Paul Meeuws, Joy Ladin

De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Zie ook alle tags voor Paul Meeuws op dit blog.

Uit: Badhuis in de sneeuw

“Om bij het badhuis te komen moest je het spoor over, de stad uit richting M., waar ook de ijsbaan lag. Het was over half vijf, tegen het spitsuur. Auto’s gleden geluidloos over de sneeuw. Hun koplampen scheerden langs de twee broers, die het egale wegdek verkozen boven de wallen van vuile sneeuw aan weerskanten van de weg, waar je tot je knieën inzakte. Servaas, de oudste, liep met vlugge, kordate pasjes naast zijn slenterende metgezel, de handen wat ouwelijk op de rug. Zo nu en dan ging er een hand, werktuiglijk als die van een saluerende soldaat, naar de rand van zijn afzakkende bril. Aloïs hield, zich al te zeer bewust van zijn buitengewone lengte, zijn hoofd bijna steels tussen de smalle, opgetrokken schouders. Er trad bij het lopen een knagende pijn op tussen zijn schouderbladen, alsof iemand hem daar hardhandig overeind hield.
Op het viaduct liepen ze de terugkerende schaatsers tegemoet. Hoewel ze dik ingepakt waren slingerden ze hun armen om zich heen om zich te warmen. Rossig was de glimp van hun gezicht tussen de fladderende sjaals en witbestoven mutsen. De ogen van de meisjes waren donkere wakken waar je in wegzakte als je niet oppaste. Servaas en Aloïs klemden hun opgerolde handdoeken wat steviger onder de arm en voelden als een schamel houvast de harde zeepdoos tegen hun ribben drukken.
Er spatte een sneeuwbal uiteen tegen Servaas’ rug. Een volgende vloog over de balustrade en belandde op een trein vol briketten die onder hun doorgleed in een kaarsrechte lijn over de wirwar van het rangeerterrein. Daar gloorde nog een laatste streep daglicht, dat glom op de rails. Boven hun hoofd zag de hemel zwart. Het zou wel weer gaan sneeuwen.
Behalve op de ouderlijke slaapkamer was er thuis maar een kraan, in de keuken, die ze deelden met hun zussen. ’s Winters was het een kwelling om je onder die ijskoude, verwrongen straal te wassen. De meisjes zetten op alle pitten van het fornuis een pan water. Als de hele keuken droop van de stoom ging de deur op slot. Je hoorde het uitgelaten gekletter van het water en het geluid waarmee iemand zich in een te krappe teil wringt, een soort binnensmonds schreeuwen. Servaas en Aloïs kregen ieder twee kwartjes en begaven zich naar het badhuis, ditmaal door de knerpende sneeuw. Dat het ver weg was beviel hun juist. Ver weg van de walmende, klotsende blootheid achter de keukendeur lokte het badhuis geheimzinnig en sereen als een lichtje in een donker bos.”

 

Paul Meeuws (Roermond, 25 maart 1947)

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

Psalmen

I

Er is hier niets
niet door jouw schuld, niet slavernij
van bijen aan nectarlabyrinten,

niet de groene bladerbrij
die zich uitschudt als warrig haar, niet
de vege tremor in mijn bloed

of de fantoomtred van de afwijking
spokend door mijn ruggengraat om daar
naar stukjes zelf te grijpen

zoals jij grijpt naar stukjes zelf
die je bent kwijtgeraakt
in mij, niet het gruwen

dat mijn diepzee stuwt
zoals de zeemonsters die je schiep
toen je zat in scheppingszaken,

niet de bommen
die je kinderen omgorden
voor ontploffingen in straten vol

met kinderen die je, in een flits,
lijkt te zijn vergeten. Nee, ik kan niks
jou niet aanwrijven

van ook maar een seconde licht
dat ongewenst
mijn lichaam binnendringt,

dagelijks dauw, impregnerend
met hoop, lust, behoeftigheid
een lijf dat het niet interesseert

hoe ver weg je lijkt
zelfs als je veel te dichtbij staat,
mijn neusgaten vult

met bloeiende adem,
druipnat haar druppelend
over mijn borsten,

druppels vol rook, vol aroma,
vol met je naarst
bijtende zuur,

mogelijkheid.

 

Vertaald door Joost Baars

 

Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e maart ook mijn blog van 25 maart 2021 en ook mijn blog van 25 maart 2020 en eveneens mijn blog van 25 maart 2019 en ook mijn blog van 25 maart 2018 deel 2.

Palmsonntagmorgen (Emanuel Geibel), Joy Ladin

 

 

De intocht in Jeruzalem door Willem van Herp, 2e helft 17e eeuw

 

Palmsonntagmorgen

Es fiel ein Tau vom Himmel himmlisch mild,
Der alle Pflanzen bis zur Wurzel stillt;
Laß dein Sehnen,
Laß die Thränen!
Es fiel ein Tau, der alles Dürsten stillt.

