Martin McDonagh, Erica Jong

De Engels-Ierse schrijver en regisseur Martin McDonagh werd geboren op 26 maart 1970 in Camberwell, Londen. Zie ook alle tags voor Martin McDonagh op dit blog.

Uit: A Skull in Connemara

A knock at the front door, which pushes open immediately. Mairtin enters in a Man. Utd away shirt with ‘Keane’ on the back, blowing bubbles now and then.
Mairtin How is all?
Mary How are you, Mairtin?

Mick How are you, Mairtin? And close the door.
Mairtin I’ll close the door (Does so.) or was it a barn with a wide open door you were born in, me mam says. She says, was it a barn with a wide open door you were born in, Mary beag, and I say ‘You’re the get would know, Mam.’
Mary tuts.

Mairtin No, I say, you’re the woman would know, Mam. I do. That’s what I say, like. Because if anybody was to know where I was born, wouldn’t it be her? (Pause.) The Regional Hospital I was born. In Galway.
Mick We know where the Regional Hospital is.
Mairtin Aye. (To Mary.) Wasn’t it you was in there with your hip?
Mary No.

Mairtin It must’ve been somebody else so. Aye. Who was it? Somebody who fell down and was fat.
Mick What is it you’ve come over about, Mairtin?
Mairtin Father Welsh or Walsh sent me over. It was choir and I was disruptive. Is that poteen, Mick? You wouldn’t spare a drop?
Mick No I wouldn’t.
Mairtin Ah g’wan
Mary Why was you being disruptive in choir, Mairtin? You used to be a good little singer, God bless you.
Mairtin Ah, a pack of oul shite they sing now.
Mary tuts at his language.
Mairtin A pack of not very good songs they sing now, I mean. All wailing, and about fishes, and bears.
Mick About fishes and bears, is it?
Mairtin It is. That’s what I said, like. They said no, the youngsters like these ones. What’s the song they had us singing tonight? Something about if I was a bear I’d be happy enough, but I’m even more glad I’m human. Ah, a pile of oul wank it is. It’s only really the Christmas carols I do like.
Mick And in September you don’t get too much call for them.

Mairtin Is right, you don’t. But I think they should have them all year, instead of the skitter they do, because they do make you very Christmassy, like.”

 

Martin McDonagh (Camberwell, 26 maart 1970) 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Erica Jong werd geboren in New York op 26 maart 1942. Zie ook alle tags voor Erica Jong op dit blog.

 

Het gedicht kat

Soms wil het gedicht
niet komen;
het verbergt zich voor de dichter
als een speelse kat
die onder het huis
is gekropen
& schuilt tussen slakken,
wortels, spinnenogen,
een richel zo lang uit de zon
dat hij vochtig is
van de adem van de Trollenkoning.

Soms schiet het gedicht
er vandoor
als een terughoudende minnaar
die bang is om bezeten te worden,
om te veel te voelen,
om zijn essentiële eenzaamheid
te verliezen- die hij vrijheid
noemt.

Soms kan het gedicht
de passie van de dichter.
niet belonen.

Het gedicht is een dans
tussen dichter en gedicht,

maar soms wil het gedicht
gewoon niet dansen
en loert het aan de zijlijn
tikkend met zijn voeten –
jamben, trocheeën-
uit de pas met de muziek
van je mariachiband.

Als het gedicht niet komt,
zeg ik: besluip het.
Doe alsof het je niets kan schelen.
Ga in je stoel zitten
lees Shakespeare, Neruda,
de onsterfelijke Emily
en laat je drijven
op hun muziek.

Ga naar de keuken
en begin uien te pellen
voor zelfgemaakte sugo.

Voor je het weet,
zal het gedicht roepen
terwijl je rijpe tomaten
weg bubbelen
met inspiratie.

Als het hele huis vol is
met het zachte tomatenaroma,
begin je met het kneden van de pasta.

Wanneer je heen en weer deint
boven het vochtige, sensuele deeg,
het plooit naar jouw wil,
wanneer je de liefde bedrijven met dit manna
van meel en water,
zal het gedicht honger krijgen
en komen
net zoals een kat
thuiskomt
wanneer je haar het minst
verwacht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Erica Jong (New York, 26 maart 1942)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e maart ook mijn blog van 26 maart 2021 en ook mijn blog van 26 maart 2020 en eveneens mijn blog van 26 maart 2019 en ook mijn blog van 26 maart 2017 deel 2.

Paul Meeuws, Joy Ladin

De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Zie ook alle tags voor Paul Meeuws op dit blog.

 

U
voor mijn vader 1909-2009

U zeg je tegen meerderen en vreemden
u is de uitdrukking van afstand en vrees

maar wie u zegt vormt zijn mond tot een kus
biedt afstand een wang, vrees baardstoppels
ontwaakt in een wieg

wordt door onderstoppende handen gekneed
in een vorm volmaakt als een droom

is jaren daarna van die droom nog de mal
zoals mijn mond zich vormt om het woord u
zoals mijn oor de mal is van de naam die ik kreeg.

