Paul Meeuws, Joy Ladin

De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Zie ook alle tags voor Paul Meeuws op dit blog.

Uit: Biologie

“Het is een wonder dat deze erg lange jongen nog nergens geknakt is. Kennelijk is hij niet ‘uit zijn krachten gegroeid’, zoals men wel zegt, maar verzamelt hij stuwenderwijs, als een waterstraal die omhoogschiet, maar met het tempo van bloemstelen, alle kracht die nodig is om zijn bekroning te kunnen dragen: de lang verbeide spreekbeurt over de ui.
De klas gaat er eens lekker voor zitten. De meeste gewassen hebben ze gehad, in horten en stoten, gebroken in de knop of bij voorbaat verwelkt, maar ook dieren, zoals een roerloze ringslang (‘maar hij leeft echt’), een met stomheid geslagen sprekende kraai en een spitsmuis onder een bewegend bergje houtsnippers.
De ui is de geringste uit de rij, de bunzing onder de gewassen, als voedsel, hoe klein ook versnipperd, een opdringerig ingrediënt dat de meeste kinderen naar de rand van hun bord schuiven.
Met lege handen, de ui liet hij thuis, is het moeilijk om overeind te blijven voor de klas. Zijn handen fladderen naar houvast, zijn hoofd tolt van de vijandige kennis. Propvol spreekbeurt zit het, in slapeloze uren ontkiemd maar telkens weer anders geënt, op zijn zolderkamertje als gedurfde loot aan een poëtische stam, aan de keukentafel onder de betraande ogen van moeder en zoon nadat bolvlies, bolrokken, okselknoppen en bolschijf aanschouwelijk zijn gemaakt, en in zijn vaders studeerkamer, waar het tere ovarium dreigde te worden verpletterd onder een drukkende stilte en het gewicht van de bruinlederen Winkler Prins.
De ui heeft dit gezin geteisterd. De ouders zijn elkaar de slaperige, ongenaakbare domheid van hun enige zoon gaan verwijten, hun gebrek aan meegaandheid ofjuist een harde hand. Ruim vijftien jaar na dato blijkt het moment van zijn verwekking van een onvergeeflijke achteloosheid.
Hun zoon heeft de willoze opstandigheid van een plant. Zijn machteloze lengte is de vader een doorn in het oog, leidend tot niets dan een eigenzinnige flos haar op de overigens kaalgeschoren schedel. Wat gaat er in hem om, vraagt de moeder zich wanhopig af, nu zijn donzige wangen onbereikbaar voor haar zijn geworden en haar handen terugschrikken van de magere borst die ze vlak voor haar ogen ziet oprijzen, knokig als een tenen mand. O duw mij niet weg, zou ze hem willen toeroepen, ik wil zo graag met je mee.
‘De ui,’ zegt de jongen, ‘is een lelieachtige”.

 


Paul Meeuws (Roermond, 25 maart 1947)
Portret door Peter Thijs, 2024

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

Psalmen

II

Je laat me schrikken zoals het konijntje in mijn blik
van mij schrikt. Ik sta verstijfd,
bruin oog op jouw naderende silhouet gericht.

Soms scheur je me aan snippers,
soms knijp
je tot krakens toe mijn ribben, altijd

kijk je hoe ik bloed en bloesem,
nieuwsgierig, van een afstand,
als was ik een pluizig plukje schrik

verstijfd tussen submissie
en de drang om weg te schieten
in de ondergroei

van immer. Jij gaat me
een of andere dood doen schrikken
als je nadert.

En je nadert.
Je geur zit in mijn kleren, mijn boeken,
het speelgoed van mijn kinderen,

mijn twee of drie schaamdelen
gewijd alleen
aan pijn uitstralen, mijn organen

van behoeftigheid en schik. Waarom toch uit zijn
op dit huiveren
in iets kleins en onbeduidends

dat vraagt om niets
dan te mogen worden uitgewist?
Waarom bemoei je je met ons

als je bestaan gebonden is
aan geen bepaling
behalve absolute vrijheid

en absolute afstand
tot de bot- en waarheidsplinters,
die altijd meer tot stilstand neigen

hoe dichter iemand
bij je is?

