A. M. Homes, Jens Fink-Jensen

De Amerikaanse schrijfster Amy Michael Homes werd geboren op 18 december 1961 in Washington DC. Zie ook alle tags voor A. M. Homes op dit blog.

Uit: Dagen van inkeer (Vertaald door Gerda Baardman en Monique ter Berg)

Ze is aan de telefoon. Hij ziet haar in de badkamerspiegel, een headset op haar hoofd alsof ze een luchtverkeersleider of een agent van de geheime dienst is. ‘Weet je het zeker?’ fluistert ze. ‘Ik kan het gewoon niet geloven. Ik wil het niet geloven. Als het zo is, is het verschrikkelijk… Natuurlijk weet ik niets! Als ik iets wist, zou ik het je zeggen… Nee, hij weet ook niets. Als hij het wist, zou hij het zeggen. We hebben beloofd dat we niets voor elkaar geheimhouden.’ Ze zwijgt, luistert
even. ‘Ja, natuurlijk, geen woord.’
‘Tom,’ roept ze. ‘Tom, ben je zover?’
‘Bijna,’ zegt hij.
Hij bekijkt zichzelf in haar make-upspiegel. Hij trekt zijn wenkbrauwen omhoog, ontbloot zijn tanden, glimlacht. En dan glimlacht hij nog eens, nog breder, zodat je zijn tandvlees ziet. Hij kantelt zijn hoofd naar links en naar rechts, kijkt waar de schaduwen vallen. Hij doet het licht aan en draait de spiegel in de vergrootstand. Er komt een dunne zilveren naald in beeld; een close-up van huid, de glanzende punt van de naald omgeven door een halo van licht. Zijn ogen knipperen. De naald gaat erin; hij houdt de spuit met vaste hand vast. Hij injecteert een beetje hier, een beetje daar; een kwestie van bijwerken, een rimpelvuller. Later, als iemand zegt: ‘Wat zie je er goed uit,’ zal hij glimlachen en zijn gezicht zal zachtjes plooien, maar er zullen geen rimpels verschijnen.
‘Op doktersvoorschrift,’ zal hij zeggen. Hij doet de dop weer op de injectiespuit, stopt hem in het zakje van zijn overhemd, klapt de toiletbril omhoog en doet een plas.
Als hij uit de badkamer komt, zit zijn vrouw Sandy in de slaapkamer te wachten. ‘Wie had je aan de telefoon?’
‘Sara,’ zegt ze.
Hij wacht, weet dat ze meer vertelt als hij zwijgt.
‘Susie heeft Sara gebeld, ze is bang dat Scott een verhouding heeft.’
‘Scott is wel de laatste van wie ik dat zou denken,’ zegt hij gemeend.
‘Ze weet niet of hij een verhouding heeft, ze vermoedt het alleen maar.’ Sandy stopt een omslagdoek in een tas en geeft hem zijn camera. ‘Die moet je niet vergeten,’ zegt ze.
‘Dank je,’ zegt hij. ‘Ben je zover?’
‘Kijk even naar mijn rug,’ zegt ze. ‘Ik voel iets.’ Ze draait zich om en trekt haar blouse omhoog.
‘Je hebt een teek,’ zegt hij en hij plukt hem van haar af.
Ergens in het zomerhuis gaat een harde zoemer af. ‘De handdoeken zijn klaar,’ zegt ze.
‘Moeten we wijn meenemen?’ vraagt hij.
‘Ik heb een fles champagne en wat sinaasappelsap ingepakt. Het is tenslotte zondag.’

 

A. M. Homes (Washington DC, 18 december 1961)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

In mijn kasteel

Nu ben ik in mijn kasteel
Deze geheime plek in de bergen
Die alleen jij mijn liefste kent

Met de steen met het gat
Waar een hele zee
Doorheen gespoeld is
En die een prinses
Aan haar vinger heeft gehad
Voordat zij een
Van de duizenden kikkers werd
In een fontein
Met zingend water

Als ik hem heb geschreven
Deze weemoedige brief

Wil ik de zee drinken
Met de kikker trouwen
En door het gat glippen
De betoverde steen in
Om thuis te komen bij jou.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e december ook mijn blog van 18 december 2018 en eveneens mijn blog van 18 december 2016 deel 2.

90 Jaar Yvonne Keuls, Jens Fink-Jensen

De Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls werd geboren op 17 december 1931 in Batavia, toen nog een onderdeel van Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Yvonne Keuls op dit blog. Yvonne Keuls viert vandaag haar 90e verjaardag.

