Colin Channer, Jeet Thayil

De Jamaicaanse schrijver Colin Channer werd geboren op 13 oktober 1963 in Kingston. Zie ook alle tags voor Colin Channer op dit blog.

 

Bubble

Love from another time beneath me
in that new white cube house, mouth-water
from my brother’s lip a dollop on my arm;

and the bed irks when he fidgets 
in the wait-for-signal from the gap
between floor tiles and the ground;

not “the grounds”. . . ground . . . house bottom,
hush wilderness where short
unpainted pylons bear our house,

moral interstice of lizards, worms
and insects—where with keyholes
in our milk teeth we go crawling

with jook sticks to kill;
but not today, not now, not in this
drowsy interval, not with bellied

dog beneath us filled with pups;
expectant anguish, feels like advent
service at St. Mary’s or the held-in

glee on card nights near Christmas
when big people leave red punch
with anise to the ferns and tip to mum’s

barracks and we hear the rip of tape
in plastic sleigh beds getting pulled,
and we guess at gifts;

so, me and Gary sleepy-tangled-up this morning,
birth funk rising from the privates

of the house; peeny-wally dust makes

helix in the light the louvers plane;
the pregnant dog sounds settled in the place
where she belongs, the crawly gap,

our dim far-fetching range,
and in bed my mind gallops,
my chewed fingers work, names coming

as I pick tufts from the blue chenille
we cover with, our inner sky, thought bubble,
holder of our wishes, gases, pissings,

bun crumbs, Milo, condensed milk,
the drowsy pleasure of being above new
life as it’s ushered in not lost on me,

not lost because it’s just too big to grasp;
this is six-year-old bare love,
just adorable distress as each

pup imagined is named, my mind alert
for big dog bray or jostle, or a sightless
infant
chirp, and now it comes!

 

Colin Channer (Kingston, 13 oktober 1963)

 

De Indiase dichter, schrijver, librettist en muzikant Jeet Thayil werd geboren op 13 oktober 1959 in Kerala. Zie ook alle tags voor Jeet Thavil op dit blog.

 

SPIRITUS MUNDI

Ik werd geboren in het christelijke zuiden
van een subcontinent dat dol op godsdienst is.
Krijgers en fanatici probeerden het te regeren.
Een kleine discipel droeg zijn twijfel
als een fakkel naar tempel en schrijn.
Onbewust verlangde ik naar visioenen.

De steden waarin ik opgroeide waren door land omsloten.
Een ervan, een hoofdstad, vol architectuur,
de andere verdronk maandenlang in de moesson.
De ene was oud, de andere arm; beide waren heet.
De hitte verdampte denken en orde,
zoog de wil leeg, vernietigde de rede.

Ik vestigde me, 20 en somber, in een stad
gebouwd door een vadermoordende keizer
wiens broedermoordende zoon hem gevangenzette,
acht jaar lang, met uitzicht op de tombe
die hij bouwde voor zijn vrouw, ter herinnering.
Ik was me overbewust van mijn verzen

en van de huizen, drie, in mijn hoofd.
In de straten reed de dood, in saffraan of groen,
op een fietsriksja die behangen was
met megafoons. Op de keukenstoep
vergaarde een peperplantje stof in de wind.
In dat klimaat overleefde niets de zon

of een pikhouweel, zelfs de stenen koepel niet
die 400 jaar stemmen weerstond
biddend of twistziek verheven. De trein
kwam dagelijks binnen op een leeg perron
waar een theekraampje voor passanten
uitgroeide tot een fameuze vuurschrijn.

Ik gooide het roer om: ik reisde westwaarts
waar ik nog net een eeuw kon zien eindigen
en beginnen. Ik herinner me de zomer van 2001
niet meer. Heeft die bestaan?
Er moet zon en regen zijn geweest.
Ik was er, ik herinner me geen

tijd voor de herfst van dat jaar.
Nu ben ik 45, mijn haar werd dun,
ik ben een dichter van kleine gebouwen:
het herenhuis, het stadhuis, de koudwater-
flat, de flat van twee of drie hoog.
Ik koester de laagbouw die er nog staat.

Ik herken elke kroonlijst en vensterbank,
de vertrouwde bezetting van de hemel, het raam
waar ik steeds weer voor ging staan
als een gekwelde mogol in zijn cel.
Voor de dagen gebruik ik hindoenamen,
voor mezelf mijn christelijke naam.

De hoge golven van de Atlantische oceaan ondermijnen
de kust met kelp, mosselen, stukjes glas.
Ze bewegen zich in afgemeten jamben, proper
als de steden die rijzen van bord naar neonbord.
De nacht wrijft zich de voeten. Een dwerghert wil
het gras over. De hemel lekt weg tot een verre draaikolk.

Badshah*, zeg ik tegen niemand daar.
Ik hoor een koekoek in de roep van een kerkuil.
Alles komt samen, steeds op een andere manier,
de hemel stroomt in kleurige linten.
Ik ben mijn vader en mijn oud geworden zoon.
Alles wat leeft, leeft door.

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

Jeet Thayil (Kerala, 13 oktober 1959)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e oktober ook mijn blog van 13 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

NoViolet Bulawayo, Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald

De Zimbabwaanse schrijfster NoViolet Bulawayo (pseudoniem van Elizabeth Zandile Tshele) werd geboren op 12 oktober 1981 in Tsholotsho, Zimbabwe. Zie ook alle tags voor NoViolet Bulawayo op dit blog.