Ein sanftes Sausen kommt aus hoher Luft.
Still grünt das Thal und steht in Veilchenduft;
Göttlich Leben
Fühl’ ich weben,
Ein sanftes Sausen lommt aus hoher Luft.

Wie Engelsflügel blitzt es über Land;
Nun schmück’ dich, Herz, thu an ein rein Gewand.
Sieh, die Sonne
Steigt in Wonne,
Wie Engelsflügel blitzt es über Land.

Macht weit das Thor! Der König ziehet ein,
Die Welt soll jung und lauter Friede sein;
Streuet Palmen!
Singet Psalmen!
Hosianna singt, der König ziehet ein!

 

Emanuel Geibel (17 oktober 1815 – 6 april 1884)
De St. Marienkirche in Lübeck, de geboorteplaats van Emanuel Geibel

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

Psalm

Je wilt het alletwee, de zon zijn
en de wolken die hem smoren, het hart
en hart dat het doet breken, zinloos lijden

en de waarheid
die het verlicht. Leuk werk
als je geluk hebt

maar wat geluk betreft
gun ik jou niks. Jij die je voorstelt
als een appel die zijn rood aanzet

binnen mijn bereik, bengelend
aan de laagste tak, een bouquet
van welige hermeneutiek

dat elk moment, triviaal en tragisch, drenkt
in eau d’significance. Want
wat wat heb ik te wensen? Jouw engelen

blakerden de bomen
van het leven en de kennis,
hoewel ik prima rond kon komen

schransend
van hun as. Ook jij
hebt smaak voor as. Naar as. Naar iets

dat brandde lang geleden
en nog altijd brandt
ergens dicht bij mijn mond, de rook van jou

die mijn neus verstopt,
een hulpkreet
die ik in mijn verveling

niet meer horen kan. Jij verleidt me met het fruit
van je intimiteit, infiniteit klef
als sterrenvonkhoning, fijnbepinde borstels

van vergiffenis, het amper herinnerde
koeren van een moeder
die me in slaap zingt tegen haar borst,

mijn eerste fiets, het wellende zongewarmde
moerbeiensap
van immer. Jij wast het doodgaan

van mijn handen weg
en staat daar met
je ondoorgrondelijke trekken

terwijl ik weer sterf. Geen wonder
dat je zo mijn afkeer wekt. Geen wonder
dat ik smacht naar dat je bij me bent, appel vlammend

in de vlammende takvork
die brandt in de schaamstreek der geschiedenis.

 

Vertaald door Joost Baars

 

Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e maart ook mijn blog van 24 maart 2021 en ook mijn blog van 24 maart 2020 en eveneens mijn blog van 24 maart 2019 en ook mijn blog van 24 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Zie ook alle tags voor Palmzondag op dit blog.

Gary Whitehead

De Amerikaanse dichter Gary Joseph Whitehead werd geboren op 23 maart 1965 in Pawtucket, Rhode Island. Zie alle tags voor Gary Whitehead op dit blog.

 

Music from a Farther Room

The flute, the sackbut, the dulcimer
in the rooms of the dying. The harp,
the cornet, the psaltery. The look

of the eyes’ last seeing when the ears
hear their final note or chord. The flats
some know as sharps. A bee batting a screen.

Thales of Crete appeased the wrath
of Apollo with paeans to end a plague,
and in all of Sparta’s rooms,

close with death, that conclusive music.
But meadowlarks, too. Finches. Thrushes
in the distant woods. Birds which are

themselves flutes, sackbuts, dulcimers
dressed in feathers. Up in Amherst
Emily’s last breath of the bobolink’s

virtuosic bubbling. A mother’s cooing,
half weeping, half exalted send-off
heard beyond a locked door. Anywhere

and often. In Pittsburgh the shrill whistle
of the steel mill; how many have ridden
that held note into infinity? In Treblinka

the shrill whistling trains, the chuff,
the cough, the high-note wail.
On the Oregon Trail the pioneer’s wheel.

The ship’s whistle for the immigrant
whose filmed eyes never did see Ellis Island.
The fading brain takes what it’s offered.

My mother’s mother, no instrument
but the clock ticking, the ice clinking
its melt in a bedside tumbler.

O, don’t we each have our deaths set
to music? Natural or manmade. The tabla,
the tabor, the steam calliope.

Beethoven’s “Moonlight Sonata” playing
tinny through headphones stuck
in someone else’s busy ears. C# minor.

What do we hear there at the edge,
the threshold, the dark verge,
when sense, no more than a warm room,

echoes emptily? How must the bedside
cello sound, how the car horn, how
the human voice hushing us at the last.

If not so much the tension of the song
resolved, at least let it be the force
of the crossing when the humming ceases.

