Louis Paul Boon, Kurt Drawert

De Vlaamse dichter, schrijver en kunstschilder Louis Paul Boon werd geboren in Aalst op 15 maart 1912. Zie ook alle tags voor Louis Paul Boon op dit blog.

Uit: De Kapellekensbaan

“De wereld was een huis, dacht ondine… en in de bestekamer woonden de heren, en in het achtergebouwtje naast de vuilbak woonde het volk van termuren… of neen, ter-muren zelf was de vuilbak, en haar plaats was daar niet: zij kon zich best in het salon naast meneer achilles zetten – of dan desnoods naast meneer ludovic, want het zag er naar uit of hij blééf recht op haar hebben – om er de stank van de vuilbak te vergeten. Nochtans ze zat er op de knieën van meneer ludovic, maar zij kon zich niet wachten… neen zij kon het niet… van de ogen naar meneer achilles te richten: alleen maar om hem eens toe te lachen, om eens een oogje te pinken en te weten dat hij er nog was. Zij had graag dat hij er getuige van was als de anderen haar overlikten, alsof hij een kameraad was die begrijpen kon dat zij moest gekoesterd worden door elkendeen… een broer die niet jaloers was en kon verdragen dat haar driften gekoeld werden, maar die in haar iets anders waardeerde, iets dat dieper verborgen zat en waar de anderen geen jota van begrepen: een geheim, een zielsverwantschap misschien. Soms kwam christus van achter de toonbank om zich naast meneer achilles te zetten… de anderen waren dan dronken en poogden zich te vermaken met de ongehoordste dwaasheden, met een varken in de herberg te brengen en het zat te maken, met kleine kinderen te betalen om hun vuile manieren te laten doen of schrikbarende vloeken te doen zeggen… meneer achilles bleef bij zijn verstand, hij werd onder het zuipen alleen maar wit, ging buiten en spuwde, en kwam weer naar christus luisteren: het ging over de fabriek, dat er ontevredenen waren die geen angst hadden van naar de hel te zullen gaan, maar er over spraken van hun rechten te zullen eisen. Nu, eisen is een hard woord zei achilles, ik heb hen gezien, het waren sukkelaars die stonden te stamelen voor een beetje opslag. Ze zullen zich verenigen en machtig worden, zei christus, en zijn baard richtte zich als het ware op om deze profetie te bevestigen… maar meneer achilles schudde ongelovig het hoofd: zover zullen ze nooit geraken, ze zijn er te stom voor. En ondine liet zich van de een of andere zijn knieën glijden om zich bij hen te komen zetten: zij vond het dwaas, te moeten horen dat die afgedankte meesterknecht van de dekenfabriek labor, na al die jaren, nóg zijn schreeuwtetter roerde… zij vond het kostelijk dat die uitgeplunderde boone, die aan het station woonde, een soort dievenherbergje was gaan openhouden, en dat daar al die malcontenten samenkwamen. Och dat is allemaal het ergste niet, zei christus, het ergste was dat het kwaad tot op het bureel van de filature zelf was geslopen: met dat boekhoudertje, een mens van in de 60 al, die zei dat het de waarheid was dat de mensen in honger en gebrek voortwoekerden, en dat er iets zou moeten komen als een ziekenbond bijvoorbeeld, en dat het niet rechtvaardig was dat de armemensen geen kiesrecht hadden.”

 

Louis Paul Boon (15 maart 1912 – 10 mei 1979)
Portret door Victor Suy, eind jaren 1970

 

De Duitse dichter en schrijver Kurt Drawert werd geboren op 15 maart 1956 in Henningsdorf. Zie ook alle tags voor Kurt Drawert op dit blog.

 

JUST NOW, 99 AAN HET EINDE

De elektronische dagen kunnen nu maar beter verbranden,
wat ooit geschiedenis genoemd werd
en tot slot rondslingerde als bevroren uitwerpselen
van honden. Voorbij zijn de afvalproblemen,

de gedwongen ontslagen, de overuren
van de vuilnisophaaldienst. Nu wordt het allemaal heel anders
geregeld doordat niet meer voorkomt,
wat vuil maakt. Eén klik naar de volgende

internet-buurman, dan een paar links
richting het lichaam en alles blijft schoon
en onaangeroerd in de kritieke zone
tussen heup en knie. Als Lenin dat eens wist

zoveel vooruitgangsmassa in het algemeen.
Ook hij zoiets als overblijfsel,
niet gemakkelijk in een comic te krijgen,
reactionair langs de gehele mislukte linie.

Maar genoeg daarover, deze jeugd
in het huilende oog van God werd toch overleefd,
bijna zonder schade, weggehangen van mijn kant,
zoals gerookte varkensbillen.

Maar aan de andere kant zijn de oorlogen ernstiger geworden,
harder, voor de bankenbalies,
moet ik zeggen. Een blik op het bankafschrift,
en ik weet dat ik kopje onder leef. Dan de brieven,

die al beginnen te stinken, vanaf de voetnoten
omhoog en niet erg virtueel, helaas.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kurt Drawert (Henningsdorf, 15 maart 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn blog van 15 maart 2022 en ook mijn blog van 15 maart 2020 en eveneens mijn blog van 15 maart 2019 en ook mijn blog van 15 maart 2015 deel 2.

Jochen Schimmang, Volker von Törne

De Duitse schrijver Jochen Schimmang werd geboren op 14 maart 1948 in Northeim. Zie ook alle tags voor Jochen Schimmang op dit blog.