Uit: Glory

Being that His Excellency was arrived, the Jidada Army Band started playing. Blood-stirring music accompanied the procession as it poured onto the main part of the square. The Jidada army, just like the rest of the security forces, was made up entirely of dogs. And now, dogs, dogs, dogs and more dogs marched towards the tent, shimmering black boots lifting and landing with stunning synchronicity. Tholukuthi there were pure breeds and mixed breeds and cross breeds and mysterious breeds of no certain classification. Tholukuthi there were dogs in green tunics, dogs in khaki tunics, dogs in blue tunics. Tholukuthi there were dogs playing musical instruments, dogs flying the flag of Jidada, dogs flying the military flags and dogs toting long, glinting guns.
It is often easy to forget the beauty and grace of a dog – a creature that can rip flesh into chunks, spill blood out of sheer impulse, crush bone like it were fragile China, hump anything from a human leg to a car tyre to a tree trunk to a sofa, all without a single grain of shame, shit all over the place as if it excretes unadulterated gold, be faithful to its master even if that master were a known brute, murderer, sorcerer, tyrant, or devil, viciously attack without apparent provocation, devour human excrement no matter how well fed it is.
You wouldn’t have known they were in fact sweating and drowning in the hot, heavy tunics that also covered tattered underwear that barely held together what needed holding. You wouldn’t have known the soles of their boots were worn, or that the majority of them were actually famished being that they hadn’t been paid their salaries for at least the previous three months.
I WILL RAISE UP FOR THEM A PROPHET LIKE YOU AMONG THEIR BROTHERS. AND I WILL PUT MY WORDS IN HIS MOUTH, AND HE SHALL SPEAK TO THEM ALL THAT I COMMAND HIM.
Much later, after the dogs had concluded their display and marched off the field, and after speeches from the Minister of the Revolution, the Minister of Corruption, the Minister of Order, the Minister of Things, the Minister of Nothing, the Minister of Propaganda, the Minister of Homophobic Affairs, the Minister of Disinformation and the Minister of Looting, and after performances by various entertainers, the donkey nudged His Excellency awake. The Father of the Nation opened his eyes and woke from his dream of Jidada’s days of glory but found he couldn’t at all remember it. He was struggling with his memory thus when his eyes settled on a fancy-looking pig hinding to the platform with the stride of an ostrich. The Old Horse didn’t recognise him and wondered who he was. He fell asleep again, analysing the pig’s long legs.”

 

NoViolet Bulawayo (Tsholotsho, 12 oktober 1981)

 

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

Metamorfosen

Een met één oog, een en al
oor, komt even neuzen. Voor-
smaakje geven. Tast in het
donker rond in je huid.

1
Van oorsprong een god. En op een mooie dag
beduveld. Hol, bros, zijn lemen beeltenis.
De naam, van dode taal: Baäl of Bel, god
van de zon. Beëlzebub, de drommel.
‘Gij zult geen andere goden hebben
voor mijn aangezicht.’ En hij ging
af als afgod. Toen stond Pan op,
drekgod met sik en horens en bokspoten
en een stijve. Hij ging op zoek naar de
muziek.

2
Wie was zij? Wie aanbad zij? De god
van deze eeuw? De heer der heirscharen?
Of mij – denkt hij – de mindere, de god
van weiden en van bossen? Heette zij
Syrinx? Pandemonium? Zij was zichzelf,
een nimf. Zij vluchtte buiten zich, werd riet.

3
En uit dat riet sneed Pan zijn fluit.
En zijn verdriet – hij stiet het uit.
Zo ving de geest van de muziek
met zijn gestrekte roe de Griek.

4
God die het heden
met mond en vingers grijpt,
klinkklaar, gerede
Syrinx waarop Pan pijpt!

 

Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

 

De Amerikaanse dichter, criticus en vertaler Robert Stuart Fitzgerald werd geboren op 12 oktober 1910 in Springfield, Illinois. Zie ook alle tags voor Robert Fitzgerald op dit blog.

 

De oever van het leven

I.
Ik kwam toen naar de stad van mijn broeders.
Niet Carthago, niet Alexandrië, niet Londen.

De brede blauwe rivier die door de steen sneed
Lag pijlachtig en koel naast haar,
En de mistige en glanzende zee lag in de verte.

Veerboten goten het schuim voor zich uit en gleden
In haar kreunende steigers, rinkelend en rinkelend;
En de kettingen tuimelden strak in de lieren.

Stroomopwaarts de vettige sleepboten in het zware water,
Hun vuile rook, uitgepakt door de zoute wind,
Gepaard met sneeuwgetrappel en sneeuwgeluid.

Aan meerlijnen, die het pad van het getij aangaven,
Schommelden de korstige vrachtschepen met gutsende boorden.

’s Avonds, als het schip naar het noorden wees,
Stond bij zonsondergang een gouden zeeman bij de boeg,
Terwijl hoog in de kabels een tram met een zacht gerammel
Langzaam omhoog zweefde, ver naar boven, nog steeds neuriënd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Fitzgerald (12 oktober 1910 – 16 januari 1985) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e oktober ook mijn blog van 12 oktober 2018 en ook mijn blog van 12 oktober 2017.

Daniel Falb, Christoph Peters

De Duitse dichter en schrijver Daniel Falb werd geboren op 11 oktober 1977 in Kassel. Zie ook alle tags voor Daniel Falb op dit blog.

 

Svalbard Paem
(2018)

Tael 1

Svalbard Paem übergibt sich in den tauenden Gang von Svalbard,

an dessen Ende die drei Tresore mit den Saaten sind, zeigt,

was in seinem Magen ist: klimawandelresistentes metallisches Sorghum,

Stücke von Okra-Gravur in einer Wolke aus brodelndem

Messing unter dem Mandat des Global Crop Diversity

Trusts. Und Coke Light. Svalbard Paem ist dein, oder mein,

Leben, das sich in Generationen wiederholt, unter der Haube

*aus Linnen*, da, wo auch Svalbard Paems nassgeschwitztes

Haar ist, übergibt sich ins sich umwendende Krebsgesicht

und auf die sommersprossigen Schultern von Cis-Cary Fowler,

das ist einer der Initiator*innen, der, apriorisch,

30 cm direkt vor Paems Nase

den Gang runtergeht, mit seinem lockigen Haar, mit seinem Haar,

und nettchen labert. Bei einer Führung. Mit einer Ledertasche.

Und wie ein helles Tattoo, von dem ich glaub’, dass es auf seiner Wange

hin- und herwandert und sich „lichtend“ vertieft, erblickt Svalbard Paem

das große Kreuz, das ist das vertikal durchgestrichene Kreuzsymbol,

von dem sein Gesicht mit Licht fast durchlöchert ist wie ein

Moscheeraum. Svalbard Paem übergibt sich direkt

in sein Gesicht. Aber Cis-Cary Fowler merkt es nicht, ist

Augmented Reality von Paem, wird auf sein’ „Netzhaut“ im

Gegenlicht angezeigt mit Schilfgras, egal

wohin und an wen es sich wendet.