 

Een gebruikt boek

Als ik de pagina’s open, roert mijn hond zich
vanuit zijn rust op de bank naast mij
om aan de ruggengraat te snuffelen en de snede. Zijn grijze oren
gespitst om te luisteren, en ik hoor wat hij hoort:
verkeersgetoeter, het fluitje van een theepot, het spinnen
van de katten van de lezeres op haar oude bank.

Waarom las zij zulke zware
dingen zo vroeg op een zaterdag – zon
nog niet op, haar minnaar nog in slaap?
Het boek hield haar, vermoed ik, gezelschap,
en de katten, terwijl het licht zijn vaste koers
vervolgde over haar vloer. Parijs of Londen,

stel ik me voor, ook al was het waarschijnlijk
San Francisco, een tram die voorbijrijdt
en mist die de ochtendlucht schoonspoelt. Een grijze
dag dus, net als alle andere. Het kan
zijn dat ook zij onweerstaanbaar werd getrokken
naar die plaats op een plank in een nabijgelegen

winkel, het stof eraf blies en het tweedehands kocht.
En misschien werden haar katten wakker toen ze het open
sloeg, en zij de vage geur van hond opvingen,
en kwam zij niet verder dan de proloog,
voordat ze in een ander land belandde,
waar een man een pagina tegen de wind hield.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gary Whitehead (Pawtucket, 23 maart 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e maart ook mijn blog van 23 maart 2020 en eveneens mijn blog van 23 maart 2019 en ook mijn blog van 23 maart 2015 deel 1 en eveneens mijn blog van 23 maart 2014 deel 1 en ook deel 2.

Billy Collins

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

 

Taking Off Emily Dickinson’s Clothes

First, her tippet made of tulle,
easily lifted off her shoulders and laid
on the back of a wooden chair.

And her bonnet,
the bow undone with a light forward pull.

Then the long white dress, a more
complicated matter with mother-of-pearl
buttons down the back,
so tiny and numerous that it takes forever
before my hands can part the fabric,
like a swimmer’s dividing water,
and slip inside.

You will want to know
that she was standing
by an open window in an upstairs bedroom,
motionless, a little wide-eyed,
looking out at the orchard below,
the white dress puddled at her feet
on the wide-board, hardwood floor.

The complexity of women’s undergarments
in nineteenth-century America
is not to be waved off,
and I proceeded like a polar explorer
through clips, clasps, and moorings,
catches, straps, and whalebone stays,
sailing toward the iceberg of her nakedness.

Later, I wrote in a notebook
it was like riding a swan into the night,
but, of course, I cannot tell you everything –
the way she closed her eyes to the orchard,
how her hair tumbled free of its pins,
how there were sudden dashes
whenever we spoke.

What I can tell you is
it was terribly quiet in Amherst
that Sabbath afternoon,
nothing but a carriage passing the house,
a fly buzzing in a windowpane.

So I could plainly hear her inhale
when I undid the very top
hook-and-eye fastener of her corset

and I could hear her sigh when finally it was unloosed,
the way some readers sigh when they realize
that Hope has feathers,
that reason is a plank,
that life is a loaded gun
that looks right at you with a yellow eye.

 

Love

The boy at the far end of the train car
kept looking behind him
as if he were afraid or expecting someone

and then she appeared in the glass door
of the forward car and he rose
and opened the door and let her in

and she entered the car carrying
a large black case
in the unmistakable shape of a cello.

She looked like an angel with a high forehead
and somber eyes and her hair
was tied up behind her neck with a black bow.

And because of all that,
he seemed a little awkward
in his happiness to see her,

whereas she was simply there,
perfectly existing as a creature
with a soft face who played the cello.

And the reason I am writing this
on the back of a manila envelope
now that they have left the train together

is to tell you that when she turned
to lift the large, delicate cello
onto the overhead rack,

I saw him looking up at her
and what she was doing
the way the eyes of saints are painted

when they are looking up at God
when he is doing something remarkable,
something that identifies him as God.

 

Advies aan schrijvers

Zelfs als het je de hele nacht op houdt,
neem de muren af en poets de vloer
van je werkkamer voor je een lettergreep componeert.

Maak schoon alsof de koningin op bezoek komt.
Properheid is de vader van inspiratie.

Hoe meer je poetst, hoe briljanter
je schrijven zal zijn, dus aarzel niet
het open veld in te gaan om stenen te schrobben
of in het donkere bos hoge takken
en nesten vol eieren af te borstelen.

Als je terug naar huis gaat
en de schuursponzen en stoffers onder de gootsteen opbergt
zal je in het ochtendlicht
het onbevlekte altaar van je bureau aanschouwen
een schoon oppervlak in het midden van een schone
wereld.

Til uit een smalle, hemelsblauwe vaas
een potlood, het scherpste van een boeket,
en bedek de bladzijden met zinnetjes
als lange rijen, toegewijde mieren
die je volgden vanuit het bos.