Uit: Laborschläfer

„Alles löschen. Löschen, bis es nicht mehr wiederkommt. Mit Dateien bekomme ich das hin, mit den gesammelten Papieren, Dokumenten und Briefen auch, mit den persönlichen Aufzeichnungen, die man bei ansteigender Schamröte nach zwölf Jahren wiederliest, sowieso. Doch Erinnerungen gleichen Ratten oder Kakerlaken, man kann alle möglichen Mittel gegen sie einsetzen, sie kehren irgendwann wieder. Tabula rasa ist eine
Schimäre, denke ich, selbst nach einem Unfall mit Hirnschaden bleibt noch immer etwas zurück. Mein Gedächtnis scheint ein unzerstörbarer Bunker zu sein, in dem fast der ganze Unrat meines Lebens gelagert wird.
»Da täuschen Sie sich«, sagte Dr. Meissner, als wir uns das erste Mal trafen. »Sie würden staunen, wenn Sie wüssten, was Sie alles vergessen haben. Sie wären nämlich schon lange tot, wenn Sie nie etwas vergessen würden. Kein Mensch hält das aus. Aber so, wie Sie sich selbst beschreiben, sind Sie auf jeden Fall unser Mann.« Das war vor knapp neunzehn Monaten, genau genommen am siebenundzwanzigsten August 2018, einem Montag. Diesen ganzen Datenmüll, zum Teil Jahrzehnte zurückliegend, kriege ich auch nicht aus meinem Gedächtnisbunker getilgt. Allerdings wäre das in diesem Fall auch schwierig, denn es war nach dem Tag, als in Chemnitz die Übungen zur Menschenjagd begonnen wurden, und auf dem Weg nach Düsseldorf; damals noch mit dem Auto, war das Radio voll davon. Alle hatten es gesehen, nur ein Mann mit sehr kleinen runden Brillengläsern fand keine belastbaren Beweise dafür, weil er über die Maaßen kurzsichtig war. Wir saßen im fünften Stock eines Düsseldorfer Hochhauses in Dr. Meissners Büro einander gegenüber, getrennt durch eine überdimensionale Schreibtischfläche, die kaum von irgendwelchen Papieren oder Büchern oder Schreibwerkzeug bedeckt war und vor allem Leere, Klarheit, Aufgeräumtheit und Chef signalisierte. Noli me tangere. Ganz entfernt konnte ich auf die in der Straßenschlucht vorbeiziehenden Autos blicken, die von hier oben alle lautlos und seltsam verlangsamt voranzukriechen schienen, obwohl offensichtlich kein Stau herrschte. Auch eine meiner ersten deutlichen Erinnerungen aus der Kindheit ist übrigens mit einem historischen Datum verbunden, das damals noch nicht historisch war aber sehr schnell das Zeug dazu hatte, ein Gedenktag zu werden: der siebzehnte Juni 1953. Ich war fünf Jahre alt und saß in der Küche meiner Großmutter am Tisch, während sie Kartoffeln schälte, und das Radio lief auch hier.“

 

Jochen Schimmang (Northeim, 14 maart 1948)

 

De Duitse dichter Volker von Törne werd geboren op 14 maart 1934 in Quedlinburg. Zie ook alle tags voor Volker von Törne op dit blog.

 

Elegie

Dorpen windscheef in de regen
Weiden in het wilgenlicht
De zachte schoonheid
Van de meisjes ‘s avonds
Over het hek van de sering
Geurige sneeuw

Land, uitgewist
Uit alle atlassen
Verschroeide aarde, as
Door wortels doorboord
Woorden gegooid als stenen
In opkomend water

Korter worden de dagen
Kouder het licht
Met in mijn handen niets
Dan mijn verdriet
Verzamel ik in mijn ogen
De scherven van de hemel

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Volker von Törne (14 maart 1934 – 30 december 1980)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e maart ook mijn blog van 14 maart 2020 en eveneens mijn blog van 14 maart 2019 en ook mijn blog van 14 maart 2015 deel 2.

Yuri Andrukhovych

De Oekraïense dichter en schrijver Yuri Andrukhovych werd geboren op 13 maart 1960 in Iwano-Frankiwsk. Zie ook alle tags voor Yuri Andrukhovych op dit blog.

 

Calling Dem

In April seventy eight
I lay on the floor in a student residence in Lviv,
almost unconscious from drinking
and eighteen years old.
Above me something was going on, my older
mates had guests, drank tea
with wine, chattered about art.
My head was whirling in the centrifuge.

It seems that it was unhappy love
and problems with the end of term essay.

Through the mist in my eyes
I caught sight of the dishevelled outline of Dem and fell
into a yet deeper abyss: impossible! Delirium
tremens: Dem in my room!

I don’t know if it’s good or bad anymore
but at the age of eighteen we still need
cults, icons, or rather idols.
Dem was an alternative painter.
Dem was a hippie, ‘sure’ guy, denim,
asocial, universal.
The pigs didn’t round him up every day.
Western snobs bought his paintings.
Like all fanatics I was ready to wash
the holes in his feet.
He was the saint of my cult, you know what I mean?

In October 2002
(Not bad, eh? A quarter century went by in the blink of an eye!)
they didn’t let him in to my poetry evening.
They say he was almost unconscious
from drinking and was in no fit state. Particularly not
for such an alternative meeting.
All that he left behind this time –
was some kind of lithograph
the size of a postage stamp, for me.
I don’t even know what to do with it.
It’s kind of weird to hang a postage stamp on the wall.

