Edward Hirsch, Stefan Popa, Guy Helminger, André Kubiczek, Batya Gur, Nazim Hikmet, Qurratulain Hyder, Robert Olen Butler Jr., Axel Hacke

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

To Poetry

Don’t desert me
just because I stayed up last night
watching The Lost Weekend.

I know I’ve spent too much time
praising your naked body to strangers
and gossiping about lovers you betrayed.

I’ve stalked you in foreign cities
and followed your far-flung movements,
pretending I could describe you.

Forgive me for getting jacked on coffee
and obsessing over your features
year after jittery year.

I’m sorry for handing you a line
and typing you on a screen,
but don’t let me suffer in silence.

Does anyone still invoke the Muse,
string a wooden lyre for Apollo,
or try to saddle up Pegasus?

Winged horse, heavenly god or goddess,
indifferent entity, secret code, stored magic,
pleasance and half wonder, hell,

I have loved you my entire life
without even knowing what you are
or how—please help me—to find you.

 

Gabriel: A Poem (Fragment)

Grief broke down in phrases
And extrapolated lines
From me without myself

Tear-stained pillow of stone
I felt I was lying
Beside him in the coffin

Wormy mother
Who takes us into the ground
With her whenever and wherever

She wants the grass glistens
And grows over us in the heat
Of late summer in the country

 

 
Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

Lees verder “Edward Hirsch, Stefan Popa, Guy Helminger, André Kubiczek, Batya Gur, Nazim Hikmet, Qurratulain Hyder, Robert Olen Butler Jr., Axel Hacke”

Julian Barnes, Bert Natter, Edgar Allen Poe, Edwidge Danticat, Patricia Highsmith, Marie Koenen, Gustav Meyrink, Eugénio de Andrade, Thomas Gsella

De Engelse schrijver Julian Barnes werd geboren op 19 januari 1946 in Leicester. Zie ook alle tags voor Julian Barnes op dit blog.

Uit: Het tumult van de tijd (Vertaald door Ronald Vlek)

“Het gebeurde midden in de oorlog, op een perron, even vlak en stoffig als de eindeloze steppe die het omringde. De wachtende trein was twee dagen geleden uit Moskou vertrokken, in westelijke richting; nog twee of drie dagen te gaan, afhankelijk van kolenvoorraad en troepenbewegingen. Het was kort na zonsopgang, maar de man – in werkelijkheid maar een halve man – was al bezig zich op een platte lorrie met houten wielen naar de slaaprijtuigen te stuwen. Er was geen andere manier om het geval voort te bewegen dan aan de voorkant te wrikken, en om te voorkomen dat hij zijn evenwicht verloor had hij een touw onder de lorrie door gehaald en door zijn broeksband gestoken. De handen van de man waren omzwachteld met smerige repen stof en zijn huid was gehard door het bedelen op straten en stations.
Zijn vader was een overlevende geweest van de vorige oorlog. Hij was vertrokken met de zegen van de dorpspriester om te gaan vechten voor het vaderland en de tsaar. Toen hij terug was gekomen waren de priester en de tsaar inmiddels verdwenen, en was zijn vaderland niet meer hetzelfde geweest. Zijn vrouw had gegild toen ze zag wat de oorlog met haar man had gedaan. Nu woedde er opnieuw een oorlog, en was dezelfde indringer weer terug, al waren de namen veranderd; de namen aan beide kanten.
Maar verder was er niets veranderd: jonge mannen werden nog steeds door kanonnen aan flarden geschoten en vervolgens door chirurgen ruw opengesneden. Zijn eigen benen waren afgezet in een veldhospitaal te midden van kapotgeschoten bomen. Allemaal voor een hoger doel, zoals dat de vorige keer ook het geval was geweest. Het liet hem koud. Laat anderen daar maar over twisten; zijn enige zorg was het einde halen van de volgende dag. Hij was verworden tot een techniek om te overleven. Beneden een bepaald niveau werden alle mannen dat: een techniek om te overleven.
Enkele passagiers waren uitgestapt om zich even te vertreden in de stoffige lucht; andere zaten met hun gezicht voor de ramen van de rijtuigen. Terwijl de bedelaar naderbij kwam, hief hij luidkeels een obsceen soldatenlied aan. Sommige passagiers zouden hem misschien een paar kopeken toewerpen als dank voor het vertier; andere hem betalen om zich te verwijderen.”

