better learn how to cure their wounds.

9
The train with its poison and its tongue
the lurking train with its poison and its tongue.

10
Those who are gathered better learn to be insensitive
learn how to put on a show of being insensitive.

 

John Taggart (Guthrie Center, 5 oktober 1942)

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

Mijn hand liefkoost jouw droom

Mijn hand liefkoost jouw droom.
En om hem nog beter te kunnen liefkozen
verandert zij ook in een droom.

Maar nu verandert jouw droom
in een hand,
om die liefkozing te kunnen beantwoorden.

Zou de liefde altijd
de kruising zijn tussen een hand die gaat
en een hand die komt?

Of zou het gewoon
het passeren van twee elkaar kruisende dromen zijn?

 

Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

 

Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e oktober ook mijn blog van 5 oktober 2018 en ook mijn blog van 5 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 5 oktober 2014 deel 2.

Ruiter, paard en hond (Willem de Mérode), Willem Jan Otten, Roberto Juarroz

 

Bij Dierendag

 

Paard en twee honden in een landschap door Henry Ossawa Tanner, 1891

 

Ruiter, paard en hond

De ene begeleidt, de andre draagt mij,
Tot mijn genoegen en in zware strijd.
Dit zijn bevredigingen en dit plaagt mij,
Want zij zijn roekloos aan mijn dienst gewijd:

Het paard! (ik voel mijn snelheid vertienvouden),
Dat man en lans, die mij belaagt, vertrapt.
De hond! die afgeeft wat hij graag wou houden,
Mijn handen lekt, naar de belagers hapt.

Ik ben gepantserd, zij leevren hun huid
Naakt, dapper, aan de schunnige dood uit,
Ik aarzel en zij weigren niet te sterven.

Zij spitsen de oren als een hoorn weerschalt.
Zij schreeuwen als de zege mij toevalt,
diep dankbaar dat ze een liefkozing verwerven.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Spijk (Groningen), de geboorteplaats van Willem de Mérode

 

De Nederlandse schrijver en dichter Willem Jan Otten werd geboren in Amsterdam op 4 oktober 1951. Zie ook alle tags voor Willem Jan Otten op dit blog.

 

Eindaugustuswind

1

Ook als het waar is wat we weten –
en niets ons wacht, heus, heus –
dan nog wacht mij, zo lang ik leef
en zwaarder kortademiger elk jaar
mijzelf het duin op hijs: de zee, zee.
Steeds onmiskenbaarder is zij dan voorzien,
steeds meer de meesteres die onderwijst
dat niets mij wacht, niets, heus, heus.
Probeer het maar, zegt zij, en denk je
vrij, de duinen op en daarna nergens mij.

2

Er is een omdat en het ruist als het dak
van een sparrebos bij nacht bij eindaugustuswind.
Ik ben gaan liggen op mijn rug met boven mij
een sterrenwak precies als toen ik dertien was.
Het was opnieuw als lag ik denkend in een kuil.
Takken zwarter dan het doodstil uitspansel.
Omdat ik niet mijn eigen macht zal zijn,
omdat mijn strekking steeds een klacht zal zijn,
omdat ik niet begrepen heb wat mij
naar deze onbegrepen plek heeft toegewild,
omdat ik niet mijzelf bevatten kan
als pogend te bevatten – daarom ben ik vrij.

3

Ik heb mij nu zo luid tot u gericht
dat uw zwijgen is gaan klinken
naar de stilte in een bladstil bos
nadat er ’s nachts uit een tent
een kind geroepen heeft en het was
het mijne niet. Ik twijfel niet
aan uw bestaan zo lang u tot mij
zwijgt. Het is aan mij, u laat mij vrij
om uit uw echoënde stilte op te staan.

 

Willem Jan Otten (Amsterdam, 4 oktober 1951)

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

Misschien is de dood onmogelijk

Misschien is de dood onmogelijk
en is het de kunst de blik leeg te maken
om het oog te redden.