 

Vertaald door Joost Baars

 


Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e maart ook mijn blog van 25 maart 2021 en ook mijn blog van 25 maart 2020 en eveneens mijn blog van 25 maart 2019 en ook mijn blog van 25 maart 2018 deel 2.

Joy Ladin

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

A Story of Windows

Once there were windows in search of a house.
The windows slid silently
through the air at noon
like a tribe of unreturned stares.

There was a building whose windows were broken,
whose front door flapped
like a jaw on broken hinges:
Over here. Over here.

The windows couldn’t hear.
They were more like eyes than ears,
grains of sand
fused and clarified by furnace-blasts.

Still, they settled into frames
that weren’t made for them.
Hid behind shades. Specked and cracked. Longed
to forget what they were made to be

and slice the air again.

 

 

In This Dream, We Can See Each Other’s Dreams

In this dream, I am never tired.
We bicycle uphill for hours toward a lighthouse
that keeps sliding backward, trying not to fall into the sea.

In this dream, your childhood
is there in your cupboard,
right behind the spices.

In this dream, we stroll arm in arm
through museums of beautifully terrifying things.
Shelves of books whisper as they write us.

In this dream, we have never met. We miss each other by seconds
in subways and movie theaters, a ballet of miraculous, life-changing chances
we don’t realize we will never have.

In this dream, you ride a roller coaster threaded through a city.
I wait for you at the exit.
I’m the one who’s screaming.

In this dream, we stay up late watching bald men love and lie.
Our shoulders touch. Our thighs. In this dream,
potato chips aren’t fattening. That’s how we know we’re dreaming.

In this dream, we are the wine we’re drinking.
We pool in a pair of goblets, delighting in our excellent vintage,
our nose of coriander, our witty, ecstatic finish.

In this dream, trees bud as we scuff through falling leaves.
Your arm slides around my waist.
The world turns warm and green.

 

Survivalgids

Hoe oud je ook bent,
het helpt om jong te zijn
wanneer je tot leven komt,

om onaf te zijn, een mysterieuze verklaring,
een reis van ster naar ster.

Dus pak een doos krijtjes

en teken je familie
die ongemakkelijk wegkijkt
van de jij die je hebt ingeruild

voor de mannequin
die zij een naam hebben gegeven. Je zou
moeten helpen opruimen, maar je bent zo druk met bang zijn

om lief te hebben of niet
dat je het plezier mist om jezelf te kleden
in de schaamte van het leven.

Bedek je oogleden met middernacht;
bedek je hart met vorst;
wrijf over alles heen, de hormonen die

de productie van liefde
regelen
uit karmische vuilnisbelten.
Verander jezelf in

de echte jij
die je alleen kunt ontdekken
door anders te zijn.

Voila! Je bent vrij.
Leer van de pijnlijke stilte te houden
die je zult zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e maart ook mijn blog van 24 maart 2021 en ook mijn blog van 24 maart 2020 en eveneens mijn blog van 24 maart 2019 en ook mijn blog van 24 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Gary Whitehead

De Amerikaanse dichter Gary Joseph Whitehead werd geboren op 23 maart 1965 in Pawtucket, Rhode Island. Zie alle tags voor Gary Whitehead op dit blog.

 

Making Love in the Kitchen

We do it with knives in hand,
blue tongues licking the bottoms of pots,
steam fogging the windows from hearts
of artichokes being strained.

Hearts are made to be carved
out, cooked soft, slathered with butter,
fork-stabbed and lifted to another’s
open mouth. We say we are starved,

as though we were doing this alone,
lonely as an onion in its skin,
say we are starving when what we mean
is that we want to postpone

the inevitable, which is inedible,
however we dice
it, and so we make—as it consumes us—
this love we call a meal.