 

 
Julian Barnes (Leicester, 19 januari 1946)

Lees verder “Julian Barnes, Bert Natter, Edgar Allen Poe, Edwidge Danticat, Patricia Highsmith, Marie Koenen, Gustav Meyrink, Eugénio de Andrade, Thomas Gsella”

Peter Stamm, Sascha Kokot, Franz Blei, Jon Stallworthy, Montesquieu, Ioan Slavici, Rubén Darío, Paul Léautaud, Alan Alexander Milne

De Zwitserse schrijver Peter Stamm werd geboren op 18 januari 1963 in Weinfelden. Zie ook alle tags voor Peter Stamm op dit blog.

Uit: Agnes

„Die Bilder scheinen mir wirklicher als die dunkle Wohnung, die mich umgibt. Es ist ein seltsames Licht in ihnen, das Licht einer weiten Ebene an einem Nachmittag im Oktober.
Eine leere Ebene, weit und breit keine Stadt, kein Dorf, nicht einmal eine Farm. Kurz geschnittene Sequenzen, ohne dass das Bild sich wesentlich verändert. Immer neue Ansätze, Versuche, die Landschaft zu erfassen. Manchmal erahne ich, weshalb Agnes die Kamera eingeschaltet hat: eine seltsam geformte Wolke, eine Reklametafel, in der Ferne ein Streifen Wald, fast unsichtbar durch das Weitwinkelobjektiv. Einmal ein Schwenk zu mir, wie ich am Steuer sitze. Ich mache eine Grimasse. Und dann wohl der Versuch, sich selbst zu zeigen: der Rückspiegel, darin gross die Kamera und dahinter, kaum zu sehen, Agnes selbst. Dann noch einmal ganz kurz Agnes, am Steuer diesmal, wie sie eine abwehrende Handbewegung macht.
Der Parkaufseher. Auch er macht abwehrende Handbewegungen, aber im Gegensatz zu Agnes lacht er dabei. Ein Zoom auf seine Hände, die über ein Kartenblatt fahren, einen Weg zeigen, der im Bild nicht zu erkennen ist. Der Aufseher lässt sich auf seinen Stuhl fallen, öffnet eine Schublade, zieht einige Broschüren heraus. Er lacht und hält eine davon in die Kamera: How to survive Hoosier National Forest. Das Bild wackelt, dann greift von unten eine Hand nach dem Faltblatt. Der Parkaufseher spricht unentwegt, sein Gesicht wird ernst. Die Kamera wendet sich von ihm ab, streift mich kurz. Plötzlich Wald, ein lockerer Baumbestand. Ich liege auf dem Boden, scheine zu schlafen oder habe zumindest die Augen geschlossen. Die Kamera nähert sich mir von oben, kommt immer näher, bis das Bild unscharf wird, weicht zurück. Dann wandert sie über meinen Körper bis zu den Füssen und wieder zum Kopf. Lange bleibt sie auf dem Gesicht stehen, versucht, noch einmal näherzukommen, aber das Bild wird wieder unscharf, und sie weicht von neuem zurück“.

 

 
Peter Stamm (Weinfelden, 18 januari 1963)

Lees verder “Peter Stamm, Sascha Kokot, Franz Blei, Jon Stallworthy, Montesquieu, Ioan Slavici, Rubén Darío, Paul Léautaud, Alan Alexander Milne”

Nanne Tepper, Tom Dolby, Ilja Leonard Pfeijffer, David Ebershoff, Gavin Extence, Ib Michael, Anton Valens, Roel Houwink, Raoul Schrott

De Nederlandse schrijver, popjournalist en muzikant Nanne Tepper werd geboren in Hoogezand op 17 januari 1962. Zie ook alle tags voor Nanne Tepper op dit blog.

