Rouke van der Hoek, Thomas Mann, Mark Doty

De Nederlandse dichter Rouke van der Hoek werd op 12 augustus 1952 in Eindhoven geboren. Zie ook alle tags voor Rouke van der Hoek op dit blog.

 

Uitgebloeid

Op een morgen eind augustus ga ik naar buiten en snoei
uitgebloeide en verbleekte hortensia’s – gewassen
groen, roodbruin, onrustige kleine aura’s

van de lucht alsof dit de echte zijden stoffen waren
van Versailles, gevlekt door regen en verval
daarna half gerestaureerd, na al die tijd…

Als ik met mijn handjevol terugkom
realiseer ik me dat ik per ongeluk de deur op slot heb gedaan,
en het huis niet meer in kan.

Het raam van de eetkamer is het gemakkelijkst;
kruip door koninginnenstruik en spirea,
duw wat verdwaalde esdoorns opzij, haal

het houten scherm weg, hijs mezelf op.
Maar hoe, precies, over de drempel te klauteren
en over de radiator tot op de tegels?

Ik probeer een been naar binnen te buigen, maar dat gaat niet
gemakkelijk; Ik duw mezelf omhoog zodat mijn middel
rust op de vensterbank en naar voren leunt,

leg mijn handen op de grond en begin te glijden,
de kamer in, wat me aan het denken zet
zo was het om geboren te worden:

 

Gedicht ter rehabilitatie van de werkelijkheid

’s Avonds op weg naar het station keek ik omhoog
maar sinds Chagall twee manen schilderde,
een halve en een sikkel,
is ook dat idee uitgeput

(als een olieveld dat verdampt zodra je het aanboort).

Fantasie, blijkt eens te meer, is een dunne schil
om de werkelijkheid
en legt het af tegen het fantasties vermogen
van de feiten:

als water kouder wordt, wordt het zwaarder.
Tot het bevriezingspunt.
Want ijs drijft,
ijs drijft.

Anders zouden schotsen naar de zeebodem zakken,
de oceanen van onderop verkillen
en wij weinig kans meer maken

– als we al bestaan zouden hebben.

 

Delen door nul

In de derde klas leerde de juffrouw ons hoe te delen.
‘Er zijn twee kinderen en vier appels. Hoeveel appels…’
‘De sterkste pakt ze alle vier’, zei de straatvechter naast me.

Maar dat was een verkeerde wetenschap, een verdachte,
die niet in het onderwijs paste. Opnieuw. Nu met zes appels.
Lange rijen imaginaire kinderen klopten op de schoolpoort

om kratten vol imaginaire appels weg te kauwen, ongeraakt
door het minachtend gemor van de straatvechter naast me.
Zo aanvaardde ik het gebod tot eerlijk delen, rare symbiose

van rekenkunde en moraal. Tot het kwam bij delen door nul:
nul kinderen ontmoeten vier appels. Het antwoord is… nul.
Verwarring. Protest. ‘Maar die appels zijn er nog allemaal!’

Nee, dat was een denkfout en een verdachte. Want, luister
goed: ‘Een appel telt niet mee als hij niet wordt begeerd.’
Raden welke symbiose ons daar weer werd aangesmeerd.

 

Rouke van der Hoek (Eindhoven, 12 augustus 1952)

 

Op 12 augustus 1955 overleed de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Herr und Hund

„Die kleine  Neigung zur „Wamme“, das heißt: zu jener faltigen Hautsackbildung  am Halse, die einen so würdigen Ausdruck verleihen kann, kleidet ihn  ausgezeichnet; doch würde auch sie wohl von unerbittlichen Zuchtmeistern als fehlerhaft beanstandet werden, denn beim Hühnerhund,  höre ich, soll die Halshaut glatt die Kehle umspannen. Bauschans Färbung ist sehr schön. Sein Fell ist rostbraun im Grunde und schwarz  getigert. Aber auch viel Weiß mischt sich darein, das an der Brust,  den Pfoten, dem Bauche entschieden vorherrscht, während die ganze  gedrungene Nase in Schwarz getaucht erscheint. Auf seinem breiten  Schädeldach sowie an den kühlen Ohrlappen bildet das Schwarze mit  dem Rostbraun ein schönes, samtenes Muster, und zum Erfreulichsten  an seiner Erscheinung ist der Wirbel, Büschel oder Zipfel zu rechnen,  zu dem das weiße Haar an seiner Brust sich zusammendreht, und der  gleich dem Stachel alter Brustharnische waagerecht vorragt. Übrigens  mag auch die etwas willkürliche Farbenpracht seines Felles demjenigen  für „unzulässig“ gelten, dem die Gesetze der Art vor den Persönlichkeitswerten gehen, denn der klassische Hühnerhund hat möglicherweise einfarbig oder mit abweichend gefärbten Platten geschmückt, aber nicht getigert zu sein. Am eindringlichsten aber mahnt vor einer starr schematisierenden Einreihung  Bauschans eine gewisse hängende Behaarungsart seiner Mundwinkel und der Unterseite seines Mantels ab, die man nicht ohne einen Schein von Recht als Schnauz- und Knebelbart ansprechen könnte, und die, wenn  man sie eben ins Auge faßt, von fern oder näherhin an den Typus des Pinschers oder Schnauzels denken läßt.

 

Het huis van Thomas Mann in München dat in 2006 werd herbouwd en waarvan in elk geval de buitenkant helemaal werd gereconstrueerd.

