Dirk von Petersdorff, César Vallejo

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dirk von Petersdorff werd geboren op 16 maart 1966 in Kiel. Zie ook alle tags voor Dirk von Petersdorff op dit blog.

 

In der Tiefe

sprach ich, ich stand in einem
U-Bahnhof, ich rief mir zu:
EVALUIERE DICH SELBST!
Aber mir fiel nichts ein.

Wie stehe ich denn da?
Außen Colucci und innen:
Das obstinate Gemurmel einer
Sprache, das bin ICH.

Lautloses Kommen und Gehen der
Bahnen, eine Tiefe ruft die
andere, dachte ich, das
höret nimmer auf, dieses

Flackern von An- und Abwesenheit.
Ich aber bin ein Mischer,
im Grund meines Herzens
nichts Festes, nichts Festes.

Gewimmel in der Station,
die nur eine Station ist
und keinen atemlos macht.
Ich habe keine Erfahrungen,

den Menschen wollte ich sagen:
ICH HABE KEINE ERFAHRUNGEN.
Ich flottiere doch auch nur
auf einer Signifikantenkette.

Dann kamen drei Neger,
die sprachen kein Deutsch.
Ach, ich bin ermüdet,
zornig eher nicht.

 

Am Rande

Alles fließt, sagte Hegels Tante. Das Haus
erbte sie von ihrem Vater.
Ein Leben am Herd. Rosmarin und Salbei.
Jeden Dienstag Eier holen.
Mit 37 brach sie sich das
Schlüsselbein. Sie pflegte
Gerüchte, doch fand sie die Leute
ernst und alt. Hin und
wieder Himbeergeist des Abends. Es scheiden
und kehren im Herzen die Adern,
sagte die Tante, die sanftmütig war,
weiße Hände sorgsam pflegte.

 

10. Stock,

klimatisiertes Hochhaus, Tenne der Sterblichen.
Cool bleiben, lachte, höchstens 19,
meine Führerin, schwach ich, als
wir einen Schwarm von Sekretärinnen
passierten, geschminkt, mänadisch, zappelnde
Münder
Was soll das Theater?
ihre Gedanken
wir rufen zurück
entstehen beim Reden
alles wie immer
nebenbei essen sie Donuts u.
warten auf die Existenz: dazu
die Musik: Alles ist gut singt
Madonna, sie will in den Ätna springen;
und vor den Fenstern rasender
Wolkenzug, tiefgrau, dann Stürze
von Helligkeiten im Großraumbüro,
Lichtflecken, auf einem Schirm Gesichte.
Fax-Surren, ewig – okay. okay,
es gibt zahlreiche Fegefeuer, es gibt,
Fernsehen nach dem Tod des Moderators,
wenn oh wenigstens. bitte, den Schlüssel,
den Code, was den Laden
im Innersten – sie lachte.

 


Dirk von Petersdorff (Kiel, 16 maart 1966)

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

Massa

Toen de slag ten einde was,
en de strijder dood, kwam er een man naar hem toe
en die zei: ‘Sterf niet; ik hou zoveel van je!’
Maar ach! Het lijk stierf verder.

Er hepen twee mensen op hem af, die ook zeiden:
‘Verlaat ons niet! Houd moed! Kom weer tot leven!’
Maar ach! Het lijk stierf verder.

Twintig, honderd, duizend, vijfhonderdduizenden stroomden toe,
uitroepend: ‘Zoveel liefde, en niets te doen tegen de dood!’
Maar ach! Het lijk stierf verder.

Miljoenen individuen omringden hem,
met een gemeenschappelijke bede: ‘Blijf, broeder!’
Maar ach! Het lijk stierf verder.

Toen omringden hem alle
mensen op aarde; het lijk zag ze, triest, ontroerd;
het stond langzaam op,
omarmde de eerste man en begon te lopen…

 

Vertaald door Heleen Sittig

 


César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e maart ook mijn blog van 16 maart 2021 en ook mijn blog van 16 maart 2020 en eveneens mijn blog van 16 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

David Albahari, Andreas Okopenko

De Servische schrijver David Albahari werd op 15 maart 1948 geboren in Pec in Servie. Zie ook alle tags voor David Albahari op dit blog.

Uit: Nagels, muis (Vertaald door Reina Dokter)

“Wanneer ik een onbekende man leer kennen, kijk ik eerst naar zijn nagels. Als de ogen de spiegel zijn van de ziel, zoals de oude spreuk zegt, dan zijn de nagels de spiegel van het hart. De vingernagels uiteraard, hoewel de teennagels ook niet onbelangrijk zijn. Daar kun je echter veel moeilijker bij, meestal wanneer het te laat is om te ontsnappen, wanneer je kleren in wanorde naast het bed liggen. Zelfs dan, juist dan is het gênant om iemand te vragen of je even tussen zijn tenen mag kijken. Dat heb ik maar één keer geprobeerd. Die man keek me eens goed aan – we lagen in het donker en hij moest zijn gezicht heel dicht bij het mijne brengen, tot onze neuzen elkaar raakten -, draaide zich om, deed het licht aan, kleedde zich aan en vertrok. Ik heb hem nooit meer gezien. Later vond ik andere manieren, maar daar moet ik het misschien niet over hebben, het is al erg genoeg dat ik er vaak pijn in mijn rug en mijn dijen van had. Toen ik inzag dat teennagels altijd bevestigen wat vingernagels zeggen, hield ik ermee op. De bovenkant stemt overeen met de onderkant. Ik weet niet of dat ook zo’n oude spreuk is, maar tot dusver ben ik er niet bedrogen mee uitgekomen. Ondanks alles is het goed af en toe in woorden te geloven.
Mijn moeder wilde dat niet aannemen. ‘Als je vader praatte,’ zei zij, ‘geloofde ik hem, en moet je nu eens zien.’
Ik zag niets. Of liever gezegd, ik zag een vrouw die zich afvroeg waar haar leven was gebleven, hoe het was voorbijgevlogen, maar dat vraagt iedereen zich af. Vroeg of laat wil ieder mens weten waar hij geweest is en waar hij nog heen kan. Hij is nergens geweest en zal nergens heen gaan.
Dat kon ik niet tegen mijn moeder zeggen, althans niet toen ik haar in de keuken zag zitten, met haar handen in de schoot, gebogen over foto’s. Die had ze meegenomen in een doos waar ooit bonbons in hadden gezeten. Op het deksel stond een plaatje van twee witte poesjes. Het ene zat, terwijl het andere zijn pootje uitstak naar een rode roos. Op de roos rustten drie druppels water, alsof ze erop geplakt waren.”