Misschien vormt jouw hand een deel van de mijne
en is het de kunst hem ter zijde te schuiven
zodat ik een wereld kan maken.

Misschien is de mens de mens
en is het de kunst een god openbaar te maken
zodat de mens alles kan zijn.

 

Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

 

Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn blog van 4 oktober 2018 en ook mijn blog van 4 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 4 oktober 2015 deel 2.

Kira Wuck, Horst Bingel

De Nederlandse dichteres Kira Wuck werd geboren in Amsterdam op 3 oktober 1978. Zie ook alle tags voor Kira Wuck op dit blog.

 

Mijn ouders zijn goed in ontvreemden

Op de kleuterschool steel ik een houten paardje
niet omdat ik het een mooi paard vind
maar omdat niemand het ziet als ik het in mijn zak stop
de meeste dingen gebeuren tijdens iemands afwezigheid

In de trein rijden we zwart
bij elke halte kijk ik of ik de blauwe mannen zie
en repeteer ik de regels van ons spel

Mijn vader brengt nooit zijn elpees terug naar de bibliotheek
hij zegt dat als je maar lang genoeg wacht
ze die toch niet zullen missen

Mijn moeder is verliefd op mijn logopedist
ze komt het huis niet uit, behalve voor mijn spraaklessen
op mijn verjaardag drinkt ze andere moeders onder tafel
daarna begint haar danssolo, benen hoog in de lucht

De blauwe mannen kijken naar mijn vaders zwarte krullen
ik hoor het adres van een oude kennis, dat de conducteur noteert
hetzelfde adres voor de rekeningen van de bibliotheek

ik glimlach naar de blauwe man en zwaai met mijn benen
die ruim boven de vloer hangen
altijd beleefd blijven

Later lukt het mijn moeder ook niet meer
om voor mijn spraaklessen het huis te verlaten
nu stuurt ze mijn logopedist kaarten
met blauwe luchten en stranden

Mijn vader leert mij fietsen en laat mij los op een berg
mijn voeten ticket de tappers en ik ben bang
maar hij weet dat ik het kan vandaag

 

Liefdesbrief
.
Ik likte borden schoon
en keek hoe regen verdriet uit de lucht trok
.

Iemand vroeg of hij tien baarzen in mijn koelkast kon huizen
sindsdien ruikt het hier naar vis
water drupte van zijn kin

.
Ik vroeg of hij zich over de afwas kon ontfermen
en zei dat ik soms krullen had en soms een brandweervrouw was
dan zwaaide ik vanaf de wagen, zelfs al brandden er huizen plat

.
’s nachts fietste ik zonder licht
maar ik kan alles op gevoel
de meest vreemde dingen


Toen ik iemand zag die heel erg op jou leek
wou ik mijn mond op de zijne drukken
daarna zijn hart uit zijn borstkas snijden
en in een vissenkom doen

 

Oogsten
.
De tijd gaat sneller als je af en toe een plant verschuift
in de winter heb ik beweegredenen nodig
niets is hier voorbestemd
maar alles gaat geleidelijk

.
dit ben ik in het oudst van de nacht
en ik waarschuw je alvast, ik word vaak verliefd

.
ik herken je voordat je jezelf herkent
(je past goed bij mijn behang)
er zijn huizen waarin je beter gedijt

.
we roken gaten in het bankstel
als je er nog bent als ik me omdraai

.
dan ben je niet meer weg

 

Kira Wuck (Amsterdam, 3 oktober 1978)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Het winterpaard

Hobbelpaard, hobbelpaard, trek niet ten oorlog,
de oorlog, dat is een kwaadaardig dier,
papa en mama blijven hier.
Je hebt de ijsbloemen gezien,
jij en het winterpaard,
alle graven zullen we
versieren op zondag, op
maandag, in de vroege ochtend,
dan in de ochtend,
kastanjes en straat
-lantaarns verzamel ik
voor jou, bruine kastanjes.

Hobbelpaard, hobbelpaard, trek niet ten oorlog,
De oorlog, dat is een kwaadaardig dier,
papa en mama blijven hier.

