Wolf Wondratschek

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook alle tags voor Wolf Wondratscheck op dit blog.

 

Warum Gefühle zeigen?

Chuck geht die Straße runter
und wenn er jemand trifft, sagt er automatisch
Gut geht’s mir, ja ausgezeichnet, tausendprozentig,
glaubs mir!
Und dann Sprüche wie
Ja, wir telefonieren, gut, okay,
Nein, ich weiß noch nicht, ob ich heut ins Kino geh!
Chuck trifft halb München,
setzt sich ins Capri,
starrt gleich aufs erste nackte Knie
und der erste Gedanke ist:
Bleib sitzen, bis sie wieder Weihnachtsbäume verkaufen
oder bis dir ungemütlich wird
und die Füße in den Turnschuhen anfangen zu schwitzen
oder bis ein Mädchen vorbeigeht
mit dem Kleid mit den Flugzeugen drauf, aus denen
Palmen wachsen
und daß ihr der Wind über die Schenkel weht –
zu welchen Träumen gibt das Anlaß?
». . . weißt du, die hat viel Phantasie, viel Erfahrung,
aber in Wirklichkeit?« und wie die Sprüche heißen aus
dem geschminkten
Totenkopf der Eitelkeit.
Du machst es
Du bist es
Du verstehst es

Chuck beobachtet, wie sie geht
wie alle anständigen Frauen, die sich eines Tages
in Gedanken in die Toilette einschließen,
um ein paar der miesesten Angewohnheiten eines
fremden Mannes zu genießen,
und wieder tönt es irgendwo
Du machst es
Du bist es
Du verstehst es
Der Mann dürfte keinen Namen haben,
müßte erfolgreich sein
und könnte eigentlich nur aus dem Luftschacht da oben
kommen.
Da geht sie, Hemmungen hätte sie keine,
Lippenstift-Jäckchen,
das Gesicht so weiß wie die Knochen von Papa,
so unsichtbar wie Unterwäsche auf der Wäscheleine,
verliebt in den Gedanken ihrer völligen Versklavung,
zerfressen von Vitaminpillen,
um etwas jünger auszusehen.
Da geht sie,
Chuck könnte ihr die Juwelen, die sie schmücken,
einzeln ins Hautinnere drücken.
Oder sieht er das alles etwas zu kraß?
Vor allem wenn er zu Hause sitzt in seinem Zimmer,
zwischen den Mädchen mit dem aufgemalten
Hoffnungsschimmer,
zwischen den Freunden, die erzählen, daß sie, um nicht
durchzudrehen,
nicht mehr aus dem Haus gehen –

Chuck, der sein Kind liebt,
das nie zur Welt kommen wird.

 

De misdaad van de zon

Moe zijn de mensen en droog de rivieren.
Daar de agent die zich bewonderen laat.
De zon die klauwen in de aarde slaat
en buiten op de stenen vegeteren

adelaars als kippen, wachtend op de slager.
Het land is als een leeggeroofde gaarde.
Cactussen bloeien er nog slechts en leugen,
en kinderen zul je zien, die onbeschaamd,

alsof een schreeuw in hen tot zwijgen kwam
misdaden van elke soort begaan.
Alleen voor minnaars is de hemel vreugde.

De armsten strooien kruimels op hun doden.
Daar de agent die zich bewonderen laat;
hem is maar één zaak echt heilig: zijn kloten.

 

Vertaald door Willem van Toorn

 

Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e augustus ook mijn blog van 14 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 14 augustus 2018 en ook mijn blog van 14 augustus 2016 deel 1 en ook deel 2.

Taije Silverman

De Amerikaanse dichteres, vertaalster en hoogleraar Taije Silverman werd geboren in San Francisco op 13 augustus 1974. Zie ook alle tags voor Taije Silverman op dit blog.

 

The Dumb Bones

Last night I asked a man I love to destroy me quickly.
I wanted him to leave nothing, crushed up bones,

chalk they can’t trace back as evidence.
What, he asked, not understanding.

The man is a god. The god is a man. He kneels for me.
He puts my cheek to the white plaster, curving.

He lifts my skirt and I shake my head no, trying
to remember an instinct.

He nods and I want to lie down for him.
Make me chalk. Make me end.

Is it just love, this grief in me crumbling?
Just love, after all, just love. Sleeping. Trying to sleep.

I never knew to prize my mother’s happiness.
How tonight, she smiled at her guests in that slow candlelight

around the table. She was the center, and meant
to be the center, and grateful. I’ve only wanted this.

Then his one hand, slipping into me. His insistence.
Again I believe in promises.

 

Vigilance

Today we lay

across the chaise,
my head along her pillowed hip she said
I am going to vomit. I pulled her up

to sitting, quick. I cupped my hands before her.
She shook her head.

I grabbed the glass, dumped water
like spit, it hit the edges of her sandals, spread.
I think sometimes of dreams. They are like falling, in.

She threw up pink, the peaches
sliced for breakfast, how
she’d sliced them
smaller with her spoon,
each careful cut, I thought to help—
Slime on her lips, again, and then.

I made her laugh. I held her head.
I pressed my head soft to her head.
You useless heart, you gentle guilt.

Sometimes my dreams.

Her leg shook like a dull machine, the engine
low, on vibrating. The room filled up to watch her.
She closed her eyes, and did not answer questions.

We tried to be a silence.
Come time, we called, and swallowed it.

 

Filtrum

I.
Papieren boot, spleet
in het water.
Behendig bluffen
van een duim.
Misplaatste traan,
laten drogen.
Koele kloof
van de rivierbedding.

