Kjell Westö, Philip Larkin

De Finse schrijver Kjell Westö werd geboren op 6 augustus 1961 in Helsinki. Zie ook alle tags voor Kjell Westö op dit blog.

Uit: De woensdagclub (Vertaald door Clementine Luijten)

“(woensdag r6 november)
TOEN MEVROUW WIIK die ochtend niet op haar werk verscheen, raakte hij eerst geïrriteerd. Misschien zat er nog een restje irritatie in hem na de mislukte rit naar Kopparbäck gisteravond. Hij had zijn gedachten voor zich gehouden om Jary niet te kwetsen, had vervolgens de hele nacht liggen piekeren en was bijna twee uur eerder naar kantoor gegaan dan anders. Hij was uitgeput, zo simpel was het. De clubbijeenkomst vanavond voelde als een beproeving en het werk stapelde zich op. Drie nieuwe cliënten in twee weken, een lastige zaak in de plaatselijke rechtbank, onbetaalde rekeningen, onduidelijkheden rond het vertrek van Rolle, brieven die gedicteerd, getypt en verzonden moesten worden: zonder mevrouw Wiik was hij nergens. Hij was om half acht al op kantoor. Anders kwam hij zelden voor negenen, hij werkte liever tot laat in de avond. Maar hij wist dat mevrouw Wiik er elke dag stipt om acht uur was, ook op zaterdag. Terwijl hij wachtte tot ze zou verschijnen, bleef de irritatie hangen en die zeurde nog steeds in hem toen het half negen werd en hij bedacht dat hij haar misschien thuis moest bellen om zich ervan te verzekeren dat ze geen gebroken been had, of keelontsteking en haar stem kwijt was of iets dergelijks. Toen hij het nummer de eerste keer draaide, was hij ongeconcentreerd. Terwijl hij wachtte tot ze zou opnemen, dacht hij aan de bijeenkomst van vanavond en aan dingen die hij onder vier ogen met de andere clubleden wilde bespreken. Hij zou Arelius vragen tegenover zijn moeder Esther geen kritiek meer te leveren op zijn politieke de andere clubleden wilde bespreken. Hij zou Arelius vragen tegenover zijn moeder Esther geen kritiek meer te leveren op zijn politieke opvattingen. En hij moest het met Lindemark vooral over Jogi Jary hebben: er moest toch iéts zijn wat ze konden doen. Toen mevrouw Wiik niet opnam, bedacht hij dat ze vast en zeker onderweg naar kantoor was. Hij kon nu elk moment haar voetstappen op de trap verwachten en de sleutel in het slot horen steken. Maar ze kwam niet. En toen hij drie keer had opgebeld en er nog niet werd opgenomen, werd hij ongerust.
Ze was de stiptheid zelve. En ze vroeg hem altijd om toestemming als ze een langere lunchpauze wilde nemen of ’s ochtends later wilde komen. Het was nog voor negenen, maar hij besloot naar haar huis in Telt te gaan en aan te bellen. Toen hij dat besluit eenmaal had genomen, handelde hij snel. Hij trok zijn ulster en handschoenen aan, pakte zijn hoed van de hoedenplank, nam de trap naar beneden en liep op een drafje naar de tramhalte. Pas toen hij al in de tram zat, realiseerde hij zich hoe dom hij was geweest. De auto stond nota bene op het plein Kaserntorget. Waarom had hij die niet gepakt om linea recta naar de Mechelingatan te rijden? Dat was veel sneller geweest.”

 

Kjell Westö (Helsinki, 6 augustus 1961)

 

De Engelse dichter Philip Larkin werd op 9 augustus 1922 geboren in Coventry. Zie ook alle tags voor Philip Larkin op dit blog.

 

Geld

Elk kwartaal of zo maakt het geld mij een verwijt:
‘Waarom laat je mij hier in ledigheid?
Ik ben wat jij nooit hebt gehad, mooie dingen en seks.
Die zou je nog steeds kunnen krijgen, schrijf maar wat cheques.’

Dus kijk ik naar een ander, wat die ermee doet:
Die bergt het heus niet tussen het linnengoed.
Ze hebben een tweede huis en auto en vrouw:
De band tussen leven en geld lijkt tamelijk nauw.

Ze hebben zelfs veel gemeen, als je navraag gaat doen:
Jong zijn kun je niet uitstellen tot je pensioen,
En hoe je je poen ook belegt, het geld dat je spaart
Is aan het eind van de rit geen sikkepit waard.

Ik hoor het geld zingen. Het is of je uitzicht had
Van een hoog balkon op een provinciestad,
De sloppen, de gracht, gekke kerken in vol ornaat
Bij avondzon. Uitermate desolaat.

 

Vertaald door Wiebe Hagendoorn

 

Philip Larkin (9 augustus 1922 – 2 december 1985)

 

Zie voor de schrijvers van de 6e augustus ook mijn blog van 6 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 6 augustus 2019 en ook mijn blog van 6 augustus 2017 en mijn blog van 6 augustus 2016 en ook mijn blog van 6 augustus 2015 en ook mijn blog van 6 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Martin Piekar, Conrad Aiken

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

Die Stille von Schnee

Die Stille von Schnee rauscht als Echo von Staub
Wenn wir mit dem Telephon zwischen uns
Sitzend nichts sagen
Ja hörst du ihn nicht? Knistern.

Wenn der Staub mich im Headset
Zu kryptomeren Partikeln abtrüge;
Hörtest du dann mehr als
Meinen Schneefall?

Ich suche im Bett
Wie die Nadel eines Kompasses
Wie die Nadel
Eines Kompasses, der einfach vergisst
Wo sein Norden ist

Ich fühle mich so Funkturm.
Ein Sog aus dem Hörer.
Mein Atem zeigt,
Dass ich erreichbar bin,
Mein Funktionieren ist erwünscht.

