Paolo Cognetti, Harvey Shapiro, Iduna Paalman

De Italiaanse schrijver Paolo Cognetti werd geboren in Milaan op 27 januari 1978. Zie ook alle tags voor Paolo Cognetti op dit blog.

Uit: Het geluk van de wolf (Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone)

“Fausto was veertig toen hij, op zoek naar een plek om opnieuw te beginnen, zijn heil zocht in Fontana Fredda. Hij kwam daar al van jongs af aan, en als hij al te ver weg was van de bergen daar werd hij neerslachtig, hetgeen een van de oorzaken, of misschien wel dé oorzaak was van de problemen met de vrouw die bijna zijn echtgenote was geworden. Na hun scheiding had hij er een huisje gehuurd en er de maanden september, oktober en november doorgebracht met paden afstruinen, hout sprokkelen in de bossen en voor de kachel eten, genietend van het zout van de vrijheid en kauwend op het bitter van de eenzaamheid. Hij schreef ook, of althans, hij probeerde het: in de loop van de herfst zag hij dat de kuddes de almen verlieten en de naalden van de lariksen geel werden en afvielen, totdat met de eerste sneeuwval ook het geld dat hij opzij had gelegd opraakte, hoezeer hij zijn uitgaven ook tot een absoluut minimum had beperkt. Nu het winter werd, kreeg hij de rekening van een moeilijk jaar gepresenteerd. Hij kende wel wat mensen in Milaan die hij om werk kon vragen, maar dan moest hij terug naar de stad, gaan rondbellen, met zijn ex de kwesties oplossen die ze voor zich uit hadden geschoven, en toen hij zich er al bijna bij had neergelegd dat er niets anders op zat, had hij op een avond achter een glas wijn zijn hart uitgestort in de enige openbare gelegenheid die Fontana Fredda rijk was. Babette, achter de toog, begreep het volkomen. Getuige haar accent en een zekere elegantie was ook zij ooit uit de stad gekomen, maar god weet wanneer en langs welke wegen. Op een gegeven moment had ze een restaurant overgenomen op een plek waar in de tussenseizoenen de enige klandizie bestond uit metselaars en veehouders, en had het De tafel van Babette genoemd, naar de Babette uit de novelle van Karen Blixen. Vanaf dat moment noemde iedereen het zo, niemand wist meer hoe het eerst heette. Fausto had vriendschap met haar gesloten omdat hij Karen Blixen had gelezen en de toespeling had begrepen: de Babette in het verhaal was een revolutionair die, nadat de Commune van Parijs was mislukt, naar een boerengehucht in Noorwegen was gegaan waar ze als kokkin ging werken. De Babette in Fontana Fredda serveerde geen schildpadsoep, maar had de neiging dolende zielen onder haar vleugels te nemen en te proberen praktische oplossingen te vinden voor existentiële problemen. Nadat ze de zijne had aangehoord vroeg ze: Kun je koken?
En zo was hij er met kerst nog steeds, in de keukendampen worstelend met enorme potten en pannen. Er was ook een skipiste in Fontana Fredda; elke zomer was er sprake van dat die gesloten zou worden en elke winter ging hij toch weer open. Een bord beneden bij de afslag en wat op de weiden gespoten kunstsneeuw moesten skigezinnetjes trekken, en drie maanden per jaar veranderden de bergbewoners in stoeltjesliftpersoneel, sneeuwmakers, reddingswerkers en bestuurders van de zogenoemde sneeuwkatten: een collectieve ver- kleedpartij waar ook hij nu aan meedeed.”

 

Paolo Cognetti (Milaan, 27 januari 1978

 

De Amerikaanse dichter Harvey Shapiro werd op 27 januari 1924 in Chicago geboren in een joodse familie uit Kiev. Zie ook alle tags voor Harvey Shapiro op dit blog.