 

Blues

Men wandelt op een veer
in tweekwartmaat en fluit.
Er hapert meestal niets.

Een enkeling, te opgewonden, maakt
een hinkelsprong te vroeg.
Gedrang, syncopisch oponthoud
om wat, om wie?

Om wie lichtzinnig in haar enkels voelt
de hapering waar het om draait,
maar weggewimpeld met haar haar.

 

Voor strijkers

Een cycladische god bouwde de vrouw.
Niemand speelde met haar.
Alleen de wind beproefde haar schuchter
maar hield meer van riet.

Eeuwen verstreken.
De grieken floten op hun botten en vochten
tot de wereld er ongeveer uitzag als nu.

Van de cycladen weten we niets.
Onbespeelbare dames staren ons aan,
reikhalzend nog steeds naar een snaar.

 

Paul Meeuws (Roermond, 25 maart 1947)

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

9e en 2e

Ik leef, zeg je
tegen niemand in het bijzonder.

Je bent niemand in het bijzonder.
Dat is een goede zaak. De straat is gevuld met zielen

genesteld in mooie lichamen
die niet in jouw

richting kijken. Iemand zingt,
iemand houdt de hand vast

van iemand die zich schaamt voor genegenheid,
mannen en vrouwen gemaakt van licht

drinken in het licht
gemaakt van mannen en vrouwen.

Ze leven, zeg je,
tegen niemand in het bijzonder.

Een van hen zingt, een verkoopt bloemen,
een is zo dun

dat je bijna door haar heen kunt kijken. Een kijkt
in jouw richting.

Ik leef, zeg je, een beetje beschaamd
om niemand in het bijzonder te zijn, een ziel

genesteld in een lichaam
van mannen en vrouwen.

Iemand zingt, iemand drinkt
thee die zoet en bitter is.

Het is een goede zaak, zeg je,
drinkend in het licht

van mannen en vrouwen,
mannen en vrouwen gemaakt van licht, genesteld

in zoet en bitter. Een ziel
zingt in jouw richting, zo levendig

dat je haar bijna kunt zien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e maart ook mijn blog van 25 maart 2021 en ook mijn blog van 25 maart 2020 en eveneens mijn blog van 25 maart 2019 en ook mijn blog van 25 maart 2018 deel 2.

Joy Ladin

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

EARLY MORNING FLIGHT

Half-empty plane, hot black coffee – it takes  so many people
to keep my body soaring.
I must be important, or at least not dead,

and my not being dead must matter, or it wouldn’t be so sunny,
and if it’s sunny because I’m not dead
I must be the fulcrum, the measure of existence,

the line God draws
between meaning and meaninglessness
in sand composed of outgrown shells and diatoms,

animal and vegetable
ground into mineral glitter
by the pestle of existence.

I’m not ground yet, so I must be happy,
smiling for the camera
eternity, focused on me, must be.

I must be happy, falling asleep,
sinking into the clouds below my seat, soothed by engines’
rumbling stutter, the click-click heartbeat

of eternity’s shutter.

 

SMART WAYS TO DIE

That was a short list, wasn’t it?
An old man fingers a double fugue

alone on a famous stage.
There’s no smart way to die

during a Bach partita’s
helices of being and becoming

twinning, twining and untwining
chromatic, arpeggiated longing.

No genders, no time,
no way to die, smart or otherwise,

even though we practice death’s scales
day and night,

confounding individuation with despair, avoiding recognition
that the only part of us that lives forever

is the otherness we anticipate and echo,
a fugue that began before we began

and sings without a moment’s interruption
when our seats are emptied, our despairs compressed

into obituary and epitaph, our bones broken down
into nutrients absorbed by grass

nibbled by rabbits struck by hawks
and assimilated, briefly, into their soaring organs.

The smart way to die is to recognize
the stage is bare, the piano wheeled away,

the old man probably has a tough time peeing,
lets flattery go to his head,

foolish as the rest of us
when the universe serenading itself through him

lets his fingers become fingers again,
the universe too smart to die without rising,

twinning, twining and untwining
old men, vibrating strings, creaking seats and silence.

 

How Much

I could talk about being sick, but I always talk about being sick,
because I’m always sick, but today I’m sick
and happy, stuffed with fried artichoke, reggiano, gnocchi, and the glow
of knowing my name will be forgotten
when those who knew me are gone,
though of course I’ll be remembered by God,
but will God remember the fennel salad and fried rice balls,
the candle on the table reflected in the wine
and the little flame when our fingers brush,
and how much I love the woman who loves me,
how much I love,
how much?