Zij zullen in één nacht
jou verkopen
– en geen haan en geen hond –
zij met de cilinderhoeden die
zijn bodemloos, zij
hebben jou niet gekend.
Vermijd de versterkte huizen!
Al lang staan rugzak en hobbelpaard,
rugzak en hobbelpaard klaar.

Hobbelpaard, hobbelpaard, trek niet ten oorlog,
de oorlog, dat is een kwaadaardig dier,
moeder en vader
blijven hier.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn blog van 3 oktober 2020 en evenens mijn blog van 3 oktober 2018 en ook mijn blog van 3 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 3 oktober 2015 deel 2.

Dimitri Verhulst, John Hegley

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

Uit: In weerwil van woorden

“Straks komen ze me halen. Ik voel het, ik weet het, en het kan me weinig schelen. Ergens zal ik zelfs opgelucht zijn, zoals, naar ik me liet vertellen, ook pedofielen opgelucht zijn wanneer ze ’s nachts door de politie uit hun bed worden gelicht. Het besef dat alles voorbij, eindelijk voorbij is, verklaart de lethargische glimlach die je vaak ziet bij mensen die in de boeien worden geslagen.
Zoals ik mij dat voorstel zullen ze met velen zijn. Onder hen een bemaskerde man in een wit pak, omdat men er rekening mee hield dat ik hier al enige poos dood en rottend ratten en kevers behaag, mijn tapijten bevuilend met alles wat ik nog te lekken heb. Zwaarbewapende jongens zullen uit hun computerspellen stappen en mijn eikenhouten deur stukstampen, de schietvizieren van hun lekkere speelgoed zenuwachtig zoekend naar mijn kop. Immers ben ik een man die zich door zijn gedragingen eigenhandig uit de wereld heeft gezet, dus zeker gek, en derhalve mogelijks gevaarlijk. Er zal een psycholoog zijn, wellicht een vrouw, mooi als de moeder die we voor onszelf zouden kiezen als we ook maar konden, en met een stem die de duisterste denker doet besluiten die stoel dan toch maar niet uit de loodlijn van zijn strop te schoppen. En zeer zeker ook een deurwaarder zal, zonder eerst zijn voeten te hebben geveegd, aan een mat die nochtans het woord ‘welkom’ ontbeert, fluks naar binnen komen gestapt, blocnote en pen in de hand, hopend op een confiscabel schilderijtje aan de muur, een zeldzaam incunabel, een antiquarisch meesterstuk, een tandartsstoel, een volledig kavel aan zilveren kandelaars. En terwijl hij zal schrijven, hoort hij zichzelf in versvoeten praten met al mijn schuldeisers. op de piano ligt, dat de vaatwas is gedaan, geen spinnenweb is te bespeuren. Een beetje tuberculeuze geuren zullen ze wel opsnuiven, maar die hebben ze louter aan zichzelf te danken, of dan toch aan het systeem dat ze dienen, omdat ik werd afgesloten van water, verwarming en elektriciteit. Dit klimaat is beter voor mensen dan voor huizen, mijn muren zijn er erger aan toe dan mijn huid. De indruk dat ik in onhygiënische omstandigheden leef zal zijn gevoed doordat ze mij aantreffen in een huis dat van onder tot boven is volgestapeld met papier. Om preciezer te zijn: ongeopende brieven. En ziedaar de eigenlijke reden van hun komst. Ik ben de man die schrik kreeg voor post. De man die er gaandeweg mee is gestopt zijn brieven te openen. Met alle voorspelbare gevolgen van dien. Mijn eettafel kan amper het gewicht van al die post nog dragen; ze zakt door zoals op de mezzanine, maar dan mooier, al mijn boekenplanken doorzakken. Indien te zwaarbeladen, kennen boekenschappen de prachtige kromming die men in de wiskunde, als ik mij dat goed herinner, een deltoïde noemt.”

 

Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

Een kort testament van Wil

Ik Wil dat de jongeling met het talent in de verwaarloosde ader
zal worden ontdekt.