 


David Albahari (Pec, 15 maart 1948)

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Andreas Okopenko werd in Košice (Slowakije) geboren op 15 maart 1930. Zie ook alle tags voor Andreas Okopenko op dit blog.

 

Procedure uit rode inkt

Rode inkt wordt in wit water gegoten.
In de avondgloed keert Odysseus terug naar Ithaka.
In zijn parken spelen kinderen van vreemden.

Hij stelt een vraag die jullie moeten begrijpen:
Waar zijn de lichten van het uitgebrande Chicago?
Hij stelt de vraag betekenisvol, bebaard en ernstig.

Boven zijn haar zoemen de muggen van de rand van het bos.
De lijnen die ze trekken gloeien gelijk venkel als de wind waait.
Uit het bos slepen mannen houten emmers met boomhars,

Achter de horizon klinkt eindeloos een scheepshoorn – – –

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Andreas Okopenko (15 maart 1930 – 27 juni 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn blog van 15 maart 2024 en ook mijn blog van 15 maart 2023 en ook mijn blog van 15 maart 2020 en eveneens mijn blog van 15 maart 2019 en ook mijn blog van 15 maart 2015 deel 2.

Jochen Schimmang, Volker von Törne, Wout Waanders

De Duitse schrijver Jochen Schimmang werd geboren op 14 maart 1948 in Northeim. Zie ook alle tags voor Jochen Schimmang op dit blog.

Uit: Abschied von den Diskursteilnehmern

„Anfangsfinder Wäre er ein Ding, wäre er vielleicht der Anfangsfinder einer Cellophanverpackung, oder der Stopper für eine Vorhangschiene. Eventuell auch ein Türschlossenteiser oder ein Lesezeichen. Etwas in bescheidenem Rahmen Nützliches jedenfalls. In gewisser Weise unverzichtbar, solange unsere Gattung existiert. Der Rest der Welt, der unsere Gattung überleben wird, braucht weder Anfangsfinder noch Stopper, weder Türschlossenteiser noch Lesezeichen.
Wäre er ein Tier, gehörte er einer Spezies an, die einen langen Winterschlaf hält.
Aktive Alte Er kann seine Abneigungen (akzeptabler klänge: Idiosynkrasien nicht begründen. Eine davon gilt den aktiven Alten, die allen möglichen Vereinen und Gesellschaften angehören dreimal im Jahr an einer geführten Bildungsreise teilnehmen, regelmäßig Soireen oder Matineen geben oder jedes Jahr im Sommer eine Fahrradtour von insgesamt mindestens 1000 Kilometern machen. Die noch voll und ganz aktiv am Leben teilhaben. An welchem?
Die jungen, schlecht bezahlten Führer jener Studienreisen fürchten dabei niemanden so sehr wie die pensionierten Oberstudienräte, die es – tatsächlich! – besser wissen. Alte sind Besserwisser und sollten sich zurückhalten. Das gilt auch für ihn selbst.
Macht und Fett Eine zweite Idiosynkrasie (das Wort gefällt ihm jetzt immer besser: es hat Chic) gilt fetten Menschen. Er weiß, dass er mit dieser pauschalen Abneigung ungerecht ist, weil Adipositas nicht selten krankheitsbedingt ist. Aber für ihn besteht ein unauflöslicher Zusammenhang zwischen Macht und Fett, für den er hinreichend Beispiele aufzählen kann, von Franz Josef Strauß über Helmut Kohl (der in Stresssituationen pure Butter in sich hineinstopfte) bis zu Donald Trump und Viktor Orbän. Letzterer ist ein idealer Beleg für seine These, wenn man Fotos des Orban von 1989 oder 2001 mit denen von heute vergleicht. Dabei lässt er sich durch dünnere Kleptokraten nicht täuschen, auch nicht durch die iranischen Mullahs, deren Kleidung ihre Körperformen verhüllt. Zudem weiß er, dass die Fettsucht auch und gerade eine Krankheit der Ohnmächtigen ist. Vor ihnen, die am Ende keine andere Wahl haben als zuzuschlagen, hat er am meisten Angst.“

 


Jochen Schimmang (Northeim, 14 maart 1948)

 

De Duitse dichter Volker von Törne werd geboren op 14 maart 1934 in Quedlinburg. Zie ook alle tags voor Volker von Törne op dit blog.

 

Gedachten in mei

Ik heb het over mezelf: Volker von Törne, geboren
In het vierendertigste jaar van de twintigste eeuw
Toen mijn kameraden al tegen de moordenaars vochten
Die mij als een van hen opvoedden
Naar hun gelijkenis:

En ik dronk de melk
Die de hongerigen ontbrak. En ik droeg het pak,
Gestolen van mijn broer. En ik las de boeken
Die de diefstal goedkeurden. En ik heb de toespraken gehoord
Die opriepen tot moord:

En ik noemde het slachthuis
Mijn vaderland, toen de volkeren in opstand kwamen
Tegen mijn volk. En ik bad voor de eindzege
Van de moordenaars, toen de steden al
In rook opgingen:

En ik was schuldig
Aan de dood van ieder mens, onwetend ademhalend
Onder de galgentakken
Van zoet geurende linden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Volker von Törne (14 maart 1934 – 30 december 1980)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter Wout Waanders werd geboren in 1989in ’s-Hertogenbosch. Zie ook alle tags voor Wout Waanders op dit blog.