 

Aber Hühnerhund her und Pinscher hin – welch ein schönes und gutes Tier ist Bauschan auf jeden Fall, wie  er da straff an mein Knie gelehnt steht und mit tief gesammelter Hingabe zu mir emporblickt! Namentlich  das Auge ist schön, sanft und klug, wenn auch vielleicht ein wenig gläsern vortretend. Die Iris ist rostbraun  – von der Farbe des Felles; doch bildet sie eigentlich nur einen schmalen Ring, vermöge einer gewaltigen  Ausdehnung der schwarz spiegelnden Pupillen, und andererseits tritt ihre Färbung ins Weiße des Auges über  und schwimmt darin. Der Ausdruck seines Kopfes, ein Ausdruck verständigen Biedersinnes, bekundet eine  Männlichkeit seines moralischen Teiles, die sein Körperbau im Physischen wiederholt: der gewölbte Brustkorb, unter dessen glatt und geschmeidig anliegender Haut die Rippen sich kräftig abzeichnen, die eingezogenen Hüften, die nervlich geäderten Beine, die derben und wohlgebildeten Füße – dies alles spricht von Wackerkeit und viriler Tugend, es spricht von bäurischem Jägerblut, ja, der Jäger und Vorsteher waltet eben doch mächtig vor in Bauschans Bildung, er ist ein rechtlicher Hühnerhund, wenn man mich fragt, obgleich  er gewiß keinem Akte hochnäsiger Inzucht sein Dasein verdankt; und eben dies mag denn auch der Sinn der  sonst ziemlich verworrenen und logisch ungeordneten Worte sein, die ich an ihn richte, während ich ihm das  Schulterblatt klopfe.“

 

Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)
Met Bauschan in brons vereeuwigd in Gmund am Tegernsee

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Doty werd geboren op 10 augustus 1953 in Maryville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Mark Doty op dit blog.

 

Uitgebloeid

Op een morgen eind augustus ga ik naar buiten en snoei
uitgebloeide en verbleekte hortensia’s – gewassen
groen, roodbruin, onrustige kleine aura’s

van de lucht alsof dit de echte zijden stoffen waren
van Versailles, gevlekt door regen en verval
daarna half gerestaureerd, na al die tijd…

Als ik met mijn handjevol terugkom
realiseer ik me dat ik per ongeluk de deur op slot heb gedaan,
en het huis niet meer in kan.

Het raam van de eetkamer is het gemakkelijkst;
kruip door koninginnenstruik en spirea,
duw wat verdwaalde esdoorns opzij, haal

het houten scherm weg, hijs mezelf op.
Maar hoe, precies, over de drempel te klauteren
en over de radiator tot op de tegels?

Ik probeer een been naar binnen te buigen, maar dat gaat niet
gemakkelijk; Ik duw mezelf omhoog zodat mijn middel
rust op de vensterbank en naar voren leunt,

leg mijn handen op de grond en begin te glijden,
de kamer in, wat me aan het denken zet
zo was het om geboren te worden:

onhandig, te groot voor de doorgang…
Onderhandelen, me onderwerpen?
……………………………Als ik mezelf overgeef
aan de zwaartekracht ben ik er, binnen, niets aan de hand,

de oogverblindende vlekkerige bloemhoofdjes
verspreid om me heen op de grond.
Zal het verlaten van de wereld hetzelfde zijn

onzekerheid over hoe verder te gaan,
wat ongemak, en plotseling ben je
-waar? Ik ga zo op in dit idee

Dat ik vergeet de deur open te laten,
dus als ik de post ga ophalen, ben ik opnieuw
buitengesloten. Ben ik thuis in dit huis,

zou ik liever hier buiten zijn,
waar ik zowat iedereen zou kunnen zijn?
Deze keer is het eenvoudiger: het raamkozijn,

de radiator, mijn afdaling. Twee keer geboren
op een dag!
………………….In hun verzilverde pot,
deze gekneusd-gezegende bloemen:

hoe hard moest ik werken om ze deze kamer
in te brengen. Als ik zeg uitgebloeid,
bedoel ik niet dat er niets meer van overblijft.

Als er nog meer levens zijn, denk ik
dat die misschien een beetje makkelijker zijn dan dit.

 

Mark Doty (Maryville, 10 augustus 1953)

 

Zie voor de schrijvers van de 12e augustus ook mijn blog van 12 augustus 2019 en ook mijn blog van 12 augustus 2018 en mijn blog van 12 augustus 2015 en mijn blog van 12 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Fernando Arrabal, Mark Doty

De Spaanse schrijver, dichter, dramaturg en cineast Fernando Arrabal werd geboren in Melila, Spaans Marokko op 11 augustus 1932. Zie ook alle tags voor Fernando Arrabal op dit blog.

 

Il est parti sans faire cygne

(Méditation au bord de l’eau pour Chan Ky Yut)

Le noyé danse au fil des eaux
Sous le saule qui le caresse.
L’homme passe entre les roseaux
Il semble en proie à la paresse.

Il ne peut voir le nuage
Qui dessine des barbes blanches
Il n’est plus qu’un corps qui surnage
Ou qui dérive entre les branches.

La forêt se devine au loin
Sous une gaze de lumière.
Il ne sera bientôt qu’un point
Qui disparaît dans la poussière.

La roche surplombe la rive
Et l’herbe croît le long des berges.
On n’entend plus la voix naïve
Des oiseaux dans les hauteurs vierges.

Le vent s’est tu et se souvient
De tant de cortèges funèbres.
Mais l’homme est seul et rien ne vient
L’accompagner dans les ténèbres.

Le silence pèse sur l’eau.
Le temps trône sur sa balance.
Il n’est pas meilleur tombeau
Que celui où l’on flotte et danse.

Que d’Ophélie s’en sont allées
Lovées dedans leurs tresses blondes !
Mais l’homme ignorait les allées
Qui mène au meilleur des mondes.