 

De luipaard

Je brengt verslag uit over het luipaard. Je bent pas zeven
en je weet al dat de luipaard
zowel in grijs voorkomt

als in geel. Gooit prooi
over takken. De jongen van de luipaard
tuimelen in de schaduw van een rots.
Gazellen vluchten in de verte. Het verslag over de luipaard
verandert leven en dood
in eenvoudige declaratieve zinnen.
De gazelle negeert het luipaard
totdat de luipaard zijn nek breekt.
In jouw keuken schaduwen

liefde en haat elkaar
zoals jij wordt geschaduwd
door de verjaardag die op zijn tenen dichterbij komt.
Je bent pas zeven en je weet al
dat jij de prooi bent
van de liefde waaraan je niet kunt ontsnappen. Liefde
gooit haar prooi over takken
in de jungle die je keuken is.
Je bent pas zeven en je weet al:
haar vlekken maken het lastig de liefde te zien
totdat zij je nek breekt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e maart ook mijn blog van 24 maart 2021 en ook mijn blog van 24 maart 2020 en eveneens mijn blog van 24 maart 2019 en ook mijn blog van 24 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Gary Whitehead

De Amerikaanse dichter Gary Joseph Whitehead werd geboren op 23 maart 1965 in Pawtucket, Rhode Island. Zie alle tags voor Gary Whitehead op dit blog.

 

Parting Ways

All at once you’re out of love again,
and it’s like the earth has jerked on its axis,

and the screen door slaps shut behind you,
and you cross a meadow and enter

the woods, one branch swinging like the door
to a saloon, and soon you’re in a clearing

where a hunter crouches over a body
you smelled long before you got there.

A suicide, he says, and there’s a note.
The skin yellow, preserved by some concoction—

antifreeze and orange juice—so the buzzards
and bears, the foxes and coyotes and coons

would eschew it. The bottle still in his hand.
The eyes like those tiny, translucent onions

you find at the bottom of a jar of pickles.
But what sickens the most is a week later

the hunter’s dating the dead guy’s ex,
and you clink bottles at the bar when he tells of it.

 

The Experiment

Late in the day, wayafter the last bell’s rung
and the choir has tired of its well-learned songs,

and all the teachers have gone home but him,
he sometimes wanders into the science wing

and dreams the dream of an old concoction:
two parts love to one part tirne, the reaction,

hot as a Bunsen burner, that would connect
a positively charged pair. So sweet and tragic

how their eyes first met through a test-tube’s glass,
how they’d observed all those strange changes.

If only he could teach that in English Lit,
make all of them understand they’re good at it.

 

One-Legged Pigeon

In a flock on Market,
just below Union Square,
the last to land
and standing a little canted,
it teetered—I want to say now
though it’s hardly true—
like Ahab toward the starboard
and regarded me
with blood-red eyes.
We all lose something,
though that day
I hadn’t lost a thing.
I saw in that imperfect bird
no antipathy, no envy, no vengeance.
It needed no pity,
but just a crumb,
something to hop toward.

 

Muis in huis

Ik word nu al twee nachten uit mijn dromen gewekt
door een geluid als papier dat wordt gescheurd, riemen

papier, een krabben dat uren aanhoudt.
Blind in het donker, denk ik aan mijn vaders

brieven, de brieven die zijn opgesteld maar nooit zijn verzonden.
Ze waren gericht aan zijn zus, mijn tante,

een vrouw die ik nooit heb ontmoet, maar waarvan de stem,
papperig en bellend vanuit een lawaaierige plek,

zich op oudejaarsavond voorstelde, laat,
voordat mijn moeder kwam en haar met een klik

tot zwijgen bracht. Ze was een van de vele zaken
waar we nooit over spraken. Maar als de telefoon ging

op vreemde uren vroeg ik me altijd af of zij het was.
Die stem had de foto weer tot leven gewekt

in de zilveren lijst, de trouwdag van mijn ouders:
op de kerktrappen gooit de vrouw,

blond en mooi, rijst, zonder een
greintje kwaad in haar jeugdige gezicht.

Nu doet dat vreselijke geluid, dat me weer wakker maakt
als een geheim, denken aan het gif

dat ik heb uitgestrooid, en aan mijn moeder op hun bed
die een doos met brieven aan flarden scheurt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gary Whitehead (Pawtucket, 23 maart 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e maart ook mijn blog van 23 maart 2020 en eveneens mijn blog van 23 maart 2019 en ook mijn blog van 23 maart 2015 deel 1 en eveneens mijn blog van 23 maart 2014 deel 1 en ook deel 2.

Billy Collins

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

 

Litany

You are the bread and the knife,
The crystal goblet and the wine…
-Jacques Crickillon

You are the bread and the knife,
the crystal goblet and the wine.
You are the dew on the morning grass
and the burning wheel of the sun.
You are the white apron of the baker,
and the marsh birds suddenly in flight.