Uit: Rapport Tommie

“In het Jan Rap Opvanghuis begeleidde ik in 1973 en 1974 een aantal jongens die mij, geheel los van elkaar, hun trieste levensgeschiedenis vertelden. Ze hadden hun jeugd doorgebracht in kindertehuizen en observatietehuizen en waren daar volgens eigen zeggen misbruikt door groepsleiders en oudere medebewoners. Zelfs de kinderrechter, met wie ze inmiddels te maken hadden gekregen, had zijn oog op hen laten vallen, helaas echter met de bedoeling om zijn eigen pedofiele neigingen ruim baan te geven. Een van hen vertelde dat hij soms op zaterdagen werd opgehaald door de chauffeur van de kinderrechter en naar het Paleis van Justitie werd gebracht. Daar gebeurde ‘van alles’ zei hij, maar hij wilde niet zeggen wat precies. In de loop der jaren groeiden de jongens uit van slachtoffertjes tot zelfbewuste jochies die zich in bovengenoemde tehuizen en in hun relatie met de kinderrechter een machtspositie hadden veroverd. Zij verkochten hun seksuele
diensten voor steeds meer geld en wanneer daar problemen door ontstonden, dreigden ze regelmatig ‘alles naar buiten te brengen’. Chanteren werd voor hen een aantrekkelijke levenswijze.
Natuurlijk was ik geschokt door de mededeling dat een kinderrechter tot hun clientèle behoorde, maar toen mij duidelijk werd dat die kinderrechter niemand minder was dan de Haagse kinderrechter mr. R. was ik verbijsterd. Deze man zat in het bestuur van het Jan Rap Opvanghuis waar ik als staflid werkte. Ik kende hem als een gevoelig, betrokken mens. Hij zette zich volledig in voor de opvang, psychische steun en resocialisering van jongeren die om welke reden dan ook tussen wal en schip terecht waren gekomen. Met deze man stond ik op vriendschappelijke voet; ik had
bijna dagelijks met hem te maken. De verhalen van de jongens kon, of wilde, ik niet geloven. Toen ik uiteindelijk toch de moed kon opbrengen om mr. R. met de verhalen te confronteren, was ik makkelijk door hem te overtuigen. Deze jongens waren crimineeltjes, ze waren gewend te liegen en te bedriegen en mensen in een kwaad daglicht te plaatsen. ‘Ik ben toch een aimabel man,’ zei
hij – en dat moest ik inderdaad toegeven – ‘ik heb ze moeten straffen voor diverse vergrijpen en daarom nemen ze wraak op mij door zulke verhalen te vertellen.’ Ik behield mijn twijfel, maar de
betreffende jongens verlieten ons opvanghuis en daarmee verloor ik de directe aanleiding om de zaak verder te onderzoeken.
Het opvanghuis ging ter ziele, door wanbeleid van diverse gemeentelijke instanties, maar helaas ook door toedoen van de bevlogen maar vaak ondeskundige medewerkers. Mijn frustraties hierover heb ik kunnen omzetten in het boek Jan Rap en z’n maten vervolgens in de gelijknamige toneelproductie (1977). Deze trok een jong publiek waardoor ik in aanraking kwam met een groot  aantal jongeren die in de problemen waren gekomen door het gebruik van drugs.”

 

Yvonne Keuls (Batavia, 17 december 1931)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

Of is het de wind?

Je ogen – zo vochtig
Of is het de wind?
Hier waar we staan
In woorden – zo serieus
En om ons heen kijken
Door het uitgestrekte land

Ik zeg – vergeet de uitgestrektheid
Denk aan de reis
Afscheid is ook aankomst
Verlangen is ook liefde
Vertel me – huil je?
Of is het de wind?

ik zou het gevoel hebben
Dat we elkaar verharden
Door de oneindige uitgestrektheid
Deze bekende stemmen
Deze rustgevende bezweringen
Of is het de wind.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e december ook mijn blog van 17 december 2018 en eveneens mijn blog van 17 december 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Adriaan van Dis, Jens Fink-Jensen

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog. Adriaan van Dis viert vandaag zijn 75e verjaardag.

Uit: Vijf vrolijke verhalen (gutmensch)

…….“Ina Carelsen knipte sinds begin jaren negentig met regelmaat een oorlog uit de kranten: kindsoldaten in Mozambique, gebombardeerde scholen in Afghanistan, aanslagen in Sri Lanka, etnische zuiveringen in Nagorno-Karabach… Dat was in haar werkende leven wel anders geweest. Toen ze nog schooljuf was, bladerde ze vaak vluchtig door het nieuws. Ze wilde zichzelf en haar leerlingen behoeden voor het boze buiten. Haar stem had zich aan de toon van kinderen aangepast, net alshaar handschrift: ze zette een nulletje boven de i.
Rond en zacht wilde Ina leven. Beschermd. Eenmaal met pensioen en verhuisd naar het platteland, raakte zij betrokken bij de interkerkelijke werkgroep Met Hart en Handen. Niet dat ze gelovig was, maar waar geen kabeltelevisie werd aangelegd, kwam nog wel de kerk aan huis, met een collectebus. En omdat ze niemand kende en bij het nieuwe dorp wilde horen, liet ze zich overhalen ook langs de deuren te gaan. Ze liep langs brede erven en blaffende honden. Rammelend voor verre ellende, die het een paar munten te bestrijden was – vaak met een fotomapje zielig kijkende kinderen in de hand. Ja, de wereld was gemeen en god wat had ze lang haar ogen ervoor gesloten.
Toen haar heup opspeelde, kreeg Ina het verzoek kranten voor de werkgroep te knippen. Bij voorkeur aansprekende oorlogen, waar je goed voor collecteren kon. Haar man Jan knipte uit aardigheid mee. Eén krant bleek niet genoeg. Nog een abonnement erbij. En hoe meer ze knipten,
hoe betrokkener ze raakten. Verbaasd over hun eigen gulheid gireerden ze voor kaarsen in Soweto en bunsenbranders in Malawi. Een spatje in de vlam, maar wie goed doet, goed ontmoet. Dikker was hun bijbel niet. Al knippend vergrootten ze hun wereld. En zo stuitten ze steeds vaker op Somalië. Een land dat ze hadden moeten opzoeken.
In de Hoorn van Afrika werd een koude oorlog uitgevochten. Krijgsheren, bewapend door Oost en West, speelden bevolkingsgroepen tegen elkaar uit. En weer keek de wereld weg van de vluchtelingenstromen, weer reageerde Europa met bureaucraten achter loketten. In Nederland gingen de eerste stemmen op dat ‘die vluchtelingen’ de huizen van ‘onze kinderen’ inpikten.
Ina wilde fatsoenlijker zijn: ze hing een fluorescerend plakkaat in de buurtsuper: wij openen ons huis voor vluchtelingen. u ook ?
Geen enkele reactie. Ja, de nieuwe buren mopperden: ‘Het is al gehorig genoeg.’ Niet één vluchteling belde aan.
Een jaar later kwam het rijk met een plan de al jaren leegstaande streekschool als asielzoekerscentrum in te richten – nog geen tien minuten lopen van de Carelsens. Het dorp was faliekant tegen.
Protestborden in de tuinen. De Carelsens waren voor en voerden het woord op de zoveelste hoorzitting. Ina sprak over noaberschap. Ze werd uitgelachen: wat wist ze daarvan? Stadse lui mochten zo’n woord helemaal niet gebruiken. Hun plakkaat vonden ze verscheurd in de brievenbus terug.”