II.
Voordat we geboren worden, komt de engel van God in de baarmoeder
en leert ons alles. Hoe de long schorpioenen inboekt,
ze laat ademen, de aard van de hebzucht van een sterrenstelsel.
Hele herinneringen en de woorden voor elk stukje van de wereld.
Daarna geboorte. En de engel keert terug als onze moeders
beginnen te lijden, legt cellen het zwijgen op als onze moeders smeken.
Pers, dringt iemand aan, en bijna, binnenin
volgt de engel een vinger van de neus naar de bovenlip, dus wanneer
we ons leven binnen treden, is alles wat ons is geleerd vergeten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Taije Silverman (San Francisco, 13 augustus 1974)

 

Zie voor de schrijvers van de 13e augustus ook mijn blog van 13 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 13 augustus 2019 en ook mijn blog van 13 augustus 2016 en ook mijn blog van 13 augustus 2011 deel 2.

Rouke van der Hoek, Thomas Mann, Wolf Wondratschek

De Nederlandse dichter Rouke van der Hoek werd op 12 augustus 1952 in Eindhoven geboren. Zie ook alle tags voor Rouke van der Hoek op dit blog.

 

Het is geel en het helpt

In het verpleeghuis weten ze: wanneer de neuspunt
van de patiënt opvallend dun wordt, is het einde nabij.
‘Dan geven we ze soms een advocaatje met slagroom.’

Wacht even: rauwe eidooiers? Dient dat om het proces
te versnellen of is het bedoeld als beloning, voorschot
op wat Petrus aansluitend opleest bij de hemelpoort?

En dat ‘soms’, is dat ook een kwestie van voorselectie
of hangt dat af van ieders zorgverzekering? (Ver weg
begint het te rommelen, de comateuze reus Solidariteit

draait zich om, dan keert de rust terug.) Wat vandaag
nog is, hoeft er morgen niet te zijn. Gelijke rechten,
advocaat. Vanaf heden zullen wij neuzen inspecteren,

te beginnen met de eigen. Loop bij onraad tegen een
solide dichte deur, ter verdikking. En schenk op straat
passanten met scherpe neus onbekrompen advocaat.

 

Uilen op het oorlogskerkhof

Jij wist de roestboom te staan
tussen betonnen kruisen,
verslagen Duitsers
en overig

feldgrau braaktapijt verraadt een troep
ransuilen in de sparren
die stil en aandachtig, koppies scheef,
over onze geschiedenis waken.

Terwijl ik hun wetenschappelijke distantie bestudeer,
scharrel jij, vader, door de Noordlimburgse sneeuw
en de jaren dertig

waarheen geen elektriciteitsdraden, telefoonpalen
of geluiden meer vertrekken.

Je zoekt en roept:
hier ligt hij, Jas,

Jasper R., dorpsgenoot
en ss-er.

Boerenzoon, krisis en toch doorgedraaide groente.
‘Als de R’s eenmaal iets besloten,
dan geen half werk.’

 

Roeken

Door het helblauw
schuiven twee roeken ons gezichtsveld binnen.
Verkenners. Dan twintig, tweehonderd,
tweehonderdtweeëntwintig.

Trage praatgrage eskaders
op weg naar hun ondoorgrondelijke slaapbossen,

maar recht boven ons raken ze de richting kwijt.
Snibbig roepend wervelen ze
alsof er een knoop in de lucht

Waarom hier?

Misschien omdat ze weten
dat ik onder hen was en weet
dat zij de zielen van onze voorouders zijn.

Het kan.

 

Rouke van der Hoek (Eindhoven, 12 augustus 1952)

 

Op 12 augustus 1955 overleed de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Herr und Hund 

Er springt in der Tat, weil er weiß, daß ich Gefallen daran finde; denn öfters habe ich ihn durch Zurufe und Klopfen auf das Gitter dazu angehalten und ihn belobt, wenn er meinem Wunsche entsprochen hatte; und auch jetzt kommt er beinahe nach jedem Satz, um sich sagen zu lassen, daß er ein kühner und eleganter Springer ist, worauf er auch noch gegen mein Gesicht emporspringt und meinen abwehrenden Arm mit der Nässe seines Maules verunreinigt. Zum zweiten aber obliegt er diesen Übungen im Sinne einer gymnastischen Morgentoilette; denn er glättet sein rauhgelegenes Fell durch die turnerische Bewegung und verliert daraus die Strohhalme des alten Moor, die es verunzierten. Es ist gut, so am Morgen zu gehen, die Sinne verjüngt, die Seele gereinigt von dem Heilbade und langen Lethetrunke der Nacht. Mit kräftigem Vertrauen blickst du dem bevorstehenden Tage entgegen, aber du zögerst wohlig, ihn zu beginnen, Herr einer außerordentlichen, unbeanspruchten und unbeschwerten Zeitspanne zwischen Traum und Tag, die dir zum Lohn ward für eine sittliche Führung.