However, you are not the wind in the orchard,
the plums on the counter,
or the house of cards.
And you are certainly not the pine-scented air.
There is just no way that you are the pine-scented air.

It is possible that you are the fish under the bridge,
maybe even the pigeon on the general’s head,
but you are not even close
to being the field of cornflowers at dusk.

And a quick look in the mirror will show
that you are neither the boots in the corner
nor the boat asleep in its boathouse.

It might interest you to know,
speaking of the plentiful imagery of the world,
that I am the sound of rain on the roof.

I also happen to be the shooting star,
the evening paper blowing down an alley
and the basket of chestnuts on the kitchen table.

I am also the moon in the trees
and the blind woman’s tea cup.
But don’t worry, I’m not the bread and the knife.
You are still the bread and the knife.
You will always be the bread and the knife,
not to mention the crystal goblet and–somehow–the wine.

 

Flames

Smokey the Bear heads
into the autumn woods
with a red can of gasoline
and a box of wooden matches.

His ranger’s hat is cocked
at a disturbing angle.

His brown fur gleams
under the high sun
as his paws, the size
of catcher’s mitts,
crackle into the distance.

He is sick of dispensing
warnings to the careless,
the half-wit camper,
the dumbbell hiker.

He is going to show them
how a professional does it.

 

Nog een reden waarom ik geen geweer in huis heb

De hond van de buren houdt maar niet op met blaffen.
Hij blaft zijn eigen hoge, ritmische blaf
die hij blaft elke keer als ze het huis uit gaan.
Alsof ze hem aanzetten als ze naar buiten lopen.

De hond van de buren houdt maar niet op met blaffen.
Ik sluit al de ramen in het huis

en zet een symfonie van Beethoven aan op vol volume
maar ik kan hem nog steeds horen onder de muziek,
blaffend, blaffend, blaffend.

Ik kan hem zien zitten in het orkest,
zijn kop vol zelfvertrouwen geheven alsof Beethoven
een rol heeft geschreven voor blaffende hond.

Wanneer de plaat ten slotte afloopt, blaft hij nog,
zittend in de hobosectie blaffend,
zijn ogen gefixeerd op de dirigent die hem
smeekt met zijn stokje

terwijl de andere muzikanten met respect luisteren
naar de beroemde blaffende-hondsolo,
die eindeloze reeks waarmee Beethoven zijn faam
vestigde als innovatief genie.

 

Vertaald door Ron Rijghard

 

Billy Collins (New York, 22 maart 1941)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e maart ook mijn blog van 22 maart 2020 en eveneens mijn blog van 22 maart 2019 en ook mijn blog van 22 maart 2016 en mijn blog van 22 maart 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Peter Hacks

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies zestien jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog en Romenu’s eerste lustrumpagina.

 

Melancholia

I

Wanneer de avond aan de huizen leent,
Die broos verweeren in de oude steden,
Komt soms een knaap zacht door een poort getreden,
En ziet zich schuchter om, en staat … en weent …

En wischt zijn tranen niet, maar snikkend leent
Hij aan een grijzen stijl zijn tengre leden,
En al der huizen duistre eenzaamheden
Voelt hij, eén eenzaaheid, om zich vereend.

Een lichte ritseling van zachte kleeren,
Een stap, wat trager gaande, als beschroomd
Iets vragend, doet hem droevig ommekeeren.

En d’avond, die al dichter hem omdoomt,
Doet, weereloos, zijn week verdriet vermeeren,
Doch maakt het schoon en mild, alsof hij droomt.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Cover

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

 

En er was licht

Ik ben in Deventer en ik besta –
een mooi gevoel om de nacht in te gaan
Het mag zo zijn dat ook de stationaire Volvo of het geluid
van de Volvo L40 dat denkt

Nu de kauwen de herberg over vliegen zijn wij holbewoners
in door ons gebouwde rotsen
Wij sluiten de luiken
en maken het donker

 

Je lacht

en in het water in de wasbak
zie ik het weken van de dagen
dat we hier
als tussen spiegels staan

ik vrees de eindeloze reeks van dagen
waarin dit moment oplost
en later
niet veel later
door de zwanenhals de bak verlaat

je neemt het aanrecht af
het is gedaan

dit zal nooit meer zo bestaan

 

Vervluchtigen

de magnolia blijft in de massieve vaas
in het moment waarop ze net het blad niet laat

ik wil het schilderij uit de lijst lichten
de twijg van het doek bevrijden

met de bloesem in een ruimte zijn
niet dat ze me stil en levenloos bekijkt

ze kijkt omhoog en strekt haar vleugelblad
alsof ze dreigt op te vliegen

het wit van de bloem gaat al op in de mist
die de grens met de achtergrond is

stof in de lucht die het licht weerkaatst
vocht uit de vaas dat als eau de cologne verdampt

voorbij mijn lippen gaat het
op in een weefsel vertakkende haarvaten

alles ademt opgelucht
opgenomen neemt de lucht ons op

 

Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

De Duitse schrijver en dichter Peter Hacks werd geboren op 21 maart 1928 in Breslau. Zie ook alle tags voor Peter Hacks op dit blog.