 

Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

De Visser

Elke dag
Sinds hij werd geboren
Aan een oude kust
Heeft hij de oceaan gezien
Als zilveren dienblad
Terwijl de avond komt

De zon die splijt
Als een lichtgevende sinaasappel
Bij een bergtop
Terwijl de ooievaars wegvliegen
En de vissen opduiken
Om goedenacht te kussen

Elke nacht
Heeft hij gedroomd
Over die beelden
Terwijl de maan stilte zong
En de bomen fluisterden
In de duisternis boven de wereld

Elk jaar heeft hij geleefd
Om deze beelden
Door te geven
Iemand te hebben
Met wie hij kon delen deze
Oneindige momenten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e december ook mijn blog van 16 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Klaus Rifbjerg, Indrek Hirv

De Deense dichter en schrijver Klaus Rifbjerg werd geboren op 15 december 1931 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Klaus Rifbjerg op dit blog.

 

Geboorte

Poseur vanaf het begin.
Met een elegante beweging
wikkel ik me uit de navelstreng
die als cashmereshawl
drie keer om mijn hals is gewikkeld.

Een onaangenaam manspersoon
bewijst haastig de hardheid van het nieuwe leven
drie klinkende klappen op de bibs.

Men probeert me tevergeefs van het leven te beroven
onder de koude kraan
maar geeft later de voorkeur aan een sluipweg
door een pilsflesje aan mijn voeteneind te leggen.
Ondanks de inhoud: lauw water
stijgt de lust van het groene glas
toch in deze eerste minuten
door mijn gevoelige voetzolen.

Nu ben ik geheel zelfstandig.
Kleine trekvogel aangevlogen uit warmere landen
zit in zijn blauwe nestje.
De natuur zie ik op mijn slaapkamerplafond
kleine bladschaduwen schommelen
en vormen gezichten
vriendelijke portretten op de kalkhemel van mijn eerste uur.

Heerlijke nieuwe wereld
ik functioneer!
ik produceer!
Meteen wordt de zachtste maan
vol en rijp aangestoken boven mijn wieg
de lamp geeft het donker duwtjes
en zorgvuldig legt men een tafelkleed
op mijn vochtige billen.

Is het etenstijd?
Wie is er uitgenodigd?
Had ik maar niet zo’n slaap.

Als volleerde gentleman
steun ik op mijn elleboog
groet met imaginaire Eden-hat
mijn moeder:

Dank broedkip!
Dank voor de goede kameraadschap,
goed geroeid!

En zink slaperig terug in het kussen,
een veeleisende dag!

 

Vertaald door Annelies van Hees

 

Klaus Rifbjerg (15 December 1931 – 4 April 2015)

 

De Estse dichter, beeldend kunstenaar en vertaler Indrek Hirv werd geboren op 15 december 1956 in Kohila. Zie ook alle tags voor Indrek Hirv op dit blog.

 

Karlova

De toekomst is niets anders
dan duizenden ongemakkelijke momenten.

Trots van de nachten van mijn jeugd,
met je hart dat als een gek klopt,
pas op in het tedere licht!

Zie: een dronken huis
wierp zijn zoete schaduw, –
de stad van mijn jeugd achtervolgt me nog steeds
in donkere doodlopende wegen.

De smalle ramen hebben tot de ochtend
een gezicht, verfrommeld door het lawaai van de avond.

Trots van de nachten van mijn jeugd,
geloof me,
onder de kasseien, zijn de dagen
verduiveld lang!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Indrek Hirv (Kohila, 15 december 1956) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e december ook mijn blog van 15 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

P.C. Hooftprijs 2022 voor Arnon Grunberg

P.C. Hooftprijs voor Arnon Grunberg

De jury van de P.C. Hooftprijs kent de prestigieuze oeuvreprijs toe aan Arnon Grunberg. De schrijver krijgt de prijs, en het bijbehorende geldbedrag van 60.000 euro, voor zijn proza. Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Bezette gebieden

