P. C. Hooft, Kurt Drawert

De geschiedkundige, dichter en toneelschrijver Pieter Cornelisz. Hooft werd geboren in Amsterdam op 16 maart 1581. Zie ook alle tags voor P. C. Hooft op dit blog.

Noodlot

Gelukkig die d’ oorzaken van de dingen
Verstaat: en hoe zij vast zijn onderlingen
Geschakeld zulks dat gene levendheên,
(God uitgezegd) ooit iets van zelven deên
Of leen, maar al door ander oorzaaks dringen.

Door oorzaaks kracht men al wat schiedt ziet drijven.
Waar’ die te flauw, geen werking zou beklijven,
En oorzaak zijn geen oorzaak. Wat gewracht
Ter wereld wordt, is dan te weeg gebracht
Door kracht zo groot dat het niet na kan blijven.

Elke oorzaak heeft haar moederoorzaak weder.
’t Gaat al zo ’t moet: en daalt van Gode neder.
Zijn goedheid wijs vermogen is de bron
Waar ’t al uit vliet als stralen uit de Zon.
Hij kon en zou, waar’ ’t nutst, ons helpen reder.

 

Zal nimmermeer gebeuren

Zal nimmermeer gebeuren*
mij dan na deze stond
de vriendschap van uw ogen,
de wellust van uw mond?

De vriendschap van uw ogen,
de wellust van uw mond,
de gunste van uw hartje
dat voor mij openstond.

Zo zal ik nochtans blijven
u eeuwig onderdaan*;
maar mijn verstrooide zinnen*,
wat zal hun anegaan*?

Mijn zinnen mogen* zwerven
de leide* lange tijd,
nu zij, mijn overschone,
zijn hunne leidster kwijt.

De schoon’ borst* uit tot tranen,
’t en baatte* geen bedwang;
de traantjes rolden neder
van de een en de ander wang.

De schone traantjes deden
meer dan een lachen doet:
al in zijn hoogste lijden
zij troostten zijn gemoed.

Vrouw Venus met haar sterre,
thans klaarder dan de maan,
bespiedde die vrijage
en zag ’t mirakel aan.

En hebben tere traantjes*,
zei zij, zo grote kracht,
waarom en is het schreien
niet in der goden macht?

De traantjes rolden neder,
maar de godinne zoet:
Beid*, liever zou ik schenden,
zei zij, mijn rozenhoed*.

En eer zij kon gedogen
dat iemand die vertrad,
ving zij de lauwe traantjes
in een koel rozenblad.

Wat geef ik om mijn rozen
of ’t maaksel van mijn krans;
ik zal gaan maken paarlen
van ongemene glans.

De tranen werden paarlen,
zo ras haar ’t woord ontging,
die zij met goud doorboorde
en aan haar oren hing.

De blanke paarlen hielden
de krachten van ’t geween;
zij doen nog in de hemel
wat zij op aarde deên*.

Als Venus in de spiegel
haar vindt* met dit sieraad,
zij wenst geen toverriemen*
noch kransen tot haar baat.

 

Pieter Cornelisz. Hooft (16 maart 1581 – 21 mei 1647)
Portret door Cornelis van der Voort, 1622

 

De Duitse dichter en schrijver Kurt Drawert werd geboren op 15 maart 1956 in Henningsdorf. Zie ook alle tags voor Kurt Drawert op dit blog.

 

Te laat gekomen

Een boswandeling bijvoorbeeld
interesseert me niet zoveel.
Ik slenter hulpeloos rond
tussen niet-synthetische materialen
en maak me vuil.
Maar het groen is erg mooi
en kleurecht. Niets geeft af
of kleeft aan de toppen
van de vingers, die verlegen
het voorjaar aftasten. Ook de vogel
klinkt goed, een geslaagd optreden,
een bijna overtuigende dramaturgie –
: Niet te vergelijken
met het geluid van een voertuig,
met processen die je kunt verklaren
en die je meenemen
als je ze halt laat houden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kurt Drawert (Henningsdorf, 15 maart 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e maart ook mijn blog van 16 maart 2020 en eveneens mijn blog van 16 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Ben Okri, Kurt Drawert

De Nigeriaanse dichter en schrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook alle tags voor Ben Okri op dit blog.