 

SASHA NAAR HET VLIEGVELD BRENGEN

We hebben Sasha naar het vliegveld gebracht,
afgelopen dinsdag, met een knisperende zon op onze achterruit
radioliedje van REM op de bijrijdersstoel.

Sasha zat met haar koffer op haar schoot
naar buiten te kijken. Ik heb haar niet meer om dat boek gevraagd.

Sommigen vinden het zeer terecht
dat ze weg is straks, anderen hebben er andere meningen over.

Onze oom Thomas had daarboven de regen bevroren.
We waren halverwege toen de hagelstenen op de voorruit vielen.

De ruitenwissers tikten de stenen weg:
alle stenen die van Sasha houden naar de ene kant,
alle stenen die niet van Sasha houden naar de andere.

Daar reden we dan: door een steenregen
naar een vliegveld, en ik zag Sasha
naar buiten kijken, ik zag haar adem
tegen het raam aan geplakt, zonder haar naam
erin geschreven, haar warme lucht
tegen het koude raam. We hebben
Sasha naar het vliegveld gebracht.

 


Wout Waanders (’s-Hertogenbosch, 1989)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e maart ook mijn blog van 14 maart 2020 en eveneens mijn blog van 14 maart 2019 en ook mijn blog van 14 maart 2015 deel 2.

Yuri Andrukhovych

De Oekraïense dichter en schrijver Yuri Andrukhovych werd geboren op 13 maart 1960 in Iwano-Frankiwsk. Zie ook alle tags voor Yuri Andrukhovych op dit blog.

 

Life is a Long Song

“Look! One guy admitted
that he’s scared of death!” –
he pointed at me
a certain wise-guy with an unusual glint in his eye.
I suppose it could have been glasses.

These days they like to ask me in public
about the most intimate things.
For example, my greatest sin.
What I dreamt of from Wednesday to Friday.
If I’m happy with the leaders of the country.
If I would like to be the conscience of the nation.
And what I’m scared of.

I usually answer
as best I can.
When the conversation is accompanied by a drink, or after one,
much more openly. When
sober – in a mercurial
and capricious way. Usually.

This time I said
I was scared of the death
of those close to me.
Mainly through accidents.
Although really, our life is long
as a song about Dovbush and death should be seen
as a resolution
long awaited, because you became tired of singing.

But most important when quoting –
is putting the full stop in the right place,
which the wise-guy
still remembers from his masters.
And, putting the full stop where he pleases, he justifies himself as best he can:
“He admitted it! Look everybody, look at his
terror!”

No, I am really not scared to say what I’m scared of.
Yes, I am really scared of the phone ringing in the night
and emails with sad news in the subject line.
Look, everybody, look at my terror:
this is how afraid I am.

But apart from that, it is just a song,
a gorgeous, long song about the way to the abyss
or, and no less beautiful, let’s say,
about a bullet in the head.

 

 

Absoluut wodka

Wodka verziekt fataal
mannelijk gezelschap.
Er moet minstens één vrouw zijn –
Anders gaat het regelrecht het graf in. In het
derde uur ontwaakt het beest,
in het vierde wordt zwaaien
met scheermesjes of bijlen mogelijk –
in het vijfde – tranentrekkende bekentenissen,
kussen van handen en voeten.
Minstens één vrouw is onmisbaar
zodat het er niet allemaal zo walgelijk uitziet.

Deze keer was er geen dame,
en het was het vijfde uur.

Hij probeert iets te lezen
in mijn handpalm.

Oh, zegt hij, ik kan je niet eens
de hele waarheid vertellen, weet je.
Zeg het, zeg ik.

(Het kan me niets meer schelen, hoewel ik nu klaar ben
voor alles – dertig jaar oud, omdat
ik klaar ben omdat het het vijfde uur is, omdat ik recht heb
op de waarheid, omdat het me allemaal om het even is).

Oh, zegt hij, ik weet niet eens
hoe ik het je moet vertellen, weet je.
Zeg het me recht voor zijn raap, zeg ik.

(Het kan me geen reet schelen, zelfs nu nog – doorgesneden aderen
of een kogel in mijn hoofd – in mijn pas-net-dertig jaar
omdat ik dronken ben, omdat het het vijfde uur is, omdat ik
het wil weten, hoe vreselijk het ook mag zijn).

Bij de derde poging vertelt hij me
zijn ‘zevenenveertig’. Ah – wat een opluchting!
Maar liefst zeventien jaar! Wat een tijd nog!
Wat een transparantie
aan de horizon!

Ik herinner het me alsof het gisteren was:
rond drie uur ’s nachts
barst de hele bende de frisse lucht in
allemaal dronken, geen sigaretten meer over,
struikelend snijden we door de duisternis.

Dan opeens zoiets als dit:
ik veeg mijn bezwete handpalm af aan het groene gras, ja, precies,
groen omdat het half april is.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Yuri Andrukhovych (Iwano-Frankiwsk, 13 maart 1960)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e maart ook mijn blog van 13 maart 2021 en eveneens mijn blog van 13 maart 2019 en ook mijn blog van 13 maart 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Dave Eggers, Naomi Shihab Nye, Raoul de Jong

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: The Eyes and the Impossible