Maar ik ben dit niet,’ roept moeder. ‘Voor dat meisje was ik het, zij was erin gaan geloven, maar voor mezelf en voor jou toch nooit echt? Zeg nou eerlijk, waarom hebben we dit gedaan?’
‘Ik had geen keus,’ zegt Kadoke, zittend op de grond. ‘Je was zo depressief. Kun je je dat nog herinneren? Het verdriet had je overmand, je dreigde erdoor te worden weggespoeld, ik had alles gedaan om dat te voorkomen. Ik heb je wensen vervuld, niet meer dan dat.’
Kadoke’s vader had op hoge leeftijd besloten vrouw te worden, beter gezegd, hij had besloten zijn eigen vrouw te worden nadat die was overleden. Na enige aarzeling besefte Kadoke dat hij hem in die beslissing moest steunen en gaandeweg was de oude man veranderd in een oude vrouw, de komedie was werkelijkheid geworden.
‘Ik kan een van de plastabletten niet meer vinden,’ zegt Kadoke.
‘Wat kunnen mij die plastabletten schelen. Ik ben je moeder niet. Daar gaat het om. Jouw moeder is dood. Ik ben je vader en ik wil ook dood. Maak me alsjeblieft dood.’
Had hij haar wensen vervuld of toch alleen zijn eigen wensen? Had hij haar, toen ze nog hij was, moeten laten sterven? Had hij haar moeten opgeven? Was dit de dood die te laat kwam?
Kadoke staat op, streelt haar vrijwel kale hoofd. Nu, zo zonder pruik, maar wel met een jurk aan, krijgt het woord ‘farce’ een andere lading. Waarom neerkijken op de aftakeling? Met welk recht? Behalve dan het recht van de gezondheid, de jeugd.

‘Je weet wat mijn beroep is, ik maak mensen niet dood, ik probeer ze in leven te houden. Er zijn discussies over de vraag wanneer je mensen moet laten gaan, ik heb daar ideeën over, misschien zelfs overtuigingen, hoewel ik niet zo van overtuigingen hou, het woord staat me tegen, het is me te compromisloos. Maar als dat echt is wat je wil dan kunnen we daarover praten, ik geloof alleen nog niet dat dat echt is wat je wil, een week geleden wilde je het nog niet.’
Moeder ziet er, hij kan het niet ontkennen, erbarmelijk uit, een toneelspeelster na afloop van de première in de kleedkamer, in het volste besef dat het stuk geen succes was.
‘Toen deed ik alsof.’
‘Je deed alsof je wilde leven?’
Ze knikt. ‘Voor jou,’ zegt ze met een zachte stem, alsof ze een misdaad opbiecht, ‘en voor dat meisje.’
‘Dan kun je het nu toch ook voor mij doen? Maar ik ga even verder met het zoeken naar die plastablet. Kun je beloven niet weer alle medicijnen op de grond te gooien? Kun je proberen niet opstandig te zijn?’
‘Ik bén opstandig,’ roept moeder. ‘Dat meisje heeft me in de steek gelaten.’ Ze pakt haar pruik, gooit die door de kamer. Voor iemand die dood wil zit er veel leven in haar.
‘Michette is niet van ons,’ antwoordt Kadoke vanonder de tafel en even ervaart hij de stekende sensatie van het gemis. Hij had geleefd voor twee mensen, Michette is weg en moeder wil geen moeder meer zijn, sterker nog, ze wil dood. ‘Ik vind wel een andere verzorger voor je. En natuurlijk ben je niet te oud voor nog een transformatie, ik had dat niet moeten zeggen. Als je weer vader wil worden, zal ik je helpen. Misschien is het voor iedereen makkelijker. Weet je nog, die verzorgster die het niet kon verdragen dat je… dat je een moeder was met een piemel?’ Hij heeft de plastablet gevonden.
‘Ik ben geen moeder met een piemel,’ roept moeder. ‘Hou op met die onzin. Mijn ogen zijn geopend.’
Kadoke kruipt onder de tafel vandaan. Er ligt daar veel stof. Hij slaat het van zijn broek en veegt de plastablet schoon.”

 

Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

Gerard Reve, Paul Eluard

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

Uit: Nader tot U (Brief door tranen uitgewist)

“Hij en Prijsdier hadden al van alles in huis gehaald voor het weekeinde, zodat we begonnen stevige hoeveelheden oude jenever te drinken, uit de ijskast, en terwijl ik het eerste glas, een flink wijnglas, voorzichtig en eerbiedig optilde, schoot ik in de lach omdat ik me opeens herinnerde hoe, jaren en jaren geleden, toen ik in Groet, onder Schoorl, in een zomerhuisje van mijn broer zat, een man in een ander, permanent bedoeld zomerkrot ernaast, die in een soort huisindustrie blokkendozen vervaardigde in een serie die ‘Okkie Aap’ heette, en die schilderde, schreef, dichtte en verder, volgens zijn eigen verklaring, ‘alles wat maar mooi was’ probeerde te maken, mij eens een eigengemaakt gedicht tegen alkoholiese dranken had voorgelezen, waarvan elk koeplet eindigde met: Tumblers vol met pareldroppen / Schallend, lallend vochtfestijn’. Waarom ik juist daaraan moest denken, weet ik niet, en ik kon met moeite aan Wimie uitleggen, waarom ik in de lach was geschoten – aan een ander kan je toch nooit iets duidelijk maken. Die dichter, schilder, schrijver en blokkendoosmaker is niet veel later failliet gegaan, en is toen vertrokken voor een voetreis van Den Helder naar Gibraltar, helemaal lopend langs de kust – je vraagt je soms af wat iemand bezielt.
We zaten dus te praten, Wimie en ik, en terwijl het licht in de kamer heel langzaam geringer werd, keek ik telkens door het raam naar buiten. Het uitzicht, op de achtergevels van allerlei huizen, was nog bijna precies hetzelfde als toen ik er nog woonde, behalve dat er inmiddels één huis was afgebroken. Ik tuurde naar een raamkozijn, niet zo ver weg, dat er erg verweerd en haveloos uitzag, grijs geverfd, maar die verflaag was er al bijna helemaal af, zodat er een oudere laag te voorschijn was gekomen van meer blauwachtig grijs. De bovenste, bijna verdwenen verflaag was van misschien wel vijf en twintig, dertig jaar geleden, maar de laag die nu zichtbaar was geworden, was van nog veel langer geleden, misschien van wel twintig jaar daarvoor, en niemand zou ooit nog kunnen vaststellen wie het geweest was, die toen dat kozijn geschilderd had. Misschien was het wel een heel mooie, zich nogal brutaal aanstellende maar eigenlijk erg verlegen en lieve jongen geweest, die in het geheim, zonder dat hij het ooit aan iemand heeft durven vertellen, verliefd was op een jonge timmerman bij dezelfde baas, 1½ jaar ouder dan hijzelf, die hij aanbad en met wie hij uit vissen ging, zowat elke zondag, en naar wie hij dan van opzij, of in de waterspiegeling, in wanhopige aanbidding hele middagen zat te kijken terwijl hij onhoorbaar zuchtte. Het zou zelfs kunnen dat hij nog in leven was, peinsde ik, heel oud, wonend bij familie die hem zijn spaargeld afhandig hadden gemaakt en in een hoek uit een houten nap lieten eten, maar niemand zou ooit zijn naam weten.”