Uit: Prayer for the Living

“1.
We entered the town at sunset. We went from house to house. Most of the roofs were shattered, the walls blown apart. Everything was run-down and deserted. The town quivered with death. The world was at the perfection of chaos. Gunrunners lived off the desolation. It was as expected.
The little godfathers who were in control raided the food brought for us. They sabotaged the airlifts and the relief aid. They shared the food among themselves and members of their clan.
We no longer cared. I had gone without food for three weeks.
I feed on the air and on my quest. Every day, as I grow thinner, I see more things about me. I see the dead. I see those who have died of starvation. The dead are happier than we are, living their luminous lives as if nothing has happened. They are more alive than us. They are everywhere.
The hungrier I become, the more I see them. I see my old friends who have died before me, among a chorus of flies. They feed on the light of the air.
They look at us, who are living, with pity and compassion. I suppose this is what the white ones cannot understand when they come with their television cameras and their aid.
They expect to see us weeping. Instead they see us staring at them with a bulging placidity in our eyes. We do not beg. Maybe they are secretly horrified that we are not afraid of dying this way.
But after three weeks of hunger the mind no longer notices. One is more dead than alive. It is the soul wanting to leave that suffers. It suffers because of the body’s tenacity.

2.
We should have come into the town at dawn.
In the town everyone had died. The horses and the cows and the goats too. I could say that the air stank of death, but that wouldn’t be true. It stank of rancid butter and poisoned heat and raw sewage and flowers.
The only people who weren’t dead were the dead. They were joyful and they sang lovely songs in low enchanted voices. They carried on their familiar lives.
The soldiers fought eternally. It didn’t matter to them how many died. All that mattered was how they managed the grim mathematics of war. All they cared about was winning the most important battle of all, control of this fabulous graveyard, this once beautiful and civilized land.”

 

Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

 

De Duitse dichter en schrijver Kurt Drawert werd geboren op 15 maart 1956 in Henningsdorf. Zie ook alle tags voor Kurt Drawert op dit blog.

 

Mooie zeldzame wilg

Soms na een herfststorm,
wanneer de lucht stil en geveegd is,
loop ik door de tuin en tel
de afgebroken takken.
Alleen de wilg toont geen verandering.
Ik kijk er lang met bewondering naar:
het ziet er niet altijd zo mooi uit
wanneer de buigzaamheid overleeft.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kurt Drawert (Henningsdorf, 15 maart 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn blog van 15 maart 2020 en eveneens mijn blog van 15 maart 2019 en ook mijn blog van 15 maart 2015 deel 2.

Pam Ayres, Volker von Törne

De Britse dichteres van humoristische poëzie Pam Ayres werd geboren op 14 maart 1947 in Stanford in the Vale in Berkshire (tegenwoordig Oxfordshire). Zie ook alle tags voor Pam Ayres op dit blog.

 

They Should Have Asked My Husband

You know, this world is complicated and imperfect and oppressed,
And it’s not hard to feel timid, apprehensive and depressed,
It seems that all around us, tides of questions ebb and flow,
And people want solutions, but they don’t know where to go.

Opinions abound but who is wrong and who is right?
People need a prophet, a diffuser of the light,
Someone they can turn to as the crises rage and swirl,
Someone with the remedy, the wisdom, the pearl…

* Well they should have asked my husband, he’s a man who likes his say,
With his thoughts on immigration, teenage mums, Theresa May,
The future of the monarchy, the latest Brexit shocks,
The wait for hip replacements, and the rubbish on the box.

Yes, they should have asked my husband, he can sort out any mess,
He can rejuvenate the railways, he can cure the NHS,
So any little niggle, anything you want to know,
Just run it past my husband, wind him up and let him go.

Congestion on the motorways, free holidays for thugs,
The damage to the ozone layer, refugees, drugs,
These may defeat the brain of any politician bloke,
But present it to my husband, he will solve it at a stroke.

He’ll clarify the situation, he will make it crystal clear,
You’ll feel the glazing of your eyeballs and the bending of your ear,
You may lose the will to live, you may feel your shoulders slump,
When he talks about the President, Mr. Donald Trump. *

Upon these areas he brings his intellect to shine,
In a great compelling voice that’s twice as loud as yours or mine,
I often wonder what it must be like to be so strong,
Infallible, articulate, self-confident and wrong.

When it comes to tolerance, he hasn’t got a lot,
Joy riders should be guillotined, and muggers should be shot,
The sound of his own voice becomes like music to his ears,
And he hasn’t got an inkling that he’s boring us to tears.

My friends don’t call so often, they have busy lives I know,
But it’s not every day you want to hear a windbag suck and blow,
Google? Safari? On them we never call,
Why bother with computers…when my husband knows it all.

 

Pam Ayres (Stanford in the Vale, 14 maart 1947)

 

De Duitse dichter Volker von Törne werd geboren op 14 maart 1934 in Quedlinburg. Zie ook alle tags voor Volker von Törne op dit blog.