Die Zeit wetzt die Stille ab.
Wie wir auch verschweigen, wir erodieren alle
Dabei wissen wir seit Monaten, was zu sagen ist.
Nicht, dass es uns irgendwie anhalten könnte,
Wenn wir etwas sagten, aber die Stille weist auf

Krüge in mir, voll hochprozentigen Unwissens
Versuche sie zu leeren –
Aber das lässt sich so schwer schlucken –.

Damit die Stille mich nicht abwetzt
Schreie ich:
I can´t get no sleep
I can´t get no
I can´t get no sleep
Ich balanciere durchs Telephon
Auf Funkwellenschlägen
Wir wissen doch beide schon
Wem die Stille schlägt
Faithless Insomnia

 

Behoefte aan jou en kersenbloesems

III

De floristische periode van lente tot herfst
Is een regenboog
Als fuiken
Vallen kersenbloesems naar ons toe
Het zijn de eerste bloemen
De sokkel van de zon
En een schijfje van de maan zijn nog
Over van het ontbijt – wil jij ze?
Of zal ik? In hagen
Verdichten zich schuilplaatsen, maar wij twee
Willen ons niet verschansen
Waar je nog voorouders hebt en studies
Waar de bomen niet groener zijn
De bedden niet zachter zijn, niet opgemaakter
Waar de horizonten
Van ons
Zijn gescheiden
Mijn bloemen, jouw trein, een kus
Mijn koptelefoonmuziek
Wordt alles
Kapot getikt door mijn systole

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

Rood is de kleur van bloed

Rood is de kleur van bloed, en ik zal het zoeken:
Ik heb het gezocht in het gras.
Het is de kleur van de steile zon die je door de oogleden ziet.

Het is verborgen onder het zachte vlees van vrouwen–
Stroomt daar, stroomt rustig.
Het stijgt van het hart naar de slapen, de zingende mond–
Zoals koud sap naar de roos klimt.
Ik ben verward in webben en knopen van scharlaken
Gesponnen uit de duisternis;
Of heen en weer geslingerd uit de monden van dorstige spinnen.

Waanzin voor rood! Ik verslind de bladeren van de herfst.
Ik ben moe van het groen van de wereld.
Ik ben zelf een mond voor bloed …

Hier, in de gouden waas van de late schuine zon,
Laten we lopen, met het licht in onze ogen,
Naar een enkele bank die vanaf het begin vooraf is bepaald.
Kijk: er zijn meeuwen in deze stadsluchten,
Aangestoken tegen het blauw.
Maar ik denk niet aan de meeuwen, ik denk aan jou.

Je ogen, met de late zon erin,
Zijn als blauwe poelen verblind door gele bloemblaadjes.
Dit lichtgroen staat ze goed.

Hier is je vinger, met een smaragd eraan:
Degene die ik je gaf. Ik zeg deze dingen beleefd–
Maar wat ik ondertussen denk, wie zal het zeggen?

Want ik denk aan jou, gekreukt tegen een witheid;
Gevild en gescheurd, met een dof gezicht.
Ik denk aan jou, schrijvend, een ding van scharlaken,
En aan mezelf, rood oprijzend uit die omhelzing.

De novemberzon is zonlicht dat door honing wordt gegoten:
Oude dingen, in zo’n licht, worden subtiel en fijn.
Kale eiken zijn als stil vuur.
Praat tegen me: nu drinken we de avondwijn.
Kijk, hoe onze schaduwen langs het graf kruipen!–
En kijk hier, hoe het grind begint te schijnen!

Dit is de tijd van de dag voor herinneringen,
Voor sentimentele spijt, schuine toespelingen,
Rozenbladeren, verschrompeld in een muffe pot.
Strooi ze in de wind! Er komen stormen aan.
Het is donker, met een winderige ster.

Als menselijke monden echt rozen waren, mijn liefste,–
(Waarom moeten we dingen zo met elkaar verbinden? –)
Ik zou jouw bloemblaadje voor bloemblaadje in een trage moord verscheuren.
Ik zou de meeldraden, de stampers plukken,
Het goud en het groen,–
De subtiele zoetheid verspreiden die jouw adem was
Op een koude golf van de dood….

Laten we nu langzaam teruglopen, zoals we gekomen zijn.
We zullen de kamer verlichten met kaarsen; ze mogen schijnen
Als rijen gele ogen.
Je haar is als gesponnen vuur, bij een kaarsvlam.
Je lacht naar me – zeg niets. Je bent wijs.

Want ik denk aan jou, neergeworpen brute duisternis;
Verpletterd en rood, met bleek gezicht.
Ik denk aan jou, met je haar in de war en druipend.
En aan mezelf, rood oprijzend uit die omhelzing.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e augustus ook mijn blog van 5 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 5 augustus 2018 en ook mijn blog van augustus 2017 en ook mijn 2 blogs van 5 augustus 2011.

Rutger Kopland, Martin Piekar

De Nederlandse dichter en schrijver Rutger Kopland (eig. Rutger Hendrik van den Hoofdakker) werd geboren in Goor op 4 augustus 1934. Zie ook mijn blog van 4 augustus 2010 en ook alle tags voor Rutger Kopland op dit blog.

 

De drie mogelijkheden van het menselijk denken

Op de fiets gaat alles wel langzaam
maar toch nog behoorlijk hard.

Wie heel goed luistert aan een stilstaand
horloge hoort een zacht tikken.

Waar blijft de tijd? Om daar over na
te denken hebben wij het zwerk.

 

Bericht van het eiland Chaos

Hoelang zijn we hier nu al vrienden,
het was ooit bedoeld als vakantie,
maar wat het nu is –

We zagen de folder: Chaos, dames en heren,
Uw eiland; de glanzende foto’s,
de helblauwe Chaotisch baai,
het krijtwitte vissersdorp Krisis.