Il est parti sans faire cygne
Dans le paysage serein.
On ne sait ce que la mort signe
Dans ce tableau au bord du rien.

 

Fernando Arrabal (Melila, 11 augustus 1932)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Doty werd geboren op 10 augustus 1953 in Maryville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Mark Doty op dit blog.

Kleine George


……………………………..blaft naar wat dan ook
niet de wereld is zoals hij die liever kent:
vuilniszakken, steekwagens, zwarte hoeden, wandelstokken
en mutsen, spaden, iemand die een joint rookt
onder het afdak van de Haïtiaanse Evangelicale,
iedereen die – hoe durven ze – een hond uit laat.
George blaft, de gespannen witte komma
van zichzelf gekromd in waakzaamheid.
.…………………………………………………………………..Thuis zweeft hij

in de huislijkheid van het dier: gekruld in de warme
driehoek achter de knieën van een slaper,
wiebelend op zijn rug op de bank, helemaal lillend
en zuchtend, vragend/ontvangend een aai over de buik.
Zorgeloos. Maar buiten de metalen deur
van het appartement, gaat de onhandelbare dag uit
van zijn vage en oneindige vermommingen.
………………………………………………………….Het beste maar blaffen.

Maakt niet uit dat hij nauwelijks groter is
dan een broodrooster; hij gaat te werk alsof hij over
een rechthoek van twee blokken groot regeert, begrensd naar het westen
en naar het oosten door Seventh Avenue en Union Square.
Wat er ook is, het is er met zijn toestemming,
en onder voorbehoud van de straf van zijn weigering
hoewel, wanneer hij zijn wil doet gelden
beeft hij. Was hij maar niet alleen
verantwoordelijk voor het opwekken van verontwaardiging
bij elk voorgevoel van problemen
op West 16th Street, of kon hij maar rechtuit
op de stoep, het rammelende harnas
van zijn geraas afleggen.

Op sommige avonden, als hij de trap oploopt
na onze late wandeling en de bocht neemt naar
de overloop en de kant opdraait
van zijn vaste slaapplaats, zou ik willen dat hij
bezocht werd door een droom van een aardige wereld,
hoe zou blijken dat wat voor dreigende
vreemde dan ook- het aprilgroen van een onbezoedelde
tennisbal vasthoudt? Lieverd, de toekomst zal er toch
absoluut niet op uit zijn om ons te pakken te krijgen?
En als dat wel zo is, zal blaffen niet veel helpen.

Maar helaas, nog niet.
Hij neemt aanstoot, vanmorgen,
aan een stenen beeld sereen in de tuin van een buurman,
en verstijft en fixeert en laat
zijn woeste alarm klinken: verdomme,
Boeddha, maak dat je wegkomt, ga weg!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mark Doty (Maryville, 10 augustus 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers ook mijn blog van 11 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 11 augustus 2016 en ook mijn blog van 11 augustus 2011 deel 2.

Kees van Kooten, Mark Doty

De Nederlandse schrijver en cabaretier Kees van Kooten werd geboren op 10 augustus 1941 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Kees van Kooten op dit blog.

Uit: Weesboeken te vondeling (Hartstochtjes)

“De Nederlandse uitgever was de Zuid-Hollandsche Uitgevers maatschap pij van Ad. M.C. Stok, die als slagzin voerde: ‘Een boek uit de Cultuur serie is een geschenk voor het leven’. Dit werd pijnlijk bewaarheid, want hoewel mijn beide ouders allang zijn overleden, heb ik die trilogie nog altijd in mijn bezit en vaststaat dat ik er pas na mijn dood afstand van zal kunnen doen, terwijl ook zeker is dat ik ‘En eeuwig zingen de bossen ‘, ‘Winden waaien om de rotsen’ en ‘De weg tot elkander’ ongelezen zal laten. De rest van de ouderlijke bibliotheek zal ik u besparen, hoewel ik alle circa driehonderd boeken nog in huis heb.
Gelukkig is mijn vrouw minder sentimenteel. Die heeft uit de boekenkast van thuis maar een stuk of tien exemplaren bewaard, ook al omdat de leespatronen van onze generatie ouders elkaar grotendeels overlapten: ieder lezend echtpaar had Jan Mens in de kast, ‘Frank van Wezel’s roemruchte jaren’ van A.M. de Jong, ‘Armoede’ van Ina Boudier-Bakker, ‘Kruis of Munt’ van Jo Boer en ‘Schip zonder haven’ van Willy Corsari, en omdat de leesgrenzen nog gesloten bleven voor de legers van Zweedse en Amerikaanse thrillerschrijvers, zorgde Hans van der Kallen (Havank) met
‘De Schaduw’ in zijn eentje voor de spanning in onze huiskamers.
Dan herbergen wij in de fietsenbox, onder het motto ‘leuk voor later’, nog acht verhuisdozen propvol met van onze wederzijdse ouders en grootouders cadeau gekregen en vaak van liefdevolle opdrachten in niet langer bestaande prachthandschriften voorziene jeugd- en schoolboeken van onszelf en van onze kinderen, en zo weten wij ons omringd door, nee, zitten wij ingeklemd tussen, pak hem beet, drieduizend boeken en nu het ernaar uitziet dat de bibliotheek die de kleinkinderen zullen opbouwen in hoofdzaak digitaal zal zijn, achten wij het de allerhoogste tijd om onze voorraad definitief te kortwieken, teneinde te voorkomen dat onze nabestaanden op hun beurt verdrinken in deze almaar voortwoekerende boekenvloed.
Toen de dichter-schilder Lucebert in 1994 overleed, telde zijn huisbibliotheek in het Noord-Hollandse Bergen ruim 6500 titels.
‘Je hoeft al deze boeken niet te hebben gelezen om toch beïnvloed en gevormd door ze te zijn,’ stelde hij bezoekers gerust, wanneer dezen zich klein, dom en overdonderd voelden ten overstaan van die tientallen meters wijs- en schoonheid.”