 

Duitse psalm

1
Hoop bracht niet wat had gemoeten
In de keel gecementeerd wordt de woede

2
Brood vult niet meer en van water krijg je dorst
Met spandoeken en vlaggen wordt de lucht volgehangen

3
Gevuld zijn de steden met de stilte van de stenen
Wie herinnert zich onze dromen nog?

4
Niet elk einde is ook een begin
Over kolossale bruggen leiden de straten nergens heen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Volker von Törne (14 maart 1934 – 30 december 1980)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e maart ook mijn blog van 14 maart 2020 en eveneens mijn blog van 14 maart 2019 en ook mijn blog van 14 maart 2015 deel 2.

Guillermo Arriaga, Volker von Törne

De Mexicaanse schrijver, scenarist, filmregisseur en producent Guillermo Arriaga Jordán werd geboren op 13 maart 1958 in Mexico-Stad. Zie ook alle tags voor Guillermo Arriaga op dit blog.

Uit: De ontembare (Vertaald door Eugenie Schoolderman en Peter Valkenet)

“Sommige kinderen groeien op met onzichtbare vriendjes, ik groeide op met een onzichtbare broer. Doordat mijn ouders ervoor zorgden dat ik het verhaal van de mislukte bevalling tot in detail kende, voelde ik me verantwoordelijk voor zijn dood. Om het nog een beetje goed te maken, speelde ik jarenlang met de schim van mijn tweelingbroer. Ik deelde mijn speelgoed met hem, ik vertelde hem mijn angsten en mijn dromen. In bed liet ik altijd ruimte voor hem. ik hoorde zijn ademhaling, ik voelde zijn warmte. Als ik in de spiegel keek, wist ik dat hij dezelfde gelaatstrekken zou hebben gehad, dezelfde kleur ogen, hetzelfde haar, dezelfde lengte, dezelfde handen. Dezelfde handen? Als een zigeunerin zijn hand zou hebben gelezen, zouden de lijnen in zijn handpalm dan hetzelfde hebben prijsgegeven als die van mij?
Mijn ouders noemden hem Juan José, en mij Juan Guillermo. De geboorte- en sterfdatum die in de zerk van zijn piepkleine graf werden gegraveerd waren hetzelfde. Een leugen: Juan José was een week eerder gestorven. Hij was nooit geboren, hij was nooit verder gekomen dan de aquatische fase, zijn toestand van vis.
In mijn jeugdjaren was ik geobsedeerd door mijn bloed. Mijn oma drukte me meermaals op het hart dat ik had overleefd dankzij gulle, anonieme donoren die hun rode en witte bloedlichaampjes, hun bloedplaatjes, hun hemoglobine, hun DNA, hun zorgen, hun verleden, hun adrenaline en hun nachtmerries in mijn aderen hadden gespoten. Jarenlang leefde ik in de zekerheid dat in mij andere mensen huisden, hun bloed vermengd met dat van mij. Eén keer, toen ik al een tiener was, heb ik erover gedacht om de lijst van bloeddonoren op te vragen, om ze te bedanken voor het redden van mijn leven. Een oom onthulde me een waarheid die ik liever niet had willen kennen: ‘Ze bedanken, waarvoor? Die eikels hebben zich voor elke milliliter rijkelijk laten betalen (pas jaren later werd de handel in bloed verboden). Het waren geen gulle gevers geweest, maar wanhopige mensen die geen andere uitweg hadden gezien dan hun bloed verkopen. Injectiespuiten die de brandstof van het leven hadden opgezogen uit verlepte, verslagen lichamen. Wat een ontgoocheling was het, te beseffen dat ik was gevoed door huurlingen.
Op mijn negende zag ik voor het eerst mijn eigen bloed stromen. Ik was aan het voetballen met vriendjes uit de straat, toen de bal terechtkwam op het terrein van een drankzuchtige en gescheiden advocaat die ons elke keer dat hij uit zijn auto stapte een blik op een semiautomatisch pistool onder zijn riem gunde.”

 

Guillermo Arriaga (Mexico-Stad. 13 maart 1958)

 

De Duitse dichter Volker von Törne werd geboren op 14 maart 1934 in Quedlinburg. Zie ook alle tags voor Volker von Törne op dit blog.

 

Elegie

Dorpen overhellend in de regen
Weiden in het wilgenlicht
De zachte schoonheid
Van de meisjes ‘s avonds
Over het hek van de seringen
Geurige sneeuw

Land, uitgewist
Uit alle atlassen
Verschroeide aarde, as
Doorboord door wortels
Woorden gegooid als stenen
In stijgend water

Korter worden de dagen
Kouder het licht
Met niets in mijn handen
Dan mijn verdriet
Verzamel ik in mijn ogen
De scherven van de hemel

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Volker von Törne (14 maart 1934 – 30 december 1980)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e maart ook mijn blog van 13 maart 2021 en eveneens mijn blog van 13 maart 2019 en ook mijn blog van 13 maart 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Dave Eggers, Naomi Shihab Nye