Svalbard Paem ist, empirisch, im Südtiroler Archäologiemuseum

in Bozen, das Erbrochene fällt warm

in die eingeknüllten eingesternten Augenhöhlen

von Ötzi – Erste Samenbank für mtDNA mit Arm-Chiffre –, fällt

in seinen Mund, an dem die Weltbevölkerung wächst,

mit seinen schwarzen Herzen pulsierend in der trockenen Armmuskulatur,

da Fowler seine kleine Führung auf dem

Ersten Zufälligen Saatguttresor fortsetzt, „its

stomach content yellowish to brownish colored and mushy

with some bigger pieces of grain and meat,“ namentlich Kleie oder

Brot vom Einkorn, Gerste, Adlerfarn, Pollen

von Kiefernartigen und Hopfenbuchen, getrocknetes oder

geräuchertes Fleisch vom wilden Alpensteinbock

Capra Ibex, organs like the spleen, liver or brain from red

deer was also Teil seines Mahls, die Eier

des Peitschenwurms. Gehirn breitet sich wuschig wuschig

aus an seinem, vom Klimawandel frei-gelegten Mund. Immer mehr

Paeme stehn an seinem Käfig, wippen mit breiter Hose

in der Hocke. Sein Sperma, weiß im Schnee der italienischen

Alpen. Svalbard Paem übergibt sich heftig in eine Felswand. Svalbard

Paem übergibt sich in ein Gesicht. Svalbard Paem

übergibt sich in einen Wasserfilm, wo unten,

in zusammenlaufenden Kanten, alles Wäss’rige im Dunkel

zusammenfloss.

In eine Ledertasche, die

dein Leben war.

 

Svalbard Paem
(2018)

Dael 1

Svalbard Paem geeft over in de dooiende gang van Svalbard

aan het eind waarvan de drie kluizen met de zaden staan, laat

zien wat in zijn maag zit: klimaatveranderingsresistent metalliek sorghum,

stukken okra-gravure in een wolk van gistende

messing onder het mandaat van de Global Crop Diversity

Trust. En Coke Light. Svalbard Paem is jouw, of mijn,

leven dat zich in generaties herhaalt, onder de kap

*van lijnwaad*, daar waar ook Svalbard Paems

nat gezwete haar zit, geeft over in het zich omwendende

kankergezicht en op de bezomersproete schouders van Cis-Cary Fowler,

dat is een van de initiatoren m/v die, a-priorisch,

30 cm pal voor de neus van Paem

de gang afloopt, met zijn krullerige haar, met zijn haar,

en nettekes zwamt. Bij een rondleiding. Met een leren tas.

En als een lichtgevende tattoo, die geloof ik op zijn wang

op en af gaat en zich ‘schijnend’ verdiept, ontwaart Svalbard Paem

het grote kruis, dat is dat verticaal doorgestreepte kruissymbool

waarvan zijn gezicht met licht zogezegd doorzeefd is als een

moskeezaal. Svalbard Paem geeft recht

in zijn gezicht over. Maar Cis-Cary Fowler merkt het niet, is

Augmented Reality van Paem, wordt op z’n ‘netvlies’ in

tegenlicht aangeduid met rietgras, maakt niet uit

waarheen en tot wie het zich wendt.

Svalbard Paem is, empirisch, in het Zuid-Tiroler Archeologiemuseum

in Bozen, het braaksel valt warm

in de opgefrommelde, ingesterde oogholten

van Ötzi – Eerste Zaadbank voor mtDNA met arm-code –, valt

in zijn mond waaraan de wereldbevolking groeit,

met zijn zwarte hart pulserend in de droge armmusculatuur

nu Fowler zijn kleine rondleiding op de

Eerste Toevallige Zaaigoedkluis voortzet, ‘its

stomach content yellowish to brownish colored and mushy

with some bigger pieces of grain and meat,’ met name zemelen of

brood van eenkoren, gerst, arendsvaren, pollen

van sparachtigen en hopbeuken, gedroogd of

gerookt vlees van de wilde alpensteenbok

capra ibex, organs like the spleen, liver or brain from red

deer was dus deel van zijn maaltijd, de eieren

van de zweepworm. Brein breidt zich tja tja tja

uit aan zijn, door de klimaatverandering vrij-gelegde mond. Steeds meer

Paemen staan bij zijn kooi, wippen met brede broek

op hun hurken. Zijn sperma, wit in de sneeuw van de Italiaanse

Alpen. Svalbard Paem geeft heftig over op een rotswand. Svalbard

Paem geeft over in een gezicht. Svalbard Paem

geeft over in een waterfilm waar beneden,

in samenlopende boorden, al het waterige in het donker

samenvloeide.

In een leren tas die

jouw leven was.

 

Vertaald door Ton Naaijkens

 

Daniel Falb (Kassel, 11 oktober 1977)

 

De Duitse schrijver Christoph Peters werd geboren op 11 oktober 1966 in Kalkar. Zie ook alle tags voor Christoph Peters op dit blog.