We lazen dat het eiland wordt geprezen
om zijn zeer diepe rust,
de laatste bewoners worden zelfs
gelukkig genoemd onder hun plataan.

Wij dachten dat het een grap was
en gingen er heen, maar of het zo is –
we zitten op de kade
iedere dag

en aan onze voeten ligt een van de honden
iedere dag, bang dat wij weggaan.

Wij zien hoe de Hagia Katastrophi
daar voor anker ligt, langzaam
helemaal wordt bescheten door de meeuwen,
ligt te wachten op passagiers.

Hoe lang al, onze geschiedenis wordt
hoe langer hoe vreemder.

Mocht dit bericht jullie ooit bereiken
of mocht dit niet zo zijn.

 

Eva, zandsteen, twaalfde eeuw

Voor de steenhouwer was zij de eerste vrouw
op aarde – alsof je iets ziet van zijn deemoed
in de vrouw die hij schiep, zo trots is ze

haar ogen kijken langs ons weg, terug naar
wat achter haar ligt, al een mensheid ver

ze lijkt te denken aan hoe het begon, hoe ze
met Adam het paradijs verliet en ze samen
de eerste mensen moesten zijn

haar huid, haar mond waren nog glad en zacht
ze was geschapen om te worden bemind
en om kinderen te koesteren

maar de zon, de regen, de wind waarin ze leefde
hebben haar verweerd en de materie blootgelegd
waarin ze werd gemaakt – de steen

de steen die er al was, een eeuwigheid
voordat ze zelf bestond

het geeft haar gezicht iets zeer nadenkends
een niet te peilen afstand

 

Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

CyberSlaapstoornis

Laat de Ghost in de Shell
Hij moet broeden
Vanaf de maan in Jupiter in de livestream
Van een niet-slaap,
Want de slaap ontvlucht mij
Door de nacht
Chat ik mij
Als je een revolutie wilt
Bestel haar via Amazon Prime
Verzekerde verzending vermindert risico’s
In verstoorde eenzaamheid
Trek ik mijn beste pyjama aan
In het duister gedwongen te waken
Ik hou duisternis niet dromend uit
Share me, share me, share me with you applephone
En laten we dubbelgangers ruilen
Toevallig zijn zij als foetalisten
En springen van USB
naar USB-poort te woelen helpt
Niet om rust bij te wonen
Ik heb het contact met de slaap verloren
En probeer via oude tags
Wie de verveling zoekt
Blijft onvindbaar
Je kunt niet zomaar
Je relatiestatus veranderen zonder
Jezelf te veranderen
Ik heb een boekaanbeveling voor je
Schrijf er een
Trommel een paar servers op en
Vind mijn lijden keer op keer
Verdomde netwerkwederkerigheid
Ik heb een ineenstorting nodig
Ik ghost geen SleepStream
Ik blaas de Wifi-verbinding uit
En doe een wens

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e augustus ook mijn blog van 4 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 4 augustus 2019 en ook mijn blog van 4 augustus 2017 en ook mijn blog van 4 augustus 2013 en mijn drie blogs van 4 augustus 2011 en mijn blog over Robert Beck.

Marica Bodrozić, Mirko Wenig

De Duitse dichteres en schrijfster Marica Bodrozić werd geboren op 3 augustus 1973 in Zadvarje in het toenmalige Joegoslavië. Zie ook alle tags voor Marica Bodrozić op dit blog.

Uit: Mystische Fauna. Von der Liebe der Tiere

Die Tiere sind dort, wo die Menschen nicht sind. Ihre Erde ist unsere Erinnerung geworden. Die Gegenwart übt deshalb in mir die Sehnsucht nach Verbindung. Das überzeitliche Gedächtnis, jenes hoch in die Träume aufschwingende Gebiet der Bilder, hat mich nicht vergessen. Es webt mich gemeinsam in die Schichten, Falten und Täler des Lebens ein.
Im kostbaren Verbund mit den Tieren erzählt es mir damit auch mein eigenes Sein und zeigt, dass ich als Landschaft in Landschaft eingebett¬et bin, vielfach geschichtetes Gewebe von Zeit und Raum. In einer lauter werdenden Welt reduziert sich unsere kollektive Wahrnehmung von Leben mehr und mehr auf einen kühlen Singular. Doch die verflochtenen Beziehungen aller Lebewesen sind nie aus der Welt verschwunden, sie haben nur keinen Platz mehr in unserem Kopf. Das Leid der Tiere erinnert mich am schmerzlichsten daran, dass nichts voneinander getrennt ist. In einem durchgetakteten Alltag, der ein auf Effizienz ausgerichtetes Denken aufzeigt, erscheint in unserer Kultur die künstlich von den Tieren und der Natur abgetrennte Wirklichkeit als die einzig mögliche. So aber machen wir uns selbst zu Handlangern unserer gekaperten Empfindungswelt, die, dieserart geleugnet, nicht mehr in unsere Sprache vordringen kann, um einem mehrspurigen Fühlen und Denken zuzuarbeiten. Die Tiere meines Lebens haben in mir das überzeitliche und in Verbindungslinien aufgebaute Gedächtnis vor dem Vergessen beschützt. Pferde, Esel und Kühe, Katzen, Hunde und Schafe haben mich mit der Wärme ihres Atems und mit ihrer bedingungslosen Anwesenheit auf der Seite des Lebens gehalten, als die nächsten Menschen mich im Stich gelassen haben.
Ich wuchs bis zu meinem neunten Lebensjahr ohne Eltern auf. War ich allein? Nein, ich hatte erwachsene Menschen an meiner Seite, aber sie waren nicht auf die Weise der Tiere von Anfang an bei mir. Schon seit vielen Jahren drängen die Tiere deshalb in meine Sprache und wollen als »Behältnisse des Vergessenen«, so eine Formulierung von Walter Benjamin, aus dem Schatt¬en der Welt heraus- treten und in meine Gegenwart hineinsprechen. Das Unendliche denkt in Verbindungslinien. Die Tiere haben für mich darin einen festen Platz. Ich bin bereit, mitzudenken, ins Offene zu gehen, dem Unendlichen ein Boot zu bauen.
Die Tiere sind Anwesenheit im Zeitlosen. Sie sind Teil einer universalen, keiner beliebig manipulierbaren Kraft, und mit Ehrfurcht schaue ich an dieser Quelle des Lebens entlang zurück in meine Kinderzeit, hinein ins Jetzt und nach vorne in eine Zukunft, die mich kennt, ohne mir gleich zu erzählen, wer ich einmal gewesen sein werde, wenn ich diese Reise ins innerste Reich der Tiere und in mein eigenes Zentrum vollzogen habe.”