But I’m not talking about that –
I mean this eternal just-missing each other. So many faces
sucked beyond reach into the septic tanks!
They don’t even scream from there anymore,
they don’t even scream.

And so much of everything didn’t happen that no more
is going to happen now.

And on the other hand –
what a novel we wrote together, not realising
it ourselves! What a shit hot epic
over the space of a whole quarter century! Dem! You hear me?
Dem!!!

I’m screaming to you from my septic tank.

 

Bibliotheek

we zoeken naar de meest esoterische kennis
beklimmen ladders om de hoogste delen van de stapels te bereiken
snuffelen door de planken met spinnen
werpen stofwolken op
die tegen het plafond aan zweven
we houden onze adem in en
bewaren nauwelijks ons evenwicht
zoals luchtacrobaten
terwijl we in de dikste boekdelen duiken
zonder de minste hoop ooit boven te komen
boeken verzwelgen ons als de zee
we grijpen naar gebeeldhouwde uitsteeksels
en weten op enigerlei wijze het hoofd boven water te houden
dan wanneer we onze kracht verliezen
ademloos en bedekt met gips
lijken we
in het struikgewas van leren banden en hardcovers
tegen de muur gedrukt
het kleine warme
nest te vinden
van een gewone zwaluw

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Yuri Andrukhovych (Iwano-Frankiwsk, 13 maart 1960)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e maart ook mijn blog van 13 maart 2021 en eveneens mijn blog van 13 maart 2019 en ook mijn blog van 13 maart 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Dave Eggers, Naomi Shihab Nye, Raoul de Jong

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: The Museum of Rain

“Take them to the Museum of Rain,” Patrick said.
The family reunion, organized by Patrick to coincide with his seventy-fifth birthday, was in its second day and the adults were catatonic. The bonfire the night before had gone late, and the grown-ups were hungover, underslept, and emotionally spent. There was a herd of bored kids under sixteen and no one knew what to do with them.
Oisín’s mind was empty. “The what again?”
“The Museum of Rain, you senile fool,” Patrick said. “You’re the one who built it.”
Oisín was three years younger than Patrick, but his memory had been spotty since his forties. Museum of Rain. The words emerged from a fog.
“It’s just past the mission cemetery,” Patrick said. “On that hill overlooking Garza’s place.”
“I know, I know,” Oisín said. “I know where it is. I just needed a minute.”
He’d set up the Museum of Rain in the shade of a manzanita tree fifty years ago, a month before he enlisted. It started with a few small jars of California rain. Then, for about five years, every time he was home, he’d add specimens from wherever he’d been—Bozeman, London, Montevideo, Las Cruces. The last one, in a narrow green vase, was from Grenada, where he’d been shot in the shoulder just after landing. That was the end of the invasion for him.
“It can’t still be there,” Oisín said.
“I happen to know it is still there,” Patrick said. “It was discovered about ten years ago by our neighbors’ kids. They said it was actually in decent shape.”
“It must be three miles from here,” Oisín said. He had no interest in a hike.
“Three point two,” Patrick said.
Oisín ate the last scrap of bacon. It had been clinging to his shirt. “You want me to take ten kids on a three-mile hike?” he asked.
“I was just pondering,” Patrick went on, “how to occupy some percentage of them for the day, and thought of your thing under the tree. Besides, what else are you contributing to this reunion?” He stood up to signal that the conversation had been concluded to his satisfaction. “You want to make some sort of impression on these kids, don’t you? None of them have a clue who you are. They think you’re some hermit or mountain man. I had to set up this whole weekend. You’re freeloading.”
This was not remotely true. Patrick’s daughter, Evie, had been the force behind the reunion. She made all the calls, ordered the food, found lodgings for eleven families—forty-four people from eight states and three countries.”

 

Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Een vuist maken

We vergeten dat we allemaal dode mannen zijn die met dode mannen praten.
—Jorge Luis Borges

Voor het eerst, op de weg ten noorden van Tampico,
voelde ik het leven uit me wegglijden,
een trom in de woestijn, steeds moeilijker te horen.
Ik was zeven, ik lag in de auto
te kijken naar palmbomen die in een misselijkmakend patroon langs het glas wervelden.
Mijn maag was een meloen die breed gespleten was in mijn huid.

‘Hoe weet je of je gaat sterven?’
vroeg ik mijn moeder.
We waren al dagen onderweg.
Met vreemd vertrouwen antwoordde ze:
‘Als je geen vuist meer kunt maken.’

Jaren later glimlach ik als ik aan die reis denk,
de grenzen die we afzonderlijk moeten overschrijden,
met het stempel van onze onbeantwoordbare ellende.
Ik die niet stierf, die nog steeds leef,
nog steeds op de achterbank lig achter al mijn vragen,
en een kleine hand samenknijp en weer open.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

De Nederlandse schrijver, columnist, programmamaker en danser Raoul de Jong werd geboren in Rotterdam op 12 maart 1984. Zie ook alle tags voor Raoul de Jong op dit blog.