 

De bibliotheek in Manns voormalige villa in Los Angeles, nu het Thomas-Mann-Haus

 

Die Illusion eines stetigen, einfachen, unzerstreuten und beschaulich in sich gekehrten Lebens, die Illusion, ganz dir selbst zu gehören, beglückt dich; denn der Mensch ist geneigt, seinen augenblicklichen Zustand, sei dieser nun heiter oder verworren, friedlich oder leidenschaftlich, für den wahren, eigentümlichen und dauernden seines Lebens zu halten und namentlich jedes glückliche ex tempore sogleich in seiner Phantasie zur schönen Regel und unverbrüchlichen Gepflogenheit zu erheben, während er doch eigentlich verurteilt ist, aus dem Stegreif und moralisch von der Hand in den Mund zu leben. So glaubst du auch jetzt, die Morgenluft einziehend, an deine Freiheit und Tugend, während du wissen solltest und im Grunde auch weißt, daß die Welt ihre Netze bereit hält, dich darein zu verstricken, und daß du wahrscheinlich morgen schon wieder bis neun Uhr im Bette liegen wirst, weil du um zwei erhitzt, umnebelt und leidenschaftlich unterhalten hineingefunden … Sei es denn so. Heute bist du der Mann der Nüchternheit und der Frühe, der rechte Herr des Jägerburschen da, der eben wieder über das Gitter setzt, vor Freude, daß du heute mit ihm und nicht mit der Welt dort hinten leben zu wollen scheinst. Wir verfolgen die Allee etwa fünf Minuten weit, bis zu dem Punkte, wo sie aufhört Allee zu sein und als grobe Kieswüste weiter dem Lauf des Flusses folgt; wir lassen diesen im Rücken und schlagen eine breit angelegte und, wie die Allee, mit einem Radfahrweg versehene, aber noch unbebaute Straße von feinerem Kiesgrund ein, die rechtshin, zwischen niedriger gelegenen Waldparzellen, gegen den Hang führt, welcher unsere Ufergegend, Bauschans Lebensschauplatz, im Osten begrenzt.

 

Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)
Cover

 

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook alle tags voor Wolf Wondratscheck op dit blog.

 

Goed nieuws

Streel zachtjes door haar haren
zoals het uit de mode is.
Neem er een handvol van
in je vuist, niet boos,
doe haar geen pijn, maar voelen
moet ze het verlangen van een man
die gekozen heeft.

Voorbij de tijd van de kleine eeuwigheden.
Voorbij de zozeer geliefde variëteit,
meer liefgehad dan de liefde.

Oh, het was mooi, dat zal ik niet ontkennen.
Maar ik deed het op zoek naar iets
mooiers dat meer is, veel meer
dan alleen schoonheid.

Met welk recht?
Met geen ander dan dat van mijn hart
dat weet dat je wacht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

 

Zie voor de schrijvers van de 12e augustus ook mijn blog van 12 augustus 2019 en ook mijn blog van 12 augustus 2018 en mijn blog van 12 augustus 2015 en mijn blog van 12 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Fernando Arrabal, Wolf Wondratschek

De Spaanse schrijver, dichter, dramaturg en cineast Fernando Arrabal werd geboren in Melila, Spaans Marokko op 11 augustus 1932. Zie ook alle tags voor Fernando Arrabal op dit blog.

Uit: De steen van de waanzin (Vertaald door Stella Linn)

“Ik weet nog dat ik niet kon slapen omdat het licht van de operatiekamer me hinderde, al hield ik steeds mijn ogen dicht. Ik hoorde het commentaar van de chirurgen als een zacht gemompel en af en toe grinnikten ze.
Hoewel de grote wond van de operatie bijna dicht was, deed mijn hele rug vreselijk pijn en, uit angst dat de pijn erger zou worden, bewoog ik me niet. Ik bedacht dat het beter zou zijn als zij niet kwam, zeker niet met haar ouders. Haar moeder zou, als ze mij in deze toestand zag, tegen haar zeggen dat ze mij moest verlaten, en haar vader zou me uitlachen. Ik begon een paar wortels te eten die naast me lagen; ik had geen zin om ze op te eten en toch begon ik er, zoals altijd, aan te knagen.
Toen ving ik een gedeelte van het gesprek op van de chirurgen. Ze hadden het erover dat ze opnieuw moesten opereren en praatten vooral veel over een apparaat dat sommigen ‘algometer’ noemden en anderen eenvoudigweg ‘pijnmeter’, en dat gebruikt werd om te meten tot welke grens pijn kon worden verdragen.
Ineens kreeg ik het gevoel dat mijn hele lichaam bedekt was met haar. Ik bedacht dat het vast en zeker was gaan groeien doordat ik de dag voor de operatie helemaal geschoren was. Ook leek het me alsof ik geen lakens had en zelfs of iemand zaagsel in mijn bed had gedaan.
Daarna hoorde ik hoe de artsen vertelden dat ze in staat waren met dat apparaat de pijn op te voeren tot de uiterste grens, te stoppen wanneer de patiënt op het punt stond het bewustzijn te verliezen of te sterven en dan opnieuw te beginnen. Eén zei er dat het dezelfde avond nog getest moest worden.
Ik kon niet slapen en mijn rug deed steeds meer pijn.
De chirurgen stonden te lachen. Ik werd erg bang, omdat ze verscheidene malen mijn naam noemden. Ze sloten weddenschappen af; een paar zeiden er dat een mens een week lang pijn kon verdragen met een intensiteit van ‘negen eenheden’, anderen dat hij maar ‘zeven eenheden’ zou uithouden. En op dat moment hoorde ik duidelijk dat ze het apparaat op mij zouden gaan testen.
Ik kwam zo ver als ik kon overeind en probeerde te schreeuwen, maar ik kon alleen maar gegrom uitbrengen. Om mij heen hoorde ik een paar konijnen grommen, die vast en zeker door mijn kreet wakker waren geworden. Toen deed ik mijn ogen open en besefte dat ik in een kooi zat en dat de grond vol lag met zaagsel en wortels, en dat er in elk van de andere kooien om me heen een proefkonijn zat.“

 

Fernando Arrabal (Melila, 11 augustus 1932)

 

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook alle tags voor Wolf Wondratscheck op dit blog.