 

Marica Bodrozić (Zadvarje, 3 augustus 1973)

 

De Duitse dichter Mirko Wenig werd geboren op 3 augustus 1977 in Gera. Zie ook alle tags voor Mirko Wenig op dit blog.

 

In haar kamer grazen 20 ezels,

let wel, gemaakt van pluche.
& de grootste, lang uitgerekt
op het hoekige bed,
draagt een pleister
op de wang.

Buiten is het winter daar
kan ik niets aan doen. Niet
aan het ruziënde stel, dat
op de helling staat,

niet aan de man die
die nu nog sneeuwt schept,
het is 23.00 uur,
het is kersttijd,
en zijn vrouw kwam
niet naar huis.

Op het balkon staat een kind
& laat zijn oren hangen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mirko Wenig (Gera, 3 augustus 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e augustus ook mijn blog van 3 augustus 2023 en ook mijn blog van 3 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 3 augustus 2016 en mijn blog van 3 augustus 2015 en eveneens van 3 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Jussi Adler-Olsen, Conrad Aiken

De Deense schrijver Carl Henry Valdemar Jussi Adler-Olsen werd geboren op 2 augustus 1950 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jussi Adler-Olsen op dit blog.

Uit: Het Alfabethuis (Vertaald door Erica Weeda)

“Het weer was niet al te best. Een koude wind en slecht zicht. Ongebruikelijk guur voor een Engelse januaridag. De Amerikaanse bemanning zat al een tijdje op de landingsbaan toen de lange Engelsman op de groep afkwam. Hij was nog niet helemaal wakker. Achter de voorste groep kwam een gedaante half overeind en zwaaide naar hem. De Engelsman zwaaide terug en geeuwde luid. Na een lange periode met alleen maar nachtvluchten was het moeilijk om het ritme van dag en nacht weer om te keren. Het zou een lange dag worden. In de verte taxieden de machines langzaam naar het zuidelijke deel van de startbanen. Dat betekende dat ze spoedig de lucht zouden vullen. De stemming was levendig en tegelijk beklemmend.
Het bericht aangaande de missie kwam van generaal-majoor Lewis H. Breretons kantoor in Sunning Hill Park. Daarin verzocht hij de opperbevelhebber van de RAF, luchtmaarschalk Harris, om Britse assistentie. De Amerikanen waren nog steeds erg onder de indruk van de Britse Mosquito’s. In november hadden ze bij een nachtelijke aanval op Berlijn het best bewaarde geheim van de Duitsers onthuld: de fabriek van v-1 bommen in Zemplin. De keuze van de manschappen liet men over aan luitenant-kolonel Hadley-Jones, die de praktische werkzaamheden toevertrouwde aan zijn medewerker John Wood. Zijn opdracht was de twaalf Britse bemanningen te selecteren. Acht groepen instructeurs en vier hulpmanschappen met een speciaal observatiedoel onder de 8e en 9e Amerikaanse luchtvloot. Voor die taak werden tweezits P-51D Mustang jachtvliegtuigen uitgerust met Meddo-apparatuur en gevoelige optische instrumenten.
Nog maar twee weken geleden waren James Teasdale en Bryan Young aangewezen als de eerste bemanning die dit materiaal onder zogenaamde  normale omstandigheden' zouden testen. Kortom, ze konden ervan uitgaan dat ze weer in een gevecht verwikkeld zouden raken. De aanval was gepland op 11 januari 1944. Doel van het konvooi bommenwerpers waren de vliegtuigfabrieken in Oschersleben, Braunschweig, Maagdenburg en Halberstadt. Beiden hadden geprotesteerd dat hun kerstverlof werd ingetrokken. Ze waren nog steeds oorlogsmoe.Veertien dagen om je te verdiepen in die klerekist!’ Bryan zuchtte. ‘Ik weet helemaal niets van al die apparatuur. Waarom kan Uncle Sam niet z’n eigen rotzooi bemannen?’ John Wood stond met zijn rug naar hen toegekeerd, gebogen over zijn aktemappen. ‘Omdat ze jullie willen hebben!’ Dat is toch geen argument?'Jullie kunnen voldoen aan de verwachtingen van de Amerikanen en bovendien levend terugkomen.’ Kunnen ze ons dat garanderen?'Ja!’ `Zeg iets, James!’ Bryan keerde zich om naar zijn vriend. James greep naar zijn halsdoek en haalde zijn schouders op. Bryan plofte neer.”