Uit: De kunst is mijn slagveld

“Groningen 6 april 1993
Beste Marc,
Ben weer eens in een periode van zware neuralgie geraakt. Bezocht voor het eerst in tien jaar een dokter en die gaf mij pilletjes tegen ‘overgevoeligheid’, slappe hemelsblauwe tabletjes die nog het beste werken als men ze inneemt met een dubbele borrel. Morgen ga ik naar mijn oude zielenknijper, om te voorkomen dat ik straks weer rijp ben voor het gesticht. De oorzaak van dit alles? Geluk, en een overdosis aan inspiratie; nu ja, sta je ervoor, dan moet je erdoor, zegt Ome Gerard. Heb ondertussen wel twee prachtverzen geschreven en deze hedenochtend naar Tirade gestuurd, dit blad had ik nog niet eerder met mijn geloei bestookt. Baat het niet dan schaadt het zeker.
Bright Lights, Big City vind ik ook maar een matig boekje, wat dat betreft is Gimmick! even mank: het blijft in goede bedoelingen steken. Neen, dan de laatste van de Ier, Brightness Falls, dat is andere oude wijven, wel een totale rip-off van Tender is the Night van Scott Fitz., maar de eerste helft is magistraal, ondanks de rommelige stijl, op de helft echter – typisch Amerikaans – klaart de stijl op en stort het boek ineen. Toch een diepe buiging voor Jay M. Word strontjaloers van zulke prestaties. Wat echter naar mijn onbescheiden mening Het Meesterwerk
tot dusverre is is Less Than Zero. Dat boek grijpt je bij je kloten en laat je een jaar lang krom lopen van de pijn. Heb nu American Psycho liggen, vertaald door een zeer zachtaardige Limburger, die hier in mijn geboortedorp Hoogezand is ondergedoken, en met wie ik wel
eens in de kroeg zat toen hij deze klus aan het klaren was. Hij werd er op zijn minst zo af en toe een beetje misselijk van. Ik moet nog zien of ik dit boek wel aandurf, gezien mijn huidige staat van ontbinding.
Gaat Zwagerman zich op de Bijlmer werpen? Na een Boeing nu een zweefvliegtuigje. Engagement, tja, kom d’r maar ’s om. Toch is het een aardige jongen. Toen ik hem eens een schop onder zijn kloten verkocht, op papier dan, kreeg ik een uiterst correct briefje terug, dat
vind ik wel van ballen getuigen. Maar mijn proza dat ik naar de Belt stuurde heb ik nooit weer gezien; taal noch teken. Tijdens Herfstschrift, enkele jaren terug, mocht Zwagerman tegen Reugenbrink cq aanzeiken, en omgekeerd. (Met Reugenbrinkcq heb ik schoolgegaan,
hierzo, en zelfs nog toneelgespeeld (Borak valt, van Lodewijk de Boer) – wij waren in die tijd geen liefhebbers van elkander maar die wolkenlucht is later redelijk opgeklaard, zo meen ik althans te moeten denken – zijn redacteurschap bij De eenentwintigste Geeuw heeft me er wel altijd van weerhouden iets naar dat blad te sturen, dom natuurlijk, maar daar zat ook de slechtste schrijver van Nederland, Joost N. en die ging over het proza.”

 
Nanne Tepper (17 januari 1962 – 10 november 2012)

Lees verder “Nanne Tepper, Tom Dolby, Ilja Leonard Pfeijffer, David Ebershoff, Gavin Extence, Ib Michael, Anton Valens, Roel Houwink, Raoul Schrott”

Diana van Hal

De Nederlandse schrijfster Diana van Hal (pseudoniem van Diana Ruwaard) werd op 17 januari 1980 geboren in Amsterdam. Zij studeerde medische microbiologie, maar veranderde halverwege het derde leerjaar naar klinische chemie. Na de HBO studie ging zij als medisch klinisch analist werken. In haar tienerjaren wilde ze al schrijfster worden. In november 2015 presenteerde zij haar debuut “De verzamelaar”.