 

Lot’s Wife

Sometime soon after the embers cooled,
after dust clouds settled, after the last strings
of smoke, hoisted by desert breezes, cleared the air,

they must have come, people of those three cities
remaining, to pick among the charred bones,
the rubble of what was once temple and house,

stable and brothel; to kick at stones; to tug
at handles of buckets, blades of shovels and spades.
Later, raising ash plumes in the scorched plain,

cloths at their mouths and noses, eyes burning,
neither fearful nor repentant but full of wonder,
full of the scavenger’s overabundant hope,

they would have found her—even as now
some men encounter the woman of their dreams
(beauty of the movie screen, princess they capture

with a camera’s flash, girl whose finger brushes theirs
when she takes their card at the market register)—
found her, that is, not as the person she was

but as whom they needed her to be, and, man or woman,
each of them would have wanted a piece of her.
Standing in that wasted landscape,

she must have seemed a statue erected there
as a tribute to human frailty, white, crystallized,
her head turned back as if in longing to be the girl

she had been in the city she had known.
And they must have stood there, as we do,
a bit awestruck, taking her in for a time,

and then, with chisel and knife, spike and buckle,
chipped at her violently and stuffed their leathern
pouches full of her common salt, salt with which

to season for a while their meat, their daily bread.

 

Vol bloed en irrelevant

Als het geheugen vingers had, zou het
elke vergeetbare dag die we deelden uit me wringen.

De double date-rit naar Plum Island
in de stromende regen, ramen beslagen

als doucheglas. Ik zou nu naar elke
lach van je luisteren. Die zondagochtend,

maart, een mislukte kruiswoordpuzzel herstellend
terwijl onze kleren rolden in het mechanische liedje

van de wasserette. Welk shirt
droeg je? Hoe lang was je haar toen?

Een jaar in retrospectief is een afgevinkte lijst
geschreven in verdwijnende inkt en vastgeklemd

in een strakke vuist. Shampoo opruimen. Vuilnis
buiten zetten. Sluitring in gootsteen vervangen.

Hoeveel uur hebben we samen doorgebracht?
Als we de kans kregen om het opnieuw te doen, zouden we

het dan op dezelfde manier doen? En als het geheugen
vingers had en die vingers een

vuist vormden, zouden onze tijden dan schitteren,
rood als robijnen, vol bloed en irrelevant?

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Gary Whitehead (Pawtucket, 23 maart 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e maart ook mijn blog van 23 maart 2020 en eveneens mijn blog van 23 maart 2019 en ook mijn blog van 23 maart 2015 deel 1 en eveneens mijn blog van 23 maart 2014 deel 1 en ook deel 2.

Billy Collins

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

 

Canada

I am writing this on a strip of white birch bark
that I cut from a tree with a penknife.
There is no other way to express adequately
the immensity of the clouds that are passing over the farms
and wooded lakes of Ontario and the endless visibility
that hands you the horizon on a platter.

I am also writing this in a wooden canoe,
a point of balance in the middle of Lake Couchiching,
resting the birch bark against my knees.
I can feel the sun’s hands on my bare back,
but I am thinking of winter,
snow piled up in all the provinces
and the solemnity of the long grain-ships
that pass the cold months moored at Owen Sound.

O Canada, as the anthem goes,
scene of my boyhood summers,
you are the pack of Sweet Caporals on the table,
you are the dove-soft train whistle in the night,
you are the empty chair at the end of an empty dock.
You are the shelves of books in a lakeside cottage:
Gift from the Sea by Anne Morrow Lindbergh,
A Child’s Garden of Verses by Robert Louis Stevenson,
Anne of Avonlea by L. M. Montgomery,
So You’re Going to Paris! by Clara E. Laughlin,
and Peril Over the Airport, one
of the Vicky Barr Flight Stewardess series
by Helen Wills whom some will remember
as the author of the Cherry Ames Nurse stories.
What has become of the languorous girls
who would pass the long limp summer evenings reading
Cherry Ames, Student Nurse, Cherry Ames, Senior Nurse,
Cherry Ames, Chief Nurse, and Cherry Ames, Flight Nurse?
Where are they now, the ones who shared her adventures
as a veterans’ nurse, private duty nurse, visiting nurse,
cruise nurse, night supervisor, mountaineer nurse,
dude ranch nurse (there is little she has not done),
rest home nurse, department store nurse,
boarding school nurse, and country doctor’s nurse?

O Canada, I have not forgotten you,
and as I kneel in my canoe, beholding this vision
of a bookcase, I pray that I remain in your vast,
polar, North American memory.
You are the paddle, the snowshoe, the cabin in the pines.
You are Jean de Brébeuf with his martyr’s necklace of hatchet heads.
You are the moose in the clearing and the moosehead on the wall.
You are the rapids, the propeller, the kerosene lamp.
You are the dust that coats the roadside berries.
But not only that.
You are the two boys with pails walking along that road,
and one of them, the taller one minus the straw hat, is me.