 

Jussi Adler-Olsen (Kopenhagen, 2 augustus 1950)

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

Improvisaties: Licht en sneeuw: 04

Op de dag dat mijn oom en ik naar de begraafplaats reden,
Ratelde de regen op het dak van de koets;
En pratend over ditjes en datjes
Waakten we ervoor om naar de kist van het kind op de stoel voor ons te kijken.
Toen we de begraafplaats bereikten
Ontdekten we dat de dunne sneeuw op het gras
Al doorzichtig was van de regen;
En er waren planken op gelegd
Zodat we konden lopen zonder onze voeten nat te maken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e augustus ook mijn blog van 2 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 2 augustus 2018 en ook mijn blog van 2 augustus 2017 en ook mijn blog van 2 augustus 2011 deel 2.

Mehis Heinsaar, Alfred Lord Tennyson

De Estse schrijver Mehis Heinsaar werd geboren op 1 augustus 1973 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Mehis Heinsaar op dit blog.

Uit: The Traveller’s Happiness (Vertaald door Kazue Daikoku)

“In the kitchen the busy wife understood immediately by watching that today he was somehow in a good mood and because of this adjusted her wide bottom quite happily in front of happy Venjamin. And when the hitting started, she whimpered indeed with enormous hate and pain and from her whole throat, though in this whimpering there was also a moderate amount of lust and amusement.
„Yes, I don’t have any property, it rains through the roof and the children were taken to a children’s home because we don’t have the money to raise them,” thought the traveller’s happiness at the same time, „and my whole life has gone to hell for the most part, but I have a wife I love and who is fun to beat. I get a pension from the state and I sleep as much as I want, no one comes to stop me from doing anything or boss me around – well!….life is good after all…”
And out of a great joy Venjamin the metal worker farted right where he was, which is how the traveller’s happiness again catapulted out of him and the mood of the metal worker became so strange once more that he didn’t feel like beating his wife anymore.
But the traveller’s happiness had nothing more to do with it, once again it joined the southern wind and flew as a tender twinkling further towards Viljandi.
The clouds came together, it began to rain and the traveller’s happiness rained down as hundreds of thousands of drops on the flesh of a young girl, into her blond hair, light eyebrows and clothes, soaking into the poors of the skin and between the lips, fusing with both her breathing and mind until it felt that it had become Mari-Ann, a young girl.
Stepping through the rain towards home, happiness now suddenly felt a special joy from her slim body, swinging hips and strong breasts, felt joy over her long and fair hair, her own affection and curiosity towards the world and that she without reason suddenly smiled at each passer-by. She felt joy over her glimmering eyes, innocence, the simple and clear thoughts in her head and the glances of men looking back at her lustfully on the street.
Seeing and feeling all of this, happiness joyfully began to hum a tune, then slid out from between the red lips of the girl again, rose with the warm air streams up into the sky and carried further, going farther and farther north.
Between Tõravere and Koltsi the traveller’s happiness suddenly became a white cloud, hovered over a neglected meadow, stopped for a moment in the glance of a woman as old as the hills and then dispersed once again into an invisible and flickering substance.”

 

Mehis Heinsaar (Tallinn, 1 augustus 1973)

 

De Engelse dichter Alfred, Lord Tennyson werd geboren op 6 augustus 1809 in Somersby, Lincolnshire, England. Zie ook alle tags voor Alfred Tennyson op dit blog.

 

Kom niet…

Kom niet, als ik ben doodgegaan,
Dwaas schreiend aan mijn grafstee staan.

Treed niet de grond rondom mijn hoofd,
Jij die mij eens was toebeloofd.

Verstoor de rust niet van het koud
Arm stof dat jij niet redden woudt.

Dat men de wind en de pluvier slechts hoor’.
Maar jij, – loop door!

Of ’t wandaad was, kind, of je waan,
Deert mij niet langer: ’t moest zo gaan.

Kus wie je wilt in zaligheid
Maar ik ben zat en ziek van Tijd.

Ik vraag slechts rust, laat mij alleen.
Toef niet, zwak hart, ga heen.

 

Vertaald door Victor E. Van Vriesland

 

Alfred Tennyson (6 augustus 1809 – 6 oktober 1892)
Standbeeld in Lincoln, Engeland

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 1 augustus 2019 en ook mijn blog van 1 augustus 2017 en ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 3.

Cees Nooteboom, Jill McDonough

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

Uit: Paradijs verloren

“Op de titelpagina staat een lange opdracht geschreven. Ze leest die nogal snel, en terwijl ze het boek op de lege plaats naast zich legt kijkt ze alweer naar buiten. De motoren worden gestart, het vliegtuigje begint te schudden, ik zie haar borsten in het nauwe T-shirt zachtjes meetrillen en vind dat opwindend. Ze heeft haar linkerbeen omhoog, licht valt op haar haar, kastanje met een soort gouden schijn erin. Ze heeft het boek omgekeerd neergelegd, geen sprake van dat ik de titel kan lezen. Het is een dun boek, daar houd ik van. Van Calvino moeten boeken kort zijn, daar heeft hij zichzelf meestal aan gehouden. We rennen over het beton. Vooral bij kleinere vliegtuigen is er altijd een wellustig ogenblik als je opstijgt, als er meteen al een beetje thermiek aan te pas komt, en de machine van onderen een extra duwtje lijkt te krijgen, zoiets als een streling, datzelfde gevoel dat je vroeger als kind had bij het schommelen.
Op de heuvels ligt nog sneeuw. Dat maakt het landschap heel grafisch, kale bomen geëtst op een wit vel, soms heb je niet meer nodig om iets duidelijk te maken. Zij kijkt er niet lang naar. Ze heeft het boek weer tevoorschijn gehaald en leest de opdracht nu nog een keer, maar even ongeduldig. Ik probeer daar iets bij te verzinnen — dat is tenslotte mijn beroep — maar kom daar niet ver mee. Een man die iets goed te maken had? Met boeken moet je daarmee oppassen. Geef het verkeerde boek of de verkeerde schrijver en je bent in de gevarenzone. Ze bladert erin, kijkt af en toe wat langer naar een bladzij. Voor zo een klein boek zijn er heel wat hoofdstukken. Dat betekent elke keer een nieuw begin, en daar moet je een goede reden voor hebben. Wie het begin of het eind van een boek verknalt heeft er niet veel van begrepen, en dat geldt eigenlijk ook voor hoofdstukken. En wie die schrijver ook is, hij neemt behoorlijke risico’s. Nu heeft ze het boek weer naast zich gelegd, deze keer met de titel naar boven, maar door het licht dat ze boven zich heeft aangedaan glanst het plastic van de omslag zo dat ik de woorden nog steeds niet kan lezen, ik zou moeten opstaan om beter te zien. Cruising altitude, altijd van die woorden gehouden. Ik verwacht dan skiërs, we vliegen tenslotte boven wolken met wonderlijke glooiende hellingen, dat heeft me nog nooit verveeld. Op die hoogte heeft de wereld alleen maar lege bladzijden, je kunt je gang gaan. Maar zij kijkt niet naar buiten, zij heeft het inflightmagazine gepakt en bekijkt het van achteren naar voren. Door Sao Paulo is ze heen gevlogen, ze is wat langer bij een groot groen park blijven hangen, en staart nu naar de schilderijen van aboriginals, af en toe brengt ze zelfs het blad wat dichter bij haar ogen, en den keer zie ik hoe ze met haar lange vingers een vreemde slangenfiguur op een van die schilderijen natrekt. Dan doet ze het blad dicht en valt onmiddellijk in slaap. Sommige mensen kunnen dat, ingehouden slapen.”