Uit: Krähen im Park

„Am Himmel bewegte sich nichts. Tegel war seit einem Jahr geschlossen, jetzt klagten sie weiter südlich über Fluglärm, Kerosinschmier auf Rosenbeeten, Zierrasen-flächen. Nervöse Schlaflosigkeit und Erschöpfungssyndrome würden zunehmen, die Suizidrate steigen. Zum Schutz des Klimas wurden Forderungen nach dem Ende des Zeitalters der Luftfahrt laut, obwohl die Passagierzahlen noch immer weit unter der Vorkrisenzeit lagen. Die Vergnügungsflüge mit der Ju 52 waren eingestellt. Nicht einmal Hubschrauber kreisten über der Stadt, weder um Demonstranten einzuschüchtern, noch zur Beförderung von Ministern, Staatsgästen, Unfallopfern.
Weiter unten: feuchter Auswurf, infektiöse Tröpfchen, toxischer Schleim aus kontaminierten Atemwegen, verklebten Lungen. Das Keuchen der Jogger auf den Geh-steigen war Hohn, war Verachtung, war Angriff; an der Supermarktkasse mutierte das Brüllen des unbekannten Kleinkinds zur Körperverletzung. Aerosole mit todbringender Viruslast, Eiweißmoleküle in äußerster Verdichtung, fatale Reproduktionsbefehle, sphärisch oder kubisch, evolutionäre Vorstufen lebendiger Wesen, noch vor der ersten Zelle entstanden, vielleicht degenerativer Ab-fall, letales Zerfallsprodukt — Katalysator, um die Höher-entwicklung der Mikroben voranzutreiben. In der Wissenschaft herrschte Uneinigkeit. Die Natur kannte weder Gut noch Böse, die Evolution verfolgte kein Ziel. Seit Jahrmillionen wurden Tiere, Pflanzen, Pilze befallen, eliminiert oder optimiert. Es galt das Recht des Stärkeren. Der Weg zum Übermenschen führte durch Massengräber. The survival of the fittest. Wenn die arische Herrenrasse dem totalen Krieg nicht gewachsen war, sollte sie der Vernichtung anheimfallen — so der letzte Wille des Führers. Gegen Ende der pandemischen Notlage von nationaler Tragweite gab es 41 000 Neuinfektionen am Tag. PLAN-LOS IN DEN CORONAWINTER; AMPELPARTEIEN WOLLEN LOCKDOWNS VERBIETEN! zG-HAMMER: ERSTES BUNDESLAND SPERRT JUGENDLICHE AUS! ESKALATION AN DER GRENZE ZU POLEN! NATO WARNT BELARUS! DIE FLÜCHTLINGE—SIE WOLLEN DIREKT NACH DEUTSCHLAND! FAHRVERBOT, WER KEINE RETTUNGSGASSE BILDET! ABBA’S BJÖRN: DAS SIND WIR WIRKLICH! HAPPY END IN MONACO Frische Schlagzeilen im Minutentakt: Krisen, Sensationen, Klatsch waren der Treibstoff für die immerwährende Erregung aller, für künstliche Empörung, synthetische Emotionen, Eintagsskandale. Sie wirkten als Ereignis-simulation, Gefühlssurrogat, Lebensersatz. Zuschauer, Hörer, Leser starrten vom Aufgang der Sonne bis zu ihrem Untergang, zu jeder Tages- und Nachtzeit, unabhängig von Mondphasen, Sternenkonstellationen auf Bildschirme in allen Größen, hörten Stimmen, versanken in bedrucktem Papier. Arbeitgeber und Arbeitnehmer, Selbstständige, Freiberufler, Beamte, arm und reich, hässlich und schön, schlau und stupide, fungierten und funktionierten 2.4/7 als Konsumenten, User, Follower, schimpften, nickten ab, verteilten Likes und Emojis, füllten die Kommentarspalten, Chatrooms, Social-Media-Kanäle mit Liebe, Hingabe, Verachtung, Hass, während in Redaktionsbüros, Marketingabteilungen, Werbeagenturen, Messi-Buden Journalisten, Blogger, YouTuber, Nerds rund um die Uhr aus dem Strom der Meldungen, Bilde; Zahlen, die unablässig über die Ticker kamen, den Nachschub des Suchtstoffs Information raffinierten, ihn mit dem Brandbeschleuniger Meinung übergossen, je schriller, greller, laute; desto besser.“

 

Christoph Peters (Kalkar, 11 oktober 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e oktober ook mijn romenu blog van 11 oktober 2018 en ook  mijn blog van 11 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 11 oktober 2015 deel 2.

Menno Wigman, Tadeusz Różewicz

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Wigman werd geboren in Beverwijk op 10 oktober 1966. Zie ook alle tags voor Menno Wigman op dit blog.

 

En dorpen waren er, vernielingen

aan auto’s, straten waar elk huis genummerd was,
gekneusde autospiegels, ingetikte ruiten,
avondbussen, discoriemen, kettinghonden,

er waren leuzen, tags, urinevlaggen,
we hadden stiften en gebitten, stiften
hadden ons maak kapot wat jou kapot maakt

en je gezicht een knipmes ik moet hier weg
o speakers dansvloer kermisweek
de winkelpanden kropen door de zondag heen

de winkelpanden en de middenstand koop bij mij
dood en we wilden dansen, hadden spieren,
er was hoop, dus sloopten wij.

 

Slotsom

De hemel, het schaamdeel, het graf: niet nu,
nu even niet. Mij gaat het om de straat,
hoe elke stap je tot een prooi verlaagt:

de schoensmid hoopt dat je een zool verliest,
de ober rekent op een lege maag,
de kroegbaas bidt dat je van dorst vergaat

en elke winkelier wil dat je mak
en ondoordacht een apparaat aanschaft
dat het exact binnen vier jaar begeeft.

En als jíj het begeeft: reken maar niet
dat het gecijfer dan verstomt: –
geen mens gaat gratis in de grond. Niets nieuws,

ik weet het, en de jaaromzet gaat voor.
(Het lichaam, heet het, is een tempel Gods.)
Je sterft alsof een fruitkast geld uitkotst.

 

Het lijden van de jonge W.
Richtig, an den erinnere ich mich – Peter Schütt

Ik zag hem zitten in een bar
in Wetzlar, tegenover een
goedkope supermarkt, hij droeg
een gele broek en ook iets blauws,
zijn ogen staan me niet meer bij.
Later liep hij naar een taxi,
zei iets over een verloren zaak
en siste toen dat hij een trein
moest halen. Hij verdween naar
Amsterdam en staarde dertien dagen
door een venster van hennep,
drank en cocavlokken deden de rest.
Nee, er kwam geen afscheidsbrief
uit zijn verlamde handen
en ook het schot op blz. 14.3
bleef uit. Tegenwoordig ga je
niet meer aan een mond kapot,
sterft niemand voor een bruid.
Alleen wanneer het donker komt,
de afgrond van dat harde dons.