 

Kees van Kooten (Den Haag, 10 augustus 1941)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Doty werd geboren op 10 augustus 1953 in Maryville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Mark Doty op dit blog.

 

Kant

Minstens een maand voor de bloei
en al vijf ontblote kersen
bij de snelweg omringd door een waas
van beginnend vuur
— midden in de middag,
een vage roze-bronzen gloed. Sommige dingen
dragen hun wording:
die nacht dat we ,
als vreemden haast, liepen van een koortsachtig feestje
naar de hoek waar je je motor had achtergelaten,
bang dat een ruwe wind hem tegen de stoeprand zou smakken,
stond jij aan de andere kant
van de rechtopstaande machine, de andere kant:
van wat wij zouden zijn, en boog je hoofd
naar mij toe over de natte leren zitting
terwijl je je helm vastmaakte,
motorlaarzen stevig op de zwarte stoep.

Hadden we vermoed dat we het vuur van het feest hadden meegenomen,
terwijl ergens achter ons dat donkere appartement
afkoelde rond de kern als een steen?
Kun je het weten, wanneer je niet eens een knop bent
maar een mogelijkheid balancerend op een of andere rand?

Natuurlijk konden we onszelf niet zien,
hoewel liefde de sjabloon en herhaling is
van al het zijn, iets dat gaat gebeuren
waar niets was…
Maar net nu
dacht ik aan een onrustige corona van een nieuwe kleur,
zichtbare echo, en vroeg me af of iemand
die door de wegvliegende windvlaag en spatten reed
op Seventh Avenue de wolk had kunnen zien
die om ons heen ademde
alsof we – zou het kunnen? – een paar
bomen waren die binnenkort zouden bloeien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mark Doty (Maryville, 10 augustus 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e augustus ook mijn blog van 10 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 10 augustus 2017 en ook mijn blog van 10 augustus 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Luuk Gruwez, Philip Larkin

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez werd geboren op 9 augustus 1953 te Kortrijk. Zie ook alle tags voor Luuk Gruwez op dit blog.

 

Aan een collega

I

Ik durf je amper te vertellen, kameraad,
tijdens hoeveel van mijn dagen ik haar haat,
die oudste industrie van het verdriet, de poëzie.
Dat ik haat hoe zij met mij brutaal aan de haal gaat,
hoe zij mij struikelen doet over mijn
enjambementen, mijn chiasmen, assonanties
en tegen het scheenbeen van mijn eerste liefde schopt.
Dat zij helemaal geen rekening wil houden

met de noden van mijn darmen en de doden
in mijn ziel en de zaden op een plek
waar eeuwigheid een poging tot ontspringen doet.
Gister nog, bij Osman, die mijn kapper is,
kroop zij ongevraagd en naakt bij mij op schoot
terwijl het scheermes langs mijn slapen gleed.
En nog diezelfde dag, terwijl ik boven op een ladder stond,
strooide zij schaterend voetzoekers in het rond.

Wij mogen dan wel in een zuiderse patio liggen,
er fanatiek naar strevend onder een zwijgzame
sterrenhemel gelukzalig niets en niemand te zijn,
maar daar zelfs komt zij langs, de poëzie, la poesia,
met het bon chic, bon genre van een tettertrien.
Zij vindt het helemaal niet erg – wat dacht je wel? –
de beste coïtus ter wereld te verstoren
om te zeggen dat zij niets te zeggen heeft.

Rot op, roep ik, de pot op, rot toch op!
Maar daar propt zij al een vod
diep in de strot van mijn geliefde,
die haar terecht van oudsher wantrouwt.
Ik durf je amper te vertellen, kameraad,
hoezeer en tijdens hoeveel van mijn dagen ik haar haat,
de poëzie, dat ik haar haat met hart en ziel.
En dat, als ik haar liefheb: hoogstens per vergissing.

 

Scheppingsverhaal

misschien was god wel onvoorzichtig
toen hij het zoogdier schiep
de leeuw, akkoord, een meesterwerk
maar wat te zeggen van de mens?

en had de olifant niet moeten briesen
de dashond met zijn trieste blik
niet moeten piepen als een muis?
had die mens niet moeten mekkeren?

er waren dichters nodig, beter in geluid
zangers met perfecte strot
om wat verkeerd ging te herstellen:
constructiefouten in zijn schepping

hij schiep er enkele, mijn god
en met zijn vette schommelende lijf
deed hij, tot iedereens vermaak
een walsje in de balzaal op aarde

en of het goed was, zag hij niet

 

Tafereeltje

vanuit de kamer waait een fijne harpmuziek al aan
terwijl ik in de tuin in Du Perron te lezen zit
en slechts gestoord word door een karig briesje
dat zich met klaprozen en duizendschoon verlooft,
vandaag pluist Mieneke in purperen japon
een dagboek van een afgestorven dichter na
die, door de dood nochtans sinds lang omhelsd,
nog steeds uitstekend past bij haar verdroomde blik.

de merel fluit, de hagedoom bloeit,
de avond voert misschien nog onweer aan;
en ik die nergens iets aan heb verdiend
kan morgen best weer aan verwelken denken.

 

Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog

 

Hoge ramen

Als ik een jong paartje zie
En vermoed dat hij haar neukt en zij
Pillen slikt of eens spiraaltje draagt,
Weet ik dat dit het paradijs is.