Uit: Jaguarman

“Het is vijf over halftien, een maandagmorgen in juni, ik zit in mijn vogelneststudio op de tiende verdieping van een flat, uitkijkend over de havens van Rotterdam. De zon valt binnen door de ramen, langs het balkon vliegt een groep meeuwen, buiten klinkt het geraas van de snelweg. Alle deadlines zijn gehaald, alle rekeningen zijn betaald. Ik heb geen sigaretten, mijn telefoon staat op trilstand en mijn e-mail stuurt de komende week een out of office reply. De komende zeven dagen ben ik helemaal van u.
Vanochtend had ik alle spullen die ik volgens Misi Elly’s instructies nodig had in huis, behalve een prapi, want toen ze gister in de winti-winkel op de Kruiskade lieten zien wat dat was, een aluminium teil, had ik al voor tientallen euro’s aan spullen op de toonbank liggen. Dus gebruikte ik vanochtend een blauwe plastic emmer. De emmer waar gisteravond nog sop in zat om mijn huis schoon te maken. Ik hoop dat u dat oké vindt.
Met wit krijt zette ik een kruis op de bodem, ik verpulverde een halve bol pimba, een soort kalk, goot er melasse, een bijproduct van de productie van rietsuiker, uit een plastic flesje overheen, haalde takjes van een tropische plant uit een zak in de vriezer, knipte die in stukjes boven de emmer, goot er koud water bij, roerde het met een houten pollepel tot een prutje, en vulde de emmer met heet water. ‘Zo heet als je kunt verdragen,’ stond in de instructies die Misi Elly had opgeschreven.
Het water was inderdaad gloeiendheet en bruin, de takjes bleven steken in mijn haar. Ik gebruikte een schaaltje waarin ik de vorige dag guacamole had gemaakt om het over me heen te gieten, één kopje per keer. ‘Als je daar dan staat,’ had Misi Elly gezegd, ‘blijf dat niet staan als een standbeeld. Praat! Want je woorden nemen vormen aan.’ In haar handleiding stond wat ik moest zeggen: ‘Ik was me om verlicht te worden. Alle vuiligheid die ik op straat, op mijn werk of elders heb opgedaan, was ik van me af.’ Er was nogal wat vuiligheid om van me af te wassen, dus ik zei het met overtuiging. ‘Alles wat vies is, is nu weg,’ zei ik, en ik besefte dat direct achter mijn badkamer de galerij is en dat iedereen die over die galerij liep me kon horen.”

 

Raoul de Jong (Rotterdam, 12 maart 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e maart ook mijn blog van 12 maart 2020 en eveneens mijn blog van 12 maart 2019 en ook mijn blog van 12 maart 2018 en ook mijn blog van 12 maart 2017 deel 2.

Karl Krolow, Willem Claassen

De Duitse dichter en schrijver Karl Krolow werd geboren op 11 maart 1915 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Krolow op dit blog.

 

Aussicht

Aussicht auf wenig, es sei denn,
man nähme das ernst,
was an Kleidern hängen bleibt,
Staubschrift in möblierten Zimmern
und das solide Altern eines Kinderdrachens
in einer Baumkrone
seit letzten Herbst.
Eine Person verschwindet hinter
einer Baumhütte.
Du winkst ab. Du kennst das schon,
die Wiederholung von einigem,
das nicht weiterkommen,
wie diese Aussicht auf nichts.

 

Selbstbildnis mit der Rumflasche

Trügerisches Bild aus diesen Jahren,
Antlitz, das sich durch die Flasche dehnt
Und ertrinkt im tiefen, wunderbaren
Geisterwasser! Das mit Aschenhaaren,
Schwarzen Zähnen nach dem Mond sich sehnt,
An die Nacht gelehnt!

Ach, ich bin es, und ich schlucke Feuer,
Das mir duftend meinen Gaumen sengt:
Augen, blaugerändert, nicht geheuer,
Und das Kinn umschattet schon ein neuer
Stoppelbart, in dem der Staub sich fängt,
Gelber Zucker hängt.

Und ich zieh den Atem ein und kaue
Ruhelos im Mund den süßen Rum.
Was ich sann, verwuchs mit meiner Braue.
Und das Nichts — behaarte Teufelsklaue —
Spür ich, biegt mir meinen Nacken um,
Zwängt den Rücken krumm.

Trügerisches Bild! Die dunkle Flasche
Fährt als seliges Schiff mir scheitelhin,
Wächst mir aus der Hand, schlüpft durch die Masche
Meines Traums, drin ich gefangen bin.
Und sie streift den fremden Tropenhimmel,
Negerlippen und Jamaika,
Löst sich auf im sphärischen Gewimmel
Mir zu Häupten und dem Jenseits nah.

 

Sommerwald

O, nichts als Grün! Mit tausend Flammen schlägt
Es aus Gebüschen, lodert und verbrennt
Zum grünen Himmel. Nur die Echse kennt
Den Ton der Stille, grün und unerregt,

Ein Kraut vielleicht, das duftet und verdirbt,
Der trock’ne Ast, der knapp vom Baume bricht,
Die Orgel wilder Bienen und das Licht,
Das um das Rot des Tollkirschstrauches wirbt.

Sonst Grün und Grün. Die dunklen Wälder drohn,
Der Ammernruf, der Beerenduft, der würzt,
Die Blattmusik, daraus der Sommer stürzt,
Vergehen vor der grünen Hitze Ton.

 

Zeegezicht

Daar hengelt niemand
naar schelvis,
vanwege niets dan kust!
Verschillende stoomboten
varen voorbij, door elkaar,
als was er overal water
dat tot op de bodem
nat is. Het oppervlak
blijft bevaarbaar en blauw,
een ansichtkaart lang,
die men vanaf boord schrijft.
Gevoel voor nautiek
heeft niemand, zo lang
hij niet aan land staat
en zwaait.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Karl Krolow (11 maart 1915 – 21 juni 1999)
Portret door Eberhard Schlotter, 1980

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Willem Claassen werd geboren in Beuningen in 1982. Zie ook alle tags voor Willem Claassen op dit blog.