 

De mens geen vogel

Ik lag met jou in bed en was van plan
flink naar de zin van ons bestaan te vragen,
opeens ’t kletsend geluid van vleugelslagen.
Twee duiven baltsten op de vensterbank.

Hoe gaan ze erin op! Hoe heet hun drang!
Wat? Plots zie ik ze naar de brandtrap rennen
en ronddarren of ze mekaar niet kennen.
Het was niet kwaad. Het duurt gewoon niet lang.

De doffer geeuwt en krabt eens aan zijn kuif,
en zoekt de koelte die hij nodig heeft.
Ik sprak: hij is niet stom, maar weinig duif.
Het beetje liefde dat ik dacht te voelen
is tien maal meer dan wat zo’n dier beleeft.
En ik begon met smaak in jou te woelen.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

Peter Hacks (21 maart 1928 – 28 augustus 2003)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e maart ook mijn blog van 21 maart 2021 en ook mijn blog van 21 maart 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2019 en ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 2 en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

David Malouf, Roman Libbertz, Friedrich Hölderlin

De Australische dichter en schrijver David Malouf werd geboren op 20 maart 1934 in Brisbane. Zie alle tags voor David Malouf op dit blog.

 

In the Beginning

The table’s there in the kitchen, where I kneel
on a high chair, tongue at air, trawling a slate
with pot-hooks; on the track of words; on the track of this word,
table. Is there instant, wobbly wooden,
four-square in it solid self, and does not need
my presence to underwrite its own or scrawl,
thick tongue, thick hand, a puddle slate and knock it
up out of blue nowhere. Where are they, table,
slate, slate-pencil, kitchen, and that solid
intent child on one knee reaching for sawn
planks back there? Breathless today, or almost,
I wrestle uphill to where, in a forest gap
of table size, it stands, four legged, dumb,
still waiting. An unbreathed word among the chirrup
and chafe, it taps a foreleg. Table, I mutter.
With tool-marks fresh as tongue-licks, already criss-crossed
with scars I feel my own where hard use makes them,
it moves as that child’s hand moves about muddy water.

 

Typewriter Music

Hinged grasshopper legs kick
back. So
quick off the mark, so
spritely. They set
the mood, the mode, the call
to light-fingered highjinks.

A meadow dance
on the keyboard,
in breathless, out-of-bounds
take-offs into
flight and giddy joyflight without
stint. The fingerpads

have it. Brailling through
études of alphabets, their chirp and clatter
grass-choppers
the morning to soundbites,
each rifleshot hammerstroke another notch
in the silence.

 

Bicycle
~for Derrick Peat
 
Since Thursday last the bare living-room
of my flat’s been occupied
by a stranger from the streets, a light-limbed traveller.
 
Pine-needle spokes, bright rims, the savage
downward curve like polished horns
of its handlebars denote
 
Some forest deity, or deity of highway
and sky has incognito set up residence, the godhead
invoked in a machine.
 
To the other inmates of the room, a bookcase,
two chairs, its horizontals speak
of distance, travelling light. Only the mirror
 
remains unruffled, holding
its storm of light unbroken, calmly accepting
all traffic through its gaze. Appease! Appease! Even
 
Its tall metallic insect
its angel of four geometries
and speed. So much for mirrors. As for myself
 
I rarely dare look in. What should I offer
a bicycle? Absurd
to lay before its savage iridescence –
 
grease-drops’ miraculous resin,
the misty Pleiades –
my saucer of sweat.
 
Now time yawns and its messengers appear
Like huge stick-insects, wingless, spotted with stars,
they wheel through the dusk towards us,
 
the shock-wave of collision still lifting
the locks, who bear our future
sealed at these lips like urgent telegrams.

 

David Malouf (Brisbane, 20 maart 1934)

 

De Duitse dichter, schrijver en schilder Roman Libbertz werd geboren op 20 maart 1977 in München. Zie ook alle tags voor Roman Libbertz op dit blog.