 

Gebed

’s Nachts, al voorbij de tijd en ver weg,
Hoor je het zingen van de wind en je ziet
bergen branden die als een vuurwerk van vallende
sterren verschroeien. Te diep ligt daar beneden

de aarde, dit inferno van onverschilligheid,
dat ook de lachende slechts geïntimideerd overleeft,
en zelfs de gelukkige is aan zijn geluk gebonden
zoals de gehangene daar aan zijn touw;

ongelovig, aarzelend nog , als met grote moeite,
zegt de eenzame man nu zijn eerste gebed,
zijn ogen wit en leeg, ontnuchterd door het zuipen,

zijn hart te zeer aan barsten gewend.
Het afscheid dan, en dan de stilte,
die al het leven overstemt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers ook mijn blog van 11 augustus 2021 en ook mijn blog van 11 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 11 augustus 2016 en ook mijn blog van 11 augustus 2011 deel 2.

Kees van Kooten, Mark Doty

De Nederlandse schrijver en cabaretier Kees van Kooten werd geboren op 10 augustus 1941 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Kees van Kooten op dit blog.

Uit: Taalslacht

“Dokter Kipping.
Goedemiddag.
U bent bestuurslid van de Nederlandse Taalunie, die de spelling wil vereenvoudigen, om tot één officiële versie van de taal in Nederland en Vlaanderen te komen, toch?
Uiteindelijk wel, ja.
Kunt u een paar van die overeenkomende gevallen noemen?
U bedoelt wat wij voorlopig zijn overeengekomen?
Ja en graag kort samengevat, want de aflopende minuten zijn wij nogal uitgelopen.
Nou het gaat mij persoonlijk niet eens zozeer om de spelling. Mijn bezorgdheid geldt de verloedering van ons Nederlands over de gehele linie. Niet alleen de spellingsfouten, maar vooral de grammaticale blunders, die je overal hoort maken. En ziet schrijven. Nu bent u toch een presentator van een Taalprogramma, nietwaar?
Nou en of en al zeven jaar.
Toch pleegt u in uw eerste zinnen al meteen twee enorme taalkundige vergrijpen.
Wat doe ik dan verkeerd?
U haalt het tegenwoordig- en het voltooid deelwoord door elkaar! Het participe présent en het participe passé, waar zij bijvoeglijk gebruikt worden! U zei: overeenkomende gevallen, terwijl u de overeengekomen gevallen bedoelde.
Slipje. U heeft gelijk. Ik zal eraan denken. Maar goed, onder uw bezielde leiding heeft de commissie…
Weer zoiets! U zegt bezielde leiding, terwijl u, naar ik mag hopen, mijn bezielende leiding bedoelt. Mijn leiding die anderen bezielt, als het goed is.
Ja. Weer fout. Maar goed: er gebeuren, ook binnen de taal, nu eenmaal verwarde dingen!
Nee! Strikt genomen kan het wel, verwarde dingen, maar ik weet zeker dat u verwarrende dingen wilt zeggen!
Dus niet alle voorgekomen fouten zijn honderd procent verkeerd? Omdat het, zoals bij uw verwarde dingen, qua betekenis soms weinig verschil maakt of u het bijvoeglijk naamwoord bezigt in zijn tegenwoordige dan wel in zijn verleden vorm, kunnen wij de gebruiker niet alle voorkomende fouten aanrekenen, helaas.”

 

Kees van Kooten (Den Haag, 10 augustus 1941)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Doty werd geboren op 10 augustus 1953 in Maryville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Mark Doty op dit blog.

 

De omhelzing

Je voelde je niet slecht of echt ziek;
gewoon een beetje moe, je schoonheid,
getint door verdriet of verwachting, wat
aan je gezicht een kalme, verdiepende gratie verleende.

Ik twijfelde er geen moment aan dat je dood was.
Ik wist dat dat nog steeds waar was, zelfs in de droom.
Je was weg geweest – op je werk misschien? –
had een goede dag gehad, bijna energiek.

We leken te verhuizen uit een oud huis,
waar we hadden gewoond, overal dozen, dingen
in wanorde: dat was het verhaal van mijn droom,
maar zelfs in mijn slaap schrok ik uit het relaas

door je gezicht, het fysieke feit van je gezicht:
centimeters van het mijne, gladgeschoren, liefdevol, alert.
Waarom was het zo moeilijk, te onthouden hoe je er echt
uitzag? Zonder foto, zonder vervorming?

Dus toen ik je onbewaakte, betrouwbare gezicht zag,
je onmiskenbare blik die alle warmte
en helderheid van jou naar buiten liet – warme bruine thee – hielden we
elkaar voor de tijd die de droom toestond vast.

Godzijdank. Je kwam terug zodat ik je nog een keer
kon zien, duidelijk, zodat ik tegen je aan kon rusten
zonder te denken dat dit geluk alles verzachtte,
zonder te denken dat je weer leefde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mark Doty (Maryville, 10 augustus 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e augustus ook mijn blog van 10 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 10 augustus 2017 en ook mijn blog van 10 augustus 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Luuk Gruwez, Philip Larkin

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook alle tags voor Luuk Gruwez op dit blog.