 

Menno Wigman (10 oktober 1966 – 1 februari 2018)

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

Der tod ist ein meister aus deutschland’

ter nagedachtenis aan Paul Celan

Wat heeft een dichter te zoeken in een ijdele tijd?

de goden zijn weggegaan uit de wereld
de dichters hebben ze achtergelaten
maar de bron heeft
de monden leeggedronken
ons het spreken ontnomen

we zijn op reis en wonen
onderweg
nu eens hier dan weer daar

Anzel de wandelende
jood was lang op reis
van de Boekowina naar Parijs
onderweg verzamelde hij kruiden
bij de woorden Heidekraut
Erika Arnika
de woorden legde hij te slapen
hij stopte ze in het donker

in der Hütte
ontmoette Celan
Martin Heidegger

hij kwam
op een open plek
stond daar onder de sterren
kwam uit de nacht
Der Tod ist ein Meister
aus Deutschland

hij stond in het licht
met een handvol gras bloemen

maar het water van de Seine stroomde
onder de stenen bruggen
de Onbekende Schone
wachtte met een onzegbare glimlach

Een dodenmasker

terwijl hij rijpte
in de open schoot viel
van de rivier
de dood de vergetelheid

in de wereld
waaruit de goden waren weggegaan
had de levende poëzie hem aangeraakt
en ook hij ging weg

wat
heeft de dichter de filosoof gevraagd
welke steen
der wijzen
ligt op de weg
naar de boshut

der Tod
is ein Meister
aus Deutschland

In de tijd die aanbrak
na de ijdele tijd

na het heengaan van de goden
gaan de dichters heen

Ik weet dat ik helemaal sterf

en daaruit put
ik een schrale troost

die de kracht geeft
buiten de poëzie te bestaan

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e oktober ook mijn blog van 10 oktober 2021 en ook mijn blog van 10 oktober 2018 en ook mijn blog van 10 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 10 oktober 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: De terugkeer van Bonanza

“GUGGENHEIMER ZAT IN de bar van het Sofitel in Gent bij iemand die misschien directeur ging worden van een nieuw commercieel televisiestation. “We zouden jou wel vast in dienst willen nemen als onafhankelijk producent,” zei de man. “Nee, bedankt,” zei Guggenheimer, “ik denk trouwens dat ik ermee stop en ga rentenieren.” “Op jouw leeftijd? Ben jij zo rijk dan?” “Nee. Maar ik denk dat ik het niet lang meer trek. Dat zit in de familie. Bij ons sterven ze allemaal jong. Mijn vader. Mijn moeder. Mijn grootouders. Htin grootouders. Mijn neef Frangois. Mijn broer. Of nee, die leeft nog. Die is pas negenentwintig moet je rekenen, dus die heeft nog wel een paar jaar om jong te sterven. Wil je nog wat drinken? Liefst iets snels, ik heb over een kwartier een andere afspraak, zeg maar over een uur. Nog een vodka?” “Ja, graag.” Guggenheimer bestelde twee vodka”s met ijs. “Ik zeg het,” zei hij, “ik denk dat ik maar “ns ga kappen met dat producen.” Hij slurpte van z”n glas. “Vodka drinken is een paar jaar uit geweest, maar nu is het weer in, wist jij dat? Dat heeft een Italiaanse kelner me eens verteld, in “91 of “92, daar wil ik af zijn. In Rome was dat. Een kutstad overigens. Hoe gaat dat nieuwe station heten waar jij directeur van wordt?” “Het is nog niet zeker dat ik het word,” zei de man. “Daar moet je je niks van aantrekken,” vond Guggenheimer. Wie zijn de tegenkandidaten?” Wan Dam van DST en De Kudt van ovr.” Wan Dam en De Kudt, wel wel. Wie had dat kunnen voorspellen. Hoe heet jij eigenlijk? Kan je geloven dat ik dat vergeten ben.” “Bauwens. Theo Bauwens. Ik dacht dat je dat wel wist. We kennen elkaar al jaren.” “Natuurlijk kennen we elkaar al jaren, heb ik dat ooit tegengesproken? Bauwens zeg je. Ben je een broer van die tandarts Bauwens? Ik had vroeger een tandarts Bauwens, die heeft op een keer bijna heel m”n onderkaak achter m”n oren getrokken. Is dat je broer?” “Nee. Ik heb alleen twee zussen.” “Bof jij even. Met broers schiet je geen moer op. Kijk naar de mijne, die wil voor niks deugen. Dat is een kunstenaar, ik lieg niet. Een godverdomde beeldhouwer. Die vangt soms anderhalf miljoen voor een beeld. Tegenwoordig is hij bezig aan een buste van prinses Astrid en al haar kinderen. Alle vijf in één buste, je moet het maar doen. Anderhalf miljoen, meneertje. Wat zijn wij waard?”
“Heeft prinses Astrid vier kinderen?” “Dat moet je aan mijn broer vragen. Die komt bij dat mokkel aan huis. Ik verzeker je, het is niet alle beeldhouwers gegeven om bij prinses Astrid over de vloer te komen.” “Ik heb nog nooit van hem gehoord.” “Hij werkt in alle anonimiteit. Dat zou ik ook doen als ik een beeldhouwer was. Wie wil er iets weten over beeldhouwers? Geen hond.”

 

Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

zonder

de grootste gebeurtenis
in het leven van de mens
is de geboorte en dood
van God

vader Onze Vader
waarom hebt u
als een slechte vader
midden in de nacht

zonder teken zonder spoor
zonder woorden

waarom hebt U mij
waarom heb ik U
verlaten

leven zonder god is mogelijk
leven zonder god is onmogelijk

maar als kind heb ik me gevoed
met U
Uw lichaam gegeten
bloed gedronken

misschien verliet U me
toen ik mijn armen wilde
openen
om het leven te omhelzen

onnadenkend
breidde ik mijn armen uit
en liet U gaan

of misschien vluchtte U
omdat U mijn lachen
niet kon aanhoren

U lacht nooit

of misschien strafte U mij
klein en onwetend
voor mijn koppigheid
hoogmoed
omdat ik een nieuwe mens
een nieuwe taal
probeerde te scheppen

geruisloos verliet U me
zonder vleugelslag zonder bliksems
als een veldmuis
als water door zand opgezogen
druk bezig verstrooid
merkte ik noch Uw vlucht
noch Uw afwezigheid
in mijn leven op

leven zonder god is mogelijk
leven zonder god is onmogelijk

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e oktober ook  mijn blog van 9 oktober 2018 en ook mijn blog van 9 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 9 oktober 2016 deel 2.