 

BOOKS

From the heart of this dark, evacuated campus
I can hear the library humming in the night,
an immense choir of authors muttering inside their books
along the unlit, alphabetical shelves,
Giovanni Pontano next to Pope, Dumas next to his son,
each one stitched into his own private coat,
together forming a low, gigantic chord of language.

I picture a figure in the act of reading,
shoes on a desk, head tilted into the wind of a book,
a man in two worlds, holding the rope of his tie
as the suicide of lovers saturates a page.
or lighting a cigarette in the middle of a theorem.
He moves from paragraph to paragraph
as if touring a house of endless, panelled rooms.

I hear the voice of my mother reading to me
from a chair facing the bed, books about horses and dogs,
and inside her voice lie other distant sounds,
the horrors of a stable ablaze in the night,
a bark that is moving toward the brink of speech.

I watch myself building bookshelves in college,
walls within walls, as rain soaks New England,
or standing in a bookstore in a trench coat.

I see all of us reading ourselves away from ourselves,
straining in circles of light to find more light
until the line of words becomes a trail of crumbs
that we follow across a page of fresh snow;

when evening is shadowing the forest,
small brown birds flutter down to consume them
and we have to listen hard to hear the voices
of the boy and his sister receding into the perilous woods.

 

Introductie tot poëzie

Ik vraag ze een gedicht te nemen
en tegen het licht te houden
als een kleurendia

of een oor te drukken tegen zijn omhulsel.

Ik zeg laat een muis vallen in een gedicht
en kijk hoe hij tracht zijn weg naar buiten te vinden,

of loop de kamer van het gedicht binnen
en tast de wanden af naar een lichtknopje.

Ik wil dat ze waterskiën
over het oppervlak van het gedicht
wuivend naar de naam van de schrijver aan de wal.

Maar alles wat zij willen
is het gedicht met touw aan een stoel vastbinden
om er een bekentenis uit te martelen.

Zij slaan het met een tuinslang
om te weten te komen wat het bedoelt.

 

Vertaald door Ron Rijghard

 


Billy Collins (New York, 22 maart 1941)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e maart ook mijn blog van 22 maart 2020 en eveneens mijn blog van 22 maart 2019 en ook mijn blog van 22 maart 2016 en mijn blog van 22 maart 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Hermann Lenz

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies negentien jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog en Romenu’s eerste lustrumpagina.

 

Wachtende

Nog dezen avond zult gij tot mij komen.
Tusschen ons beiden is een ijle sfeer
Van liefde, vreezen, en vertwijfelingen,
En het zal zijn als immer, en niets meer.
Ik mag uw handen nemen, en mijn oogen
Zullen verwaasd en brandend naar u zien.
En als ik van uw frisschen jongen mond,
Die even open is, het beven zie,
Hef ik mijn handen om uw blonde hoofd
Te neigen zacht naar mij … lief en beslist
Blijft gij mij weigeren wat ik begeer …
Uw oogen zullen in mijn oogen zijn,
En onze handen gloeien in elkaêr.
Misschien zal ik uw haren mogen streelen,
Misschien mag ik uw zacht gezicht beroeren,
Doch niet zal ik uw oogen mogen kussen,
Niet kussen uwen schoon ontbloeiden mond…
Nog dezen avond zult gij tot mij komen,
Maar het zal zijn als immer, en niets meer.

 


Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Portret door Alfred Löb, 1936

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

 

Allengs

April, april
en tergend langzaam groeit het gras.
Nog breekt de zon niet door.

Kauwtjes houden voor elkaar de wacht.
Ze diepen uit de grond
het on-ontkiemde zaaigoed op.

De was hangt aan de lijn
nog natter
na te druipen in het gras.

Het weer is een gemoedsaandoening
van je wereld.
Je wil graag dat het overgaat.

Licht breekt de zon dan door – het daagt.

Je bent er ongedurig nog,
nog hier, nog steeds.

Je ondergaat het razen van de dagen
langzaamaan.

Je wil, je wil.

April.