 

Het elixer

Grijze wereld, niet griezelig,
zweet in de handen,
synapsschotten versplinteren,
en het verwaarloosde hart ontspant.
Zuurstof, geen zuur,
eindelijk ademen,
Ogen zijn niet bang voor het licht
en elke tweede seconde embryonaal.
Samenkomen, niet tegen,
een kus stopt de aarde.
Zielen dansen,
en gedachten verliezen alle kracht.
Het innerlijk, niet in zichzelf gekeerd,
in hemelhoge sferen,
langs roltrappen van gevoel omhoog,
en dicht bij God,
wij, de geliefden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Roman Libbertz (München, 20 maart 1977)

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Christian Friedrich Hölderlin werd geboren op 20 maart 1770 in Lauffen am Neckar in het Hertogdom Württemberg. Zie ook alle tags voor Friedrich Hölderlin

 

Aandenken

De noordooster waait,
Van de winden mij
De dierbaarste, omdat hij vurige geest

En behouden vaart belooft de schippers.
Maar ga nu en groet
De schone Garonne,
En de tuinen van Bordeaux
Daar, waar langs scherpe oever
Verder gaat het pad en diep in de rivier
Neerstort de beek, daarboven echter
Kijkt uit een edel paar
Eiken en zilverpopulieren;

Nog vaak denk ik eraan en hoe
Brede kronen buigt,
Over de molen, het iepenbos,
Maar op de binnenplaats groeit een vijgenboom.
Op feestdagen gaan
De bruine vrouwen aldaar
Over zijden grond,
In de tijd van maart
Wanneer gelijk zijn nacht en dag,
En over langzame paden,
Zwaar van gouden dromen,
Wiegende luchten trekken.

Laat echter,
Vol van donker licht,
Iemand mij de geurende beker reiken,
Opdat ik rusten kan; want zoet
Zou zijn onder schaduw de slaap.
Niet goed is het,
Zielloos door sterfelijke
Gedachten te zijn. Maar goed
Is een gesprek en te zeggen
De overtuiging van het hart, veel te horen
Over dagen der liefde,
En daden welke geschied zijn.

Waar echter zijn mijn vrienden? Bellarmin
En zijn metgezellen? Velen
Zijn bevreesd tot de bron te gaan;
De rijkdom namelijk begint
Op zee. Zij,
Zoals schilders, verzamelen
De pracht van de aarde en versmaden
De gevleugelde strijd niet, en
Eenzaam te leven, jarenlang, onder
De ontbladerde mast, waar niet de nacht doorgloeien
De feestdagen van de stad,
En snarenspel en aangeboren dans niet.

Nu echter zijn naar de Indiërs
De mannen gegaan,
Daar bij de winderige spits
Bij wijnbergen, waar omlaag
De Dordogne komt,
En te zamen met de schitterende
Garonne breed als een meer
Uitstroomt de rivier. De zee echter
Neemt en geeft gedachtenis,
En ook de liefde vestigt naarstig de ogen,
Wat blijft echter, stichten de dichters.

 

Vertaald door Kester Freriks

 

Friedrich Hölderlin (20 maart 1770 – 7 juni 1843)
Hölderlin op een zilveren medaille

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e maart ook mijn blog van 20 maart 2021 en ook mijn blog van 20 maart 2020 en eveneens mijn blog van 20 maart 2019 en ook mijn blog van 20 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3 en ook deel 4.

Mano Bouzamour, Lina Kostenko

De Nederlandse schrijver Mano Bouzamour werd geboren op 19 maart 1991 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Mano Bouzamour op dit blog.

Uit: Bestsellerboy

“Ik vroeg: ‘Welke tsaar woont hier?’
Hij draaide zich om, vouwde het NRC Handelsblad dicht en stond op.
‘Tsaar Peter de Eerste.’
Ik torende boven hem uit. Een ader liep als een bliksemschichtje langs zijn linkerslaap. Zijn krachtige kin leek op die van Lenin. De korte, kale man taxeerde mij van top tot teen. Als hoe een bokser zijn tegenstander vlak voor het titelgevecht opneemt. Zeker tien seconden lang.
Stilzwijgend, schaamteloos en streng.
Nog nooit in mijn leven was ik zo uitvoerig bekeken. Eventjes ging de vraag door me heen of hij homoseksuele gevoelens koesterde.
Ik vroeg een beetje beschaamd: ‘Kunt u het goed zien?’
Hij keek me aan en zei: ‘Haarscherp.’
‘Bent u naast uitgever soms ook modellenscout?’
‘Suggereer je dat je een model bent? Dat ben je niet. Daar heb je veel te bolle wangen voor.’
Ik lachte en zei: ‘U heeft een snerpend goed gevoel voor humor. Maar dat zou ik ook hebben als ik uw lengte had.’ Ik liet een stilte vallen en vervolgde: ‘Is dat trouwens de reden waarom u in zo’n bescheiden pand zit? Stomme vraag natuurlijk, daar hoef je geen fucking Freud voor te zijn.’
Hij lachte lang, herschikte de knoop van zijn das die zo groot was als een vuistje en vroeg toen: ‘Hoe oud ben je, jochie?’
‘Tweeëntwintig. En verdomd gretig.’
Hij pakte zijn goudkleurige Cartier-leesbril van zijn neus, maakte de glazen met zijn pochetje schoon en zei: ‘Ik ga een literaire sensatie van jou maken.’