 

Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)

 

De Franse dichter en schrijver Paul Eluard werd geboren op 14 december 1895 in Saint Denis. Zie ook alle tags voor Paul Eluard op dit blog.

 

De jongste

Aan het plafond van de libel
Bungelt een waanzinnig kind,
Staart naar het gras,
Slaat vol vertrouwen zijn ogen op:
De ijle mist likt zich als een kat
Die zich ontdoet van zijn dromen.
Het kind weet dat de wereld nog maar net begint:
Alles is doorschijnend,
De maan staat in het centrum van de wereld,
Het gebladerte bekleedt de hemel
En in de ogen van dat kind,
In zijn donkere ogen
Diep als doorwaakte nachten
Wordt het licht geboren.

 

Vertaald door Kiki Coumans

 

Paul Eluard (14 december 1895 – 18 november 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e december ook mijn blog van 14 december 2018 en ook mijn blog van 14 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

José Eduardo Agualusa, Kenneth Patchen

De Angolese schrijver José Eduardo Agualusa werd op 13 december 1960 in Huambo geboren. Zie ook alle tags voor José Eduardo Agualusa op dit blog.

Uit: Het genootschap van onvrijwillige dromers (Vertaald door Harrie Lemmens)

Ik werd vroeg wakker. Door het smalle raam zag ik langgerekte zwarte vogels voorbijvliegen. Over zulke vogels had ik net gedroomd. Het was alsof ze uit mijn droom naar de hemel waren gesprongen, een nat vel donkerblauw carbonpapier, met in de hoeken woekerende schimmel.
Ik stond op en liep blootsvoets in mijn onderbroek naar het strand. Daar was niemand. Dat wil zeggen, ik zag de man niet die in een donkergroene schommelstoel naar me zat te kijken terwijl de zon tegen de heuvels op klom. De lucht zou nu gauw gevuld worden met licht. Kleine golven die achter elkaar aan rolden vormden kanten schuimkragen. Achter mij rezen de rotsen omhoog en op die rotsen de cactussen, als gotische kathedralen tegen de uitslaande brand van de hemel.
Ik liep het water in en zwom met grote slagen. Sommige mensen zwemmen voor hun plezier. Anderen om fit te blijven. Ik zwem om beter te kunnen nadenken. Ik moet vaak denken aan een dichtregel van de Mozambikaanse dichteres Glória de Sant’Anna: ‘In het water ben ik precies.’
De dag tevoren was ik gescheiden. Ik zat op de redactie van de krant, O Pensamento Angolano, te werken aan een interview met een piloot toen de telefoon ging. Die piloot, Domingos Perpétuo Nascimento, is een oud-militair. Hij werd in de Sovjet-Unie opgeleid als piloot en vocht tijdens de burgeroorlog in de cockpit van een MiG-21 mee in Mavinga, de grootste veldslag op Afrikaanse bodem sinds de Tweede Wereldoorlog. Jaren later werd hij gevangengenomen door de rebellen, tijdens een aanval op een konvooi dat van Luanda onderweg was naar Benguela, en hij liep over naar zijn ontvoerders. Toen er met de dood van rebellenleider Jonas Savimbi, in februari 2002, definitief een eind kwam aan de burgeroorlog trad hij toe tot het kader van de nationale luchtvaartmaatschappij. Een paar dagen voor ik hem sprak had hij in een van de wc’s van zijn vliegtuig een tas met een miljoen dollar gevonden en naar de politie gebracht. Het is een goed verhaal. Het soort verhaal waarin ik me heb gespecialiseerd. Ik was zo fanatiek bezig dat ik de telefoon liet rinkelen. Het toestel hield even op en begon weer opnieuw. Ten slotte nam ik toch maar op en hoorde de bitse, bazige stem van Lucrécia: ‘Waar ben je?’
‘Op de krant…’
‘Kom als de bliksem naar de rechtbank, over een kwartier komt onze scheiding voor.’ Ik zei dat ik van niets wist. Niemand had me iets verteld. Lucrécia’s stem ging een toontje omhoog: ‘De rechtbank heeft je een dagvaarding gestuurd, alleen naar het verkeerde adres, heb ik pas net gemerkt. Ik had het niet goed doorgegeven. Nou ja, schiet op, je hebt tien minuten.’
We hebben elkaar leren kennen op een feestje. Onmiddellijk toen ik haar zag, wist ik dat ik met haar zou trouwen. Tegen een vriend zei ik dat ik haar bijna perfect vond: ‘Alleen jammer dat ze haar krullen wegwerkt.’ Tijdens al die jaren van ons huwelijk is het me nooit gelukt haar over te halen de krul in haar kapsel te houden, het gewoon zoals het is over haar schouders te laten golven. ‘Dan lijk ik net een roofdier,’ klaagde Lucrécia.