“I turn I turn I turn before I lie to sleep and I rise before the Sun. I sleep inside and sleep outside and have slept in the hollow of a thousand-year-old tree. When I sleep I need warmth I need quiet I need freedom from sound. When I sleep I dream of mothers and clouds—clouds are messengers of God—and I dream of pupusas fool love pupusas and eat them with gusto. I am a dog called Johannes and I have seen you. I have seen you in this park, my home. If you have come to this park, my vast green and windblown park by the sea, I have seen you. I have seen everyone who has been hem, the walkers and runners and bikers and horse-riders and the Bison-seekers and the picnickers and the archers in their cloaks. When you have come here you have come to my home, where I am the Eyes. I have seen all of you here. The big and small and tall and odorous. The travellers and tourists and locals and roller-skating humans and those who play their brass under the mossy bridge and the jitterbug people who dance over that other bridge, and bearded humans who try to send flying discs into cages but usually fail. lore all in this park because I am the Eyes and have been entrusted with seeing and reporting all. Ask the turtles about me. Ask the squirrels. Don’t ask the ducks. The ducks know nothing. Iron like a rocket. I run like a laser. You have never seen speed like mine. When Iron I pull at the earth and make it turn. Have you seen me? You have not seen me. Not possible. You are mis-taken. No one has seen me running because when I run human eyes are blind to me. I run like light. Have you seen the movement of light? Have you?
You have not seen the movement of light. But still I like you. You did not expect this or deserve this but I do. I like you. I was born here. It’s a story. My mother was housekept and still is. But when she was pregnant, she came here, to a hollow in a tree and waited for us to be born. I don’t know and she doesn’t know why she chose to have no in the woods rather than in the safety of her human home—for she lived then in a human home, and she has a tag and is fed daily and petted always and cared for by human doctors who have kept her alive so long, so much Ionger than she would have lived out here. Why she had on out here, I don’t know, but she did, and when we all came out of her, oily and whimpering, she did an unexpected thing: she picked one of us, and brought that one—Leonard, my brother—to her human lair, and apparently her humans were thrilled to have her back home and delighted with her new son. The rest of us she left in the hollow of that tree. I am not bitter.”

 


Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Schouders

Een man steekt de straat over in de regen,
stapt voorzichtig, kijkt twee keer naar het noorden en het zuiden,
omdat zijn zoon op zijn schouder slaapt.

Geen enkele auto mag hem natspatten.
Geen enkele auto te dicht bij zijn schaduw rijden.

Deze man draagt de meest gevoelige lading ter wereld
maar hij draagt geen labels.
Nergens staat op zijn jas BREEKBAAR,
MET ZORG BEHANDELEN.

Zijn oor vult zich met adem.
Hij hoort het gezoem van de droom van een jongen
diep in hem.

We zullen niet in staat zijn
in deze wereld te leven
als we niet bereid zijn om met elkaar
te doen wat hij doet
.
De weg zal alleen maar breed zijn.
De regen zal nooit ophouden te vallen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

De Nederlandse schrijver, columnist, programmamaker en danser Raoul de Jong werd geboren in Rotterdam op 12 maart 1984. Zie ook alle tags voor Raoul de Jong op dit blog.

Uit: Gesprekken met opa

“Wanneer een oude man overlijdt, verbrandt er een bibliotheek: schreef de Malinese schrijver Amadou Hampâté Bâ .Ik heb vaak aan die zin gedacht terwijl ik werkte aan Jaguarman, mijn boek over een van mijn Surinaamse voorvaders, die de kracht zou hebben gehad om zichzelf te veranderen in het sterkste dier van de Amazone. De koloniale onderdrukker had er alles aan gedaan om te zorgen dat de Jaguarman zijn bibliotheek niet zou doorgeven aan zijn nageslacht, waardoor ik zeven jaar lang op zoek moest in tweede-handsboekwinkels en stoffige archieven en op expeditie moest naar het regenwoud om zijn verhaal — zijn wijsheid — te vinden. Terwijl ik dat stukje bij beetje bij elkaar puzzelde, waardoor ik, zo zou je kunnen zeggen, steeds Surinaamser werd, takelde mijn andere opa, mijn Nederlandse opa, de opa die ik mijn hele leven had gekend en die bijna drie decennia mijn enige opa was geweest, langzaam af. Hij werd steeds trager en vergeetachtiger. Nadat hij in maart 2019 een hele dag in bed was blijven liggen, werd hij door mijn familie in een verzorgingstehuis geplaatst. Zijn naam was Egbert de Jong. Hij werd in 1929 geboren in een klein dorp in de provincie Groningen. Ik was zijn eerste kleinkind. Hij was vijfenvijftig toen ik op de wereld kwam. En ik moet bekennen dat dit de eerste keer is dat ik dat heb uitgerekend. Want dat opa Ep er was, was nooit ie. bijzonders. Hij was er gewoon, altijd, vanaf het moment dat ik bestond. Hij had mooi, wit, naar achter gekamd haar. Hij droeg ribbroeken, gestreepte overhemden, wonen truien en grote beige jassen die mijn oma voor hem kocht. Hij stotterde als hij boos was. Bij alles wat ik deed, zat bij op de eerste rij. Hij was de reden dat mijn moeder dacht dat je kinderen beter zonder vader kon laren opgroeien. Waardoor ik mijn Surinaamse vader pas op mijn achtentwintigste zou ontmoeten en mijn Nederlandse opa, ironisch genoeg, het grootste gedeelte van mijn leven mijn ‘vaderfiguur’ was.. De man voor wie ik op de basisschool cadeautjes knutselde op Vaderdag. De Man die me lit zien wat het betekent om een man te zijn.”

 


Raoul de Jong (Rotterdam, 12 maart 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e maart ook mijn blog van 12 maart 2020 en eveneens mijn blog van 12 maart 2019 en ook mijn blog van 12 maart 2018 en ook mijn blog van 12 maart 2017 deel 2.

 

Karl Krolow, Willem Claassen

De Duitse dichter en schrijver Karl Krolow werd geboren op 11 maart 1915 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Krolow op dit blog.