 

 

vos en hol

zo ligt de jager in zijn vacht:
waakzaam nog
een oor gespitst
een oog vangt op een kier een splinter licht

het is kalm in het hok
tussen veren verspreid in het stro liggen kippen

wraak is wat op jagers jaagt
het achtervolgt ze
en met trommels en lantaarns jagen honden uit de buurtschap op

uit zijn hol geblaft staart de vos in het oog van de loop

ongeloof nu of dit echt –

de jager in zijn vacht gelegd

 

vleugellam

verlaten rust het
lam
dood uit de ooi getrokken, schoongelikt nog

zo moet Icarus erbij gelegen hebben

teruggeworpen in de schoot
gebroken
maar onder oogleden onaangetast nog het idee
ondraaglijk licht te zijn

zo uitgelicht
dat mogelijk nu uit de tandeloze bek een engel stapt

met achterlating van een vacht die het magere vlees
nog omgeeft

 


Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Tijdgewoel

In het gewoel van de tijd
Te voelen wat er nu is:
Het haar van een vrouw,
Een web van gevoelens.

Het zou waar kunnen zijn
Wat iemand in zijn boek schrijft
Daarom laat je het drukken
En woel je je door de tijd.

Jij zelf creëert voor jezelf.

Bij ’t ontwaken om zes uur zeven
Haast je je en schrijf en weet
Onder de douche,
Wat te beleven is:

Tederheid in de vingertoppen
En tederheid voor de woorden, de verzen,
De ritmes in het gewoel van de tijd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e maart ook mijn blog van 21 maart 2022 en ook mijn blog van 21 maart 2021 en ook mijn blog van 21 maart 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2019 en ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 2 en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

Eerste lentedag ( J. C. Bloem), Friedrich Hölderlin

 

Bij het begin van de lente

 


Lentelandschap bij Kortenhoef door Egbert Schaap, 1914

 

 

Eerste lentedag

Weer de lente. De verbijsterde oogen,
Falende in het winters bleek gezicht,
Zien de huizen en de bruggebogen
Op en neer gaan in het wankel licht.

Zien en zien niet door de duizelingen
Van de weer oneindige rivier;
Zon en water kruisen daar hun klingen
En het hart is bonzend en niet hier.

Weer een lente en de haar bitter-eigen
Zilte geur, die langs de kaden glijdt.
Is ’t het tij, dat stroomopwaarts komt stijgen —
Of de zeelucht van de eeuwigheid?

 


J. C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Portret door Sierk Schröder, 1953

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Christian Friedrich Hölderlin werd geboren op 20 maart 1770 in Lauffen am Neckar in het Hertogdom Württemberg. Zie ook alle tags voor Friedrich Hölderlin op dit blog.

 

De lente

De man die vaak zichzelf heeft overstelpt met vragen
spreekt van het leven dat hem eensklaps weer verheugde,
wanneer geen zorgen aan de ziel meer knagen
en hij op zijn bezit kan zien met vreugde.

Als hem in hoge lucht een woning staat te prijken,
wordt ruimer voor hem ’t veld, zijn voeten gaan kordater
het land in, vrijer kan hij rond zich kijken,
en stevig zijn de vlonders over ’t water.’

 

Vertaald door Ad den Besten

 


Friedrich Hölderlin (20 maart 1770 – 7 juni 1843)
Standbeeld in Nürtingen, waar de dichter in zijn jonge jaren lang woonde.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e maart ook mijn blog van 20 maart 2021 en ook mijn blog van 20 maart 2020 en eveneens mijn blog van 20 maart 2019 en ook mijn blog van 20 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3 en ook deel 4.

Lina Kostenko, Roman Libbertz

De Oekraïense schrijfster en dichteres Lina Kostenko werd op 19 maart 1930 geboren in Rzhyshchiv. Zie ook alle tags voor Lina Kostenko op dit blog.

 

How Bitter Is the Wine

Devotion, loving —
truths that are primeval.
They were invented long before our time.
And we…
Are what?
Just two colliding people.

How bitter, oh,
how bitter is the wine!

But we must drink. It is a useful habit.
It, too, was made for us before our time..
To our meeting!
Our separation!

How bitter, oh,
how bitter is the wine!