 

José Eduardo Agualusa (Huambo, 13 december 1960)

 

De Amerikaanse dichter Kenneth Patchen werd geboren op 13 december 1911 in Niles, Ohio. Zie ook alle tags voor Kenneth Patchen op dit blog.

 

Pastorale

De Duif loopt met plakkerige voeten
Over de groene kronen van de amandelboom,
Zijn veren besmeurd met warmte
Als honing
Die lui in de schaduw druppelt…

Iedereen die in die boomgaard staat,
Zo gevuld met rust en slaap,
Zou nauwelijks aandacht hebben gehad voor de heuvel
Dichtbij
Met zijn drie vreemde houten armen
Verheven boven een menigte bewegingloze mensen
– Boven de helmen van de soldaten van Pilatus
Flitsend als zilveren tanden in de zon.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kenneth Patchen (13 december 1911 – 8 januari 1972)

 

Zie voor nog meer de schrijvers van de 13 december ook mijn blog van 13 december 2018 en ook mijn blog van 13 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Johannes in der Wüste (Friedrich Treitschke), Susanna Tamaro, Helen Dunmore

 

Bij de 3e zondag van de Advent

 

Johannes de Doper in de wildernis door Guernico, 1652

 

Johannes in der Wüste

Und muss es sein: für Gott und Wahrheit sterben!
Ich bin bereit! bin fest und froh entschlossen.
Ein Dämmerschein, auf Erden ausgegossen.
Sollt’ ich der nahen Sonne Seher werben.«

»Vereinigt sind viel tausend Himmelserben.
Das Wasser, so der hohlen Hand entflossen,
Befruchtete des Lebensbaumes Sprossen;
Nun scheu’ ich nicht den Henkertod, den herben.”

Der Täufer betet in der Wüstenei,
Die Zukunft legt er in des Höchsten Hände,
Und fürchtet nicht und suchet nicht sein Ende.

Und wie er betet, wird die Seele frei.
Sie fühlt zum Quell des Lichtes sich erhoben;
Ein Quell des Lichtes strömt herab von oben.

 

Friedrich Treitschke, (29 augustus 1776 – 4 juni 1842)
Kerstmarkt in Leipzig, de geboorteplaats van Friedrich Treitschke

 

De Italiaanse schrijfster Susanna Tamaro werd geboren in Triëst op 12 december 1957. Zie ook alle tags voor Susanna Tamaro op dit blog.

Uit: Der Tannenbaum

„Als dann die Tage allmählich länger wurden, verwandelte sich der prasselnde Regen in milde Niederschläge, und morgens bedeckte Tau die Wiesen und Blumen mit einem Mantel aus leuchtenden Tropfen.
Der Sonnenuntergang fand schier kein Ende. Mit seinem rosigen Licht streichelte er alle Dinge, als wollte er die Herrlichkeit der Welt bezeugen.
Zuletzt kam der Sommer mit seiner zufriedenen Ruhe, und im Unterholz reiften die Heidelbeeren.
Die Vögel hatten ihre Nester verlassen, um dem Abenteuer des Lebens entgegenzufliegen, und auch die Jungen in der Erde machten sich auf ihren wackeligen Pfötchen auf.
Die Zeit der Stille und des Ausruhens war gekommen.
Dann, eines Morgens, lag auf den höchsten Gipfel Schnee. Er bedeckte die Felsen, die Schluchten und die dunklen, niedrigen Latschenkiefern.
Die Luft roch nun anders, die Schwalben des nahen Bauernhofs begannen sich im Flug zu sammeln, um in wärmere Länder zu ziehen, und auf dem weichen, mit Nadeln übersäten Waldboden wuchsen bald Pilze in allen Formen und Farben.
Als der König der Hirsche auf die Lichtung herunterkam, um die Thronanwärter herauszufordern, waren die Lärchen schon flammend gelb, und mitten auf der Lichtung war eine winzige Tanne gewachsen.
Sie war noch so klein und biegsam, dass sie sich kaum vom Gras unterschied.
Nur deshalb gelang es ihr, die furiosen Turniere der Hirsche zu überleben.
Das erste Schauspiel ihres sehr langen Lebens.
—————

Jeder weiß, dass das Leben der Bäume nicht besonders aufregend sein kann. Naturgemäß sind sie gezwungen, immer am selben Ort zu bleiben, sie können nicht entscheiden, eine Reise zu machen, neue Länder zu erforschen oder sich auf die Suche nach einer verwandten Seele zu begeben.
Wo der Himmel sie wachsen lässt, müssen sie für immer bleiben. Um Liebe zu finden und Nachwuchs zu zeugen, müssen sie auf den Wind vertrauen, auf die Insekten oder die Gefräßigkeit der Vögel. Um zu wachsen und weiterzuleben, müssen sie auf das Wasser warten, das ihnen der Himmel schickt.
Nur im Tod unterscheiden sich ihre Leben. Manche werden von winzigen Käfern von innen heraus zerfressen und sinken in sich zusammen wie ein nasser Lappen, andere werden von Schimmel, Pilzen oder Parasiten befallen, die ihre Wurzeln zerstören. Manche sterben in einem Waldbrand, andere fallen unter dem Kreischen der Säge.
Nur die langlebigsten, großen und einsamen Bäume genießen das Privileg, von einem Blitz getroffen zu werden.“

 

Susanna Tamaro (Triëst, 12 december 1957)

 

De Britse dichteres en schrijfster Helen Dunmore werd geboren op 12 december 1952 in Beverley, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Helen Dunmore op dit blog.