Alexis de Roode, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Schepping, week 2

Op maandag schiep de mens zich een beeld van hemel en aarde.
De hemel was hoog, de aarde groot en gevaarlijk.
Chaos drong in zijn geest en leegte zweefde in zijn maag.
De mens sprak: Laat er een grens zijn. En hij trok een grens.
Wat aan de ene kant van de grens lag, noemde hij tuin.
En wat aan de andere kant van de grens lag, noemde hij wildernis.
Zo werd het avond en morgen: de eerste dag.

De mens sprak: Laat de dieren en planten in de wildernis
door God verzorgd worden, want hij heeft ze gemaakt.
Maar de dieren en planten in de tuin zijn van mij.
Ik zal ze koesteren en verzorgen, zij zullen mijn tuin verrijken.
Zo geschiedde. De planten en dieren in de tuin noemde hij voedsel.
En de planten en dieren in de wildernis noemde hij natuur.
Weer werd het avond en morgen: de tweede dag.

De mens sprak: De dieren en planten behoren aan mij,
maar zij gehoorzamen aan tijd. Ze bloeien in de lente
en geven zaadvruchten in de herfst. De vogels leggen
eieren naar hun aard, maar in de winter leggen ze niks.
Ik zal de planten een huis van glas geven en in de kippenstal
zal ik een helder licht branden. Ik zal eieren eten in december.
Weer werd het avond en morgen: de derde dag.

De mens sprak: Mijn tuin gehoorzaamt mij het hele jaar,
maar werkt niet half zo hard als ik. De trage planten
voeden zich met trage aarde. De dieren groeien traag
zoals de planten die ze eten. Laat er kunstmest en krachtvoer zijn!
En er was kunstmest en krachtvoer. En de kropsla en koeien
versnelden hun groei. En de mens zag dat het goed was.
Weer werd het avond en morgen: de vierde dag.

De mens sprak: Laat mijn tuin vruchtbaar zijn
wanneer ík het wil. Want de planten en dieren planten
zich lukraak voort, zonder te denken aan mijn behoeftes.
Ik zal de kalfjes weghalen bij de koe. Ik zal het zaad
van stieren vangen in mijn hand. Ik zal haantjes versnipperen.
Zo zal geen dier geboren worden buiten mijn wil.
Weer werd het avond en morgen: de vijfde dag.

De mens sprak: Van nest tot slacht zijn dieren en planten
gehoorzaam aan mij. Maar in het zaad schuilt nog anarchie.
Het vermengt zich naar eigen aard en waait de tuin uit.
Ik zal het zaad openbreken en veranderen. En het zal
mijn zaad zijn, van generatie op generatie. Aldus geschiedde.
En de mens zag dat alles wat hij gemaakt had,
zeer goed was. Zo werd het avond en morgen: de zesde dag.

Nu was de tuin van de mens voltooid.
En toen hij op de zevende dag al het werk zag
dat hij verricht had, rustte hij en keek uit over zijn tuin.
Hij at pitloze druiven en zwom in een vijver van melk.
Hij zag de bijen bij zwermen sterven in zijn tuin.
De grond was bitter geworden. En hij zei: Goed,
zei hij, Goed. Morgen weer een dag. Er is nog tijd.

 

Een steen openvouwen

Kantel de regels om het riet te zien.
Ga staan met je rug tegen de grond,
en kijk de sterren recht in de ogen,
tot ze op je af komen stormen.
Open je mond. Slik ze in.

Letters zijn onzichtbaar, woorden zijn onzichtbaar,
betekenis is onzichtbaar, denken is onzichtbaar,
de ziel is onzichtbaar, het geluk is onzichtbaar,
een orgasme is onzichtbaar, een koe is onzichtbaar,
essentie is onzichtbaar, het riet is onzichtbaar.

Ik wil in een tv wonen.
Ik wil een steen openvouwen.
Ik wil de binnenkant van elk ding zien.
Ik ben bijna dood met nog veertig jaar te gaan.

De dichter zingt.
De dichter zwijgt.
De dichter spuugt sterren uit.
De dichter is een ding.
De dichter is onzichtbaar.

Wij mogen het riet platbranden.

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

te grote woorden

bloed

vullen de
zakken vol wijn
nemen van
de druiven
de donkere
altijd
de buiken in de
volle die willen
meer van het
stromende
sap zuipen tot
ze omvallen
over beide
oren van het leven
afscheid nemen ooit
dan snijden ze
ze open en zie
daar de vrij
gelegde hart
slag drie
twee van een
vogelijn

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e oktober ook mijn blog van 8 oktober 2018 en ook mijn blog van 8 oktober 2017`.