 

Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

Onafhankelijk van geboortedata

 De Amerikaanse dichteres Jill McDonough werd geboren in Hartford, Connecticut in 1972 en groeide op in North Carolina. Zie ook alle tags voor Jill McDonough op dit blog.

 

Wat kinderen niet weten

Ik bezoek een middelbare school en de middelbare scholieren
vragen of ik nog steeds gedichten schrijf voor Josey. Ik herinnerde

me niet dat kinderen niet weten dat de volwassenen om hen
heen verliefd zijn. Hun slordige directeur

in zijn rommelige kantoor. Vermoeide cafetariadames
met haarnetjes, die naar aardappelpuree ruiken. Al die

coaches en obers, alle dokters en oudtantes.
Mensen die achter de drive-thru vensters werken! Ze lachen, ze geven je

papieren bekertjes gevuld met popcornijs. Ze hebben de hele nacht
in bed gelegen met iemand waar ze geen genoeg van kunnen krijgen,

waar ze onophoudelijk aan moeten denken. Ze maken wat mentale lijstjes.
Genoeg te doen boven om een hele dubbele dienst mee door te komen.

Je bibliothecaresse schrijft een liefdesbrief. Ze lacht, slaat hem op
op haar laptop, zucht. En nu raakt ze haar lippen aan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jill McDonough (Hartford, Connecticut, 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e juli ook mijn blog van 31 juli 2018 en ook mijn blog van 31 juli 2017 en ook mijn blog van 31 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Dolce far niente, Paul Laurence Dunbar, Maja Lunde, Frank Lima

 

 

Zomerhitte door Yuriy Demiyanov , 2018

 

In Summer

Oh, summer has clothed the earth
In a cloak from the loom of the sun!
And a mantle, too, of the skies’ soft blue,
And a belt where the rivers run.

And now for the kiss of the wind,
And the touch of the air’s soft hands,
With the rest from strife and the heat of life,
With the freedom of lakes and lands.

I envy the farmer’s boy
Who sings as he follows the plow;
While the shining green of the young blades lean
To the breezes that cool his brow.

He sings to the dewy morn,
No thought of another’s ear;
But the song he sings is a chant for kings
And the whole wide world to hear.

He sings of the joys of life,
Of the pleasures of work and rest,
From an o’erfull heart, without aim or art;
‘Tis a song of the merriest …

 

Paul Laurence Dunbar (27 juni 1872 – 9 februari 1906)
Dayton, Ohio, de geboorteplaats van Paul Laurence Dunbar

 

De Noorse schrijfster en scenariste Maja Lunde werd geboren in Oslo op 30 juli 1975. Zie ook alle tags voor Maja Lunde op dit blog. Zie ook alle tags voor Maja Lunde op dit blog.

Uit: The Last Wild Horses (Vertaald door Diane Oatley)

“Heiane, Viken, Norway, 2064
The stallion’s attraction to the mare verged on euphoria. The instinct was all-consuming, making him delirious, unpredictable. As a human being, I will never understand such an intense, physical craving. Well, there was a period of my life when I’d allowed myself to be pulled under the surface, where I’d let go, but only for a few minutes and that was long ago. I could no longer afford such a luxury. The only drive propelling my actions now was hunger. Hunger can make a per-son behave irrationally, too, in a manner resembling madness. Hunger can com-pel us to do just about anything. There’s no arguing with an animal’s drives, so I had to protect Nike, my mare. Rimfaxe was relentless, although the fences around Nike and her foal Puma should have been enough to keep him at a safe distance. Nike was in heat and this lured him to the paddock no matter how much I yelled and gesticulated. She’d lost her partner, Hummel the stallion, last autumn. He’d been old and tired; I took pity on him. And now Nike was alone. I knew she would not find peace un-til she conceived. But she couldn’t have what she wanted because she was a takhi, one of the few remaining wild horses in the world, and Rimfaxe was just a wholly ordinary, tame horse Richard had freed before his departure from the neighbouring farm one year ago. The foal of a wild horse and a tame horse would inherit predominantly the characteristics of the tame horse; the bloodline would die out after just two generations, and all our efforts to bring her here, the work invested to ensure the continued survival of her breed, would have been in vain. “Get out of here, Rimfaxe!” The stallion rubbed against the fence, thrust his muzzle toward Nike trying to reach her, and the mare encouraged him, lifting her tail and turning her hindquarters in his direction. I ran closer waving my arms. “Get out of here! Shoo!” Rimfaxe whinnied at me, twisting and side-stepping a bit, before trotting away, his haunches expressing his indignation. “Forget about it!” I shouted after him. “Go find a horse of your own kind!” Soon, I would no longer need to guard them like this. It was September. Nike was about to commence her six-month anestrus period, six months of peace and quiet for both of us. During the winter, I had control over the animals’ behaviour and my own situation. As long as the larder was full, as long as the winter storms kept their distance, as long as the power didn’t go out, life was manageable in the winter. I walked all the way over to the fence, leaned against a pole, and reached my hands out to the wild horses. “Good morning, Nike. Hi, Puma.” They turned their heads toward me, recognizing my voice. Puma came over first, his skinny legs nimble against the ground. He was still new to the world, a little unsteady, and his movements had a kind of hesitancy. He poked his muzzle through the fence and snuffled softly.”