Uit: De verzamelaar

“Katie Caudill veegt een verdwaalde traan van haar wang.
Hoe vaak is ze nu al naar bodycombat les geweest? Brian vindt het heerlijk om met de kleine Max alleen te zijn. Mannen onder elkaar, noemt hij het gekscherend. Voor de zoveelste keer draait Katie haar hoofd naar hun huis. Er brandt licht in de badkamer. Brian zal Max nu wel in zijn badje zetten. In gedachten ziet ze voor zich hoe Max met zijn mollige handjes in het water spettert. Om de opkomende tranen terug te dringen wendt ze haar hoofd af richting de straat, waar het opvallend rustig is op die ene auto na. Katie staart naar het bord boven de bushalte. Nog tien minuten voor de bus komt. Gedachten buitelen over elkaar heen. Zal ik wel gaan? Zal ik niet gaan? Het zou oneerlijk zijn om terug naar binnen te gaan om vervolgens weer te klagen over haar lichaam. Waarom is het
toch zo moeilijk om die twee uurtjes van huis te zijn?
Voor een klein moment is Katie afgeleid. Vreemd, de auto staat nu stil met de lichten nog aan. Staat vast op iemand te wachten. Een blik op haar horloge vertelt haar dat het nog zeker vijf minuten duurt voordat de bus komt. Zal ik dan toch?
Een geluid vlak achter haar maakt dat ze zich omdraait. Verdorie, door de bewolking is het al donker aan het worden. Wat verwacht je anders in oktober. Het gaat nog regenen ook en ze trekt de capuchon van haar jas over haar rode, lange haar. Twijfel, altijd weer die onrustige twijfel.
Voor een tweede keer wordt Katie afgeleid door een geluid. Nog een blik achterom. Zal wel een diertje zijn dat schuilt voor de regen. Katie trekt de capuchon verder over haar hoofd, draait zich om. De net nog geparkeerde auto komt haar kant op. Dit gaat volledig aan Katie voorbij. Pas op het moment dat de auto de busbaan oprijdt, rinkelen alarmbellen in haar. Te laat!”

 
Diana van Hal (Amsterdam, 17 januari 1980)

Jaap van den Born

De Nederlandse dichter, kunstenaar en illustrator Jaap van den Born werd geboren in Nijmegen op 17 januari 1951. Van den Born werd opgeleid tot onderwijzer en tekenleraar. Hij is beëdigd grafoloog. Van den Born was o.a. werkzaam als matroos, sergeant bij de luchtmacht, arbeider, barkeeper, wietknipper, nachtportier en postbezorger. In 1988 maakte hij met Peter Coret (alias Cees van der Pluijm) en Wilbert Friederichs de expositie en voorstelling ‘Poëzie aan de muur’ in het Steigertheater te Nijmegen. In 2011 schreef hij het libretto voor het oratorium ‘Kiek duir’…De Broerstraat, voor het Colourful Citykoor, dirigent Johnny Rahaket, een muziekspektakel met teksten over de vreemdelingen die door de eeuwen Nijmegen bevolkten, met muzikanten uit vele werelddelen, dat opgevoerd werd in de Stadsschouwburg. Als dichter debuteerde Van den Born in 2005 met de bundel “2000 jaren Nijmegenaren”, gevolgd door “Drs. P révisé”, die hij samen met Drs. P schreef. Hierna volgden nog een groot aantal bundels en publicaties in literaire tijdschriften. Zijn werk kenmerkt zich door de toepassing van strakke vormen als het sonnet, het ollekebolleke en het elftal. Zijn werk is humoristisch maar ook kritisch van aard. Filosofie, wetenschap en geschiedenis zijn belangrijke thema’s in zijn werk. In 2012 werd Van den Born door literair tijdschrift De Tweede Ronde (later: KortVerhaal) de Kees Stip Prijs toegekend voor zijn gehele oeuvre op het gebied van light verse.

Hemels Tafereel

Ach, kijk ze nou toch vrolijk staan te springen!
De witte veren vliegen in het rond
Ook cherubijntjes in hun blote kont
Staan stralend van Gods lof en eer te zingen

Eén loopt zich door de menigte te wringen
Verbeten trek rond de wat weke mond
Ondanks zijn blos oogt hij wat ongezond
Normaal bij pas gestorven stervelingen

Hij spreidt een zelfverzekerdheid ten toon
Ondanks zijn nu gestaakte ambtstermijn
Alsof zijn sterven hem pas echt een doel gaf

Hij stevent recht op God af op Zijn troon
En zegt met lijzig, achteloos venijn:
‘Ga als de sodemieter van mijn stoel af!’

 

Een ster uit het oosten

We joelden en we gilden in het bad
Toen kregen we opeens een grote schok
Daar kwam, gewoon in badpak, Ciska Peters!

Die zomaar in óns bad een baantje trok
Gescheiden door wat chloordoorwalmde meters
Zwom daar een Ster, bekend van de Teevee!