Uit: Contouren (Vlieg)

“We hebben een vlieg in de auto. Hij moet zijn meegekomen van de boerderij van mijn ouders. Mijn jongste heeft hem als eerste opgemerkt. Ze gilt. Dat is niet gek. Ze gilt wel vaker om een vlieg. Het gillen houdt aan. De vlieg laat zich niet kennen. Ik draai de ramen open, maar hij duikt naar achter, verdwijnt in de achterbak, keert terug, cirkelt om mijn dochters, harder gegil, schiet voorbij de voorstoelen, langs een open raam, maar hij laat zich niet verleiden. Ik wapper met mijn vrije hand en even voel ik hem. Zo klein, zo licht. Hij kriebelt. Maar de vlieg is niet van slag. Opnieuw zoekt hij alle hoeken van de wagen op. Het gillen van de jongste neemt af. Ze wil nog wel doorgaan, maar dat lukt haar niet meer zo goed. Ze hoest. Ze wordt schor. De oudste heeft zo haar eigen methodes. Ze fluistert: ‘Vliegje. Vliegje.’
Het is een vlieg die op koeienruggen heeft gezeten en daar zwiepende staarten heeft ontweken, maar ook op de rand van een emmer, op een weidepaaltje, op schrikdraad en op stront misschien. Op het platteland wreef hij rustig zijn pootjes tegen elkaar. Daar heeft hij nu geen tijd voor. Hij maakt nog maar eens een rondje. De jongste is stil. Alleen haar gezicht gilt nog.
Als we thuis zijn en uitstappen, wil de vlieg niet meteen mee. De oudste houdt de deur open.
‘Kom,’ fluistert ze.
Hij neemt afscheid van onze auto en vliegt dan weg. Over de straat, over de huizen en de tuinen, de stad in. Op de stoep kij- ken we hem na. Ik denk hem nog te zien, maar ik weet het niet zeker. Het kan ook een vlekje voor mijn ogen zijn.
‘Komt-ie nog terug?’ vraagt de jongste.
‘Misschien,’ zegt de oudste.
Ik sla een arm om de jongste en laat mijn neus even op haar hoofd rusten. Ze ruikt naar boerderij.”

 

Willem Claassen (Beuningen, 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e maart ook mijn blog van 11 maart 2020 en eveneens mijn blog van 11 maart 2019 en ook mijn blog van 11 maart 2018 deel 3.

John Rechy, Naomi Shihab Nye

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: About My Life and the Kept Woman

“I was twelve, and my sister was about to marry her football-captain sweetheart. She was sixteen, he was seventeen, and the approaching union was fraught with dangers whose effects, many years later, would multiply and spread into the core of San Francisco society and would, more years later, help to define my life. But now it was 1945 in El Paso, Texas, and plans for my sister’s wedding had aroused the wrath of the groom’s father. A sprig of a man, Seftor Antonio Gunman, referred to only as “Senor: “Sir,”—bedridden for years and partially paralyzed—had sworn to stop the wedding “by whatever means may become necessary” His anger was meant to punish his son, who had, he declared, “strayed beyond decent bounds by intending to many so young, a breach of decorum I will not condone.” Being underage, the teenagers required permission of their respective parents. They had my parents’ for a reason that Seftor did not know. Now, to understand the enormity of Seftor’s wrath at his son, and my mother and father’s escalating anxiety that my sister’s wedding proceed immediately, one must know that these implications of danger were swirling on the border of two juxtaposed cities—Juirez in Mexico and El Paso in Texas—cities separated only by a stretch of the Rio Grande, most often a bed of dry sand along whose banks lazy spiders spun their webs. That geographical proximity had created in Texas a class of unique immigrants—men and women of education and means who had fled Mexico during the revolution of 1910, when Porfirio Diaz, the president turned dictator, was forced
into exile, throwing the country into a chaos of shifting factions and loyalties. That class of formerly privileged Mexican immigrants often claimed ancestral lineage to “someone noble in Spain.” Displaced and impoverished by the revolution, they were drained once again by the Great Depression. They grasped onto a societal hierarchy, disdaining those Mexicans of Indian ancestry, a fact revealed, they staunchly claimed, by darker skin, by their “chicanismos”—crude mannerisms, the designation “chicano” being relegated then to a lower class of Mexicans—and by coarse down-tilted eyelashes. Not until years later did I understand why my mother so diligently and gently guided me, five or six years old at the time, to lie on her lap while we sat during stifling Texas nights on the unscreened porch of our dilapidated house as she curled my already curly long eyelashes with a saliva-moistened finger.”

 

John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

De kunst van het verdwijnen

Als ze zeggen Ken ik jou niet?
zeg nee.

Wanneer ze je uitnodigen voor de party
onthoud hoe party’s zijn
voordat je antwoord geeft.
Iemand die jou met luide stem vertelt
dat ze ooit een gedicht schreven.
Vettige gehaktballetjes op een papieren bord.
Geef dan antwoord.

Als ze zeggen we moeten eens afspreken
zeg waarom?