 

Maja Lunde (Oslo, 30 juli 1975)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter Frank Lima werd geboren in 1939 in Spanish Harlem, New York City. Zie ook alle tags voor Frank Lima op dit blog.

 

Eeuwigheid

in het begin
was er geen einde

de grond waarop we
liepen was
een herinnering

onze schaduwen
valse verhalen

onze kleding
ruimte zonder tijd

duisternis was de
kleur van engelen

en de sterren
huilden niet

 

Frank Lima (1939 – 21 oktober 2013)
Frank and Sheyla Lima. Dubbelportret door Alex Katz, 1964

 

Zie voor nog de schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2023 en ook mijn blog van 30 juli 2020 en eveneens mijn blog van 30 juli 2019 en ook mijn blog van 30 juli 2017 en ook mijn blog van 30 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Guillermo Martínez, Thomas Rosenlöcher

De Argentijnse schrijver en wiskundige Guillermo Martínez werd geboren in Bahía Blanca op 29 juli 1962. Zie ook alle tags voor Guillermo Martinez op dit blog.

Uit: De Openbaring Van Roderer (Vertaald door Peter Valkenet)

“We gingen aan de achterste tafel zitten. Met twee pionnen lootten we om de kleur; ik bleek wit te hebben. Roderer zette zijn stukken heel langzaam neer; ik vermoedde dat hij het spel nauwelijks beheerste, en omdat ik door een van de spiegels zag dat Nielsen was binnengekomen, opende ik met e2-e4 in de hoop de partij snel met een gambiet te kunnen beslissen. Roderer dacht lang na, tergend lang, en bracht zijn koningspaard naar f6. Een onaangename verrassing: sinds enige tijd was ik juist die opening, de Aljechinverdediging, aan het bestuderen om met zwart te gebruiken tijdens het jaarlijkse Open Schaaktoernooi. Ik was daar bijna per toeval op gestuit in de Schaakencyclopedie en onmiddellijk had alles eraan mijn bewondering gewekt: die eerste zet met het paard, die op het eerste gezicht nogal extravagant leek, of zelfs kinderlijk; de heroïsche, bijna hoogmoedige wijze waarop zwart vanaf de eerste zet de meest begeerde trofee van de opening prijsgaf — de controle over het centrum — in ruil voor een onbestemd en mistig positioneel voordeel, en vooral, en dat was de reden waarom ik deze opening grondig was gaan bestuderen, het feit dat dit de enige opening was die wit niet kon afwijzen of een andere richting op kon sturen. In Puente Viejo, waar de Spaanse opening, het klassieke damegambiet of op zijn hoogst een variant van het Siciliaans werd gespeeld, kende uiteraard niemand de Aljechinverdediging; ik hield mijn nieuw verworven kennis angstvallig voor me tot het toernooi zou beginnen. En ineens, waar iedereen bij was, speelde deze nieuweling hem tegen mij. Natuurlijk bestond altijd de mogelijkheid — en aan die gedachte gaf ik de voorkeur — dat de zet met het paard uit onbeholpenheid voortkwam, dat het een beginnerszet was. Ik schoof mijn pion door naar e5 en Roderer dacht weer veel te lang na voordat hij zijn paard naar d5 verplaatste. Dit ging zo verschillende zetten door: ik volgde nauwgezet de variant uit de Schaakencyclopedie en Roderer nam heel lang de tijd voor zijn tegenzet, maar koos uiteindelijk altijd precies de juiste, zodat ik onmogelijk kon besluiten of hij de opening kende of dat zijn zetten hem werden ingegeven door een bepaalde trefzekere intuïtie, die hem bij de eerste serieuze aanval ongetwijfeld al snel in de steek zou laten. Langzaam lieten we alle zekerheden los en betraden we het niemandsland dat zich uitstrekt na de openingszetten, dat open terrein waarin het spel pas echt begint. Het geroezemoes uit het andere gedeelte van de zaal drong nog maar nauwelijks tot me door, alsof het ergens halverwege werd gedempt. De kaarttafels, die blauw stonden van de rook, leken op een fantastische manier heel ver van ons vandaan te staan en zelfs de belangstellenden die bij onze tafel waren komen staan, om de partij te volgen, al die bekende gezichten, vervaagden en leken zich op grote afstand te bevinden, zoals je de mensen op het strand ziet wanneer je de zee in bent gezwommen. Ik keek weer naar Roderer. Ik weet dat er later vrouwen in het dorp waren die hevig naar hem verlangden; ik weet dat mijn zusje wanhopig van hem hield. Hij had donkerblond haar, waarvan een lok voortdurend over zijn voorhoofd viel.”