 

STERBLICH

Sterblich -das fängt überall an
Im Skelett, mit dem man weiterlebt,
während Finger über Weichteile streichen.
Habe ich recht? Es ist die einzige Zeit,
mit der es sich leben lässt,
menschenscheu, man hat
seinen Vorrat Luft, atmet flach
bei richtiger Beleuchtung,
versteckt sich in einen grauen Flanellanzug
und hat im Normalfall Glück mit der nächsten Stunde,
mit der Ähnlichkeit der Dinge,
wenn sie im rechten Licht stehn.
Versuche weiter, geradeaus zu gehn
und deinen hierorts unbekannten Namen
für dich zu behalten.
Du bist ohnehin beobachtbar wie Liebespaare,
hinter der Wand beliebiger Zimmer
zu heftig ausatmen und tatsächlich
sterblich sind, ihren Stoffwechsel verschwenden.

 

Zeit der Zahlen

Die Zahl ist In allem Baudelaire, Raketen

Das Einmaleins, auf Wasser
Und Mauern hingeschrieben,
Im Birnenfleisch geläutert,
Aus goldnem Wachs getrieben,

Gebändigt von den Geistern,
Die aus der Stunde steigen!
Die Zeit der Zahlen duftet I
m alten Ulmenschweigen,

Im rostenden Metalle,
Von leichtem Licht umflossen.
Man dividiert sie immer
Zu spät. Die Ankertrossen

Sind längst schon aus der Tiefe
Des Jenseits hochgewunden.
Die Zeit der Zahlen endet
Im Abgrund der Sekunden,

Des Pfiffs, der von vier Fingern
Im Mund fliegt In die Wolke.
Das Einmaleins: Geschichte,
Geraunt vom Schiffervolke!

 

Für Celine, vor Zeiten gestorben

Engesohde, Hannover

Deine Hand aus dem Grase,
Dein Gesicht grüner Rauch!
Und es schwebt eine Vase
Alten Dufts auf dich zu.

Ein Atemzug Süße.
Ohne Schatten dein Grab.
Und die Spur deiner Füße
Steht im Wasser der Luft.

Deine Augen, Celine:
Blauer Tau überm Laub,
Der die Flügel der Biene
Mit Vergänglichkeit netzt.

Seit wie lange gestorben,
Mund, von Hölty erdacht:
Nun von Grillen umworben
Unterm zierlichen Licht.

Zwanzigjährig Betörte
Von der Stimme aus Glas:
Cimarosa erhörte
Dein Geflüster bei Nacht.

 

Kijk daar eens naar

Kijk daar eens een naar, dat zou
iemand kunnen zijn die gewoon vertrekt
uit zijn wereldse leven,
nadat hij met een restje
Saint Emilion zijn mond gespoeld had,
die beleefd verdwijnt, zonder vrees
zijn aftocht voorzag toen hij zich
voor het eerst afvroeg wat hij hier deed
tussen anderen die dat allemaal
heel vanzelfsprekend volbrengen.
Niemand gaf hem vuur om verder te leven,
en de sensuele revolutie
bracht geen verlichting.
Vanaf dat ogenblik
was het niet langer moeilijk voor hem
om tegen zichzelf te zeggen dat het
tamelijk irrelevant moest zijn,
in welke richting men zich
verwijdert.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Karl Krolow (11 maart 1915 – 21 juni 1999)

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Willem Claassen werd geboren in Beuningen in 1982. Zie ook alle tags voor Willem Claassen op dit blog.

Uit: Contouren

Tak

In het park pakt mijn jongste een tak van de grond die ze al vrij snel omdoopt tot ‘Vriendinnetje Tak’. Als we terug bij de fiets zijn en ik haar op het achterzitje wil zetten, moet Vriendinnetje Tak mee. Ze zegt het zo beslist dat ik weet dat het oorlog wordt als ik nee zeg.
We zijn in beweging en ze zwaait met de tak.
‘Niet doen, straks raak je er iemand mee.’
Ze luistert goed, ze houdt de tak meteen laag.
‘Niet zo, dan komt ze misschien tussen de spaken. Leg haar maar op je knieën.’
Dat vindt ze een goed idee, dat past bij een vriendinnetje.
Ze praat lang en liefdevol tegen de tak, ik kan het niet helemaal volgen. Dan, uit het niets, vraagt ze waar we naartoe gaan.
‘Naar huis, maar we moeten even via deze weg.’
Wekelijks hanteer ik dezelfde tactiek en ze trapt daar vooralsnog elke keer in. Het duurt niet lang voor het stil is achter mijn rug. Ik rij zo langzaam mogelijk, sla willekeurige straten in en maak rondjes door een wijk die ik amper ken. Alles om haar in slaap te houden. Het is een grondrecht om te kunnen slapen als je moe bent, zeker voor een peuter.
Terwijl ik heel bewust mijn tijd verdoe, raast het verkeer langs me heen. Op de stoep staat een vrouw te bellen. Ik denk aan de hoge werkdruk overal, zeker nu er zoveel ziekmeldingen zijn. Ik vraag me af waarom het niet een slagje minder mag. Juist in deze tijd. Zou de boel dan echt in elkaar storten? Doen we dit niet vooral onszelf aan?
Mijn jongste schrikt wakker.
‘Vriendinnetje Tak!’
De tak is op straat gevallen. Ze wijst naar waar ze op het asfalt ligt. Ik draai het stuur, rijd terug, zet de fiets op de standaard en geef haar de tak.
‘Heb je lekker geslapen?’
‘Geslapen? Nee, ik heb niet geslapen.’
Ze glimlacht.
‘Vriendinnetje Tak heeft geslapen!’

 


Willem Claassen (Beuningen, 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e maart ook mijn blog van 11 maart 2020 en eveneens mijn blog van 11 maart 2019 en ook mijn blog van 11 maart 2018 deel 3.