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: De monnik van Mokka (Vertaald door Koos Mebius)

“Inmiddels, nu ik de laatste hand aan dit boek leg, is het drie jaar geleden dat we elkaar daar in Oakland spraken. Voordat ik aan dit project begon was ik een nonchalante koffiedrinker en vond ik het hele idee van specialty-koffie eigenlijk maar onzin. Ik vond dat veel te duur, en de mensen die het zo belangrijk vonden hoe de koffie werd gezet en waar de bonen vandaan kwamen, of in de rij stonden voor zus en zo koffie die zus en zo was bereid, waren in mijn ogen pretentieuze aanstellers.
Maar de bezoeken aan koffieplantages en -boeren over de hele wereld, van Costa Rica tot Ethiopië, hebben me wijzer gemaakt. Mokhtar heeft me wijzer gemaakt. We zijn bij zijn familie in Central Valley in Californië geweest en we hebben koffiebessen geplukt in Santa Barbara – de enige koffieplantage die Noord-Amerika rijk is. In Harar zaten we aan de qat, en hoog in de heuvels boven die stad liepen we tussen een paar van de oudste koffiestruiken op aarde. In het spoor van zijn omzwervingen in Djibouti bezochten we een in de buurt van de afgelegen kustplaats Obock gelegen grauw, troosteloos vluchtelingenkamp en was ik er getuige van hoe Mokhtar alles op alles zette om ervoor te zorgen dat een jonge Jemenitische tandheelkundestudent zijn paspoort terugkreeg nadat hij de burgeroorlog was ontvlucht en alles kwijt was geraakt – zelfs zijn identiteit. In de meest afgelegen heuvels van Jemen dronken Mokhtar en ik samen met botanici en sjeiks mierzoete thee en hoorden we de jammerklachten aan van mensen die geen enkel belang bij de burgeroorlog hadden en alleen maar vrede wilden.
Na dit alles zorgden de Amerikaanse kiezers ervoor – of beter gezegd: maakte het Kiescollege het mogelijk – dat een man president werd die had beloofd te verhinderen dat er nog één moslim het land binnen zou komen – ‘tot we hebben uitgezocht wat er aan de hand is,’ zoals hij zei. Na zijn inauguratie deed hij tot tweemaal toe een poging burgers uit zeven landen met een moslimmeerderheid de toegang tot de Verenigde Staten te ontzeggen. Op deze lijst stond ook Jemen, een land waarvan een volstrekt verkeerd beeld bestaat. ‘Ik hoop dat ze wifi in de kampen hebben,’ zei Mokhtar na de verkiezingen tegen me. Het was een cynische grap die de ronde deed in de moslimgemeenschap in Amerika, gebaseerd op het idee dat Trump bij de eerste de beste gelegenheid – bijvoorbeeld als er op Amerikaanse bodem een terroristische aanslag plaatsvindt die uit de koker van een moslim komt – voor zal stellen alle moslims in het land te registreren of zelfs te interneren. Toen hij die grap maakte droeg hij een t-shirt met daarop de tekst: make coffee, not war.
Bij alles wat Mokhtar doet en zegt speelt zijn gevoel voor humor een grote rol, en ik hoop dat ik daar in dit boek iets van heb laten doorklinken en heb laten zien hoe die humor zijn kijk op de wereld beïnvloedt, zelfs in de meest angstige uren. Op een zeker moment in de burgeroorlog in Jemen is Mokhtar door een militie in Aden gevangengenomen en achter slot en grendel gezet. Doordat hij in de Verenigde Staten is opgegroeid en de Amerikaanse beeldcultuur hem met de paplepel is ingegoten, zag Mokhtar onmiddellijk de overeenkomst tussen een van degenen die hem gevangennamen en Karate Kid; toen hij me later over deze periode vertelde, noemde hij de man dan ook consequent Karate Kid.”

 

Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Verborgen

Als je een varen
onder een steen plaatst
zal hij de volgende dag
bijna onzichtbaar zijn
alsof de steen hem
heeft ingeslikt.

Als je de naam van een geliefde
te lang onder je tong verstopt
zonder hem uit te spreken
wordt hij bloed
een zucht
het beetje ingezogen lucht
dat zich overal verstopt
onder je woorden.

Niemand ziet
de brandstof die je voedt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e maart ook mijn blog van 12 maart 2020 en eveneens mijn blog van 12 maart 2019 en ook mijn blog van 12 maart 2018 en ook mijn blog van 12 maart 2017 deel 2.

Karl Krolow

De Duitse dichter en schrijver Karl Krolow werd geboren op 11 maart 1915 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Krolow op dit blog.

Sonnenblumen

Gewaltig schwenken sie ihr Haupt.
Sie wuchsen stark im Fleische auf.
Sie prahlen breit und fettbelaubt
Und drehn sich nach dem Sonnenlauf.