 

Vertaald door Ron Rijghard

 

Billy Collins (New York, 22 maart 1941)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e maart ook mijn blog van 22 maart 2020 en eveneens mijn blog van 22 maart 2019 en ook mijn blog van 22 maart 2016 en mijn blog van 22 maart 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Tess Gallagher, Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Hermann Lenz

 

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Tess Gallagher werd geboren op 21 juli geboren in 1943 in Port Angeles, Washington. Zie ook alle tags voor Tess Gallagher op dit blog.

 

During the Montenegrin Poetry Reading

Mira, like a white goddess, is translating
so my left ear is a cave near Kotor
where the sea lashes and rakes
the iron darkness inside
the black mountains. Young and old, the poets
are letting us know this sweltering night,
under a bridge near a river outside
Karver Bookstore at the beginning of July,
belongs to them. They clear away debris

about politicians and personal suffering,
these gladiators of desire
and doubt, whose candor has roiled
me like a child shaking stolen beer to foam
the genie of the moment out of
its bottle. The poets’ truth-wrought poems dragging it
out of me, that confession—that I didn’t have children
probably because in some clear corner I knew I would have left
them
to join these poets half a world away who, in their language
that is able to break stones, have broken me open
like a melon. Instead of children, I leave my small dog,
quivering
as I touched her on the nose, to let her know it’s
me, the one who is always leaving her, yes
I’m going, and for her I have no language with
which to reassure her I’m coming

back, no—what’s the use to pretend I’m
a good mistress to her, she who would never
leave me, she who looks for me everywhere
I am not, until I return. I should feel guilty
but the Montenegrin poets have taken false guilt off
the table. I’ve been swallowed by a cosmic
sneer, with an entire country behind it where
each day it occurs to them how many are still missing
in that recent past of war and havoc. Nothing to do
but shut the gate behind me
and not look back where my scent
even now is fading from the grass. Nostalgia
for myself won’t be tolerated here. I’m just a beast
who, if my dog were a person, would give me a pat
on the head and say something stupid like: Good dog.

 

Tess Gallagher (Port Angeles, 21 juli 1943)

 

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies achttien jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog en Romenu’s eerste lustrumpagina.

 

In school

Rustig zit de heele klas te schrijven.
Jongens buigen over ’t blanke schrift.
IJverig hun lenig-jonge lijven;
Bij de meisjes krast de harde grift.

Annie kan ’t niet laten om te kijken,
Fluistert even met de blonde Brecht:
– Zeg, wil jij eens naar mijn lintje kijken
En ’t wat vaster strikken om mijn vlecht? –

Heel voorzichtig tasten Brechtjes handen
In het voor haar hangend fijne haar,
En ze strikt de blauwe zijden banden
Met een blik naar mij: ik knipoog maar.

En dan gaan weer ijvrig, griffels tikken,
Kleine handjes rusteloos hun gang.
Dan een grapje, met verstolen blikken,
Doet weer lachjes leve’ in ’t oog, op wang.

Willem wil aan Henk een appel geven
En nu, denkend dat ik hem niet zie,
Legt hij, na wat schichtig kijken, even
’t Kleine handje op groote Henk zijn knie.

Zoo wordt ’t wichtig evenwicht gebroken
Van de tijden die eentonig gaan,
Door een lach, een woordje zacht gesproken. –
Ach! ‘k heb vroeger zelf ook school gegaan.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Willem de Mérode (staande rechts) als leraar te Uithuizermeeden, 1911

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

 

Bij de geboorte van een veulen

uit de vrieskist gelicht

dooit uit de permafrost een veulen dat nog dood is maar de
hoop voedt dat de tijd wordt teruggedraaid wanneer je lang en
ernstig kijkt, alsof de herfst terugkeert als je het blad terug aan de
skeletten van de eiken hangt

een eerste lik
de streken die je tekenen als je zo opspringt

het negatief dan: tussen zwarte vegen de ruimte die je achterlaat
als je er niet meer bent en waar je nu verschijnt en nat nog droomt
dat je op ranke benen staat, als dorre takken die op breken staan

vastgelegd ben je, herboren

opgebaard
in de bekisting van een lijst

 

Vormen van stilte

Binnen

*
In de isoleercel ben ik
het vel
dat zich gespannen met de ruimte van een hartslag vult

*

De echo die ik denk
is niet de echo die ik ben
denk ik

*

Binnen deze muren
ben ik storm –
een zucht die in zichzelf gekeerd tot rust komt

 

Buiten

*

Voor de wilde eend opvloog
verbleven de eenden
met een volmaakt zelfbeeld nog
in de vijver

*

Nu de moeder niet langer op kinderen wacht
verdwijnt ze
met bankje en al in de zon

*

Tussen mij
tussen hommel en takken
de lucht
die alle dingen ruimte geeft
die me opneemt
die ik binnenstebuiten keer
en ben

 

Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Kleermakershuisje

Het kwetteren van de zwaluw,
Een groet van hoog boven.
De lucht is wazig en licht,
Alsof er een gewassen spijkerrok
Aan de lijn hangt bij de bogenmaker.
Klokjes op de steenachtige helling.
Zonnig geel het gebleekte gras.
Een buizerdkreet en het tuffen van de tractor
‘s Middags tussen weide en akker.
Buiten de bergketens,
Bosjes en alleenstaande dennenbomen,
Plus een auto,
Die als een bliksemflits beweegt.
Of je volgend jaar terugkomt?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e maart ook mijn blog van 21 maart 2022 en ook mijn blog van 21 maart 2021 en ook mijn blog van 21 maart 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2019 en ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 2 en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

Voorjaar (M. Vasalis), David Malouf, Friedrich Hölderlin

 

 

Pruimenbloesem door Claude Monet, 1879

 

Voorjaar

Het licht vlaagt over ’t land in stoten
wekkend het kort en straf geflonker
der blauwe wind-gefronsde sloten;
het gras gloeit op, dooft uit, is donker.
Twee lammren naast een stijf grauw schaap
staan wit, bedrukt van jeugd in ’t gras…
Ik had vergeten hoe het was
en dat de lente niet stil bloeien,
zacht dromen is, maar hevig groeien,
schoon en hartstochtelijk beginnen,
opspringen uit een diepe slaap,
wegdansen zonder te bezinnen.

 

M. Vasalis (13 februari 1909 – 6 oktober 1998)
De voormalige Jeruzalemkerk in Den Haag, de geboorteplaats van M. Vasalis

 

De Australische dichter en schrijver David Malouf werd geboren op 20 maart 1934 in Brisbane. Zie alle tags voor David Malouf op dit blog.

 

Stooping to Drink

Smelling the sweet grass
of distant hills, too steep
to climb, too far to see
in this handful of water
scooped from the river dam.

Touching the sky where like
a single wing my hand
dips through clouds. Tasting
the shadow of basket-willows,
the colour of ferns.

A perch, spoon-coloured, climbs
where the moon sank, trailing
bubbles of white,
and school kids on picnics
swing from a rope — head

over sunlit heels like angels
they plunge into the sun
at midday, into silence
of pinewoods hanging over
a sunken hill-farm.

Taking all this in
at the lips, holding it
in the cup of the hand.
And further down the hiss
of volcanoes, rockfall

and hot metals cooling
in blueblack depths a hundred
centuries back.
Taking all this in
as the water takes it: sky

sunlight, sweet grass-flavours
and the long-held breath
of children — a landscape
mirrored, held a moment,
and let go again.

 

A History Lesson

Sweaty after a bout the young prince towels his body,
sprawls against the wall of a tennis court. His body seems
his own. He is seventeen, loves exercise,
apples, and has just discovered order
in the frets of a guitar and the disorder
his spirit leans towards where hair sweeps upward
and a tender neck’s laid bare. All this
is normal.
Miles away,
his body is the site of negotiations. Old men in furs
have laid it out between them, a treaty
is tied to the royal member as, by proxy, it is annexed, with no compliance
on his part (it is, so far as he knows, off
in a goosegirl’s placket) to the crib of a ten months’ orphan, the Staatsholder
of nine dependencies.
Somewhere peasants
work in the prince’s groin, sleep off the day’s work in its shade.
They will speak the same patois when they go back
to dealing with horizons, but their heads
have passed under harsher laws. In a trench twelve pikemen
curse white, blow on a fist as night creeps over
the edge of a boy’s body much like theirs and also forfeit.

These lives go other ways
than the documents intended. The young prince
will swell with evil fluids not drained off, his infanta
be occupied by three foreign husbands; she will never know his tongue.
One of that band of pikemen, every hair
on his head ablaze with firelight, every louse in his shirt assured of
its sweat, will get his wish. He will climb on out
of the blood of battle, eat, in a fiery sunset,
a late crust among shadows
that peck round a harvest blade, and whistling an old song, track
to its source among ferns the stream
that mutters in his head and never once says ‘history’.

But that is another story. Passed from mouth
to mouth and not set down, it covers the facts, has a beginning and has survived
its middle. Why shouldn’t it end well?

 

David Malouf (Brisbane, 20 maart 1934)

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Christian Friedrich Hölderlin werd geboren op 20 maart 1770 in Lauffen am Neckar in het Hertogdom Württemberg. Zie ook alle tags voor Friedrich Hölderlin.

 

Toen ik een knaap was

Toen ik een knaap was,
Redde een god mij vaak
Van het geschreeuw en de roede der mensen,
Toen speelde ik veilig en wel
Met de bloemen van het woud,
En het zoele des hemels
Speelde met mij.

En zoals gij het hart
Van de planten verblijdt,
Als zij u tegemoet
Hun tere armen strekken,

Zo hebt gij mijn hart verblijd
Vader Helios, en, gelijk Endymion,
Was ik uw lieveling,
Heilige Luna!