Het is niet dat je niet meer van ze houdt.
Je probeert je iets te herinneren
te belangrijk om te vergeten.
Bomen. De kloosterklok bij schemering.
Vertel ze dat je een nieuw project hebt.
Het zal nooit af zijn.

Wanneer iemand je herkent in een supermarkt
knik kort en word een kool.
Als iemand die je al tien jaar niet meer hebt gezien
aan de deur verschijnt,
begin niet al je nieuwe liedjes voor hem te zingen.
Jullie zullen nooit bijpraten.

Loop rond en voel je als een blad.
Weet dat je elk moment kunt tuimelen.
Bepaal vervolgens wat je met je tijd gaat doen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e maart ook mijn blog van 10 maart 2020 en eveneens mijn blog van  10 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Koen Peeters, Naomi Shihab Nye

De Vlaamse schrijver Koen Peeters werd geboren in Turnhout, 9 maart 1959. Zie ook alle tags voor Koen Peeters op dit blog.

Uit: De minzamen

“In het Groot Begijnhof, in de Sint-Jan-de-Doperkerk, op de eenvoudige kist liggen de professorale toga’s van de universiteiten van Leuven en Kinshasa. De kist wordt naar voren gedragen en in het midden neergezet op de katafalk.
De priester begint.
Hoor, zo stel ik mij nu voor.
Hoor ’s hoe Remi stil in de kist naar ons ligt te luisteren, onder de hoge witte heiligenbeelden. Hoor hoe hij alle gefluister en muziek capteert, inclusief het voetengeschuifel, het kuchen en ademen. De fijne elektriciteit van onze gedachten tast hij af. Ook de blikken, zelfs het kleinste ogengeknipper van de kinderen zullen hem niet ontgaan. Eindelijk kan hij binnenkijken in de hoofden, via de ogen, de zielenspiegels waarin alles te lezen is. Het vrouwenkoor zingt z’n toonladders. Willem Vermandere weemoedig op de hobo.
Remi herkent al direct het geluid van de Westhoek.
Het is mooi wat vooraan wordt verteld. In de kerk galmen de woorden nogal hol, maar in de kist is de akoestiek perfect. Eindelijk droomt hij weer. Godzijdank, Remi, je droomt weer. In de laatste droom wordt niets meer vermomd. Geen ingewikkelde symbolen of metaforen. Er is alleen dat beeld van de volle kerk, met het genereuze, gouden zonlicht dat op de koppen van de kerkgangers valt. Remi’s ziel zindert. Zijn pijn is weg.
Eindelijk rust.
Remi herkent de mensen.
Die. En die, en die. En tiens, is die hier ook? Maar dat is lang geleden.
De familie, de proffen en de mensen van het dorp, de vrienden en collega’s, opvallend veel oudstudenten ook.
Enfin, dit is het dan, denkt hij. Hij ligt daar rustig, hoeft niets meer te noteren.
Dat het is wat het is, dat zal het zijn.
Is er iets hierna? Wie zal het zeggen? Er zijn daaromtrent veel beloftes, mededelingen van hogerhand, maar zijn dat niet vooral manieren om nog liefdevol over een overledene te kunnen spreken? De geliefden terugzien? Welja, hier zitten ze. Anna zit tussen haar kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen.”

 

Koen Peeters (Turnhout, 9 maart 1959)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Twee landen

Huid onthoudt hoe lang de jaren worden
wanneer de huid niet wordt aangeraakt, een grijze tunnel
van single zijn, veer verloren van de staart
van een vogel die op een trede dwarrelt,
weggeveegd door iemand die nooit gezien heeft
dat het een veer was. Huid at, liep,
sliep alleen, wist hoe hij een tot ziens hand
moest opsteken. Maar huid voelde
dat hij nooit gezien werd, nooit gekend als
een land op de kaart, geur als een stad,
hip als een stad, glanzende koepel van de moskee
en de honderd galerijen van kaneel en touw.

De huid had hoop, dat is wat de huid doet.
Geneest over de littekens, baant zich een weg.
Liefde betekent dat je ademt in twee landen.
En de huid herinnert zich – zijde, stekelig gras,
diep in de zak die het geheim van de huid is.
Zelfs nu, wanneer huid niet alleen is,
herinnert hij zich dat hij alleen was en bedankt iets groters
dat er reizigers zijn, dat mensen naar plaatsen gaan
groter dan zijzelf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook mijn blog van 9 maart 2021 en ook mijn blog van 9 maart 2020 en eveneens mijn romenu blog van 9 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Robert Harris, Günter Kunert

De Britse schrijver en journalist Robert Dennis Harris werd geboren op 7 maart 1957 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Robert Harris op dit blog.

Uit: De tweede slaap (Vertaald door Rogier van Kappel)