Sie raubten Feuer dem Gestirn
Und hüten gelb ihr fremdes Licht.
Es schlägt der Tag mit Flammen dicht
Aus ihrem Geist, sengt Pflaum’ und Birn’.

Sie lodern steil und mittagstoll
Und leuchten groß wie ihr Geschick.
Gewitter fassen ihr Genick.
Sie sind vom Sommer übervoll.

Bis eines Tags der Sperling praßt,
Mit scharfem Schnabel sie zerfleischt.
Sie sterben sanft und ohne Hast.
Der Häher ihren Tod bekreischt.

 

Oktoberlied

Hab ich meine Zeit vertan,
Als der Sommer Falter sandte,
Auf der Gartenmauer brannte,
Knisterte im trockenen Span?

Gab ich meine Tage hin
Als am Wehr der Fluß verrauschte,
Warmer Wind die Kleider bauschte?
Forscht’ ich nicht geheimen Sinn

Im Geleucht der Hundstagsrose!
Roch nach Wermut nicht die Wiese!
Lattich wucherte im Kiese. –
Nun zerfällt die Herbstzeitlose.

An den Zäunen drehn die Winde.
Weinlaubbüschel tanzt im Staube.
Aus dem Nebel schwebt die Laube
Und der Baum verliert die Rinde.

Soll ich meine Augen schließen?
Soll ich harte Beeren sammeln
Oder Haus und Tür verrammeln
Und die frühe Lampe grüßen?

Nirgend ist für mich zu bleiben.
Soll ich Holz zum Feuer legen?
Unermüdlich geht der Regen,
Trommelt an die blinden Scheiben.

Laß den Garten ich verwildern,
Krähenvögel in ihm hausen?
Mögen sie die Hecken zausen!
Keiner kann die Schwermut mildern.

Keiner kann den Tod verlocken,
Wie ich mich vor ihm auch flüchte.
Greif ich fröstelnd falbe Früchte,
Fühl ich ihn im Nacken hocken.

 

Der Kranke

Mit off’ner Tube
Die Tulpen wehn.
Von meiner Stube
Aus kann ichs sehn.

Die Ammern singen
Im Licht verzückt.
Von nahen Dingen
Werd ich beglückt.

Vom Regen rauschen
Die Ulmen noch.
So will ich lauschen
Nach innen doch.

Stimmen beschwör ich
In meinem Blut.
Im Schweigen hör ich
Sie lang und gut.

Die Tulpen röten
Sich tief wie Wein.
Die Ammern flöten
Für mich allein.

 

In de achteruitkijkspiegel

Op een gouden schijf
Draait in onze rug
De stad uit glas
Met hoogbenige huizen,
Verplaatsingen van auto’s
Voor tere muren.
De spiegelbeelden van hun huizenrijen
Staan in de lucht als flamingo’s
En slikken de stilte: –
Apocriefe dieren …

Door je ogen – levende vijvers –
Galoppeert stille cavalerie.
Achter je mond
Houdt elke glimlach op,
Begint de verbouwereerdheid van de wereld
Begint de sprakeloosheid van de wereld …
Je lichte profiel
Wordt een wolk.
De flamingo’s zullen er dol op zijn
Terwijl ik achter blijf met mijn handen,
Die ik om te roepen aan mijn lippen houd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Karl Krolow (11 maart 1915 – 21 juni 1999)
Standbeeld in Darmstadt (detail)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e maart ook mijn blog van 11 maart 2020 en eveneens mijn blog van 11 maart 2019 en ook mijn blog van 11 maart 2018 deel 3.

Maarten Das

De Nederlandse dichter Maarten Das werd geboren op 11 maart 1980 in Amersfoort. Das studeerde journalistiek te Utrecht en is werkzaam als dichter en freelance-journalist. Hij is lid van het Utrechts Dichtersgilde en treedt regelmatig op, onder andere in de ‘Nacht van de Poëzie’ en op het festival ‘Lowlands’. In 2005 verscheen van hem de dichtbundel “De voddenman zingt” en in 2009 volgde de bundel “Schuilkerk”.

 

Lied van de onschuld

Terwijl zijn leven golvend, haast elektrisch, van zijn schouders gleed
en een handjevol soldaten om zijn schaduw dobbelde,
zijn bloedeigen doodskleed, uit één stuk geweven
uit de Vaderschoot, en de sluier van de tempel
in tweeën werd gereten, van boven naar beneden,
en de aardbodem sidderde en de rotsen spleten
– dit is het Lichaam dat voor ons gebroken wordt -,
en zijn lijk werd overhandigd aan zijn broeder,
die het wikkelde in linnen en in z’n eigen graf
neerlegde, maar zichzelf in zwijgen hulde,
keerden wij ons hier beneden
om en om en om en om,
als onschuldigen.