 

 

In Evenings Lit by Dove-Gray Beams

In evenings lit by dove-gray beams,
in fields that I alone, no doubt, knew,
how many dreams
how many reams
printed with words I’ve dreamed about you!

I know not your name,
where you live,
who gets your love and your caresses.
I know you also wait, and give
your heart in anxious loving guesses.

And I’ll come into your life then,
and recognize you like my own hand,
the way the sons of banished men
will know at once their fathers’ homeland.

I’ll live because of this, my gem.
Let others all go undiscovered,
as long as I don’t lose in them
my one
my own
that’s like no other.

Let this be folly I have known,
mirages caused by being lonely!
My poor heart dreams of you alone,
Like oceans dream of tempests only.

 

 

Don’t Let Your Wistful Glances Start Explaining

Don’t let your wistful glances start explaining
the thoughts that words are still afraid to form.
From this begins a care that’s self-sustaining.
From this begins the silence of the storm.

Are you a dream, a fantasy, a vision,
some magic of the mind I should dismiss?
Oh, what a rainbow crossed our wide division!
Oh, what a vast, uncrossable abyss!

 

Vertaald door Ellen Poplavska

 


Lina Kostenko (Rzhyshchiv, 19 maart 1930)

 

De Duitse dichter, schrijver en schilder Roman Libbertz werd geboren op 20 maart 1977 in München. Zie ook alle tags voor Roman Libbertz op dit blog.

 

Recht in het hart

Wij zijn een stel bij het afscheid,
in de uitgesponnen laatste blikken,
als een bloedstollende schreeuw,
zachtjes, zodat niemand mij kan horen,
Met deze blik in je ogen is het begonnen.

Een strijd waarvan het einde voor ons beiden voorspelbaarder was,
dan alles wat we tot dan toe aan onszelf hadden bewezen,
Verlangen en geborgenheid
door de dolk van Damocles gestoken,
recht in het hart.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Roman Libbertz (München, 20 maart 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e maart ook mijn blog van 19 maart 2022 en ook mijn blog van 19 maart 2020 en eveneens mijn blog van 19 maart 2019 en ook mijn blog van 19 maart 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Tonnus Oosterhoff, Lina Kostenko

De Nederlandse dichter en schrijver Tonnus Oosterhoff werd geboren in Leiden op 18 maart 1953. Zie ook alle tags voor Tonnus Oosterhoff op dit blog.

 

Naar het zuiden

Bij Rostock was de kade blauw. In Fulda stond de wind.
De Neckar zwol tot aan de zandzakken.
In Heidelberg, geloof ik, de kantoorboekhandel heet Pech,
heb ik een nietmachientje achterovergedrukt; de autokaart
rekende ik netjes af.
Om een vergelijking te maken
heel Duitsland door
alleen om niet

Ik sta aan een koud meer,
groene pantsers verdronkenemansbewegen.
De kaart gevouwen op de rug in mijn kleinige, vrouwige handen.
Dorp en weg aan de overkant, een steiger daar,
een wit bootje in streperig zonlicht.
‘Wie bent u? Mijn naam is Harp!’
Dat verstond ik niet zeker, ik
hoopte denk ik maar dat ik geroepen werd.

Ik wil leven! Dus door naar het zuiden.
Dat mijn neus groot wordt, mijn wangen slinken.
Roos en meidoorn. Kastanjebloesem. Ik wil
als een Calabrische ezel balken,
van vreugde en angst en begeerte krampen.

 

 

Wijdere jaszak…

Wijdere jaszak. Uit de borst druipt
inkt, uit de vestzak donker
naar het vriezende stilblazen,
het niet te omklemmen gesternte.
Dieses Gras ist ganz ungedacht kühl.

De vingervlugge zwarthandelaar laat bij de kapstok
ongezien inkt in zijn aktentas glijden,
ik zag het. Zijn joviale armgebaar is
een uitvegen. We zullen hem nooit terug zien.

 

 

Wat ligt de oude meneer

Wat ligt de oude meneer
maar kort te slapen voor zijn dood
al lijkt het lang.
Als een zandhoopje
in de wind versleten.
Zijn trage gebaren haastig
ribbels op het strand.
Ziek geel schuim met de zee
vol water er achter.