“Laat op dinsdagmiddag 9 april van het Jaar Onzes Herrezen Heren 1468 was in dat oeroude gebied in het zuidwesten van Engeland dat al sinds de Saksische tijd bekendstaat als Wessex, een eenzame reiziger te zien die zich te paard een weg zocht over de woeste heide. Mocht er een zorgelijke blik in zijn ogen liggen, dan kunnen we hem nageven dat hij daar goede redenen toe had. Er was al meer dan een uur verstreken sinds hij voor het laatst een levende ziel had gezien. De zonsondergang zou niet lang meer op zich laten wachten en als hij na de avondklok buitenshuis werd aangetroffen, riskeerde hij een nacht in de cel. In het marktplaatsje Axford had hij halt gehouden om de weg te vragen. Voor een herberg had een groepje ongure mannen zitten drinken onder een uithangbord met een geschilderde zwaan erop. Nadat ze onderling wat hadden zitten ginnegappen over zijn rare accent en de spot met hem hadden gedreven omdat hij zo deftig praatte, hadden ze hem verzekerd dat hij om zijn bestemming te bereiken alleen maar rechtdoor hoefde te rijden, de ondergaande zon tegemoet. Maar nu begon hij te vermoeden dat ze een flauwe grap met hem hadden uitgehaald, want zodra hij de hoge muren van de stadsgevangenis was gepasseerd, waar drie geëxecuteerde misdadigers rottend in een ijzeren kooi hingen, en hij de rivier was overgestoken en het open land was binnengereden, waren er zware wolken komen opzetten aan de westelijke hemel, die de ondergaande zon volkomen aan het oog onttrokken. Achter hem was de hoge spits van de kerktoren van Axford allang weggezakt achter de horizon. Voor zich zag hij hoe de weg zich met vele bochten en glooiingen tussen de donkere, verlaten boshellingen en met gele brem doorschoten heidevelden door kronkelde en uiteindelijk verloren ging in de sombere duisternis. En toen werd het plotseling doodstil, op de manier die in deze contreien vaak voorafging aan een weersomslag. Alle vogels zwegen, ook de wouwen die hem met hun hoge gekrijs, dat zo slecht bij deze grote rode vogels leek te passen, mijlenver hadden achtervolgd. Kille, grauwe mistflarden kwamen aanzweven over de verlaten heide en wikkelden zich om hem heen, en voor het eerst sinds hij die ochtend op pad was gegaan, voelde hij de behoefte om te bidden tot de heilige van zijn naamdag, die met het kindje Jezus op zijn rug het water was overgestoken. Een tijdje later liep de weg een boshelling op. Terwijl hij steeds verder omhoog reed, ging de weg over in iets wat nauwelijks meer was dan een karrenspoor — een paar bruine voren in de aarde, met wat lukraak eroverheen gesmeten scherven blauwe leisteen en geel grind, aan alle kanten omspoeld door het wegstromende regenwater. Van de steile helling aan weerszijden van het pad rees de geur op van wilde kruiden — longkruid, citroenmelisse, look zonder look — en de takken hingen zo laag over de weg dat hij zich moest bukken en ze met zijn arm van zich af moest houden, waardoor er nog meer koud water op zijn hoofd plensde en in zijn mouw droop.”

 

Robert Harris (Nottingham, 7 maart 1957)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ookalle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

Zondagmorgen

Een fazant rent opgewonden
door de tuin, met een boodschap
voor zijn soortgenoten wellicht: Pas op
voor de jager! Maar die
kent de voortvluchtige en zijn
hulpeloos fladderende signalen, zijn
disharmonische laatste roep voor
de laatste metamorfose
hem inhaalt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Kunert (6 maart 1929 – 21 september 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e maart ook mijn blog van 7 maart 2021 en ook mijn blog van 7 maart 2019 en ook mijn blog van 7 maart 2016 en ook mijn blog van 7 maart 2015 deel 2.

Jeremy Reed, Günter Kunert

De Engelse dichter en schrijver Jeremy Reed werd geboren op 6 maart 1951 op Jersey. Zie ook alle tags voor Jeremy Reed op dit blog.

 

Book Catalogue

Rain, and the sound’s like reading Baudelaire
on empty Sundays. No. 260.
‘Shakespeare, William. The Sonnets. CUP
(1966), rept. 1981. Wrps, 274pp.
Derek Jarman’s heavily annotated working copy…’
Tea and orange polenta cake
punctuating domestic agendas:
my neighbour sits watching Godard
in a white studio, gentian T-shirt,
her face a pink carnation with red lips.
I watch her like a movie, push her hair
to platinum sculptures, then pour it back.
‘Used in preparation for “The Angelic Conversation”
(1985), his film based on Shakespeare’s sonnets.
In this preliminary selection…’
Rain nurtures my potted fritillaries,
revives memories of clueless Sundays
in Amsterdam’s American Hotel
spent reading Baudelaire to reprised rain;
me shaking from withdrawal. The harbour in the sky.
‘The filmmaker’s made annotations in two different
colour inks alongside sonnets on 22 pages,
varying from a simple asterisk
to suggestions…’
I play the Coil soundtrack,
and watch the rain pull out. My snake-headed
fritillaries have purple python skin:
my neighbour’s doing costume changes for the mirror.
A diluted orange sun
fires up my decision to buy the book,
signed ‘for Coil, Derek Jarman
Phoenix House, December 1981.’

 

WENLOCK ARMS

A summer there in sticky warehouse heat,
our fuzzy light-polluted sweat-drenched thrust
to monetize a dead friend’s books
boxed into dusty architectural blocks,
dealers categorising firsts and states
Red Snapper partners itchy for hot cash
both of us maintaining dandified looks
in repurposed high-end Shoreditch,
its rogue outtake the Wenlock Arms
looking like a Krays’ gang operation,
peeling green walls, purple frontage —
I’d knock at 10am for Aaron’s flaky need
to stabilize, a drinks top-up
kicking the pineal with a sugared boot.
12 handpumps, a stripped-down defiant room
yeasty with real ale, I stepped into
a throwback parallel space-time
scrutinized for my beret and paste rings
crowding in starburst clusters at the bar —
an edgy glitter, a moody lagoon.
She never spoke, just handed me the glass.
Two months, two hours a day deconstructing
solid book tons as physicals, we sold
into profit — I kept a CA shelf
of Robert Duncan, orange sunshine
stored in the pages, had a last drink there
like flipping back to 1958.