Waar iedereen die oud is het hele leven van gedroomd heeft?
Verbintenissen en gebaren van de hand gedaan
Als een verouderde maaidorser
En iedereen die jong is glijdt de lange glijbaan

Af naar geluk, eindeloos. ik vraag me af of
Iemand naar mij keek, veertig jaar geleden,
En dacht: zo zal het leven zijn;
Geen God meer, of zwetend in het donker;

Over de hel en zo, of moeten verzwijgen;
Wat je van de priester vindt. Hij
En zijn kliek zullen allemaal de lange baan afglijden
Als verdomd vrije vogels. En onverwijld
Komt in plaats van woorden de gedachte aan hoge ramen:
Het zon-begrijpende glas,
En daarachter, de diepblauwe lucht, die niets
Laat zien, en nergens is, en eindeloos.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)
Portret door Humphrey Ocean, 1984

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e augustus ook mijn blog van 9 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 9 augustus 2019 en ook mijn blog van 9 augustus 2017 en ook mijn blog van 9 augustus 2015 deel 2.

Kjell Westö, Martin Piekar

De Finse schrijver Kjell Westö werd geboren op 6 augustus 1961 in Helsinki. Zie ook alle tags voor Kjell Westö op dit blog.

Uit: The Referee (Vertaald door Roy Hodson)

“Fernström would remember later that he had been thinking back to his own playing career while driving through the city that morning. He had felt restless all autumn, but without understanding why. The previous evening, after an early dinner, he told Marjut and Jere that he needed a breath of fresh air, and then he got into the old dark blue Escort, even though he had drunk several glasses of wine with the fish. He had driven from their home in Alppila down to the beach between Merisatama and Munkkisaari, where he stood for a long time by the monument to those lost at sea, watched the eternal flame flickering in the wind, and squinted in the darkness trying to read the text on the marble tablet: it gave the names of the men and women who had gone down with the SS Malmi in the Baltic on December 7, 1979, nearly a quarter of a century earlier. Fernström stood in the chill of the November evening and looked at the blazing sky out to sea as it lost its color and darkened; he watched the angry waves as they turned black, felt the wind bite his cheeks, and thought of the terror the seamen must have felt as they fought in vain for their lives. But now, on this Saturday morning, the clear sky and icy cold wind of the previous day had been replaced by fog and calm, and while Fernström drove along the empty Mannerheimintie toward the covered football pitch in Tali, he thought about the God-forsaken suburban football pitches where he had rounded off his career: he heard the wind whine through the moth-eaten goal nets, he heard the dry, creaking sound when the ball hit a rickety crossbar after a well-struck shot, and he remembered how the holes in the net had sometimes been so big that the ball had flown straight through, and how that had ignited heated debates and sometimes downright fights between the teams: had the ball gone straight through the net or had the shot missed? And once Fernström got going, he remembered more and more; he remembered the tinder—dry, yellow grass pitches that were crisscrossed by paths that the dog-owners and teenagers had trampled, and he remembered the dog turds he sometimes slipped on when he had been forced to play left- or right-back and to keep close to the touchlines. He remembered the sand pitches that hadn’t thawed properly in the spring, were pitted and dusty in the summer, and then in the autumn they either became clingy and smelly or froze hard again. He pictured the rotting wooden terracing at the pitches in the suburbs, with room for about a hundred people; he thought of the handful of relations and wives and girlfriends who came to watch the matches, and then he remembered the friendly side he’d played for in his final season—how there were never more than seven or eight of them when the match was due to start, and they had to ask some passing dog owner to stand inside the left touchline for the first fifteen minutes so that the game could get going, and after the first quarter of an hour the dog owner went and the team collected its habitual eight-goal defeat.”

 

Kjell Westö (Helsinki, 6 augustus 1961)

 

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

Frankfurt Centraal Station IV

IV

Onze ademontsporing. vette talen,
Die over mijn oor gaan liggen. – aankondigingen
Mislukken als water. – laat het.
We kijken graag omhoog. aan de balken
Herkent men vertakkingen. en
Treinbanen. Wanhoop
Onder de koepel als een schaduw van stoom.
Bordenmaniak; berichten
Wisselen in het richtingsgevoel.
Voor ons allebei. Ffm is ons
Uitwisselingscentrum voor gijzelaars. Zo hebben wij
Nauwelijks onszelf. De tragedie
Van de verdiepingen maakt ons verdacht
Verleidelijk. Inademen is een schemering
– hoe wil je hem vasthouden? –
Voor de nestgevoelens; de overige -.
We sluiten onze handen, houden ze
Rond de taille van de zandloper.
Houden een korset vast. totdat we merken:
Tijd kan overstromen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

Zie voor de schrijvers van de 6e augustus ook mijn blog van 6 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 6 augustus 2019 en ook mijn blog van 6 augustus 2017 en mijn blog van 6 augustus 2016 en ook mijn blog van 6 augustus 2015 en ook mijn blog van 6 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Martin Piekar