Na afloop knoopten wij gehaast de veters
En zagen hoe Zij, zwevend als een fee
Per fiets vertrok, de blonde haren nat

Ons jongenshart bleef smeulend weken gloeien
(Daarna kwam Frank, maar die kon me niet boeien)

 
Jaap van den Born (Nijmegen, 17 januari 1951)

Ester Naomi Perquin, Inger Christensen, Susan Sontag, Reinhard Jirgl, Anthony Hecht, Brian Castro, José Soares, Robert W. Service, Tino Hanekamp

De Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin werd geboren in Utrecht op 16 januari 1980. Zie ook alle tags voor Ester Naomi Perquin op dit blog.

 

Kortom

ik herinner me wel de sneeuw,
de Karelsbrug in Praag, hoe jij –
hoe jij tot op vandaag lacht om
iets dat ik niet zag, wat vlokken
van mijn schouder slaat.

Hoe ieder zinloos ingewikkeld
sneeuwkristal op kinderkoppen
achterblijft en erger:
dat het ons niet daarom gaat.

Maar of er een moment zal zijn
waarop wij wezenlijker samen
– ik weet niet eens of wij
dat toen wel waren, wat jij
voorbij mijn blikveld ziet.

Taal valt armoedig in een zin als:
weet je nog we gingen
met de eerste sneeuw naar Praag
om samen op de brug te staan
en smelt al bij; we gingen niet.

 

Vreemden

Zoals je jezelf op een foto waarop je ruggelings staat afgebeeld
herkent maar omdat het onnatuurlijk blijft
liever niet meer bent – zo is de ander

precies zoals je zelf al denkt: het is niet goed teveel te weten,
geheimen tekenen verstand, geven iets om handen

leg tussen jezelf / de ander een diepe zee en verf je haren,
hou je onhoorbaar voor elke poging tot elkaar, verzet je
tegen nadering met rotsvast uitgesproken namen.

geef volle ruchtbaarheid en ga een oorlog aan, wees
te allen tijde onveranderbaar. Val met niemand samen.

 

 
Ester Naomi Perquin (Utrecht, 16 januari 1980)

Lees verder “Ester Naomi Perquin, Inger Christensen, Susan Sontag, Reinhard Jirgl, Anthony Hecht, Brian Castro, José Soares, Robert W. Service, Tino Hanekamp”

Antoine Wauters, Etty Hillesum, Osip Mandelstam, F. Springer, Maud Vanhauwaert, Mihai Eminescu, Philip Snijder

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit:Nos Mères

“Elles nous demandent où nous vivons.
Tout haut, nous ne répondons rien.
Tout bas, nous répondons dans le plus grand et le plus beau lieu entouré de biefs, d’osselets, de cascades d’eau chaude et de fines pluies qui ne souillent pas. Sur une terre blanche. Dans un village de petite taille et de petite montagne que nous n’allons jamais quitter, dit-on.
Nous demeurons. Nous disons nous mordons, et nous mordons. Aveugles. Nos pieds nus caressés par les crocs de bêtes noires. Des araignées peut-être. Il y en a tant dans la région. Ou des cafards. Ils escaladent sur nous.
Nous portons des pelisses, des gilets de fine laine, mais le plus souvent nous allons nus.
Après journée, elles viennent nous chercher derrière les plantations de bananes, d’oranges et de mangues où nous vivons dans une abondance verte.
Nous mentons.
Nos mères nous fixent durement. Elles n’ont encore rien dit mais préparent des sermons, l’air mauvais et une verge à la main dont elles vont déchirer nos peaux, c’est sûr, afin de nous rendre moins fragiles garçons.
Elles nous aiment, c’est évident, simplement elles ne supportent plus grand-chose depuis qu’elles sont seules avec nous.
Pieds nus sur la terrasse, elles racontent l’épisode de la mort de l’homme de leur vie, mais entre leurs dents, tout bas, toujours entre leurs dents. Mort dans la boue des poussières d’obus disent-elles, et mort dans la poussière des tirs de Kalachnikov des milices adverses répétons-nous, entre nos dents aussi, tout bas, tâchant de ne pas les affoler.
Elles, elles voudraient que ce soit ça et rien d’autre : elles et nous, elles avec nous, et nous pour elles.
Elles tentent alors de nous capturer, des boucles terminant leurs mains. De nous garder. De nous couver si fort souvent et de nous punir de ce que nous sommes d’affreux gamins et galopins.”