O, al gij trouwe
Vriendelijke goden!
Als ge eens wist
Hoe mijn ziel u heeft liefgehad!

Wel riep ik toen nog niet
U bij naam, ook gij
Noemde mij nooit, zoals de mensen elkaar noemen,
Als kenden ze elkaar.

Toch kende ik u beter
Dan ik de mensen ooit kende,
Ik begreep de stilte van de ether,
De woorden der mensen begreep ik nooit.

Mij voedde de muziek
Van het ruisende woud
En liefhebben leerde ik
Temidden der bloemen.

In de armen der goden groeide ik op.

 

Vertaald door Kester Freriks

 

Friedrich Hölderlin (20 maart 1770 – 7 juni 1843)
Portret door Franz Karl Hiemer, 1792

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e maart ook mijn blog van 20 maart 2021 en ook mijn blog van 20 maart 2020 en eveneens mijn blog van 20 maart 2019 en ook mijn blog van 20 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3 en ook deel 4.

Lina Kostenko

De Oekraïense schrijfster en dichteres Lina Kostenko werd op 19 maart 1930 geboren in Rzhyshchiv. Zie ook alle tags voor Lina Kostenko op dit blog.

 

Zin in een wonder, een bodempje wijn

Zin in een wonder, een bodempje wijn.
Dagen vervliegen als grijze perrons.
Kraaien – een roetzwart
boeket zonder dons –
geven de stad haar nachtelijke schijn.
Geeft niet, mijn leven loopt naar het eind.
Geeft niet, ik leefde als mens voor het ware.
Dagen verwaaien, als gitzwarte blaren.
Zin in een wonder, een bodempje wijn.
Kluisters – hoe lang nog? Ik wil graag bevrijd
waar is het gouden geluid – pastorale?
Zomertijd vliegt en de herfst klinkt nabij.
Kronkels van pijn in zwarte spiralen.
Waar kan het zaad van mijn woorden toch zijn?
Mijn Oekraïne begint weer haar ronde.
Weer, wederom deze dodelijke wonde.
Zin in een wonder, een bodempje wijn.

 

Vertaald door Arie van der Ent

 

Nothing in Particular Happened

Nothing in particular happened.
What are you to me? Someone else’s.
Life unraveled where it was unhemmed
to irony’s bitter farewell threads.
Life unraveled where it was unhemmed.
A yarn ball of pain’s all that is left.
Nothing in particular happened.
You just look a little like Kismet.

 

Out There Are Planets Far Beyond Our View

Out there are planets far beyond our view
Oh, how that far-flung bedroom must be dreary!
And yet perhaps we shine upon them too?
Perhaps we are the star when they are weary?

 

Vertaald door Ellen Poplavska

 

Vleugels

Dat is zo… die, die vleugels hebben, hebben geen grond nodig
Is er geen grond? Dan zal het een wolk zijn.
Is er geen veld? Dan zal het vrijheid zijn.
Is er geen liefde? Dan zal het de hemel zijn.

Hier is. misschien, waarheid van vogels.
Maar hoe is het met de mens? Wat is er met de mens?
Die wonen op de grond, en kunnen niet vliegen.
Maar vleugels hebben ze wel
En deze vleugels zijn niet van dons gemaakt,
Maar uit echtheid en toeverlaat.

Iemand heeft die vleugels vanuit getrouwheid in liefde gemaakt.
Iemand vanuit levenslange trachten.
Iemand vanuit oprechtheid in werk.
Iemand vanuit misdadigheid voor zorgen.
Iemand vanuit een liedje of hoop.
Of uit poëzie of droom

Mensen kunnen niet vliegen…
Maar toch wel over vleugels beschikken.

 

Vertaald door Olha Melnyk

 

Lina Kostenko (Rzhyshchiv, 19 maart 1930)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e maart ook mijn blog van 19 maart 2022 en ook mijn blog van 19 maart 2020 en eveneens mijn blog van 19 maart 2019 en ook mijn blog van 19 maart 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Rense Sinkgraven, César Vallejo

De Nederlandse dichter Rense Sinkgraven werd op 17 maart 1965 geboren in het Friese Sint Jacobiparochie. Zie ook alle tags voor Rense Sinkgraven op dit blog.

 

De maan onder een sprei

De maan onder een sprei.
En onder de maan ga ik op een roestige fiets,
fiets weg van jou.

De maan onder een sprei.
Alsof ik dit al eerder geschreven heb.
Iets geruststellends, iets kalms, iets weids.
Een moeder die je goedenacht kust.
God die over je waakt.

Onder de maan sta ik stil,
kijk en denk aan jou, aangeraakt
door de maan.

Ik zie het huis, het raam, je bed.
In je gedachten lees ik liefde, leegte,
zwart verdriet.

Geef het aan de maan, geef het aan de maan.