Simon Carmiggelt, Arne Rautenberg

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

Uit: Poespas

“Hoe het begon
Toen mijn vrouw en ik onlangs van een feest kwamen en nog even in de keuken het obligate kopje koffie dronken, hoorden wij allerlei wonderlijke geruchten op de gang. Daar de kinderen niet uit bed waren, dachten wij aan een spook, maar een ernstige onderzoekingstocht leidde naar een kartonnen doos, die de oppas blijkbaar ’s avonds had aangenomen. ‘Aan Kronkel’ stond er op, want onder dat pseudo schrijf ik mijn meeste stukjes, maar de naam van de afzender was vergeten. Toen ik de doos openmaakte, bleek er een grote zwarte poes in te zitten, die ons onnoemelijk melancholiek aankeek. Ze had zich zeker verveeld, daar in dat donkere hokje.
‘Dat is een grapje van de een of andere lezer,’ zei ik, want als beroepsguit heb ik een fijn vertakt gevoel voor leuke streken gekregen.
De poes sprong uit de doos en liep angstig de gang in. Toen wij op haar neerkeken, zagen wij dat ze in blijde verwachting was, waardoor het mopje sterk devalueerde. In de keuken dronk ze meteen een liter melk op. Toen spreidden wij haar een veldbed en gingen zelf ook maar slapen.
De kinderen waren de volgende ochtend reeds om zeven uur in de wolken over onze aanwinst en vulden het huis met vreugdegeschal, maar de poesen uit de buurt deden later op het plat erg vrouwelijk tegen haar, terwijl een nutteloze kater, die precies op oom Dirk lijkt, verschrikt om haar heen dribbelde en zo nu en dan zijn hand zonder enig doel op haar hoofd legde. Zeer waardig en rustig reageerde zij op al dat gespuis en toen het avond werd, droeg zij haar dikke lijf moeizaam naar een soort praalbed, dat de kinderen inmiddels in de keuken hadden opgetrokken.
‘Je moet er niet over schrijven,’ zei mijn vrouw. ‘Anders gaan ze allerlei beesten sturen. En lilliputters. Of oude mannetjes met een kaartje aan de hals met “Wees goed voor opa” er op.’
Zij besloot geen enkel pakje meer te accepteren en stuurde nog diezelfde dag een precies eendere kartonnen doos, die een heer wilde afgeven, terug aan de afzender. Later bleek er een servies in te zitten dat we lang geleden eens hadden besteld.
Vannacht is de bevalling geschied. Ja, dank u – alles goed. Het zijn er vier. Helemaal zwart. De onbekende eigenaars van deze moeder hebben zich zelf benadeeld met hun rijke zending. Want het is, nu alle mensen weer zo zijn geschrokken van die dekselse wereldgeschiedenis, eigenlijk een beminnelijke ervaring om in de keuken eens in de ogen te kijken van een wezen dat haar geluk niet op kan.”

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)
Portret door Peter Vos, 1983

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

te grote woorden

huis

kort
slot van
kamerdeur naar kamer
deur een ketel uit
droge
muren vloer plafond uit
gedoofd
lampenlicht
verschroefd verhout
in het nabije
metselwerk de adem
koelt met elke hart
slag uit
de verte dreunen
afgietsels van overleden
evenzeers van de
afgeschermde
sterrenzee
verwijdert de stoel in de
gesloten
gereinigde keelholte
rust ‘n
tong die
nooit bevriest

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 7e oktober ook mijn blog van 7 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Victor Vroomkoning, Horst Bingel

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

Moeder

Uit wie mij spreken leerde
murmelt kruiswoordpuzzeltaal
– tiara, adat, Ido, baker –
borrelt praat van niets
dan allerlaatste kwalen.

Haar lijf dat naar de aarde groeit
staat onophoudelijk in bloei
van zomerjurken. Opgezette ogen
dwalen door haar bril. Haar kin
zinkt in haar parelhoenderkeel.

Grijs, met goud omhangen, groeten
haar de Juliana’s van haar huis.
Waar zij door de gangen schuifelt
sterft het van de kruisen.

Steeds dieper moet ik buigen
wil ik haar nog kussen.

 

Logboek

5 Mei éénentachtig. Met dochter
op de Mookse Plas, tien meter van de kant.
Een binnenband is gauw gevuld.
Ik word haar alleswetende verteller.

Er was, blaas ik haar in, een man
die met zijn kind de wereld zou bevaren.
Aan zijn dromen lag het niet. Hij sliep
wel jaren met zijn schip, liep ermee

de baaien binnen die hij wilde.
Het waken werd steeds minder.
Hij mijmerde van zeilen midden
op de dag bij windstil weer.

Toen moest nog het kind geschapen
dus droomde hij flink door.
Maar mist stak op, ontnam hem overdag
het zicht op zee en ’s nachts

verloor hij steeds meer knopen.
Voorgoed aan wal, de ogen open
ontmoette hij een kind dat op hem leek.
Het zag zijn schoen aan voor een bootje.

 


DUKENBURGLIED

Ik ben zeven harten rijk en heb een Staddijk van een long.
Lucht en water zijn mijn lust, voor vogels ben ik dagverblijf.
Kikkers springen, reigers vissen, eenden duiken in mijn lijf.
In mijn ingewanden draag ik dassen sinds ik hier ontsprong.

Grand Canal – De Buurman – Douglassparrenbosje –
Dukendam – Ontmoetingskerk – Verlengde Kippenpad –
Dassenburcht – Triavium – Gerrit-Schultepad –
Klimhal – Teersdijk – Schapenweide – Uilenbosje –

Licht ben ik en ruim van geest, mijn vertes zijn voor iedereen
want mijn blik is fris en open. In mijn aders huist mijn kracht:
mengelmoes van geuren, kleuren, klanken, allerhande dracht.
Van geen wijken weten talen en geloven erdoorheen.

Fakkel – Wielewaal Allee – De Turf – De Doekenborg –
De Lindenberg – Streekweg – ’t Hert – Valckenaerpad –
De Meiboom – Geologenstrook – Sportfondsenbad –
Tolhuisje – Sportpark – Maisonnettes – Thuiszorg –

Wie beweegt wil ik van dienst zijn ongeacht het jaargetij.
Actief leven kan ik bieden maar ook pauzes zijn mij lief.
Wie om míj geeft zal genieten productief en creatief
in mijn bedding, warme schoot, een nieuwe Gelderse Vallei

De Dageraad – Nieuwe Wetering – Steve-Bikoplein –
Koninkrijkszaal – Ketelhuis – De Boerderij –
Nachtegaalpad – De Orangerie – Wollewei –
Hobbywerkplaats – Hippe Hoogbouw – Skateplein

Tussen Vogelzang, Maas-Waalkanaal en spoorweg ingebed
oogsten zeven groene oorden allerwegen lof:
Aldenhof en Lankforst, Malvert, Meijhorst, Tolhuis, Weezenhof,
Zwanenveld. In één woord samen: Dukenburg van A tot Z.

 

Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Illusie is troef

Een liedje uit Chili.
Een gloedvolle dans.
Speelkaarten op lege tafels
slaan er de maat
bij.

Illusie is troef.
De droom lost op
in een oude
grammofoon.

Gewoon een klein café
aan de rand van alledag,
en het is altijd
gevuld.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e oktober ook mijn blog van 6 oktober 2021 en ook  mijn blog van 6 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.  