 

András de verzamelaar

András spaart van alles, zelfs zijn haar.
Om er de kussens mee te vullen voor zijn kop.
Zozeer wil hij soms slapen op zichzelf, zegt hij,
als op een schat die niemand hem ontstelen mag.

Van top tot teen is hij verslaafd aan kwijt
en niets is hem zo lief als wat hij ooit verloor.
Hij heeft zijn dierbaren alleen vermoord
om naderhand zichzelf te kunnen condoleren,

want verreweg het dierbaarst blijft hem András,
altijd András. Zo afgeladen vol zit hij met András
dat in zijn kop geen plaats meer voor een ander
en dat hij solo alle anderen is. Volkomen András.

 

Ballade van de bom

Ik ben de bom die weldra op het huis van
Jonas valt, op het verliefde hoofd van Evelien
of op de mooie Ellen met haar eerste baby.
Neem kennis van mijn meesterlijke zoeven

dwars door een lucht vol krassende kraaien.
Ik streef het sterven na, bezegel elk vergeten,
laat van de straat niet één muur langer heel
voordat ik roerloos lig, waarna eerst groot gekrijs,

daarna de stoffigste van alle stiltes, en ik
de bom ben die gevallen is. Vanuit den hoge
heb ik ze gezien: de kathedralen en kazernes,
de lunaparken, dierentuinen, hospitalen.

Want ik kan denken doordat een alomtegenwoordige
almachtige mij het vermogen heeft geschonken
dit te doen terwijl ik val. En dus denk ik: waarom?
En dan vooral: waarom nu ik, zomaar een bom?

Terwijl toch ook tornado of orkaan dit kan,
vulkaan of aardbeving of doodgewonere natuur:
zo’n herfst of nog het meest die lieve, lieve lente
in haar miskende maar wreedaardige momenten.

 

Equus caballus II

II

HIPPOSOMNIE

Het is mijn ultieme verlangen staande te slapen,
dampend als een paard in de wei, de laatste nevel
rondom kont en schoft en manen, terwijl er ginder
bij het eerste huis al werkvolk is voorbijgereden,

al kinderen – een droom nog in het oog – naar school
toe joelen en postbodes hun brieven bestellen.
Dan, als een paard in de ochtend, zal ik staan wenen
in de wei, gesteld dat paarden konden wenen. Maar paarden

wenen niet. Zij weten. Zij snuiven staande hun ik bijeen,
zij hinniken, verjagen hun tranen naar het vervagende veld
waarop zij ooit hun oorsprong hebben gevonden.
En zij luiken de ogen.

 

Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog

 

Bescheiden

Woorden prozaïsch als kippevleugels
vertellen geen leugens,
maken de zaken niet mooier –
zijn te verlegen.

Gedachten die rondscharrelen als munten
onder wisselende heren
raken tot op de rand versleten
maar blijven rouleren.

Onkruid mag niet tot wasdom komen
maar vormt toch soms
een bloem; alleen, het wordt
door niemand waargenomen.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)
Standbeeld in Hull, East Riding of Yorkshire

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e augustus ook mijn blog van 9 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 9 augustus 2019 en ook mijn blog van 9 augustus 2017 en ook mijn blog van 9 augustus 2015 deel 2.

Jostein Gaarder, Philip Larkin

De Noorse schrijver Jostein Gaarder werd geboren op 8 augustus 1952 in Oslo. Zie ook alle tags voor Jostein Gaarder op dit blog.

Uit: Wij zijn de wereld (Vertaald door Lucy Pijttersen)

“Lieve Leo, Aurora, Noah, Alba, Julia en Máni,
Ik ben achter de computer gaan zitten omdat ik jullie een brief wil schrijven. Wel ben ik een beetje zenuwachtig, want het voelt wat raar om op deze manier contact met jullie te leggen. Het idee erachter is dat deze brief ook kan dienen als een klein boekje dat andere mensen kunnen lezen. Zo’n tekst die iedereen kan lezen, ook al is die in de eerste plaats geschreven voor één iemand, of voor hooguit enkele personen in het bijzonder, wordt ook wel een ‘open brief genoemd. Jullie kunnen deze brief dus pas lezen als het boek is gedrukt. Maar zo erg is dat niet, want ik zal pas wat over het boek vertellen als het gedrukt is, dus zodra de uitgever het gepubliceerd heeft. Ik kijk ernaar uit om jullie allemaal een exemplaar te geven. Daar heb ik al over nagedacht, en ik stel me voor dat het een plechtig moment zal zijn, zowel voor jullie als voor mij. We moeten maar even zien of jullie de brief van je opa een voor een krijgen, of dat we er een groot feest van maken bij iemand van ons thuis.
Zo’n brief in boekvorm heb ik eerder geschreven. Verschillende boeken van mij hebben diezelfde vorm, maar die waren gericht aan personen die ik heb verzonnen. De enige uitzondering was het boek Vita Brevis. Dat heb ik, met veel plezier, geschreven in de vorm van een brief aan Augustinus, een beroemde bisschop en kerkvader die zestienhonderd jaar geleden in Noord-Afrika heeft geleefd. De afzender was een vrouw die echt heeft bestaan, ik wilde haar een stem geven. Zij komt voor in de Belijdenissen, het boek dat de bisschop heeft geschreven, maar we weten maar weinig over haar, behalve dan dat de kerkvader haar op een dag de deur heeft gewezen na jarenlang met haar te hebben samengeleefd. Zelfs haar naam kennen we niet, maar in mijn boek heb ik haar Floria Aemilia genoemd. Natuurlijk heeft de bisschop die brief van Floria nooit gelezen, maar ik wilde dat zo veel mogelijk van zijn huidige volgelingen een kans zouden krijgen dat te doen. In dat boek heb ik zelfs met de veronderstelling gespeeld dat hij inderdaad een brief had ontvangen van de ongelukkige vrouw aan wie hij ooit zijn hart had verpand. De kerkvader had een keuze gemaakt. In plaats van de liefde voor een vrouw in zijn aardse leven had hij de voorkeur gegeven aan een eeuwig leven in het hiernamaals. Kennelijk vond hij dat het een niet te verenigen was met het ander. Wat ons hieraan misschien nog wel het meest verbaast, is de vraag hoe hij ertoe kwam om zo veel in het leven in déze wereld op te offeren voor een aantal veronderstellingen over een andere wereld. Ook zestienhonderd jaar later is dat nog altijd een actueel probleem. In dit boek wil ik het onder andere over dat soort filosofische levensvraagstukken hebben.
Een open brief schrijven aan echte mensen die nu leven, is voor mij iets heel nieuws. Jullie hebben allemaal een andere leeftijd; op het moment van schrijven is de jongste nog maar een paar weken oud en de oudste bijna achttien jaar. Bovendien z
ijn jullie met drie meisjes en drie jongens.”