Got all my times wrong, bussed back into town.
Knowing I’d be too early, or too late.

 

Jeremy Reed (Jersey, 6 maart 1951)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

Google Earth

Overweldigend groen omringt mij:
Bescherming tegen het boze oog
van de Erinyen. Hier vind mij
geen van hen. Op een smal bankje
liggend belichaam ik
het onopvallende deel
van de tuin. Boven mij
fijn geweven wolken, veel blauw,
daarin cirkelt een havik
en een satelliet.
Die stuurt me een foto,
een rechthoekige afbeelding
van mijn residu te midden van
uitgestrekte gebieden. Klein. Maat vingernagel.
Zodat ik ook verder
onherkenbaar blijf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Kunert (6 maart 1929 – 21 september 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e maart ook mijn blog van 6 maart 2022 en ook mijn blog van 6 maart 2020 en ook mijn blog van 6 maart 2019 en ook mijn blog van 6 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Koos van Zomeren, Pier Paolo Pasolini

De Nederlandse schrijver, columnist en dichter Koos van Zomeren werd geboren in Velp op 5 maart 1946. Zie ook alle tags voor Koos van Zomeren op dit blog.

Uit: Alptraum

“Hexensee
Van Grosse Scheidegg, 1961 m, liepen we naar een plek die op de kaart ‘Wart’ wordt genoemd, 2706 m. Veel sneeuw. Bij vlagen ingesloten door wolken. Een passerende steenarend werd uitgefloten door alpen-marmotten. We wilden langs de meertjes, die daar doorgaans bevroren tegen een noordwand liggen. Meteen bij Wart al maakte de mist het lastig het pad te vinden. Later zeiden we: toen hadden we moeten omkeren. Nu we zo duidelijk overleefd hebben, zijn we geneigd deze conclusie te matigen. We leren van onze fouten, maar liever niet te veel. We bereikten de Hexensee, aten brood, dronken water en zeiden: moet je horen hoe stil het hier is. Sneeuw bedekte de markeringen langs de route, mist verborg alle andere aanknopingspunten. Hier en daar suggereerden sneeuw en mist samen een zodanige leegte, dat je geen stap meer zou durven doen. Na verloop van tijd doemde aan onze linkerhand een wand op die er niet hoorde. We begonnen af te dalen over een paadje dat mogelijk een mensenpaadje was. Opeens keken we, halve engelen, vanuit onze wolk neer op de aarde: een paradijselijk groen veldje in een web van aan alle kanten neersuizend smeltwater. Er mankeerde aan dit veldje maar één ding: je moest je ongeveer een halve kilometer laten vallen om er te komen. Dit is het niet,' zei Daan.Nee,’ zei ik, ‘dit is het niet.’
Oude ambachten
Kil en roerloos, raadselachtig was de wereld. We klommen terug en verdwenen in de mist, waar we werden opgewacht door een vaag omlijnd dier, welbeschouwd een gems, een mannetje. Hij stond dwars op onze richting, maar had zijn kop al naar ons toegedraaid en keek. Het algemene beeld van gemzen berust op foto’s, films en boeken en bestaat hoofdzakelijk uit doodsverachting; dieren die zich in onmogelijk terrein van alles kunnen veroorloven omdat ze niet weten wat vallen
is.
Wat in werkelijkheid bij deze dieren frappeert is hun allesoverheersende bedachtzaamheid. Wat ze doen, doen ze weloverwogen. In hun motoriek ligt een altijd elegante aandacht voor houvast besloten. Zelfs in hun sprongen zit een moment van traagheid: eerst de gedachte, dan de beweging. Gemzen beoefenen het leven in de bergen als een ambacht. Wat de timmerman wist van hout, de smid van ijzer, dat weten gemzen van bergen.
Ze weten precies wat vallen is, daarom vallen ze niet. Ze hebben respect voor de dood, althans respect voor zichzelf. We werden rustig door die ene gems bekeken en hé, dacht hij, jullie had ik niet verwacht vandaag. Hij deed een stap en nog een stap en weg.”

 

Koos van Zomeren (Velp, 5 maart 1946)

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

 

Uit: Zeven gedichten voor Ninetto

3/
Die Freud die je graag leest maakt niet
duidelijk wat ik verlang. Jij kwam hier,
en ik herhaal – Niets bindt je aan mij.
Toch besluit je te blijven.

De man die bidt en geen schaamte voelt, die verlangt
naar zijn moeders nest voor troost, zal een vals leven leiden.
Een troosteloos leven. Je zult dit ontkennen.
Maar onthoud dat zijn huilen niet om jou is.
Het is om zijn eigen kont.
Je kwam me dingen leren die ik nog niet eerder wist
maar de engel verschijnt en je bent weer stil.
Hij is snel weg. En toch ben je onrustig.

Plezier schort mijn angst op.
Maar ik weet achteraf dat spijt onze fragiele vrede zal verbrijzelen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)
Giovanni “Ninetto” Davoli en Pier Paolo Pasolini

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e maart ook mijn blog van 5 maart 2020 en eveneens mijn blog van 5 maart 2019 en ook mijn blog van 5 maart 2018 deel 1 en ook mijn blog van 5 maart 2017 deel 1 en ook deel 2.