 

Guillermo Martínez (Bahía Blanca, 29 juli 1962)

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog.

 

De Elbe

De oever, ’t pad erlangs, de berm, de stenen.
Aan zwarte muren zwarte industrie
ontlast zich zwijgend in het zwarte water.
Maar weiden trekken mee, de helling, eenmaal
trouw metgezel, welhaast in schoonheid opgaand,
rolt nog zijn groen over de rode daken
voorbij een villa met wijdopen ramen;
muziek waait naar mij over en van ver,
waar wordt gebouwd, een continu klip-klap,
als gold het de rivier te dirigeren,
zodat, helderder kolkend aan de randen,
zij over gladde stenen opwaarts vloeit
dat de brij op de bodem zacht beweegt
en in het midden sneller, naar beneden,
geluidloos kettingknarsen, pijpgebrul.
Wat is er met mij. ’t Gaat toch, alles gaat toch.
Zelfs nog de dode stroom stroomt voort.

 

Vertaald door Ad den Besten

 

Thomas Rosenlöcher (29 juli 1947 – 13 april 2022) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juli ook mijn blog van 29 juli 2022 en ook mijn blog van 29 juli 2017 deel 1 en ook deel 2.

Remco Campert, Claudia Gabler

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog

 

Brieven

Die moet ik nog schrijven, en die
dat ik gezond ben
dat ik gisteren dronken was in een grieks café
daarna in een turks café, in een noors

dat ik me instel op ene hoge
zeer hoge gasrekening

en andere dingen aan anderen –
grasduinen in een steeds onverklaarbaarder wereld

dat iemand zei:
gij hollanders, ge zijt allemaal hetzelfde
terwijl ik toch had betaald
en een franse bril op had
en een duitse gedichtenbundel op zak
en thuis op mijn tafel
Anne Sexton’s onovertrefbare gedicht
‘wanting to die’

en luister hoe ik de stoppen vernieuwde
en het licht opeens weer brandde
en zij op de bank lag te slapen
onder de blauwe deken

Aan deze en gene moet ik schrijven
dat ik het niet doe
dat ik weiger
dat ik ga procederen
dat de dagen hier in de regen verslijten

en de wereld nooit groter is dan een stad
dan ik in die stad
mijn voeten op die stenen
en wat ik zie als ik knipper met mijn ogen
en ik moet vragen hoe het gaat
of het huis al gebouwd is
het stuk goed vertaald
of de kinderen voorspoedig groeien
en de vrouwen niet al te ongelukkig zijn

 

1975

Rare jaren, deze jaren,
niets komisch veel mislukt
rollende stenen zonder mos.

Kreupel zoekt de poëzie het huis weer op
de warme lamp
het kleine leed van pappie-mammie roepen
verdriet om de voorbije verjaardag
wéér troost de natuur
wéér komt op de proppen die ellendige God
vermomd nu als VU-student
of Nijmeegse nitwit.

Maar ook wij
toen we een gooi naar het grootse deden
hadden niemand iets te bieden
dat een schuilplaats gaf
voedsel in een maag
een schaar om prikkeldraad door te knippen
nauwelijks een doek voor het bloeden
of schoonheid die een gedicht verbrandt.

Verwilderd in besneeuwde vlaktes
woestijnen in muren gevangen
de kampen kelders en kooien
waar de ene mens de andere onmens wordt.

Al die dromen al die jaren
steeds weer dat kind op ’t platgebrande station
het hoge gillen in de kazerne
waar je stem, die mooie vaas
werd stukgetrapt.

En buiten de hekken
de koude cameraman
altijd bezorgd om z’n materiaal.

Schrijven, die lullige luxe
waar ademen al een weelde is
en eten, je bordje leeg.

De beste talenten aan de drank
aan de roem, aan de ijdelheid
aan de spuit
of in ’t gesticht
met een positie in een commissie
of uit het raam gesprongen
of geschrokken hokkend bij moeder de vrouw
of zich verliezend in analyses:
napalm van woorden
over het vel van de taal.

Ach
sla ons om de oren
dat we wakker worden
dat niet onze ontroering
in klein geblaat verloren gaat
dat we weer ons bed opnemen
en zwerven met de bedeljongen
.

 

Remco Campert (28 juli 1929 – 4 juli 2022)

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

Het was precies de opstelling van de banken

Het was precies de opstelling van de banken die ik altijd had gewenst. Maar de vrouw naast hem was een beetje te bleek en haar lippenstift te perfect. Ik vermoedde dat er hier geen raam was. Niet om open te maken en niet om je erdoor op straat te werpen. De man in de hoek vulde slechts een klein deel van de kamer. Op het eerste gezicht kon hij alleen maar dirigent zijn, of gewoon een muzikant, of een eenvoudige werkman. Ondanks de taken die hem te wachten stonden, oogde hij gelukkig. Zijn knieën waren de mooiste knieën die ooit het daglicht hadden gezien. Met deze knieën kon hij eigenlijk niets anders worden dan acteur. Maar hij had immers al een baan.

De man had een glas cola op de vloerbedekking gemorst. Maar misschien was het ook alleen maar de omtrek van zijn lichaam dat als een schaduw ooit diagonaal door de kamer was gaan liggen. Soms oogde hij ook als een medewerker die de hotelgasten aan het lachen moest maken. Daartoe had hij al het haar afgeschoren dat op zijn perfect getrimde lichaam woekerde. Hij zag er nu uit als iemand die zwemt voor de kost. Ik bedoel dus: die om professionele redenen snel zwemt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970)

 

Zie voor de schrijvers van de 28e juli ook mijn blog van 28 juli 2020 en eveneens mijn blog van 28 juli 2019 en ook mijn blog van 28 juli 2017 en ook mijn blog van 28 juli 2011 deel 2.