John Rechy, Naomi Shihab Nye

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: Rushes

“AS OFTEN as he comes to the Rushes, Endore still feels a clash of excitement and dread in anticipation of the sights, sounds, odors he knows will assault him. The astonishing array of cowboys, motorcyclists, construction workers, policemen, lumberjacks, military-uniformed men will cluster intimately within the red darkness. Muted music will pulse into the rancid smoke: Laughter–that laughter-will crack mysteriously at the point of euphoria. The most shadowed part will churn with bodies increasingly bared as night moves deeper. Mixed with the heated odor of the congregated flesh, the rot-tinged scent of “poppers’ will hover like cummy incense.
Endore pauses on the street in the midst of violent-sex turf near the city’s abandoned waterfront. He always does in preparation for entering the Rushes, whether to prolong the expectation or to postpone the actuality.
A sexually handsome, dark-haired man in his upper 30s–he appears younger–he wears an individualized adaptation of the requisite “uniform” in the Rushes: boots, jeans, denim shirt open to reveal a triangle of tanned flesh; his chest is muscular, defined.
Behind him, the network of iron that had once been the elevated, stretches unused, a leftover prop, rusted over, scratching its outline against the distant soaring landscape. Shadows of the tangled iron network divide the street into gray and black patches. The night is dusted ashen orange by the lights from the area of the piers. Hot mist rises smokily from the coarse-paved street, moist from an early drizzle. It is the first sweaty night of spring. Summer breathes into the humid breeze.
Near the Rushes, meat trucks are abandoned for the night. During the day they haul denuded carcasses of cattle hanging on savage racks, raw flesh to be cut up later in the wholesale butcher shops across the street. At night, men invade the bloodied floors of the trucks for sex. Before the aisles of trucks, a man licking his lips is signaling with exposed genitals to a naked man at the window in the apartment building across the street.
The walls of that building have been lashed with red and black paint–angry phallic swirls and slashes like enciphered curses. Ripped tile has left gouges in its lobby, Endore knows. A few nights ago he answered the signal of a handsome man motioning from a window to the entrance. Endore walked up the squeezed aged corridor and to an open door, where the man waited. They blew each other on the floor of the desperately chic apartment.”

 


John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Bijen waren beter

Op de universiteit gingen mensen altijd uit elkaar.
We gingen uit elkaar op parkeerplaatsen,
naast fonteinen.
Twee mensen gingen uit elkaar
aan een rafel tegenover mij
in de bibliotheek.
Ik kon niet meer aan die tafel zitten
hoewel ik ze niet kende.
Ik bestudeerde bijen, die in staat waren
boodschappen over te brengen door te dansen
en hun weg naar huis konden vinden
naar hun korven
zelfs als iemand een blokkade van lakens
en planken en draad opwierp.
Bijen hadden radar in hun vleugels en hersenen
die mensen nauwelijks konden begrijpen.
Ik schreef een werkstuk waarin ik
hun genialiteit en superioriteit verkondigde
en keek het na in een klein café
met houten honingdippers in de vorm van een korf
in zilveren honingpotten
op elke tafel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e maart ook mijn blog van 10 maart 2020 en eveneens mijn blog van  10 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Koen Peeters, Naomi Shihab Nye

De Vlaamse schrijver Koen Peeters werd geboren in Turnhout, 9 maart 1959. Zie ook alle tags voor Koen Peeters op dit blog.

Uit: Grote Europese Roman

“Eén keer per jaar ontmoetten ze elkaar. De naam van hun club was ESP, en alle belangrijke marktpartijen voor relatiegeschenken in Europa waren lid. CSP was een beroepsvereniging die ooit gedicht werd om hogere kortingen te bedingen, maar het ging er ook over informele marktafspraken. Een tijdlang betekende CSP Cooperative Society for Promotions’. en daarvoor ‘Chambre Syndicale de Ia Publicité’. Vandaag speelde de juiste betekenis geen rol meer. Misschien kwamen ze gewoon samen voor de gezelligheid. Vanavond stond een diner op het programma. In vurig rode letters prijkte op een flip-over ‘Symposium’. Daaronder zes lelijke logo’s. Er zouden twee dagen volgen met telkens drie sessies, elk apart gesponsord. Elke dag waren er presentaties met tussendoor reclamemomenten, en dit was meteen het eerste: een tv-monitor vertoonde beelden van plastic gadgets, en hostess Christine stond ernaast. Christine was blond als vlas. Op haar hoofd droeg ze een hoedje als een scheepje. Theo begroette haar hoffelijk en zijn collega’s hartelijk Dit was het weerzien van goede, oude, dikke vrienden. Om te beginnen Albert, die door iedereen Dick werd genoemd.
Dan de puissant rijke Hubert, die in een goudkleurige Mercedes reed, en die kleur was niet eens ironisch. Dan Herman, die altijd gelijk had, tot vervelen toe. Kneep zijn ogen dicht, tuitte zelfgenoegzaam zijn lippen en zei: ‘Heb ik het niet gezegd?’ Want inderdaad, Herman had het gezegd, hij kon ook nooit zwijgen. Vervolgens Lenoir, die sprak met bruisende champagne in zijn mond. Articuleerde Frans op z’n Engels en Engels op z’n Frans. Ze noemden hem de Billenniumman. Dat woord had hij bedacht voor de heisa rond het absoluut onmagische jaar 2000, dat gelukkig alweer achter de rug was. Remco. Stresskip. Alles wat hij aanraakte veranderde in geld en ook in reclame, persoonlijk voor hemzelf. Dan Philippe, die zo graag pochte dat hij een snelle beslisser was. Was daarom zelfs trots op zijn foute beslissingen. Bob, de op een na oudste. Was zeventig, maar voelde zich vijftig. Zei dat onophoudelijk en streelde daarbij zijn jeugdige, geverfde haar. Zijn geheugen beheerde hij als een magazijn. Alles wat hij vergeten was, wilde hij opzettelijk vergeten, dat beweerde hij althans. Daarnet kwam ook de enige vrouw van het gezelschap aan, Nathalie. Ze loenste een beetje. Volgens sommigen was dat een van de zeven schoonheden, maar slechts één. Dan waren er nog Jean-Paul, Martin en Thomas. En ten slotte de oudste van hen, Theo zelf. Hij dacht: dit is de allerlaatste keer dat ze naar me zullen luisteren. Allen waren oprecht gelukkig elkaar terug te zien. Dat zag je aan de aimabele schouderklopjes, de omhelzingen en het langdurig handschudden. Dit was CSP, de federatie der geschenkenschenkers.”