Doodsbleek in de lelijkste stoel
voelt hij schuld over
zijn vrouw zaliger
voor hij wegsukkelt.
‘Je wendde je af van het geluk.’
Zijn eigen stem, die hem naroept.
Op de schoorsteen hurkt de nar,
hij houdt de rook tegen
en overziet de wereld.

 


Tonnus Oosterhoff (Leiden, 18 maart 1953)

 

De Oekraïense schrijfster en dichteres Lina Kostenko werd op 19 maart 1930 geboren in Rzhyshchiv. Zie ook alle tags voor Lina Kostenko op dit blog.

 

Het leven gaat voorbij en verandert nooit

Het leven gaat voorbij en verandert nooit
En de tijd vliegt zonder te stoppen.
Madame de Pompadour is al lang dood
En na de Zondvloed wonen we nu.

Ik weet niet wat in de toekomst zal zijn,
Welke kleren de natuur zal dragen.
Die ene, die nooit moe is, is tijd,
Maar we zijn sterfelijk, we moeten ons haasten.

Om iets te doen, iets achter te blijven
We zijn niets en gaan weg met de wind.
Alleen de lucht, blauwe ogen,
hebben dit land altijd in bloei gezien.

Tenslotte gaan deze bossen niet dood,
Tenslotte verdwijnen deze woorden niet.
Het leven gaat voorbij en verandert nooit
En als jij schrijft – blijft het voor eeuwig.

Maar wees niet bang voor treurige zinnen,
Je wordt genezen door de begrippen
Wees niet bang voor waarheid, als die bitter is,
Zelfs als de weemoed zo groot is als rivieren.

Maar lieg nooit tegen de mens zijn ziel,
Want als het lukt – is het voor eeuwig.

 

Vertaald door Kateryna Kulelyaieva en Olha Melnyk

 


Lina Kostenko (Rzhyshchiv, 19 maart 1930)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e maart ook mijn blog van 18 maart 2021 en ook mijn blog van 18 maart 2020 en eveneens mijn blog van 18 maart 2019 en ook mijn blog van 18 maart 2018 deel 2 en eveneens deel 3 en ook mijn blog van 18 maart 2017 deel 3.

Diane Glancy

De Amerikaanse dichteres en schrijfster (Helen) Diane Glancy werd geboren op 18 maart 1941 in Kansas City, Missouri. Al op jonge leeftijd had ze moeite met het bepalen van haar identiteit, omdat haar levensstijl niet aansloot bij wat ze op school leerde. Glancy besloot een Cherokee-identiteit te omarmen en vond het gemakkelijk om die in haar poëzie tot uitdrukking te brengen. Ze behaalde haar Bachelor of Arts (Engelse literatuur) aan de Universiteit van Missouri in 1964 en vervolgde haar opleiding aan de Universiteit van Centraal Oklahoma, waar ze in 1983 een masterdiploma Engels behaalde. In 1988 behaalde ze haar Master of Fine Arts aan de Universiteit van Iowa. Glancy is hoogleraar Engels en begon in 1989 met lesgeven aan Macalester College in St. Paul, Minnesota, waar ze cursussen Native American literatuur en creatief schrijven gaf. De literaire werken van Glancy zijn erkend en belicht aan de Michigan State University in hun Michigan Writers Series.

 

The Eight O Five

The t(rain)
again this morning, sky always gray,
grain cars f(lying)
like blackbirds with fieldseed
in their bellies.

The eight o five carrying
g(rain)
sings like tribes
when they migrated north in summer
across the plains
following tracks of herds.

High water into trees.
The lake full of rain.
We say it is someone else
pushing down on the lake
to make it spill over its edge.

While we wait
the woman earth sings with the tribes,
transforms herself
into all things.

After the train
b(rush) burning, the delay of smoke
in the car comes after
we have passed like sound.

Rain hangs fringe from earth woman’s dress.
She holds the delay of truth
until it comes from our mouths.

Coyotes sleep on her lap,
birds fly into the b(ranches) of her hair
while farther down the road
the black snake train wiggles behind her ear.

 

Indian Chant

Hunted and sung
unhunted / unsung

clump of
loghouse / chaxed hill

unuttered / unstrung

clistered bow
hunted and unsung

hunted / strung
hunted / sung.