Nobelprijs voor Literatuur 2023 voor Jon Fosse

Nobelprijs Literatuur 2023 voor Jon Fosse

De Nobelprijs voor Literatuur 2023 is toegekend aan de Noorse schrijver en dichter Jon Fosse. Het comité prijst de 64-jarige schrijver voor zijn ‘innovatieve toneelstukken en proza die een stem hebben gegeven aan het onzegbare’. Fosses toneelstukken worden binnen en buiten Europa gespeeld. De prijs wordt toegekend voor zijn hele oeuvre, dat 40 toneelstukken omvat, en vele tientallen romans, essays, kinderboeken en vertalingen. Het Nobelcomité prijst zijn bijzonder artistieke techniek, waarmee hij ‘menselijke angst en ambivalentie in de kern blootlegt’. Jon Fosse werd geboren in Haugesund op 29 september 1959. Zie ook alle tags voor Jon Fosse op dit blog.  Op 10 oktober verschijnt zijn nieuwe novelle “Een schitterend wit” in de vertaling van Marianne Molenaar. Zijn toneelwerk wordt uitgegeven door De Nieuwe Toneelbibliotheek.

Uit: Slapeloos (Vertaald door Marianne Molenaar)

“Ik ben zo moe, zegt Alida en ze blijven staan en Asle kijkt naar Alida en hij weet niet hoe hij haar moet troosten, want ze hadden elkaar al zo vaak getroost door over het kind te praten dat zou komen, of het een meisje zou zijn of een jongen, daar praatten ze over, en Alida dacht dat meisjes gemakkelijker waren, en hij dacht het tegendeel, dat het gemakkelijker was met een jongen, maar of het nu een jongen werd of een meisje, ze zouden hoe dan ook blij zijn met het kind waar ze nu gauw de ouders van werden, en dankbaar, dat zeiden ze en ze troostten zich met de gedachte aan het kind dat nu gauw geboren zou worden. Asle en Alida liepen door de straten van Bjørgvin. En tot nu toe hadden ze er niet zo zwaar aan getild dat niemand hun onderdak wilde geven, het kwam vast wel in orde, er zou vast gauw iemand zijn die een kamertje te huur had waar ze een tijdje konden wonen, het moest wel in orde komen, met zo veel huizen in Bjørgvin, kleine huizen en grote huizen, niet zoals in Dylgja, waar alleen een paar boerderijen waren en wat kleine vissershuisjes, zij, Alida, was de dochter van moeder Herdis op Brotet, zoals ze daar zeiden, en kwam van een boerderijtje in Dylgja, daar was ze opgegroeid bij moeder Herdis samen met haar zus Oline, nadat vader Aslak verdween en nooit meer was teruggekomen, toen Alida drie was en haar zus Oline vijf, en Alida had niet eens herinneringen aan haar vader, alleen aan zijn stem, want in gedachten kon ze zijn stem nog horen, het diepe gevoel dat in zijn stem lag, de hoge heldere en de zware klanken, maar dat was dan ook alles wat ze van vader Aslak nog had, want ze herinnerde zich er niets van hoe hij eruitzag, en verder herinnerde ze zich ook niets, alleen zijn stem als hij zong, dat was alles wat ze van vader Aslak nog had. En hij, Asle, was opgegroeid in een boothuis in Dylgja waarvan ze de zolder bewoonden, daar groeide hij op bij moeder Silja en vader Sigvald, tot vader Sigvald op zee bleef op een dag toen plotseling de herfststorm opstak, hij was aan het vissen ten westen van de eilanden en daar voor de eilanden zonk de boot, voor Storesteinen. En toen waren moeder Silja en Asle alleen in het boothuis. Maar niet lang nadat vader Sigvald was overleden werd moeder Silja ziek, ze werd steeds magerder, ze werd zo mager dat het leek of je door haar gezicht heen tot op het bot keek, haar grote blauwe ogen leken steeds groter te worden en vulden ten slotte bijna haar hele gezicht, vond Asle, en haar lange bruine haar werd dunner dan ooit, en piekerig, en toen, toen ze op een ochtend niet opstond, vond Asle haar dood in bed. Moeder Silja lag met haar grote blauwe ogen open en keek naast zich, naar waar vader Sigvald had moeten liggen. Het lange dunne bruine haar bedekte bijna haar hele gezicht. Daar lag moeder Silja en was dood.”

Jon Fosse (Haugesund, 29 september 1959)

John Taggart, Roberto Juarroz

De Amerikaanse dichter en criticus John Taggart werd geboren op 5 oktober 1942 in Guthrie Center, Iowa. Zie ook alle tags voor John Taggart op dit blog.

 

All the Steps (Fragment)

1
Those who hear the train they had better worry worry
those who hear they had better worry worry.

2
No disgrace to worry to have the worried life blues
might do some good to be worried in the hour of our need.

3
Run run run away going to run run run away
there are those who think they’re going to run away.

4
To hear and to be facing and to be facing what is heard
to hear and to be face to face with what is heard.

5
Run run run away they’re going to run run run away
there are those who think they’re going to run away from the train.

6
Fort built to protect the community from desert raiders
community thought to protect itself from raiders.

7
Those who hear the train they had better worry worry
better worry worry about a gift of tears.

8
Those who are gathered in the fort had better learn
they had better learn how to cure their wounds.

9
The train with its poison and its tongue
the lurking train with its poison and its tongue.

10
Those who are gathered better learn to be insensitive
learn how to put on a show of being insensitive.

 

John Taggart (Guthrie Center, 5 oktober 1942)

 

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

Mijn hand liefkoost jouw droom

Mijn hand liefkoost jouw droom.
En om hem nog beter te kunnen liefkozen
verandert zij ook in een droom.

Maar nu verandert jouw droom
in een hand,
om die liefkozing te kunnen beantwoorden.

Zou de liefde altijd
de kruising zijn tussen een hand die gaat
en een hand die komt?

Of zou het gewoon
het passeren van twee elkaar kruisende dromen zijn?

 

Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu

 

Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e oktober ook mijn blog van 5 oktober 2018 en ook mijn blog van 5 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 5 oktober 2014 deel 2.