 


Koen Peeters (Turnhout, 9 maart 1959)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Hoe Palestijnen zich warm houden

Kies één woord en zeg het steeds
opnieuw, tot het een vuur in je mond creëert.
Adhafera, degene die het volhoudt, Alphard, de eenzame,
de sterren ontvingen namen van mensen zoals wij.
Elke nacht treden ze aan op het lange pad tussen werelden.
Ze knikken en knipperen, geen goed of fout
in hun gele ogen. Dirah, klein huis,
vouw je muren open en neem ons op.

Mijn bron is opgedroogd, de druiven van mijn grootvader
zijn gestopt met zingen. Ik roer de kolen,
mijn baby’s huilen. Hoe zal ik ze leren
dat ze bij de sterren horen?
Ze bouwen forten van witte steen en zeggen: “Dit is van mij.”
Hoe zal ik ze leren om van Mizar, sluier, mantel te houden,
om te weten dat erachter een oude man
een vlam aanwakkert?
Hij roert de donkere wind van onze adem.
Hij zegt dat de sluier zal opstijgen
tot ze ons zien schijnen, zich verspreidend als sintels
op de gezegende heuvels.

Goed, dat heb ik verzonnen. Ik weet het niet zo zeker over Mizar.
Maar ik weet dat we het hier op aarde warm moeten houden
En als jouw sjaal zo dun is als de mijne, vertel je verhalen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook mijn blog van 9 maart 2021 en ook mijn blog van 9 maart 2020 en eveneens mijn romenu blog van 9 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

 

Walter Jens, Rolf Jacobsen

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

Uit: Katias Mutter (Samen met Inge Jens)

“Warum nach Frau Thomas Mann nun noch ein Buch über Katias Mutter? Genügt die Biographie über die Tochter nicht, um die Neugier nach dem Leben im Hause Mann zu befriedigen? Wir meinen: nein. Denn obwohl die engere Familie des Zauberers diesmal durchaus nicht im Zentrum steht, bereichert die bunte, widersprüchliche und facettenreiche Geschichte der Hedwig Pringsheim das Epos dieser Jahrhundertfamilie – und spiegelt zugleich ein ganz eigenständiges, ganz unverwechselbares und doch sehr zeittypisches Schicksal.
Man stelle sich vor: Ein Mädchen aus kulturell ambitioniertem, aber durch materielle Güter nicht eben gesegnetem Hause heiratet einen millionenschweren Privatdozenten der Mathematik; eine einstige Aktrice residiert in München als umschwärmte Frau von Welt, ein lebenslustiger dickbezopfter Backfisch emanzipiert sich zu einer berückenden, anmutigen und kapriziösen Schönheit; die leidenschaftliche Rezitatorin entwickelt sich – gefördert von ihrer Mutter, der Frauenrechtlerin Hedwig Dohm – zur exzellenten Stilistin, die mit den ersten Federn ihres Jahrhunderts von Gleich zu Gleich verkehrt. Politiker und Literaten, Musiker und Maler, Schauspieler und Bankiers bilden eine Zierde ihres berühmten Teetischs.
Mit Mann und Kindern radelt sie durch Europa und fährt allein nach Argentinien, als der Vater ihren Lieblingssohn dorthin verbannt. Gemeinsam mit diesem Vater besucht sie die kulturellen Attraktionen der Metropolen und die Brennpunkte internationaler Geselligkeit in Bayreuth, Wien, Konstantinopel oder Sils Maria. Sie parliert in mindestens vier Sprachen und ist eine gesuchte Gastgeberin. Aber ihre größte Begabung ist das Briefeschreiben. Ihre witzig-präzisen, je nach Stimmung und Weltlage elegisch-anrührenden oder süffisant-gegenläufigen Charakterisierungen von Menschen und Konstellationen stellen nicht selten sogar die Schreibkünste ihres «Schwiegertommy» in den Schatten.
Hedwig Pringsheim war Schauspielerin gewesen – wie ihr Freund und großes Vorbild Maximilian Harden, dem sie, nachdem er in die Publizistik gewechselt und Herausgeber der Zukunft geworden war und ihre eigenen Kinder das Elternhaus verlassen hatten, hunderte von leidenschaftlichen, klugen, besonnenen und schwärmerischen Briefen schrieb – unbekümmert um die Prominenz des Freundes, der bereits in ihrem Elternhaus ein und aus gegangen und im ersten Dezennium des neuen Jahrhunderts – nach weltweitem Urteil – der neben Kaiser Wilhelm II. berühmteste Deutsche war.”

 


Walter Jens (8 maart 1923 – 9 juni 2013)
Walter en Inge Jens

 

De Noorse dichter en journalist Rolf Jacobsen werd geboren op 8 maart 1907 in Kristiania. Zie ook alle tags voor Rolf Jacobsen op dit blog.

 

Kobalt

Kleuren zijn de kleine zusjes van woorden. Ze kunnen geen soldaat worden.
Al heel lang zijn ze mijn geheime liefde.
Ze moeten bij huis blijven en de doorzichtige gordijnen
van het kamertje, de keuken en de alkoof van onze alledaagsheid ophangen.

De jonge Karmozijn bevalt me zeer, en de bruine Siena
maar het meest nog de bedachtzame Kobalt met haar afwezige ogen en haar onbetreden gemoed.

Wij wandelen door de dauw.
De nachthemel en de zuidelijke zeeën
zijn haar bezittingen
evenals de tranenketting om haar voorhoofd:
de parels van Cassiopea.
Wij wandelen door de dauw.