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

An die Kinder des Lichts


Oder zur brandheißen Neueröffnung der EZB

Und es macht euch nicht schöner
Was ihr mögt
Nicht greller, nicht verheißender
Ich wollte nie schön, nicht
Schön für das TV-Licht sein
Die Korruption ist ein Mob
Ein Knall
Eine Gewalt im Licht
Ihr wollt Kredit?
Zieht lieber
Eure teuersten Schuhe an
Denn ihr geht nicht auf die Knie
Nicht vor einem Staat
Nicht vor zwei
Oder vor der
Erhabenheit der Kontobewegungen
Wer EinwegProtestler ist
Bleibt nicht standhaft
Wer EinwegProtestler ist
Vergreift sich
Ein brennendes Auto
Hat noch niemanden zu
Prometheus gemacht
Wann erkennt ihr das?
Wann erkennt ihr ihn?
Verpiss dich Idol,
Du machst alles nur noch schlimmer
Wie SplatterPropheten
Verblendet TV-Licht
Und das wisst ihr
Haltet euch die Ohren zu,
Ich schlage dem TV in seinen
Scheißscreen, weil meiner alt ist
Und ich mir keinen neuen leiste
Die größte Kapitalismuskritik sollte
Ein bisschen Armut sein, ein
Bisschen Dumping
Auf endzeitlich, ein bisschen Discount
Auf Leben
Trollende Krawalliere auf Europatournee
Eure Penetrationsstrategie ist leck
Ich wollte nie schön sein, ich bin
Im Schatten zu gern die Stimme
Ich ist ein
Schwarzer Block
Da ist doch keine Vermassung nötig
Ich kann mich selbst revoltieren
Mich umarmen und weiter
Wer sein eigener schwarzer Block ist
Weiß um den Rückblick des Lichts
Wer Revolution fordert
Will vernascht werden
Wofür ich demonstriere
Weiß keiner
Außer mir, komm doch her
Wenn du mehr wissen willst
Wenn du versprichst
Mit leeren Händen
Deine Meinung ändern zu können
Das Verreckbare will ich feiern
Es ist, was uns erhält
Mehr noch
Was uns belebt, auch wieder-
Lass es in Ruhe, es verreckt grade
Ihr Kinder des Lichts
Lasst euch nicht
Zu Kapital schlagen
Ihr Kinder des Lichts
Zieht euer Schwarz aus
Es ist keine Meinung
Noch nötig
Ihr habt die Verschiedenheit
Des Schwarz noch nicht erkannt
Folgt mir nicht
Es gibt Pfade an Orte
An denen ihr nichts zu sehen habt
Keine Flamme im Auto oder Auge
Keine Banken
Fragt Prometheus nach dem Weg
Und ihr seid entfacht.

 

dat het abstracter is

dat het abstracter is als ik
over neuken spreek, weet alleen jij

het is een verklonken droom
tussen ons

met weerhaken haken we in emoties
en weerspreken Epicurus

zo’n beetje punkromantisch
de panchromatische nacht van Frankfurt

zet de tijd op een zijspoor
en verzet voor ons de wissels om, frivool en zorgeloos

te ontsporen in zijstraten
getatoeëerd met schaduwgraffiti

en ze serveren ons een slingerbeweging
van ideeën totdat we van de top van de stratengolf

de ochtend in slingeren
Ik wou dat Caravaggio ons zo kon schilderen

nee, alleen hij, dronken danst de nacht door
hé – hé, jij, je dromen

wandelen als spinnen uit je hoofd
door je waaiende haar als arcering

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

Zie voor de schrijvers van de 5e augustus ook mijn blog van 5 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 5 augustus 2019 en ook mijn blog van 5 augustus 2016 deel 1 en ook deel 2.

Rutger Kopland, Martin Piekar

De Nederlandse dichter en schrijver Rutger Kopland (eig. Rutger Hendrik van den Hoofdakker) werd geboren in Goor op 4 augustus 1934. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2010 en ook alle tags voor Rutger Kopland op dit blog.

 

Enkele andere overwegingen

Hoe zal ik dit uitleggen, dit waarom
wat wij vinden niet is
wat wij zoeken?

Laten wij de tijd laten gaan
waarheen hij wil,

en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels,
uitzichten onze ogen

en ach, hoe eenvoud zijn raadsel vindt.

Zo andersom is alles, misschien.
Ik zal dit uitleggen.

 

Beukenlaan

De gedachte dat deze bomen weten
wie ik ben, uit al die mensen deze toevallige
man, vrouw, deze ene

ze komen zo langzaam uit het gazon
gaan zo langzaam langs het pad
verdwijnen zo langzaam

de gedachte dat deze bomen
om mij geven, dat ze op mij wachten,
dat ze weten dat ik kom

 

Roeiboot

Waarom moet ik blijven kijken
naar die ansichtkaart – een roeiboot

hij ligt op de rimpelende spiegel
van een avondhemel
verankerd met een dunne lijn
aan iets in de diepte

het is een foto maar je ziet hoe
de boot schommelt en
rukt aan zijn anker

zo moet het altijd te zien zijn geweest
een boot wachtend op zijn roeier

er is gedacht dat wij ooit zouden worden
gehaald en worden gevaren
naar een verre overkant

daarom

 

Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

Frankfurt Centraal Station II

II

Rockupy menigte, doorverwezen
Naar naïeve gehoorgangen. Vrede,
Is de isolatie

Op de koop toe te nemen
Terwijl duiven
Iemand vermaken. In de architectuur
Stroomt woord voor mij voor woord,
Gist niet aan mij. Vergeet

Vergeet het, wat je wilde horen
Komt niet te laat, het krijgt
Geen toegang tot het onweer-
decor: Rockupy Cable Camp.
Reclame
Als speciaal fluctuerend element
Tussen de schouders.
Als vensterglas
Zit ik viskeus in reizen vast;
Aan zijn mp3-speler
Blijft Iedereen tussen de rails plakken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e augustus ook mijn blog van 4 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 4 augustus 2019 en ook mijn blog van 4 augustus 2017 en ook mijn blog van 4 augustus 2013 en mijn blog van 4 augustus 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3 en mijn blog over Robert Beck.

Radek Knapp, Mirko Wenig

De Pools-Oostenrijkse schrijver Radek Knapp werd geboren op 3 augustus 1964 in Warschau. Zie ook alle tags voor Radek Knapp op dit blog.