Ik Wil dat het kind zoals ik, wiens stem klonk als een lied
maar dat niet gehoord werd, gehoord zal worden.

Ik Wil dat degenen op de plaats waar de leraren niet
de middelen hebben om de gouden stem in de duisternis
van de schooldagen op te roepen, geholpen zullen worden bij het vinden van de juweeltjes die verborgen liggen.

Ik Wil dat deskundigen op het gebied van de graafkunst naar de niet-gegraven plaatsen gaan
en de zingende zielen opdelven.

Ik Wil dat de verspreiding van het ongekende talent wordt bevorderd en gevoed
en gevierd.

Ik Wil dat degenen die aldus vóór ons zijn gebracht om te helpen bij
onze vooruitgang, worden bijgestaan in het beheer
van hun genialiteit.

Ik wil proberen een handje te helpen bij het aansturen
van deze zaken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e oktober ook mijn blog van 2 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 2 oktober 2018.

October (P. C. Boutens), John Hegley, Wallace Stevens

 

Bij het begin van oktober

 

Veere (Nederland) Oktobernevels door Théo van Rysselberghe, 1906

 

OKTOBER

Getij van Westerstorm en stille wolkendagen,
Van zondoorvloeide nevel, mistvergulde dauw, –
Alleen de blijdschap van een god kan lachend dragen
De zijden weelde van uw weemoeds kleurge rouw.

Geen mens doorproeft zo zoet als de eerste rode kersen
Der lenten in wier eeuwigheid hij had geloofd,
De rijpe wijn die gist in uwe volle persen,
De koele blanke vlezen van uw meluw ooft.

Om ons en in ons zijn zovele jarenkeren
Zomer en lente en liefde ontloken en verdord:
Om tegelijk de dood en de eeuwigheid te leren
Lijkt leven eerst te lang, is leven haast te kort.

Wij dolen, onvervulde stoffelijke schimmen,
Door de verluchte brand van hof en tuin en laan,
En breiden moeizaam vochte vleugelen tot klimmen,
Als heemlen in uw laaiende avond opengaan.

Om ’t helle sterven van wat niets verstond dan leven,
En nu niet verder dan zijn schone dood vermoedt,
Zouden wij rede als vreemd en onbegeerlijk goed
De zekerheid van alle komend voorjaar geven.

 

P. C. Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)
Middelburg, de geboorteplaats van P. C. Bouten, in de herfst

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

Smelly

One playtime, staying out of the rain,
His heart sank, Someone sniffed his seat,
And said it stank,
A ritual followed,
in which you had to dare,
To whiff the niffy chair,
Requeling from the squeling,
In jubilant despair,
From that day on we called him smelly,
But one day Smelly wasn’t there,
Gone for good and noone knew where,
But you could still smell smelly,
If you smelt his chair.

 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

The green plant

De stilte: een gestalte
Die voorbij is.
Leeuwgele rozen van oktober zijn
Papier geworden.

Schaduwen van bomen
Als vernielde paraplus.

De afgeleefde woordenschat
Van zomer heeft ons niets meer
Te zeggen.

Het bruin onder het rood,
Goud onder het geel zijn
Vervalsingen, zon zonder
Warmte, in een spiegel –

Behalve dat een groene plant
Gloeit terwijl je kijkt naar
De mythe van het paarsgroene woud –

Gloeit boven legende,
Heidens in het groene
Van de harde werkelijkheid waartoe
De groene plant behoort.

 

Vertaald door Lloyd Haft

 

Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn blog van 1 oktober 2021 en ook mijn blog van 1 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 1 oktober 2018 en ook mijn blog van 1 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Hendrik Marsman, Rudolf Karl von Gottschall

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Marsman werd geboren op 30 september 1899 in Zeist. Zie ook alle tags voor Hendrik Marsman op dit blog.