 

Hartkuiltje

Het licht op de golven is stil.
De maan en de blinkende sterren zijn stil.
De storm die de takken haast genadeloos versplinterde,
daalt langzaam af naar de aarde om te slapen.

Ook het hart is gestaag op weg naar stilte.
Het klimt en daalt, langs olijfbomen, lavendel,
wijnstokken, pioenrozen, beuken, eiken, orchideeën,
narcissen, tulpen, margrieten, papavers,
blauwe druifjes, korenbloemen, boterbloemen, affodil,
wilde venkel, paardenbloemen, geraniums, blauw schapegras,
munt en kastanjes, tot het aankomt bij een huis waar
geen gehavende ziel ooit vergeefs te schuilen zocht en met
geen mens in de buurt om het te zien noch te voorkomen,
werpt het zich ter aarde, waar het bloed
tot de laatste druppel uit hem wegvloeit.

Dan zal het zijn, als het hart
de gevaren van de wind voorgoed heeft afgewend,
dat melkwitte blaadjes als vanzelf naar binnen dwarrelen
en een ruisen als van beken zich van ons meester maakt.

 

Maarten Das (Amersfoort, 11 maart 1980)

John Rechy, Naomi Shihab Nye

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: After the Blue Hour

“After dinner we sat on the deck in cushioned wooden chairs whose backs could be lowered like those on beach chairs. The deck extended partially over the lake, at the edge of which the sun had left behind hints of the blue radiance soon to come. We lingered, drinking a cool wine Paul had just opened, different from the one that had accompanied dinner. Evening had brought no respite from the heat. Paul had served the wine —carefully less for Stanty, a fact he surprisingly accepted; he sat cross-legged on the floor next to the chair Sonya had occupied. Standing, I stared out toward the horizon, Sonya next to me. All that remained of the sunlight was a golden arc already fading as a thin veil of darkness glided over it. A deep blue glow loomed over the water. “I never tire of the sunset on the lake,” Sonya said, “especially at its last moments.” “It’s the blue hour,” I told her. “How beautiful. The blue hour. What is that, John?” she asked. “It’s not an hour at all, just a few seconds of blue light between dusk and night,” I said. It was a light I cherished. On the beach in Santa Monica, I would linger on the sand waiting for the start of sunset, an orange spill over the horizon, soon veiled by a blue darkening light. Gulls would fly onto the beach, gathering at the shoreline, beaks pointed at the water. Often, lithe bodies came to perform a dance of tai chi at the edge of the ocean. Their graceful motions seemed to me to acknowledge and confront the night. “Some people claim that’s when everything reveals itself as it is, Sonya.” I was cherishing her rapt attention. “They say everything is both clearest and most obscure—a light that challenges perception, revealing and hiding ” “I like that,” Sonya said, “revealing and hiding.” Stanty stood up, pressing himself sideways against Sonya, hugging her, trying to distance her from me, I suspected. Sonya laughed softly at his tight embrace, easing him away fondly. “Dark and light at the same time!” Stanty said, looking at me. “That’s not possible, is it, Sonya?” Sonya said, “It is. Look!” She pointed across the lake. The blue cast was almost gone. “It’s gone,” she said wistfully. “Such mysterious ambiguity.”
Onto the deck, the soft hypnotic rhythm of Milhaud’s La Creation du Monde wafted through hidden speakers from the lower level of the house. I was amused to notice that Stanty, back on the floor and next to Sonya, now reclining in her chair, had carried away with him from the table the plate of assorted jams, taking a spoonful every so often, a gesture so childish that I wondered how he reconciled it with his posture of maturity. Gathering clouds and a frail moon cast a misty shroud over the forsaken, distant island. I sat next to Sonya on the other side of Stanty. Facing us, reclining on his chair, Paul shifted into another subject—I would discover later that he might also shift from one subject to another, abandon it, and then resume it exactly where he had ended it, even if on the next day. “And so, man, you write in intimate first person about your own experiences—in order to lie, as you claim?” It did please me that he had retained that from our brief conversation earlier today. Today! I had not been here a full day, and yet I felt I had been pulled into this fantastic group. “Yeah,” I answered Paul, not yet able easily to address him as “man,” “because memory writes its own narrative.”