 

Jostein Gaarder (Oslo, 8 augustus 1952)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

Doorgaan met leven

Doorgaan met leven – dat is: herhaling van de gewoonte
waarmee je je zaakjes bedisselt –
is bijna altijd verliezen of tekortkomen.
Het wisselt.

Dit verlies aan belangstelling, haren, initiatief –
ja, als het pokeren was kon je vragen om
andere kaarten en een full house krijgen!
Maar het is schaken.

Je beheert iets duidelijks, een soort ladingsbrief,
als je al je gedachten bent langsgegaan.
Iets anders, wat dan ook, behoort voor jou
niet te bestaan.

En wat brengt het op? Dat wij op den duur
min of meer het stempel herkennen dat onze
gedragingen kenmerkt, ze thuis kunnen brengen.
Maar zeggen,

op die groene avond dat ons doodgaan begint,
wat het allemaal inhield, brengt ons niet verder.
Het sloeg alleen maar één keer op één mens,
en die ligt op sterven.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)
Portret door Nick Cudworth, 2021

 

Zie voor meer schrijvers van de 8e augustus ook mijn blog van 8 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 8 augustus 2019 en ook mijn blog van 8 augustus 2017 en ook mijn blog van 8 augustus 2015 deel 2.

Robert Seethaler, Philip Larkin

De Oostenrijkse schrijver en acteur Robert Seethaler werd geboren op 7 augustus 1966 in Wenen. Zie ook alle tags voor Robert Seethaler op dit blog.

Uit: Das Café ohne Namen

„Roben Simon verließ die Wohnung, in der er mit der Kriegerwitwe Martha Pohl lebte, um halb fünf an einem Montagmorgen. Es war im Spätsommer des Jahres 1966, Simon war einunddreißig Jahre alt. Er hatte allein gefrühstückt — zwei Eier, Brot mit Butter und schwarzen Kaffee. Die Witwe hatte noch geschlafen. Aus der Kammer hatte er ihr leises Schnarchen gehört. Er mochte das Geräusch, es rührte ihn auf merkwürdige Weise an, und manchmal warf er einen Blick durch den Türspalt, wo er in der Dunkelheit die weit geöffneten Nasenlöcher der alten Frau ahnte. Auf der Straße schlug ihm der Wind entgegen. Wenn der Wind von Süden kam, brachte er den Marktgestank, den Geruch von Abfall und faulem Obst mit sich, aber heute kam er aus westlicher Richtung und die Luft war frisch und kühl. Simon lief an dem grauen Wohnblock der Straßenbahnpensionäre vorbei, an der Blechwerkstatt Schneeweis & Söhne und an einer Reihe kleiner Läden, die allesamt noch geschlossen waren. Er ging über die Malzgasse zur Leopoldsgasse und gelangte, indem er die Schiffamtsgasse überquerte, zur kleinen Haidgasse. An der Ecke blieb er stehen, um einen Blick in den Gastraum des ehemaligen Marktcafés zu werfen. Er legte die Stirn an die Scheibe und spähte mit zusammengekniffenen Augen ins Innere. Vor dem großen schwarzen Tresen standen Tische und Stühle übereinandergestapelt. Die Tapete war aus-gebleicht und wölbte sich an einigen Stellen. Es sah aus, als hätten die Wände Gesichter. Die Mauern brauchen Luft, dachte Simon. Die Fenster müssten ein paar Tage offen bleiben, erst danach würde er streichen. Der Moder und die Feuchtigkeit. Die alten Schatten und der Staub. Er drückte sich von der Scheibe ab, drehte sich um und über-querte die Straße zum Markt, wo Johannes Berg gerade mit lautem Knattern die Rollläden seiner Fleischerei auf-fahren ließ. »Guten Morgen«, sagte der Fleischermeister. »Du kannst mir ein paar Blöcke Eis hacken, wenn du willst.« »Ich hab genug mit dem Gemüse zu tun«, sagte Simon. »Neunzehn Kisten Steckrüben.« Der Fleischer zuckte mit den Schultern und machte sich daran, mit einer Kurbelstange die Markise auszufahren. Er schwitzte, und sein Nacken glänzte in der Morgensonne. »Wenn du willst, schmiere ich dir später die Scharniere«, sagte Simon.
»Das kann ich auch allein.« »Letzten Winter hast du sie mit ranzigem Schmalz ein-geschmiert. Im Frühling ist der Gestank bis hinüber in den Prater gezogen.« »Das war kein Schmalz, sondern Schlachtfett.« »Sag einfach, wenn ich dir helfen soll«, sagte Simon. »Ich kann es nachher machen. Dauert nicht lange.« »Ist gut«, sagte der Fleischer. Er hakte die Stange aus, stellte sie neben die Eingangstür und wischte mit den Händen über seine von Blutflecken bedeckte Schürze. Sein Gesicht wirkte weich im gedämpften Licht unter dem rot-weiß gestreiften Stoffdach. »Heute wird ein schöner Tag«, sagte er. »Viel Sonne, aber nicht zu heiß.« »Bestimmt«, sagte Simon. »Wir sehen uns später.« Er war ein hagerer Mann mit sehnigen Armen und langen, dünnen Beinen. Sein Gesicht war braungebrannt von der Arbeit im Freien, sein Haar hing ihm aschblond und wirr in die Stirn. Seine Hände waren groß und übersät mit Narben, wie sie beim Hantieren mit den spröden Holz-kisten entstehen. Seine Augen waren blau. Sie waren das einzig wirklich Schöne an ihm. Er ging langsamer als gewöhnlich, und viele Händler hoben die Hand oder riefen ihm ein paar freundliche Worte zu.“