 

Mano Bouzamour (Amsterdam, 19 maart 1991)

 

De Oekraïense schrijfster en dichteres Lina Kostenko werd op 19 maart 1930 geboren in Rzhyshchiv. Zie ook alle tags voor Lina Kostenko op dit blog.

 

Duiven in Lviv

Een zwarte schaduw die baldadig daalt,
een witte duif die naar de dakgoot rijst.
De strenge lijnen van de kathedraal
bekronen vogelbaan en zonnelijst.

Het bonte ritme van het mensenpad,
de wrakke schouders van bejaarde daken.
De duiven praten op de leeuwenstad.
Waarover weet ik niet. Hun eigen zaken.

De kathedraal. De mensheid. Oorlogsleed.
Het witte licht, de afgelegen lucht.
Misschien zegt hij wel tegen haar, wie weet:
‘Zeg, miste jij mij op mijn verre vlucht?’

 

Vertaald door Arie van der Ent

 

Lina Kostenko (Rzhyshchiv, 19 maart 1930)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e maart ook mijn blog van 19 maart 2020 en eveneens mijn blog van 19 maart 2019 en ook mijn blog van 19 maart 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Tonnus Oosterhoff, John Updike

De Nederlandse dichter en schrijver Tonnus Oosterhoff werd geboren in Leiden op 18 maart 1953. Zie ook alle tags voor Tonnus Oosterhoff op dit blog.

 

Als je niet buigt word je gebogen

Als je niet buigt word je gebogen,
o, wees maar niet bang, je wordt gebogen, het buigt je, het drukt je met kracht neer.

Je wordt door iedereen verlaten, ja, door jezelf.
Wees niet bang, het is snel voorbij met het gekloot.
Want gekloot is het en het wordt niet beter.

‘´t Is voorlopig nog toekomstmuziek,’ luilakt de radiopresentator, ‘vrede en broederschap.’
In huis staat een koude mist.

Ga ik in een kastje? Heb je me al in een kastje?
Geef mij je handje, kind, ik word een blinde.

Toen Jezus een kindje was had hij een tuintje waarin hij rozen kweekte. Ze waren tegen sneeuw bestand:
toen de sneeuw kwam bloeiden ze mooier.

Je kunt het beste niemand geloven, hecht geen waarde aan praatjes.

Wie heeft het meetsnoer over de aarde gelegd?
Wie heeft ware grootte ingesteld?
Die heeft alle rechte lijnen voor je gebogen.
Zodat je je, als je je tot verzet opricht, juist buigt.

 

Klemde het deurtje?

Klemde het deurtje? Een beetje.
Maar ik stiet het open en liet
– diep snoof ik de zeelucht
toen blies ik mijn hand leeg –
de dief los.

Dicht boven de golvende golven,
– natuurlijk klemde het hout,
zo lang hield het dieren
en goden gescheiden –
vloog ik mijn dief.

 

Toen zeiden ze, die hersens van mij

Toen zeiden ze, die hersens van mij:
dit ene artikel begrijpen wij niet.
Is het in een taal die wij niet kennen?
Nee, dit is niet in een taal die wij niet kennen.
Gaat het over een onderwerp waar we niets van weten?
Nee, we weten veel over het onderwerp en vinden het interessant.
Waarom is het dan of de hokken der woorden
leeg zijn?

In greppels en holen wachten de verbanden
tot het tijdschrift zich sluit. Zet ik mijn bril op,
voor de zekerheid schrikken de duiven.
Want de begrijpelijke zin verplaatst niet
maar de onbegrijpelijke zin verplaatst.


We hebben je tot de hemel gebracht, nu zoek je het zelf maar uit.

 

Tonnus Oosterhoff (Leiden, 18 maart 1953)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver John Updike werd geboren in Shillington, Pennsylvania, op 18 maart 1932. Zie ook alle tags voor John Updike op dit blog.

 

De dood van mijn hond

Ze moet ongezien zijn geraakt of geschampt door een auto.
Te jong om veel te weten, begon ze net te leren
Om de op de keukenvloer uitgespreide kranten te gebruiken
Met als beloning, na het plassen, de woorden: ‘Goede hond! Brave hond!’

We dachten dat haar stille ongemak een reactie op een prik was.
De autopsie onthulde een scheur in haar lever.
Terwijl we haar plaagden bij het spel, vulde haar huid zich met bloed
En haar hart leerde voor altijd te gaan liggen.

Maandagochtend, terwijl de kinderen luidruchtig hadden ontbeten
En naar school waren gestuurd, kroop ze onder het bed van de jongste.