 

 
Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

Lees verder “Antoine Wauters, Etty Hillesum, Osip Mandelstam, F. Springer, Maud Vanhauwaert, Mihai Eminescu, Philip Snijder”

Johannes Beilharz, Molière, Franz Grillparzer, Franz Fühmann, Martha Saalfeld, Xu Zhimo

De Duitse dichter, schrijver, vertaler en schilder Johannes Beilharz werd geboren op 15 januari 1956 in Oberndorf am Neckar. Zie ook alle tags voor Johannes Beilharz op dit blog.

 

Weltmannschaft

Elf Dichter aus aller Welt
begaben sich zum Turnier

War ein Andalusier dabei,
zurückgestrichnes schwarzes
Haar, ermordet: Garcia Lorca

War ein Amerigo-Engländer
dabei mit ernster Brille fürs
Mittelfeld: T. S. Eliot
Bolzte sich ein franko-
abessinischer Waffenhändler ein
mit Namen Rimbaud

Ein schmalbrüstiger und dürftig
bebarteter Österreicher zur
Abwehr: R. M. Rilke

Als Libero ein Franzose,
der auf schwarze Frauen
stand: Baudelaire

Im Sturm ein erblindeter
Bibliothekar aus Argentinien:
Borges

lm Tor einer aus Peru,
der Hungers starb in Paris:
César Vallejo

Ein Judeo-Russe für die
Verteidigung, in Sibirien ums
Leben gekommen: Mandelstam

 

 
Johannes Beilharz (Oberndorf am Neckar, 15 januari 1956)

Lees verder “Johannes Beilharz, Molière, Franz Grillparzer, Franz Fühmann, Martha Saalfeld, Xu Zhimo”

Willem de Clercq, Louis Guilloux, Walter Serner, Alexander Moszkowski, Aleksandr Gribojedov, Sidonia Zäunemann, Peter Christen Asbjørnsen

De Nederlandse dicher en (dagboek)schrijver Willem de Clercq werd geboren in Amsterdam op 15 januari 1795. Zie ook alle tags voor Willem de Clercq op dit blog.

Uit: Dagboek van Willem de Clercq 1811-1830

“Justus en Clericus raakten in zulk een geestdrift, dat zij door elkander hoogduitsche en latijnsche verzen uitdonderden, zoodat het vuur der opzeggers zelfs de verbazing des voermans tot zich trok. Ede ligt zeer schoon en door een groot bosch omringd. Midden onder dit genoegen verhief de maan haar verzilverd aangezicht, doch er begon zich tevens een vervaarlijk onweder opeen te pakken. Hoezeer nu ook onze natuur-bewonderaars zich mochten verheugen over het heerlijk gezicht, hetwelk het glansrijke weerlicht, dat zijne stralen door de wolken schoot, opleverde, zoo besloot men, daar de fysische mensch boven dreef, het bewonderen te staken en een oogenblik te Papendaal, eene afgezonderde boerenwoning, aan te leggen. Weldra speelden donder, bliksem en weerlicht hunne rol met plasregens gepaard, terwijl onze reizigers bij een gelderschen haard geschaard in een beminnelijke boerin en drie lieve kinderen een heerlijk ostadisch tafereel bewonderden en wezenlijk eenigszins sentimenteel werden. Evenwel vereischte het gebulder des onweders spoedige besluiten. De voerman spoorde hen tot voortgang aan en de jonge dame was vol moed. Men pakte zich dan zoo goed mogelijk in den halven kap in, terwijl de boerin in doodelijken angst tot alle de heiligen in den Hemel bad. Nu ging dan ook de reis voort, aangenamer in de herinnering dan in de werkelijkheid… Zij renden dat hooren en zien verging tot zij eindelijk bij de duisternis des avonds, tot hunne innige vreugde de poorten van Arnhem bereikten. De mede reizende dame vond haren broeder, die als een echt stijf proponent de beleefdheden der reizigers, die door het aanbod van eene visite tegen den volgenden dag bekroond werden, zeer koeltjes beantwoordde, en zijne zuster spoedig van hunne zijde wegtrok….”

 


Willem de Clercq (15 januari 1795 – 4 februari 1844)
Blik op Arnhem door Thomas Barber, eerste helft 19e eeuw

Lees verder “Willem de Clercq, Louis Guilloux, Walter Serner, Alexander Moszkowski, Aleksandr Gribojedov, Sidonia Zäunemann, Peter Christen Asbjørnsen”