 

Robert Seethaler (Wenen, 7 augustus 1966)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

KOMEND

Als avonden lengen,
Baadt ’t licht, nog gélig
En kil, het serene
Voorhoofd van huizen.
Een lijster zingt,
Omringd door laurieren
In tuinen diep en kaal, en
Zijn vers-gepèlde stem
Verbijstert de baksteen.

Snel zal ’t lente zijn,
Snel zal ’t lente zijn—
En ik, na een jeugd
Van vergeten verveling,
Voel me een kind
Dat een toneel opkomt
Van volwassen verzoening,
En niets anders kan vatten
Dan ’t ongewoon lachen,
En dat proeft aan blijdschap.

 

Vertaald door Cornelis W. Schoneveld

 

Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e augustus ook mijn blog van 7 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 7 augustus 2017 en ook mijn blog van 7 augustus 2011 deel 1 en ook deel 2.

Kjell Westö, Philip Larkin

De Finse schrijver Kjell Westö werd geboren op 6 augustus 1961 in Helsinki. Zie ook alle tags voor Kjell Westö op dit blog.

Uit: De zwavelgele hemel (Vertaald door Clementine Luijten)

“En het spijt me dat ik niet meteen heb gezien wat voor vlees ik in de kuip had. Als ik dat wel had gezien had ik je geen valse beloftes gedaan. De dubbele boodschap bracht me in verwarring en het kostte me nogmaals moeite om een geschikt antwoord te vinden. Poa was me voor en veranderde van onderwerp: Ik neem aan dat je nog contact met Stella onderhoudt? Vooral nu er in Berlijn eindelijk sprake is van feest en vrijheid. Nee, helaas, zei ik. Ik heb Stella al jaren niet meer gezien. We schrijven elkaar zelfs niet. Maar Alex zie ik best vaak. Ja, je zit immers in een van zijn besturen, zei Poa. Het gaat goed met de zaken van die jongen. Ik hoop alleen dat hij de risico’s goed heeft ingecalculeerd. Poa’s stem had een moment eerder nog dun en broos geklonken maar werd krachtiger toen hij het over Alex had. Hij vervolgde: Ze zijn allebei begaafd. Maar in mijn situatie moet ik de toekomst veiligstellen. Het is een grote verantwoording het Rabellse erfgoed te beheren. Dat begrijp zelfs jij, neem ik aan? Ik begreep niet waar hij het over had en voelde mijn ergernis groeien. Poa had mij gebeld en niet andersom, en toch bleef hij zich onbeschoft gedragen. Plotseling besefte ik waarom ik verrast was en bijna bang werd toen hij belde. Poa was zo lang onzichtbaar geweest, zo afwezig vanwege zijn ziekte en ziekenhuisopnames, dat ik hem onbewust al als dood had beschouwd. Ik dacht aan mijn grootouders van vaderskant die binnen twee jaar waren overleden, ik dacht aan hun sombere begrafenissen met alle zware en naar stof geurende psalmen, ik dacht aan mijn andere oma, die de diagnose dementie had gekregen en nu in een verzorgingstehuis in 45sterbotten zat, ik dacht aan alle tafelgebeden en kerkdiensten en vermaningen – as je maar niet denkt da je wat bint, jong – waar ik als kind al van had willen wegvluchten. En terwijl ik aan dat alles dacht, besefte ik dat ik dondersgoed wist wat een erfenis was, en welk gewicht het had. Alleen bevatte mijn erfenis geen goud en goederen zoals die van Poa. Ik opende net mijn mond om te zeggen dat ieder mens een vrije wil heeft en dat niemand een ander kan dwingen een erfenis te beheren, dat je zoiets prima kunt te weigeren, zoals Jakob had gedaan, zoals Stella deed, en ikzelf. Maar het lukte me niet de woorden uit te spreken voordat Poa verderging: Niet iedereen zal even blij zijn met hoe ik het heb geregeld. Voor als ik er niet meer ben, bedoel ik. Die beste Clara is nu al woedend op me. Maar ik zou graag zien dat Stella wat vaker kwam om met me te praten. Kun je dat aan haar overbrengen? Mijn ergernis bleef groeien. Ik had gezegd dat ik geen contact met Stella had, toch probeerde Poa mij als boodschapper in te schakelen. Verkeerde hij soms onder invloed van pijnstillers en andere medicijnen? Was hij net als mijn oma dement en ontoerekeningsvatbaar geworden? Brak hij daarom met de Rabellse tradities van discretie door zo vertrouwelijk met een zestig jaar jongere kennis van de familie te praten aan wie hij ook nog eens een bloedhekel had? Het is beter als je je boodschap via Alex laat overbrengen, zei ik. Zoals ik al zei hebben Stella en ik geen contact. Jaja, zei Poa en hij klonk weer gelaten. Alex heeft ook nooit tijd om bij me langs te komen.”