 

John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Soepel koord

Mijn broer, in zijn kleine witte bed,
hield een uiteinde vast.
Ik trok aan het andere
Als sein dat ik nog wakker was.
We hadden kunnen spreken
kunnen zingen
met elkaar,
we waren in dezelfde kamer
vijf jaar lang,
maar het zachte koord
met zijn kleine gerafelde uiteinden
verbond ons
in het donker,
gaf troost,
zelfs als we de hele dag
hadden gekibbeld.
Wanneer hij als eerste in slaap viel
en zijn uiteinde van het koord
op de grond viel,
miste ik hem vreselijk,
hoewel ik zijn gelijkmatige ademhaling kon horen
en we zulke lange en gescheiden levens
voor ons hadden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e maart ook mijn blog van 10 maart 2020 en eveneens mijn blog van  10 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Peter Zantingh, Naomi Shihab Nye

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard. Zie ook alle tags voor Peter Zantingh op dit blog.

Uit: Na Mattias

“En toen was het vanochtend ineens raar: een fiets in de woonkamer. Stille trappers, warme spaken, wielen op het laminaat.
De fiets moest de deur uit, en ik ook. Ik liet hem achter in een rek en maakte mezelf los uit de kluwen huizenblokken, richting het park.
Misschien werd ik aangetrokken door de herinnering aan een avond een paar jaar geleden, toen we zagen hoe op het open veld in het midden van dat park een luchtballon opsteeg. Er stonden ouders omheen met een kind op hun arm. En terwijl de zon onderging, steeg die ballon juist op met drie mensen aan boord: ze trokken zich omhoog aan de laatste banen zonlicht terwijl op aarde alle kleuters hun schouders bijna uit de kom zwaaiden, en kort daarna was het al bijna onmogelijk om je de silhouetten in dat mandje nog voor te stellen als gewone mensen die ook op slippers in dat gras hadden gestaan.
Maar nu was alles anders. De lucht was donker en er hing een mistige regen tussen de bomen. Het geluid bereikte me eerder dan het zicht: een scherpe gil die oplaaide, wegstierf en weer terugkwam.
Ik zie eerst de pitbull. Hoe hij een aanloopje neemt en opspringt tegen een oudere vrouw die een klein wit hondje vastheeft.
De pitbull komt neer en springt opnieuw. Kaarsrecht omhoog. Hij zet zijn tanden in haar pols, net onder de mouwen van haar groene windjack, en blijft een paar momenten hangen. En het gebeurt: de vrouw laat het hondje vallen. Het tuimelt omlaag en ligt meteen nadat het is neergekomen onder de kaken van het beest. De kop begint te schudden. De staart slaat heen en weer als een wapenstok.
De vrouw schopt naar de strakgespannen rug van de pitbull, ze schopt en ze krijst, maar haar natgeregende wandelschoenen halen niets uit. Haar bril valt op de grond.
Ik ben gaan rennen. Ik ben er bijna.
Ze blijft gillen. Woordeloos geluid in een leeg park. Het drukt op mijn slapen. Ze kijkt uitgeput en hulpeloos toe nu, bijt op haar lip, en huilt.
Haar hondje beweegt niet meer.
En dan is het voorbij. Net voor ik genoeg genaderd ben om iets te kunnen doen, grijpt een grote hand naar de halsband. De pitbull hangt met zijn voorpoten in de lucht, zijn bek nog steeds omlaag gericht maar nu zonder grip op het hondje, dat eerst nog een paar seconden doodstil blijft liggen en dan op stuk geschraapte nagels uit het bereik van haar belager wegkruipt.”

 

Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Hoe weet ik wanneer een gedicht af is?

Als je stilletjes de deur
naar een kamer sluit
is de kamer niet af.

Hij rust. Tijdelijk.
Blij om je kwijt te zijn
voor een poosje.

Nu is het tijd om zijn ballen
van grijs stof te verzamelen,
ze van hoek tot hoek te gooien.

Nu sijpelt hij terug in zichzelf,
onverstoorbaar en trots.
Contouren worden steviger.

Als je terugkomt,
zou je de stapel boeken kunnen verplaatsen,
het water voor de rozen verversen.

Ik denk dat je dit voor altijd kunt
blijven doen. Maar de blauwe stoel ziet er het beste uit
met het rode kussen. Dus je kunt het net zo goed

zo laten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook mijn blog van 9 maart 2020 en eveneens mijn romenu blog van 9 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Walter Jens, Paul Hetherington

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg.Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