 

Kikker
 
Ik heb de kikker van Reve gered.
De kikker?
De kikker die was vastgemetseld op de muur
voor hun huisje in Greonterp.
Er was ook een konijn.
Waar dat gebleven is, geen idee.
Na Reve’s vertrek is die muur razendsnel
neergehaald.
Friesland lag weer open.

 

Nachtlokaal

Waar leegte was,
zijn miljarden sterren.

De maan slijpt haar sikkel.
Wij zijn groots en levend,

niet meer dan een druppel.
Verbitterd maar blijmoedig.

Omhels me. Kus me.
Geloof je nog in

het hiernamaals van
een kindertijd? Geesten

gewekt door katers.
Scherven in het brein.

De zanger vleugellam
vertolkt zijn lied.

 

Rense Sinkgraven (Sint Jacobiparochie, 17 maart 1965)

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

Zwarte steen op een witte steen

Ik zal sterven in Parijs bij zware regen,
op een dag waaraan ik mijn herinnering al heb.
Ik zal sterven in Parijs – en ik voel geen angst –
misschien op een donderdag, als vandaag, in de herfst.

Donderdag zal het zijn, want vandaag, donderdag,
terwijl ik deze verzen schrijf, heb ik gebroken
de botten aangedaan en, vandaag als nooit tevoren,
heb ik me weerom gezien, met heel mijn weg, alleen.

César Vallejo is dood, iedereen
sloeg hem hoewel hij hen niets deed,
ze ranselden hem hard met een stok en hard

ook met een touw; getuigen zijn
de botten en de donderdagen,
de eenzaamheid, de regenbuien, de wegen…

 

Vertaald door Heken Sittig en Jorge Heredia

 

César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)
Standbeeld van de dichter op de campus van de César Vallejo universiteit in Trujillo, Peru.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e maart ook mijn blog van 17 maart 2023 en ook mijn blog van 17 maart 2020 en eveneens mijn blog van 17 maart 2019 en ook mijn blog van 17 maart 2018 deel 1 en ook deel 2.

Dirk von Petersdorff, César Vallejo

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dirk von Petersdorff werd geboren op 16 maart 1966 in Kiel. Zie ook alle tags voor Dirk von Petersdorff op dit blog.

 

BEIM WIEDERSEHEN VON „ZURÜCK IN DIE ZUKUNFT

Dein Film ist wahr, Marty McFly, auch wir
sind in die Vergangenheit gefahren,
nicht mit einem DeLorean DMC-12,

sondern per Interrail
nach Florenz, wo Brunelleschi
eine aber-tausend-tonnenschwere Domkuppel
im Himmel schweben ließ,
der darüber selig war,

oder mit dem Fahrrad
durch den kühlen Maimargen in die Bibliothek,
wo Hegel in weißen Handschuhen
die brüchigen Bücher ausgab,
aus denen wir in vergilbten Stunden
und raschelnden Minuten herauslasen:

Alles hat seinen Platz, vielleicht auch du,

und weiter ins New York der frühen 1960er,
als Bob Dylan, Sonntagmorgen,
durch die Straßen,
gesprenkelt von Pfützen,
in seinem dünnen Mantel geführt
von einer zitternden Wohltat
wusste: Alle Lieder sind noch zu singen,
flattern jetzt auf, in dir, aus dir.

So durch die Vergangenheit gereist,
und als wir zurückkamen
in deinem wie in unserem Film
die Gegenwart eine andere,
nicht mehr schwarz-weiß,
die Box der Moderne nicht mehr,
sondern die weite Leinwand,

in die ich hineinschritt, um Verse zu schreiben,
die sein sollten wie die Kurven, Marty,
deiner Skateboard-Fahrt,
um einen Parkplatz zum Leben zu erwecken
oder um ein Mädchen zu überzeugen
zum Campen am Wochenende
am See, wo es dämmerte, abends

und morgens in diesem Lebensstreifen.

 

Potsdam

Wir treffen uns, du bist der frisch Getrennte,
da blickt man auf den See und kaut Salat,
Spaghetti drehen sich wie Argumente,
ich seh dich noch vorm ersten Referat.
Zwei Kanufahrer, die das Wasser stechen,
natürlich kurvt ein Liebeskahn vorbei,
und überm Wasser hängen die Versprechen,
Geräusche, unverständlich für uns zwei,
die früher Bälle traumhaft in die Gassen,
nun zögernd Worte durch den Abend passen

 

Dirk von Petersdorff (Kiel, 16 maart 1966)

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

Het armzalige avondmaal

Hoe lang blijven wij nog wachten op wat
ons niet verschuldigd is… En in welke bocht
mogen wij onze arme knie voor eeuwig strekken!
Wanneer zal het kruis dat ons bezielt
zijn riemen laten rusten. Hoe lang
blijft de Twijfel ons nog ridderen
om geleden leed…
We zitten al zo lang
aan tafel met de bitterheid van een kind
dat om middernacht, slapeloos, van honger schreit…
En wanneer zullen wij de anderen vinden
en aan de rand van een eeuwige morgen
allemaal aanzitten aan het ontbijt.
Hoe lang nog dit tranendal,
waar ik nooit om heb gevraagd.
Op mijn ellebogen,
in tranen, met gebogen hoofd en verslagen
herhaal ik: hoe lang dit avondmaal nog duurt.
Er is iemand die veel heeft gedronken;
spottend draait hij ons, als een zwarte lepel
vol bitter levenssap, het graf voor ogen…
Maar nog minder
weet die duistere hoe lang de maaltijd duren zal!