 

Litanie

Voor de tijd die nodig is voordat een blauwe plek vervaagt
voor het zware gewicht bij het uit bed komen,
voor het grijze haar, voor de vermoeide korrel van de huid,
voor de spider naevus en de drinkersneus
voor de woordenschat van palliatie en Macmillan
voor vrienden die de beste begrafenislezingen kennen,

voor de alledaagsheid van pijn, voor geduldig wachten
voordat je de apotheker kunt vragen naar je medicatie
voor elastische zwachtels en ulcusverbanden,
voor het weten wat te zeggen
als je vriendin zegt hoeveel ze hem nog steeds mist,
voor het nodig hebben van een jas, ook al is het warm,

voor de tijd die een wond nodig heeft om te genezen,
voor het vreemde medelijden dat je voelt
voor de afwijzing op de wezenloos stellige gezichten
van de jongeren die alles bezitten en weten,
voor het naakte vlees van de volgende generatie,
voor het woord ‘generatie’, dat vroeger niets betekende.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Helen Dunmore (12 december 1952 – 5 juni 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e december ook mijn blog van 12 december 2020 en eveneens mijn blog van 12 december 2018 en ook mijn blog van 12 december 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Marie Kessels, Christoph W. Bauer

De Nederlandse schrijfster Marie Kessels werd geboren in Nederweert op 11 december 1954. Zie ook alle tags voor Marie Kessels op dit blog.

Uit: Het lichtatelier

“Adembenemend mooi is het in elkaar grijpen van de papiervezels in het schepraam, dat ik al bijna met de soepele bewegingen van de ware papiermaker in de plastic bak met plantenpulp onderdompel en vliegensvlug naar me toe trek en optil tot boven de rand van de bak, zodat het overtollige water door de mazen of gaatjes van de zeef kan weglopen.
Eerst is het schepraam vol als een enorme bierpul met een kop van glinsterend schuim, dat nog trilt van de spuitmond van de tapkraan. Dan zakt de glinsterende massa langzaam in elkaar, terwijl ik de zeef schud en haastig nog wat papierpulp over de randen van het schepraam gooi om van het schuimende mengsel alleen nog een egaal vlies op de zeef over te houden.
Het oogvlies van de spiedende arend wordt dof, denk ik op het moment dat de papiervezels in een paar tellen een zo grote gedaanteverandering ondergaan dat hun plotselinge roerloze verschijningsvorm me doet duizelen.
Daar is mijn vel papier, op de bodem van het schepraam, waarvan ik nu voorzichtig het deksel moet verwijderen om de zeef met het vel erop te kunnen omkieperen op een stuk vlieseline.
Daar is al mijn vel papier!
Na dagen voorbereiding kan het niet meer wachten om kant-en-klaar tevoorschijn te komen, nog nat en slap, met diepe, gloeiende kleuren die straks bij het drogen zullen verbleken, maar verder helemaal af, helemaal voltooid, helemaal ten einde gevoerd met een razendsnelle zwaai van mijn armen, zodat de druipende zeef vacuüm getrokken wordt. Eén zwaai naar me toe en daarna driftige schudbewegingen, waarbij mijn handen zich vast om de twee helften van het schepraam klemmen.
Vergeleken bij die paar hectische seconden waarin heel veel tegelijkertijd gebeurt, is het omkeren van de zeef en het vastdrukken van het vel papier op een stuk nat vlieseline een langzame, bezonnen, plechtige en ook wat treurige handeling, die de nieuwsgierigheid bevredigt maar het hart leeg laat, zoals een bedachtzame liefkozing ons hart leeg kan laten zodra we eenmaal naar de toppen van de lust zijn opgestegen.
Toch is dit behoedzame koetsen van mijn vel papier en het lostrekken van de zeef net zo goed een magische daad, die het papier definitief een eigen leven geeft. Mooier dan op dit ogenblik van prille zelfstandigheid zal het nooit meer worden – het overtollige water stróómt alle kanten uit over de plank die als ondergrond dient en het papier schuimt en glanst en gloeit, en de randen ervan trillen als schijnvoetjes zonder dat hun onregelmatige vorm verandert of ook maar een millimeter van plaats verschuift.”

 

Marie Kessels (Nederweert, 11 december 1954)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Christoph W. Bauer werd geboren in Kolbnitz op 11 december 1968 (niet 26 september). Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en ook alle tags voor Christoph W. Bauer op dit blog.