Uit: Tempel en kruis

II

De toren slaat.
hij ziet hem echter niet.
alleen den dunnen gouden ring
der wijzerplaat, een roerloos rad,
dat in het hart staat
van het zwarte niets:
de windroos van den tijd,
als een rozet
tegen het dof fluweel der eeuwigheid.
dan, onder ’t verder gaan,
voelt hij de slagen door zijn lichaam gaan
en denkt: de Vader dus, geradbraakt in den Zoon,
en opziend naar de middernachtelijke zon,
ontwaart hij ’t draaiend kruis,
dat de apostelen als cijfers draagt,
een medaillon, God met den doornenkroon.
Dus zoo ondraaglijk werd de eeuwigheid
dat zij zich grijpen liet
door ’t vliegwiel van den tijd
en in een speeldoos zich vermalen deed!
door ’t vliegwiel van den tijd?
als hij het kruipen van de naalden ziet
beseft zijn trots met een rebelschen spijt
dat ook die ongeboren duizeling,
gebroken en gestremd,
den mensch wordt voorgezet
in ’t drama van de kreeft op het tapijt,
en waar eens God in de arena stond
en met een weerbaar man den strijd aanbond
onder de vlaggen van het morgenrood,
knielt nu een schaaldier traag den kruisweg rond
en bidt de staties van de wijzerplaat.

 

Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940)

 

De Duitse schrijver, dichter, literair historicus en criticus Rudolf Karl von Gottschall werd geboren op 30 september 1823 in Breslau als zoon van een Pruisische artillerieofficier. Von Gottschall bezocht de Herzog Albrechts School in Rastenburg, Oost-Pruisen. Nadat hij de middelbare school had afgerond, studeerde hij vanaf 1841 rechten aan de Albertus Universiteit van Königsberg. Daar sloot hij zich aan bij de studentvereniging Gothia. Ndat hij vanwege politieke onrust was weggestuurd uit Königsberg, vervolgde hij zijn studie aan de Silezische Friedrich Wilhelm Universiteit in Breslau. In 1843 werd hij lid van de Alte Breslauer Burschenschaft der Raczeks. Hij voltooide zijn studie aan de Friedrich Wilhelm Universiteit in Berlijn. Hij promoveerde in 1846 in Königsberg op een proefschrift over de Romeinse straffen voor overspel. In 1847 werd hij dramaturg bij de stadsschouwburg van Königsberg. Hij ging in 1848 naar Hamburg en in 1852 naar Breslau. Daar trouwde hij in hetzelfde jaar met Marie Freiin v.. Sehrer-Thoß en ging in 1862 naar Posen, waar hij korte tijd redacteur was van de Ostdeutsche Zeitung. Vanaf 1864 – het jaar waarin hij naar Leipzig verhuisde – tot 1888 was Gottschall redacteur van de “Blätter für literarische Unterhaltung” en “Unsere Zeit” in Leipzig. In 1877 werd Gottschall door koning Wilhelm I van Pruisen in de adelstand verheven vanwege zijn verdiensten voor de Duitse literatuur. Von Gottschalls vooruitstrevende werk werd tijdens zijn leven gerespecteerd en zijn toneelstukken waren populair.

 

Das Leben

Das Leben ist nur eine Schlacht!
Es sausen rechts und links
In leichtem Tanz vorüber die Geschosse
Wie Bälle, die ein spielend Schicksal schlägt.
Wer erst die Kugel tief im Herzen trägt,
dem gilt es gleich,
Von welchem Feind sie kommt.

 

Dem Mond

Ich flüchte aus der Welt der Sonnen
In deine bleiche Schattenwelt!
Erquickung strömt, ein frischer Bronnen,
Dein Strahlenquell am Himmelszelt.
Du wanderst über fernen Gipfeln
Wie ein geheimes Sehnen hin,
Und über den verklärten Wipfeln
Schwebst du, der Blüten Königin.

Aufdringlich ist des Tages Leuchte,
Die spähend ins Verborgne schaut;
Dich grüßt die Flur, die tränenfeuchte,
Die dir ein stilles Glück vertraut,
Und wachgeküßt von nächt’gen Winden
Erschließt die scheue Blume sich;
Wenn Schatten sich zu Schatten finden,
Ergreift’s die Seele heimatlich.