Uit: Gebrauchsanweisung für Polen

„Die Lage ist prekär, aber auch vielversprechend. Seit unser Land sich von den Kommunisten befreit hat und von da an die zivilisierte Welt mit seiner Gegenwart beglückt, interessiert man sich ganz besonders in Westeuropa für uns, ja, hier und da hat man den neuesten Entwicklungen zum Trotz an uns sogar Gefallen gefunden. Nach dem Tiefseetauchen vor den Seychellen, dem Bungee-Jumping im Grand Canyon sind jetzt unsere slawischen Landschaften und Städte dran. Polen ist aus unerfindlichen Gründen trendy geworden und will daher gut präsentiert und gelobt werden.
Eine gute Nachricht ? Ganz sicher sogar. Bedauer¬licherweise gibt es auf der Welt kein Land, das man nur loben kann. Frankreich nicht und Amerika schon gar nicht, selbst am Fürstentum Monaco gibt es etwas auszusetzen. Und wir ? Wir sind wahrlich nicht Monaco, auch wenn kein Tag vergeht, an dem wir uns das nicht wünschen.
Allein bei unseren deutschen Nachbarn war man lange der Meinung, dass die Schwaben die besten Autos der Welt bauen, während die Polen Meister in der Kunst waren, sich diese illegal anzueignen. Ganz zu schweigen von unseren letzten politischen Kapriolen.

Wir selbst beschweren uns ja auch immer wieder, dass wir das eigene Land nicht mit dem nötigen Ernst behandeln, sodass es bei uns von Zeit zu Zeit so aussieht wie auf dem Umschlagmotiv dieser Gebrauchsanweisung. Gleichzeitig müssen wir uns den Vorwurf gefallen lassen, dass wir zu gern in die Rolle des Märtyrers ver¬fallen, um die Verantwortung abzuwälzen, die auf uns lastet.
Wollen wir all das bestreiten ? Natürlich nicht. Sind wir darüber unglücklich ? Gewiss. Aber Rechtfertigungen bringen uns nicht weiter. Es ist ja schon schwer genug, einem Westeuropäer beizubringen, warum jeder Zweite von uns einen Schnurrbart trägt. Geschweige denn, warum wir im Herbst wie eine Horde Yetis in den Wald stürmen, um Jagd auf Pilze zu machen, als wären es zumindest Austern.
Wenn also wir, meine lieben, widerspenstigen Landsleute, wirklich etwas für unser Land tun wollen, dann sollten wir zeigen, dass wir eine Nation mit Potenzial sind. Und dieses erkennt man am besten daran, wie viel Selbstkritik wir ertragen können. Denn die Zweifel an unserem Land kann nur das ausmerzen, was sie ver¬ursacht hat : Polen selbst, oder Pologne, oder wie man unsere Heimat da draußen sonst zu nennen pflegt.
Und während ihr, meine lieben und widerspenstigen Landsleute, in Anbetracht des soeben Behaupteten nachdenklich die Stirn runzelt, schreitet dieses Büchlein zur Tat und geht mit gutem Beispiel voran.“

 

Radek Knapp (Warschau, 3 augustus 1964)

 

De Duitse dichter Mirko Wenig werd geboren op 3 augustus 1977 in Gera. Zie ook alle tags voor Mirko Wenig op dit blog.

 

Ik, single, bewoonbaar

Aan mijn armen ontspruit
Een hek, een huis, een tuin.

Dit is mijn woonplaats
in de winter. Mijn rug is de bank,
linksonder, de kleine teen, een oven.
Roetzwart vreet zich het huis
in het hemd. ik hou me stevig vast

om niet voorover te vallen
waar de adem slecht ruikt. De sigaar
zendt rooksignalen. Hallo,
is er iemand, hier ben ik thuis.
Kom maar, ik lig
op mijn buik.

Dit hier
is een wollen deken.
Dit hier
is mijn adres.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mirko Wenig (Gera, 3 augustus 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e augustus ook mijn blog van 3 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 3 augustus 2016 en mijn blog van 3 augustus 2015 en eveneens van 3 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

James Baldwin, Conrad Aiken

De Amerikaanse schrijver James Baldwin werd op 2 augustus 1924 in Harlem, New York, geboren. Zie ook alle tags voor James Baldwin op dit blog.

Uit: The Cross Of Redemption

“My quarrel with the English language has been that the language reflected none of my experience. But now I began to see the matter in quite another way. If the language was not my own, it might be the fault of the language; but it might also be my fault. Perhaps the language was not my own because I had never attempted to use it, had only learned to imitate it. If this were so, then it might be made to bear the burden of my experience if I could find the stamina to challenge it, and me, to such a test.
In support of this possibility, I had two mighty witnesses: my black ancestors, who evolved the sorrow songs, the blues, and jazz, and created an entirely new idiom in an overwhelmingly hostile place; and Shakespeare, who was the last bawdy writer in the English language. What I began to see — especially since, as I say, I was living and speaking in French — is that it is experience which shapes a language; and it is language which controls an experience. The structure of the French language told me something of the French experience, and also something of the French expectations — which were certainly not the American expectations, since the French daily and hourly said things
which the Americans could not say at all. (Not even in French.) Similarly, the language with which I had grown up had certainly not been the King’s English. An immense experience had forged this language; it had been (and remains) one of the tools of a people’s survival, and it revealed expectations which no white American could easily entertain. The authority of this language was in its candor, its irony, its density, and its beat: this was the authority of the language which produced me, and it was also the authority of Shakespeare.
Again, I was listening very hard to jazz and hoping, one day, to translate it into language, and Shakespeare’s bawdiness became very important to me, since bawdiness was one of the elements of jazz and revealed a tremendous, loving, and realistic respect for the body, and that ineffable force which the body contains, which Americans have mostly lost, which I had experienced only among Negroes, and of which I had then been taught to be ashamed.
My relationship, then, to the language of Shakespeare revealed itself as nothing less than my relationship to myself and my past. Under this light, this revelation, both myself and my past began slowly to open, perhaps the way a flower opens at morning, but more probably the way an atrophied muscle begins to function, or frozen fingers to thaw.”