Maar de anderen.
Zie, hoe ze je op een ochtend in juni
om vier uur bij het ochtendbad tegemoet
komen stormen in het schuim van de groene baai.
Daarna kun je op de rotsen met hen zonnen.
– Wie van hen wil je bezitten?

 

Vertaald door Janke Klok

 


Rolf Jacobsen (8 maart 1907 – 20 februari 1994)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e maart ook mijn blog van 8 maart 2021 en ook mijn blog van 8 maart 2020 en eveneens mijn blog van 8 maart 2019 en ook mijn blog van 8 maart 2015 deel 2.

Robert Harris, Günter Kunert, Radna Fabias

De Britse schrijver en journalist Robert Dennis Harris werd geboren op 7 maart 1957 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Robert Harris op dit blog.

Uit: Dictator (Vertaald door Arjaan en Thijs van Nimwegen)

“Ik had moeten inzien dat wat hij zei logisch was. Ik had hem moeten aansporen terug te gaan. Maar ik was te uitgeput om redelijk te denken. En als ik eerlijk ben, was dat niet het enige: ik was te bang voor wat die boeven van Clodius ons aan zouden doen als ze ons te pakken kregen wanneer we de stad weer binnengingen. Dus in plaats daarvan zei ik: Dat is een goede vraag, en ik durf niet te zeggen dat ik het antwoord weet. Maar zou het niet besluiteloos lijken als u opeens weer verschijnt, nadat u iedereen vaarwel hebt gezegd? Hoe dan ook heeft Clodius uw huis nu in de as gelegd, dus waar moeten wij naar terugkeren? Wie zal ons onderdak bieden? Ik denk dat het verstandiger is als u zich aan uw oorspronkelijke plan houdt en zo ver mogelijk bij Rome vandaan reist.’ Hij legde zijn hoofd tegen het rijtuig en sloot zijn ogen. Het schokte me hoe verwilderd hij er na een nacht reizen uitzag in het vale grijze licht. Zijn haar en baard waren al weken niet geknipt. Hij droeg een zwartgeverfde toga. Dit was pas zijn negenenveertigste jaar, maar dat openbare rouwvertoon deed hem er veel ouder uitzien — als een oeroude, heilige bedelaar. Na een poosje zuchtte hij: ‘Ik weet het niet, Tiro. Misschien heb je gelijk. Ik heb al zo lang niet geslapen, ik ben te moe om nog te denken.’ En dus werd er een fatale fout gemaakt — eerder uit besluiteloosheid dan als besluit — en reisden we de rest van die dag en de twaalf dagen erop verder zuidwaarts, om op veilige afstand van het gevaar te komen, zo dachten we. Om geen aandacht te trekken reisden we met een minimale entourage — enkel de koetsier en drie gewapende slaven te paard, één voor en twee achter. Een kistje vol gouden en zilveren munten zat onder onze bank verstopt. Atticus, Cicero’s oudste en beste vriend, had ons dat gegeven om onze reis mee te betalen. We verbleven alleen in huizen van mannen die we vertrouwden — nooit langer dan één nacht — en meden de plekken waarvan men misschien verwachtte dat Cicero ze zou bezoeken, zoals zijn villa aan zee in Formiae — zijn achtervolgers zouden hem daar direct weken — en de Baai van Napels, die zich al vulde met de jaarlijkse exodus uit Rome, burgers op zoek naar winterzon en warme bronnen. In plaats daarvan haastten we ons zo snel we konden naar de teen van Italië. Cicero’s plan, op reis uitgewerkt, was naar Sicilië te gaan en daar te blijven tot in Rome de politieke opwinding over hem bedaard was. “Uiteindelijk zal de massa zich tegen Clodius keren,” voorspelde hij. Dat is nu eenmaal de onveranderlijke aard van de massa.”

 


Robert Harris (Nottingham, 7 maart 1957)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ookalle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

Op de drempel van het huis

In de duinen zitten. Niets zien
Dan zon. Niets voelen dan
Warmte. Niets horen
Dan branding. Tussen twee
Hartslagen geloven: nu
Is er vrede.

 

Vertaald door Erik de Smedt

 


Günter Kunert (6 maart 1929 – 21 september 2019)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster en dichteres Radna Fabias werd geboren op Curaçao in 1983. Fabias studeerde aan de koksschool en dramaschrijven aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Voordat ze debuteerde als dichter, werkte ze onder andere voor educatieve uitgeverijen. Fabias debuteerde in 2018 met de bundel “Habitus”. Zij ontving in datzelfde jaar de C. Buddingh’-prijs voor deze bundel.

 

in het voorbijgaan

het gewicht van een over het asfalt razende auto
botst tegen het lichaam van een hond
de chauffeur is niet verzekerd en rijdt door
met een hondvormige deuk in zijn auto

de hond piept na

de stervende hond wordt nu herhaaldelijk overreden door elkaar opvolgende auto’s
het geluid van brekende botten stijgt op naar de zuiver blauwe hemel boven het asfalt
waar de stervende hond blijft liggen

hier zucht de hond het leven uit

de dode hond ligt nu in de hitte
het lijkt alsof de hond in zijn eigen bloed slaapt

nu zwelt de hond op

de hond lijkt nu overgewicht te hebben
twee van de vier verbrijzelde poten wijzen naar de lucht

de hond is opgezwollen

nu ontploft de opgezwollen hond
de warme ingewanden van de gestorven hond springen uit zijn lichaam
de gestorven hond een huls

het vermorzelde karkas van de hond lijkt nu op een leeggelopen bloedballon of een heel
vies kleedje

de stank stijgt op naar de zuiver blauwe hemel boven het asfalt waar de gestorven hond
blijft liggen

de hond is nu omringd door vliegen

 


Radna Fabias (Curaçao, 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e maart ook mijn blog van 7 maart 2021 en ook mijn blog van 7 maart 2019 en ook mijn blog van 7 maart 2016 en ook mijn blog van 7 maart 2015 deel 2.