We vonden haar verwrongen en slap, maar nog in leven.
In de auto naar de dierenarts, op mijn schoot, probeerde ze

Om in mijn hand te bijten en stierf. Ik streelde haar warme vacht
En mijn vrouw riep haar met een stem waarin tranen overheersten.
Hoewel omringd door liefde die haar zou hebben gesteund,
Zonk ze toch weg en ging, verstijvend, heen.

Thuis ontdekten we dat in de nacht haar geraamte,
Bezig te ontbinden, de schande had doorstaan
Van diarree en zich over de vloer gesleept had
Naar een daar achteloos achtergelaten krant. Brave hond.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Updike (18 maart 1932 – 27 januari 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e maart ook mijn blog van 18 maart 2021 en ook mijn blog van 18 maart 2020 en eveneens mijn blog van 18 maart 2019 en ook mijn blog van 18 maart 2018 deel 2 en eveneens deel 3 en ook mijn blog van 18 maart 2017 deel 3.

Hafid Aggoune, Dirk von Petersdorff

De Franse schrijver Hafid Aggoune werd geboren op 17 maart 1973 in Saint-Etienne. Zie ook alle tags voor Hafid Aggoune op dit blog.

Uit: Et la colère monta dans un ciel rouge et noir

« Henrique Da Silva poussa le moteur de sa Monza comme jamais il ne l’avait fait. Le soleil lui faisait face et ne touchait plus l’horizon. La Chevrolet qu’il s’était offerte pour fêter le quatrième titre national du C.R. Flamengo, il y a vingt ans, continuait sa course aveugle à toute allure, sans défaillir. Sur le siège passager, les livres et un Beretta étaient maculés de sang. Les amortisseurs étaient mis à rude épreuve. Chaque virage donnait lieu à un dérapage qui aurait plu à son fils Luiz. Agité par l’adrénaline, Henrique était persuadé d’avoir fait les bons choix.
Quelques heures avant, celui que l’on surnommait depuis son adolescence « Le Professeur » avait attrapé le sac de sport de son fils Luiz, celui aux couleurs de Flamengo, ouvert le cadenas du tiroir de son bureau pour en extirper le 9 mm et une liasse de billets — toutes ses économies à vrai dire. Mais avant de jeter le tout au fond du sac, il découvrit le maillot du dernier match de Luiz, pas lavé, avec sa sueur, son odeur, traces qu’il ne pourrait plus effacer, celle d’une vie où son petit pouvait encore courir, heureux, plein de vie et de vitesse, aussi rapide avec et sans le ballon aux pieds. Henrique dut lutter pour contenir ses larmes, ce qui le rendit plus déterminé que jamais et crispa davantage une mâchoire carnassière que ses nerfs ne desserraient plus.

Après avoir quitté le parking de l’école et jeté le sac dans le coffre de sa voiture, Le Professeur repensa aux sermons de son épouse à propos de la faible puissance des phares. La nuit allait tomber sans prévenir et la vieille Chevrolet faisait regretter de ne pas avoir pris au sérieux les remarques d’Isabella toutes ces années. Il conduisait prudemment, ce n’était pas le moment de sortir de la route ou de se perdre. Au bout du fil, l’homme avait été clair : détruire et jeter le téléphone avec lequel il l’avait contacté, être à l’heure et seul.
Il fila dans une nuit sans lune et arriva les yeux fatigués à cause des maudits phares défaillants. La baraque, située au nord, en lisière de forêt, était perdue au milieu des vapeurs d’humidité et semblait déserte. Il laissa volontairement la Chevrolet dans une impasse, loin de l’entrée. Il descendit de la voiture et prit l’arme du coffre. »

 

Hafid Aggoune (Saint-Etienne, 17 maart 1973)

 

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dirk von Petersdorff werd geboren op 16 maart 1966 in Kiel. Zie ook alle tags voor Dirk von Petersdorff op dit blog.

 

Rokershoek

Jullie lange latten, waar zijn jullie? Ik heb
zelfs jullie nummers niet meer.
Is er iets beters dan in de ochtend
een groep,
dicht bij elkaar,
rillend van de kou;
Ik denk dat we het bijna altijd koud hadden.
Toen zei niemand een woord teveel
maar stond met zijn rug naar de wereld,
in mantels uit stof,
jullie scharminkels.
Alleen de omwolkte blik

ziet diep, kent zijn lot,
het droevige kloppen
van verre heuvels,
ziet zich blij verschrikt
aan de dolgelukkige boezem ontwaken.
Zoals jullie de rook
konden uitstoten,
jullie edele zielen, ach,
alles was goed toen ik samen met jullie
de dag rood zag worden, om kwart voor acht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dirk von Petersdorff (Kiel, 16 maart 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e maart ook mijn blog van 17 maart 2020 en eveneens mijn blog van 17 maart 2019 en ook mijn blog van 17 maart 2018 deel 1 en ook deel 2.