 

James Baldwin (2 augustus 1924 – 1 december 1987)

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

Lieveling, laten we nogmaals de regen prijzen

Lieveling, laten we nogmaals de regen prijzen.
Laten we een nieuw alfabet ontdekken,
Voor dit, wat zo vaak geprezen werd; en onszelf zijn,
De regen, de vogelmuur en het klisblad,
De groen-witte ligusterbloem, de gevlekte steen,
En alles wat de regen verwelkomt ; de mus ook, –
Die vanuit zijn afzondering met een scherp oog toekijkt,
Onder de iepentak, tot de regen voorbij is.
Er is een wielewaal die, ondersteboven,
Aan zijn nest hangt en zwaait met een oranje vleugel, –

Onder een boom zo dood en stil als lood;
Er is een enkel blad, in heel deze hemel
Van bladeren, die de regen van zijn twijg heeft losgemaakt:
De stengel breekt en hij valt, maar hij wordt opgevangen
Op een zusterblad, en zo hangt ze;
Er is een eikelnapje, naast een paddenstoel
Die drie druppels van de laag hangende wolk opvangt.
De schuchtere bij gaat terug naar de korf; de vlieg
Onder het brede blad van de stokroos
Hangt flauw van de kou; de regendonkere slak

Onderzoekt de natte wereld vanaf een waterige steen…
En nog steeds fluisteren de lettergrepen uit water:
Het wolkenrad draait langzaam: terwijl we wachten
In de donkere kamer; en in je hart vind ik
Een zilveren regendruppel, – op een meidoornblad, –
Orion in een spinnenweb, en de wereld.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e augustus ook mijn blog van 2 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 2 augustus 2018 en ook mijn blog van 2 augustus 2017 en ook mijn blog van 2 augustus 2011 deel 2.

Gerrit Krol, Thomas Rosenlöcher

De Nederlandse dichter en schrijver Gerrit Krol werd geboren op 1 augustus 1943 in Groningen. Zie ook alle tags voor Gerrit Krol op dit blog.

 

Athletiek

Junior heeft gelopen.
Hij wordt opgevangen
en tot stilstand gebracht;
het voordeel in zijn rug
bekeken en gemeten
de lengte van zijn schoen,
de druppel aan zijn neus
afgenomen, doorgegeven;
het voordeel in zijn rug,
de thermometerstand
vermenigvuldigd met
de luchtweerstand,
uitgerekend: Junior
heeft gelopen – hoera –
harder dan in Rome
vier jaar terug,
het record is gebroken!
En van de tribune komt kaal,
oud en fier – hoera –
de legendarische Huizinga
die voor de Eerste Wereldoorlog
het tweemaal heeft opgenomen
tegen een paard – om Junior
de hand te schudden.

 

Landschap

Ik ben na jaren terug,
op een gewone dag; het pad
leidt langs de kant
van russen en laagveen
naar waar de molen staat
van ijzer en manshoog;
zijn draaipot is vernield.

Het veen is omgekeerd,
de heide uitgebrand
van vuursteen; in de kuilen
ligt papier, de kuil
waar ik voorover lag
op een grijze morgen,
die kuil was hier.

 

Kleine oorlog

De illegalen zijn weer gevaarlijk
met hun fluitkoord om de hals.

Zij zeggen: als de sneeuw vuil is,
waarmee zal het worden gereinigd?

Dat is ons parool. En nog meer.
Want wie geen parool heeft is gek.

Zij werpen brandende lucifers
op een burger zijn kleren.

Zo een vrouw in de Spuistraat:
zij wordt met 1 schot neergelegd.

Afgelegd en de borsten gewreven,
of het niets is, met jongensgenade.

Dan komt het comitee te paard
om te zien of het is beëindigd.

 

Gerrit Krol (1 augustus 1934 – 24 november 2013)

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog.

 

De stille grond

Van heel hoog boven, als uitgegoten,
maar zich stil losmakend, viel
rechts links de heuvel af een klein juichend geluk
als een hemelgordijn omlaag. Kortom, het sneeuwde,
zeilend door de lucht, tot op de grond.
Dat het takje van elke tak, beladen met sneeuw,
een ander, wit gevederd, kruiste,
en ik door een steeds grotere wirwar liep.
De brug sliep al lang onder de boog van de brug.
Slechts tot zichzelf nog sprak de beek,
als buikspreker. En zelfs als mijn sjokken
me trouw over de weg zigzaggend volgde,
bleef onbegrijpelijk dat ooit mijn voet
op een dag in het wit voor mij zou kunnen stappen.
Vooral omdat het profiel van de zool
de voetafdruk van elk moment onder zich begroef.
Zo leefde ik. Niemand kwam me tegemoet.
Zelfs mijn vader niet, veel te lang al dood.
Nog slechts een bundel botten in de grond.
Dat het me nu toch gelukt was,
om hem te vergeten want ik liep en liep,
niet wetende dat ik al lang net zoals hij
mijn armen achter mij gekruist hield terwijl ik liep.
En dat door alle vorst en sneeuw
mijn baard en haar wit geworden waren,
alsof hij mij in mijzelf tegemoet kwam
en niemand stierf. Krankzinnig gestuif
diagonaal over de weg. Onder mij in het ijs
van zeer grote bellen, de snelle pulsatie.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Rosenlöcher (Dresden, 29 juli 1947)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 1 augustus 2019 en ook mijn blog van 1 augustus 2017 en ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 3.