 


Diane Glancy (Kansas City, 18 maart 1941)

Marco Kamphuis, César Vallejo

De Nederlandse schrijver Marco Kamphuis werd geboren in Uden op 17 maart 1966. Zie ook alle tags voor Marco Kamphuis op dit blog.

Uit: Schipbreuk

“Op de avond van mijn verjaardag fietste ik naar De Zwaan, waar ik met mijn  vrienden had afgesproken, maar waar ik vooral Machteld hoopte te zien. Het leek me logisch dat ik haar na ontvangst van haar kaart op de eerstvolgende uitgaansavond zou ontmoeten in het café waar we hadden kennisgemaakt. Er was wel een innerlijke stem die mijn verwachtingen probeerde te temperen, die tegenwierp dat Machteld misschien iedereen die ze vaag kende een verjaardagskaart stuurde, maar daar sloeg ik geen acht op. Ik wist zo goed als zeker dat ik mijn achternaam Met had genoemd (ik wist die van haar in elk geval Met), dus daar had ze eerst navraag naar moeten doen, en vervolgens had ze bij die naam het adres moeten achterhalen. Wie zoveel moeite deed om een verjaardagskaart te sturen, moest toch bepaalde gevoelens voor de jarige hebben. Tot mijn ergernis werd ik bij binnenkomst in het café door mijn vrienden toegezongen. Ze hadden Apostrophe van Frank Zappa voor me gekocht, en walen zo attent geweest onderling alvast de volgorde te bepalen waarin ze de elpee van me zouden lenen om hem op te nemen. Ik gaf een paar rondjes. Tijdens het tafelvoetbalspel kreeg ik verwijten van Pieter, met wie ik een vast duo vormde: Id., vrat sta je die deur inde goten te houden? let liever op het spel!’ om een uur of elf stommelden we door het nauwe gangetje dat naar de danszaal leidde. Machteld was daar á, ze moest de afzonderlijke ingang aan de straatkant genomen hebben. met verbazing sloeg ik haar gade op de dansvloer. Waarschijnlijk kwam het door haar lengte dat haar bewegingen hoekiger dan die van andere meisjes waren. Ze leek niet zozeer te dansen als wel met de nodige overdrijving dansenden na te doen, maar vreemd genoeg had die gekunstelde stijl juist een elegant effect het deed denken aan de gemaakte manier van lopen van een mannequin op de catwalk, veel gracieuzer dan de natuurlijke loopbeweging. Tijdens het dansen droeg ze haar hoofd fier rechtop, en na een tijdje gleed haar koele blik over mij heen, die haar aan de rand van de dansvloer stond te bewonderen. Ze gaf geen enkel teken van herkenning Op dat moment drong tot me door dat die verjaardagskaart een afschuwelijke grap van mijn vrienden was geweest, dat ik gek was om te geloven dat er ooit een meisje verliefd op mij zou kunnen worden en de levenslust waartoe ik me vandaag, op mijn achttiende verjaardag had opgezweept, maakte abrupt plaats voor het inktzwarte gevoel dat ik de laatste tijd vaak had, het gevoel op een afgrond af te stevenen. ‘Promised You a Miracle’ van Simple Minds was afgelopen.”

 


Marco Kamphuis (Uden, 17 maart 1966)

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

Van pure warmte heb ik het koud

Van pure warmte heb ik het koud,
zuster Afgunst!
Leeuwen likken mijn schaduw
en de muis knaagt aan mijn naam,
moeder ziel van mij!

Naar de rand van de diepte ga ik,
zwager Ondeugd!
De rups tokkelt op zijn stem,
en de stem tokkelt op haar rups,
vader lijf van mij!

Mijn liefde staat voorop,
kleindochter Duif.
Op de knieën, mijn ontzetting
en het hoofd voorover, mijn angst!
moeder ziel van mij!

Totdat op een dag zonder twee,
vrouwe Graf,
mijn laatste ijzer klinkt
als een adder die slaapt,
vader lijf van mij…!

 

Vertaald door Bart Vonck

 


César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e maart ook mijn blog van 17 maart 2024 en ook mijn blog van 17 maart 2023 en ook mijn blog van 17 maart 2020 en eveneens mijn blog van 17 maart 2019 en ook mijn blog van 17 maart 2018 deel 1 en ook deel 2.