 

Kjell Westö (Helsinki, 6 augustus 1961)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

IN DE WEI

Nauwelijks zichtbaar is het span
Waar ’t in de koele schaduw staat,
Tot wind hun staart en manen spreidt;
De ene graast, en stapt wat dan,
—’t Lijkt of de ander ‘m gadeslaat—
En staat weer stil in naamloosheid.

Toch maakt, terug vijftien jaar, een reeks
Van races, hoogstens twee dozijn,
Nog zwak van eeuwige roem gewag,
Hun naam, in handicaps en stakes,
Gegrift in bekers, fraai en fijn
Maar nu vervaagd, na n’ hoogtij junidag—

’t Gewambuisd starten; in de lucht
Getallen; parasols in ’t veld,
Veel auto’s leeg in hete staat,
Het gras bezaaid: dan luid gerucht
Dat klinkt tot het zich tanend meldt
In ’n laatste-nieuws rubriek op straat.

Plaagt terugzien, als een vlieg, hun oor?
Zij schudden ’t hoofd. De schaduw lengt.
Zomer na zomer sloop reeds heen:
Publiek, het starthek, ’t kretenkoor—
Alleen nog ’t gras dat ze niet krenkt.
Hun naam staat nog geboekt, alleen

Hun nu ontgaan; plaats rust in ’t veld
Of draf geeft hen nog wel plezier;
Geen kijker ziet ze huiswaarts gaan,
Noch stopwatch die benieuwd voorspelt:
Slechts ’n rijknecht, met zijn hulp, gespt hier
Bij avond nog de leidsels aan.

 

Vertaald door Cornelis W. Schoneveld

 

Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985

 

Zie voor de schrijvers van de 6e augustus ook mijn blog van 6 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 6 augustus 2019 en ook mijn blog van 6 augustus 2017 en mijn blog van 6 augustus 2016 en ook mijn blog van 6 augustus 2015 en ook mijn blog van 6 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Martin Piekar, Conrad Aiken

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

Löwe Mojito

Ich grins Limettenzähne
Auf deinen Augenauftakt. vergiss nicht,
Wie Barhocker sich anstellen.
Im Dunkel
Der Minze leg ich mich
Dir auf die Lippen. wie Strohhalme
Greifen unsere Zungen und
Wir treiben Rum
Durch die Sprachplätze. zwischen deinem
Mund, meinem Ohr, deinem Ohr
Meinem Mund.
Eine Geisterfahrt gegen die Musik. hörst du
Viel zu viele Zucker röhren
Zwischen unseren Zähnen. Süße.
Schwapp hin und her. doch ich
Werde fort sein
Bevor das Eis schmilzt.
Rette unser Eis.

Zutaten: Final Destination Club, Frankfurt am Main, stürmischer Weg zur Tanzfläche 

 

Kochanie on the Rocks

Rühre mich anstatt
Mich zu erschüttern: ich bin
Kein Glasabenteuer: vermeng
             Mich nicht
                         Mit Vorsicht
Schütze ich vor Vernüchterung:
Möchte Sonne endlich
Mit deinen Haaren
              Verhängen
                           Ins Kaltdunkel
Wo Schummerungen sich liebkosen
In Multiperspektivität oder:
Wie wir in der Trommel
            Eines Revolvers
                          Stecken zielsicher auf
Balz gehalten: gib Acht
Und nicht weniger in deinen Drink
Verzehrst du mich nach dir?
             Ich will keinen Longdrink mimen
                          Müssen: wer ist schon
In Bereitschaft dafür
Denn Zeit ist alles was wir haben
Das uns nichts bedeutet
             Ich empfehle mich:
                         Schlürf mich kochanie
                                      On the Rocks

Zutaten: Bei mir

 

Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

Toevallige ontmoetingen

In de doolhoven van rondhangende mensen, de waakzame en heimelijke,
De schaduwen van boomstammen en schaduwen van bladeren,
In het soezen van het zonlicht, tussen de lage stemmen,
Sta ik opeens voor je,

Je donkere ogen keren terug voor een moment van haar die bij je is,
Ze schijnen in de mijne met een zonovergoten verlangen,
Ze zeggen: ‘Ik hou van je, op welke ster leef je?’
Ze glimlachen en worden dan donkerder,

En zwijgend antwoord ik: ‘Jij ook – ik heb je gekend, – ik hou van je! -‘
En de schaduwen van boomstammen en schaduwen van bladeren
Zijn verweven met lage stemmen en voetstappen en zonlicht
Om ons voor altijd te scheiden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e augustus ook mijn blog van 5 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 5 augustus 2018 en ook mijn blog van augustus 2017 en ook mijn 2 blogs van 5 augustus 2011.