Uit: Frau Thomas Mann

„Das Kinderbüchlein der Hedwig Pringsheim ist leider die einzige Quelle, die es erlaubt, zuverlässige Aussagen nicht nur über die Entwicklung der Kinder, sondern auch die Welt zu machen, in der sie heranwuchsen. Es ist darüber hinaus eines der frühesten erhaltenen Zeugnisse für die originellen schriftstellerischen Fähigkeiten der Chronistin, die sie, wie vorausgreifend bemerkt sei, ihrerseits vom Elternhaus übernommen und ihrer Tochter Katia weitervererbt hat. Die Beobachtungen, die das kleine Buch festhält, sind verlässlich; das Resümee über die Entwicklung der Zwillinge nach einem halben Jahr besticht durch Präzision und Kürze: «Käte ist feist und ruhiger, Klaus sieht intelligenter und minder fleischlich aus.» Vier Monate später hat sich dieser Eindruck relativiert: «Käte ist entwickelter als Klaus, […] Klaus ist freundlicher.» Und abermals ein halbes Jahr später können die Kleinen schon keine Sonderstellung mehr im Geschwisterkreis beanspruchen. Die kam — urteilt man nach der Häufigkeit und Ausführlichkeit der Eintragungen — allein dem Ältesten, Erik, zu, an dem gemessen, wie die Mutter schrieb, die anderen Kinder «minder bedeutend» erscheinen, «obgleich Heinz und Käte für ihr Alter merkwürdig entwickelt sind. […] Käte spricht alles nach, was man ihr vorsagt und äußert sich auch schon selbständig. Dabei ist sie das lustigste, zappeligste kleine Geschöpf und sehr niedlich. Sie hat 8 Zähne, Klaus 6, sonst aber ist Klaus sehr zurück und findet noch wenig Aus-drücke für seine Gemütsbewegungen.» Die Ansprüche an die mentale Beweglichkeit der Kinder, ihre Aufnahmefähigkeit und, das vor allem, die Möglichkeiten, ihren Gefühlen verbal Ausdruck zu verleihen, waren hoch. «Buchenswert» — um einen Ausdruck Thomas Manns zu verwenden — erschienen in erster Linie die geistigen Fortschritte, die ihrerseits mit viel Esprit (Klaus sieht aus, «als sei er von Busch gezeichnet» ), einer bemerkenswerten Fähigkeit zu prägnant-raffender Charakterisierung («Kati ist putzsüchtig, ordentlich, sauber und kokett: ein kleines Weib») und ohne jede Prüderie notiert wurden ( «Fay, du siehst von hinten genauso aus wie ein Orang-Utan von vorn, auch so etwas behaart», lässt die immerhin vierzehnjährige Katia ihren Vater wissen). Trotz der höchst eigenwilligen Orthographie — die Hedwig Pringsheim übrigens bis ins späte Alter hinein konsequent und offenbar von keinem Gegenüber korrigiert beibehielt — vermittelt das Kinderbüchlein ein anschauliches Bild der zugleich großbürgerlichen und künstlerisch geprägten Umgebung, in der die Sprösslinge dieser vielfach besonderen Familie heranwuchsen:
die Zwillinge sind noch nicht geboren, Erik, der Älteste, ist drei Jahre alt, Peter zwei, Heinz kann vermutlich kaum laufen — «hängt eine Photographie von sämtlichen bedeutenden Musikern. Erik 1… kennt sämtliche Werke Wagners und sagt sie her ohne eines auszulassen.» Im Dezember 1885 — die Zwillinge sind inzwischen gut zwei Jahre alt — spielen alle Kinder gemeinsam ihr «Lieblingsspiel», «den Chorgesang aus dem (Barbier von Bagdad)».

 

Walter Jens (8 maart 1923 – 9 juni 2013)
Het schilderij Kinderkarneval van Friedrich August von Kaulbach uit 1888 toont de 5 kinderen uit het gezin Pringsheim. Katia zit helemaal links.

 

De Australische dichter en academicus Paul Hetherington werd geboren op 6 maart 1958 in Rose Park, Adelaide. Zie ook alle tags voor Paul Hetherington op dit blog.

 

Grootmoeder

Haar geest is een nevenattractie, vol verrassend licht
en de schuin staande gezichten van kinderen, haar dynastie –
zorgvuldig op kast en schoorsteenmantel geplaatst-
die ze met veel plezier beschrijft:
haar liefdevolle, bestendige gevoel voor generaties,
in negentig jaar verzameld.

Ze gaat terug naar de lessen die haar moeder heeft geleerd
tijdens haar charmante en actieve jeugd,
gekoesterd en beschadigd tegelijk, op één hand
een rode moedervlek, later verborgen door handschoenen.
Toch is ze zeker van wat ze wist en weet,
van wat juist is, aan wie moeten worden geschonken

haar gaven van vriendelijkheid en dierbare raad.
Humeurig vanwege alle zwakheid en alle gebreken
wrokt ze over de belemmeringen door haar leeftijd
die haar onafhankelijkheid en vastberadenheid in de weg staat:
ze houdt de hand vast van de zoon van een dochter die weg gaat
en gedurende lange seconden is haar kwieke geest verdwenen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Hetherington (Adelaide., 6 maart 1958)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e maart ook mijn blog van 8 maart 2020 en eveneens mijn blog van 8 maart 2019 en ook mijn blog van 8 maart 2015 deel 2.