Ja leuchten mag den ewig Klaren
Das Taggestirn mit prächt’gem Schein
Ein ahnungsvolles Offenbaren
Quillt aus der Mondennacht allein.
Wenn zwischen Blumen unter Sternen
Der Falter durch den Dämmer schwebt,
Dann wirst du das Geheinnis lernen,
Das zwischen Erd’ und Himmel webt.

Dann schmilzt und löst sich alles Feste
Und jede starre Schranke bricht;
Dann scheint das Schlimmste und das Beste
Mir nur das gleiche Traumgesicht:
Der Mächt’gen Trotz, die Not der Armen,
Der Tugend Qual, des Frevels Lust,
Und mit unendlichem Erbarmen
Erfüllt der Menschheit Los die Brust.

 

Rudolf Karl von Gottschall (30 september 1823 – 21 maart 1909)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook mijn blog van 30 september 2020 en eveneens mijn blog van 30 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Pé Hawinkels, W. S. Merwin

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

Het uiterlijk van de Rolling Stones (Fragment)
Een lyrisch-episch leerdicht

II De zwarte markies met suikerziekte

Er is iets misgelopen met de tijd:
Wie ooit dat heerschap, op zijn paasbest
In de paternalistische kleur van irissen,
Het verdachte huis van gisteren heeft zien uit-
Komen, zal dit beamen, met
Of zonder rozijnen glimlach. Het
Onmogelijke heeft plaatsgevonden, en zoiets kan
Niet pluis zijn, nu niet, hier niet, nooit.
En, zo gaat dat, terwijl de corruptie der polaire
Categorieën om z. heen grijpt als de populariteit
Van filterkoffie -: in ieders dromen,
Fragmentarische producten van smartelijk smeulen,
En op elk denkbaar perron treffen de genummerde
Employé’s liggende lichamen aan, waarboven
Het individu in ijdele suspensie
Vertwijfeld & vergeefs pogingen in het werk
Stelt om de afstand, ingeweekte tijd,
Te overbruggen. Maar het is als met een kind
Op zwemles, dat nog niet duiken kan en
Haar ringetje op de bodem weet van het bassin,
Met de geest van de ontslapen Pharao
Waarom sterven zij zo vredig als de geur
Aan een sering ontglijdt? – die boven
Zijn sarcophaag hangt in het tuigje van
’t Hiernamaals: de tijd, die saboteert dit,
Elk noemenswaard project. Er zit
Niets anders op dan om hem af te danken,
Te ontslaan, – in elk geval:
Zijn werktijd te bekorten, zoals maatregelen
Die men treft tegen een muitende bemanning:
Onwrikbaar, omdat het recht zijn loop
Hernemen zal & moet, maar toch met iets van spijt
Dat er van zulke kranige kerels niet wat meer
Terecht gebracht is kunnen worden.
Dat is, U zegt het goed, niet ieders werk.

 

Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927. Zie ook alle tags voor W. S. Merwin op dit blog.

 

Het is maart

Het is maart en er valt zwart stof uit de boeken
Binnenkort ben ik weg
De grote geest die hier logeerde is
Al vertrokken
Op de lanen ligt de kleurloze draad onder
Oude prijzen

Als je terugkijkt is er altijd het verleden
Zelfs als het verdwenen is
Maar als je vooruit kijkt
Met je vuile knokkels en de vleugelloze
Vogel op je schouder
Wat kun je schrijven

De bitterheid stijgt nog steeds In de oude mijnen
De vuist komt uit het ei
De thermometers uit de monden van de lijken

Op een bepaalde hoogte
Zijn de staarten van de vliegers even
Bedekt met voetstappen

Wat ik ook doen moet is nog niet begonnen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e september ook mijn blog van 29 september 2020 en eveneens mijn blog van 29 september 2018 deel 1 en ook deel 2.