 

eufraat en tigris twee paradijselijke

eufraat en tigris twee paradijselijke
stromen ze komen vanuit de verticale
in de mozaïsche religie als in het
geloof van de indiërs ganges brahmapoetra
indus en oxus geen legendes rond het
leven van boeddha zonder oever geen johannes

geen orpheus en ook geen narcis die
de dood over het hoofd zag toen hij ertegenover
hurkte afgeleid door het vuurwerk van een
liefde die weet hoe ze zichzelf moet verdedigen van

het ene oorlogsjaar naar het andere aanvallen
verzilvert als spreekwoorden uit de minuten
sijpelen spinsels vechten zich een weg door
de windstilte als colonnes vermoeide soldaten
die denken dat ze op weg naar huis zijn en
geen idee waar de stroom hen heen

drijft als de wind opsteekt bobrowski
plotseling uit de in de kust lekkende
avond metaforen gieten lood in
de hielen en alle rivieren slechts preludes

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christoph W. Bauer (Kolbnitz, 11 december 1968)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e december ook mijn blog van 11 december 2018 en eveneens mijn blog van 11 december 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Karl Heinrich Waggerl, Emily Dickinson

De Oostenrijkse schrijver Karl Heinrich Waggerl werd geboren op 10 december 1897 in Bad Gastein. Zie ook alle tags voor Karl Heinrich Waggerl op dit blog.

Uit: Die stillste Zeit im Jahr

„Aber in meinem Bubenalter war es keineswegs die stillste Zeit. In diesen Wochen lief die Mutter mit hochroten Wangen herum, wie mit Sprengpulver geladen, und die Luft in der Küche war sozusagen geschwängert mit Ohrfeigen. Dabei roch die Mutter so unbeschreiblich gut, überhaupt ist ja der Advent die Zeit der köstlichen Gerüche. Es duftet nach Wachslichtern, nach angesengtem Reisig, nach Weihrauch und Bratäpfeln. Ich sage ja nichts gegen Lavendel und Rosenwasser, aber Vanille riecht doch eigentlich viel besser, oder Zimt und Mandeln.
Mich ereilten dann die qualvollen Stunden des Teigrührens. Vier Vaterunser das Fett, drei die Eier, ein ganzer Rosenkranz für Zucker und Mehl. Die Mutter hatte die Gewohnheit, alles Zeitliche in ihrer Kochkunst nach Vaterunsern zu bemessen, aber die mußten laut und sorgfältig gebetet werden, damit ich keine Gelegenheit fände, den Finger in den köstlichen Teig zu tauchen. Wenn ich nur erst den Bubenstrümpfen entwachsen wäre, schwor ich mir damals, dann wollte ich eine ganze Schüssel voll Kuchenteig aufessen, und die Köchin sollte beim geheizten Ofen stehen und mir dabei zuschauen müssen! Aber leider, das ist einer von den Knabenträumen geblieben, die sich nie erfüllt haben.
Am Abend nach dem Essen wurde der Schmuck für den Christbaum erzeugt. Auch das war ein unheilschwangeres Geschäft. Damals konnte man noch ein Buch echten Blattgoldes für ein paar Kreuzer beim Krämer kaufen. Aber nun galt es, Nüsse in Leimwasser zu tauchen und ein hauchdünnes Goldhäutchen herumzublasen. Das Schwierige bei der Sache war, daß man vorher nirgendwo Luft von sich geben durfte. Wir saßen alle in der Runde und liefen braunrot an vor Atemnot, und dann geschah es eben doch, daß jemand plötzlich niesen mußte. Im gleichen Augenblick segelte eine Wolke von glänzenden Schmetterlingen durch die Stube. Einerlei, wer den Zauber verschuldet hatte, das Kopfstück bekam jedenfalls ich, obwohl es nur bewirkte, daß sich der goldene Unsegen von neuem in die Lüfte hob. Ich wurde dann in die Schlafkammer verbannt und mußte Silberpapier um Lebkuchen wickeln, um ungezählte Lebkuchen.
Kurz vor dem Fest, sinnigerweise am Tag des ungläubigen Thomas, mußte der Wunschzettel für das Christkind geschrieben werden, ohne Kleckse und Fehler, versteht sich, und mit Farben sauber ausgemalt. Zuoberst verzeichnete ich anstandshalber, was ja ohnehin von selber eintraf, die Pudelhaube oder jene Art von Wollstrümpfen, die so entsetzlich bissen, als ob sie mit Ameisen gefüllte wären. Darunter aber schrieb ich Jahr für Jahr mit hoffnungsloser Geduld den kühnsten meiner Träume, den Anker-Steinbaukasten, ein Wunderwerk nach allem, was ich davon gehört hatte. Ich glaube ja heute noch, daß sogar die Architekten der Jahrhundertwende ihre Eingebungen von dorther bezogen haben.“

 

Karl Heinrich Waggerl (10 december 1897 – 4 november 1973)

 

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

I Years had been from Home

‘k Was jaren weg van huis geweest.
Toen stond ik er, de deur was dicht;
ik durfde hem niet open doen
omdat een onbekend gezicht

mij niet-begrijpend aan kon zien
en vragen wat ik wou.
Ik zocht een leven dat misschien
daar niet meer wezen zou.

Ik keek van raam naar raam,
zocht stunt’lig naar een woord.
De stilte van een oceaan
sloeg stuk tegen mijn oor.

Ik lachte met een lach van hout.
Dat angst voor deuren heeft
die dood en dreiging heeft aanschouwd
maar nimmer heeft gebeefd!

Ik legde op de klink
een aarzelende hand,
omdat zo’n deur soms openspringt;
en wie houdt dan nog stand?

Ik trok mijn vingers trug
als waren ze van glas.
Ik hield mijn beide oren vast,
nam als een dief de vlucht.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e december ook mijn blog van 10 december 2018 en ook mijn blog van 10 december 2017 deel 3.