 

Vertaald door Robert Lemm

 

César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)
Monument voor César Vallejo door de Peruaanse beeldhouwer Miguel Baca Rossi in Lima, Peru

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e maart ook mijn blog van 16 maart 2021 en ook mijn blog van 16 maart 2020 en eveneens mijn blog van 16 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

David Albahari, Kurt Drawert

De Servische schrijver David Albahari werd op 15 maart 1948 geboren in Pec in Servie. Zie ook alle tags voor David Albahari op dit blog.

Uit: De basiliek in Lyon (Vertaald door Reina Dokter)

“1.
Dit verhaal begint in Lyon, maar het kan waar dan ook eindigen. Er komen vier mannen, twee politieagenten, vijf vrouwen, twee fototoestellen, een fiets (die je niet ziet) en een oude voetbal in voor. Het verhaal bestaat uit tien delen van ongelijke lengte. Het grootste deel van het verhaal, dat meer dan één segment omvat, speelt zich af vóór de basiliek; het kortste segment speelt zich af op een van de pleinen van Lyon; één segment verloopt in bijna volmaakte stilte; alle segmenten zijn een vrucht van de verbeelding. Op een gegeven moment, nog voordat ze begon, bevond het verhaal zich aan de rand van de stad. Ze stond daar enige tijd, totdat het begon te regenen. Ze veegde de druppels die langs haar gezicht stroomden af en stak haar duim op. In de auto die stopte zaten twee vrouwen. Ze kauwden allebei kauwgom. ‘Je kunt achterin gaan zitten,’ zei de vrouw die niet reed, ‘of hier tussen ons in, wat je wilt.’ Ze haalde haar schouders op en blies een bel van haar kauwgom. Het verhaal bedacht dat ze op de achterbank verdrietig en alleen zou zijn en kroop tussen de twee vrouwen in. De vrouw die niet reed sloeg het portier dicht en de auto trok op. ‘Waar gaan jullie heen?’ vroeg het verhaal. ‘Waar dan ook,’ zei de vrouw die reed. Goed, dacht het verhaal, ik ben in Lyon begonnen, maar ik kan waar dan ook eindigen. Ze lachte eerst naar de ene, toen naar de andere vrouw, deed haar ogen dicht en viel in slaap.

2.
Ze droomde dat er mieren over haar heen liepen, maar toen ze haar ogen opendeed, zag ze dat het de vingers waren van de vrouw die niet reed. Die had haar blouse losgeknoopt en raakte met de vingertoppen haar huid aan. Het meisje duwde vol walging de hand van de vrouw weg en begon haar blouse dicht te knopen.
‘Wat is er?’ zei de vrouw, ‘ik wilde alleen maar zien wat voor huid je hebt. Je hebt een mooie huid,’ vervolgde ze, ‘maar dat weet je zelf vast ook.’
Het meisje zei niets. Ze ging verder met het dichtknopen van haar blouse en propte die toen in haar spijkerbroek. Goed dat ik geen rok heb aangetrokken, dacht ze. Die ochtend had ze er bijna twee uur mee verdaan om te kiezen tussen een rok en een spijkerbroek, en hoewel ze daarom toen boos op zichzelf was geweest, was ze nu blij.”

 

David Albahari (Pec, 15 maart 1948)

 

De Duitse dichter en schrijver Kurt Drawert werd geboren op 15 maart 1956 in Henningsdorf. Zie ook alle tags voor Kurt Drawert op dit blog.

 

Andere arbeiders, een andere herfst

Onbegrijpelijk en duidelijk
liggen in hun geschiedenis
dingen begraven.
Alles heeft een begin
en zijn kanker –
een gevoel van gisteren
op dit uur. De vrouw
en haar oud geworden kat,
in wiens lichaam de tijd
beweegt, tellen de sneetjes
op het tafelblad
bij de dagboekpagina’s
op. Op de achtergrond
het bekende lawaai
van de fabriek. Andere arbeiders,
zegt men, een andere herfst,
die volgens het boekje
en te verwachten was.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kurt Drawert (Henningsdorf, 15 maart 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn blog van 15 maart 2023 en ook mijn blog van 15 maart 2020 en eveneens mijn blog van 15 maart 2019 en ook mijn blog van 15 maart 2015 deel 2.