 

EEN SCHRIJVER

Die schreef vanuit een geleefd leven
Dus ik benijdde hem. natuurlijk
Kon ik zijn manier van doen imiteren
Maar het geleefde leven (waar ik, geloof me,
Niets over wilde horen)
Was van hem. Aan anderen laat ik
De herinnering aan zichzelf na.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Harvey Shapiro (27 januari 1924 – 7 januari 2013)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De  Nederlandse dichteres, schrijfster, presentatrice en columniste Iduna Paalman werd geboren in Rolde in 1991. Paalman studeerde Duitse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Humboldt Universität in Berlijn. In 2010 deed ze mee aan het schrijversplatform ABCYourself onder begeleiding van Edward van de Vendel. Haar werk verscheen onder meer in Revisor, De Gids en Het Liegend Konijn. Sinds 2016 is ze columniste voor Hard//hoofd. In 2019 debuteerde Paalman met de bundel “De grom uit de hond halen”. Hiervoor werd zij genomineerd voor de Buddingh- en de Ida Gerhardt Poëzieprijs. Door de Volkskrant werd ze uitgeroepen tot literair talent van het jaar. In 2020 won ze de Poëziedebuutprijs aan Zee. Iduna Paalman verving in 2022 Petra Grijzen als presentatrice van de NPO Radio 1 en NTR wetenschapspodcast Atlas.

 

Toekomstmuziek

Alles wat we zeggen zit in een stationaire dorskast. De kast
heeft kieren en de grond is ongeschonden, maar nu staan we
te zwijgen tussen de stoppels en de machines draaien

onze opa’s vertelden nog verhalen met de hand, grepen
vlegels van moeilijk te splijten hout zoals haagbeuk, haalden
vrouwen aan met middeleeuwse wapentypes, zaten nebenbei
in het verzet. Zij spraken van product en residu

wij schieten korrels van tafel en spugen natte verlanglijstjes
door een buis. We zoeken een roestvrijstalen gebaar
en weten niet dat elke generatie op den duur
naar zolder gaat en daar nooit meer wordt aangeraakt.

 

ONTVANGSTBEVESTIGING

Mail gestuurd aan oude liefde
kikkerdril gevonden
afgewacht.

De vlier bloeit – vroeger trokken we er siroop van
en dacht ik dat mannenzaad ook zo rook – ergens ligt
iets te rotten, ik krijg geen antwoord maar dat komt
misschien omdat hij een jonge vader is, de sloot
leeft, er moet gevoed worden, ik
sta klaar

plant zonwerende waterplanten, kijk daar
in het donker ligt het bol van opgehoopte
dichtgeslibde, afgestompte klompen nieuw bestaan
beloftevol bubbeltjesplastic
lensvorming om lensvorming – stripfiguurogen
beloeren mij, gluiperig en geleiachtig
stil is het, misschien brengt hij zijn dochter naar pianoles
bevruchtingen moeten tenslotte de moeite waard
worden gemaakt

de onvolgroeid groene bessen noppen van haarborstels
reigers trekken nomadisch langs de wallen
dril wordt zygote wordt larve

dat wat rotte komt tot leven
dat wat wachtte wordt gedood.

 

Iduna Paalman (Rolde, 1991)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e januari ook mijn blog van 27 januari 2019 en ook mijn blog van 27 januari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Nora Gomringer, Harvey Shapiro

De Zwitsers-Duitse dichteres Nora Gomringer werd geboren op 26 januari 1980 in Neunkirchen an der Saar. Zie ook alle tags voor Nora Gomringer op dit blog.

 

Wie erkläre ich

Sind gestorben
In den Himmel gekommen

Sind geflogen
Atomisiert in die Lungen

Der Unwissenden
Nichtswissenwollenden

Haben ihre Kinder
In andere Länder gebracht

Oder die Elternasche
Verstreut über die sieben

Weltmeere
Die heute im Wellenschlag

Im Pottwalbauch
Unsere Sünden fortpflanzen

An die Strände
Der Ruhe

 

PLUMBUM

„… und könnten Sie diesen Zustand einmal in Ihren eigenen Worten beschreiben?“

der schwarze Hund
das Kleid aus Blei
die Nacht im Gefieder

das Wesen aus Nebel
der Weg aus Wegen
die Fragen aus Leder

das große Schweigen
die Summe aus Zeit
der Körper im Raum

Die Droge hilft
der Tag wird hell
das Leben: Traum.

 

Het hart

Een artisjok
Mangogroot en blauwvlekgekleurd

Kan worden gepeld en blootgelegd
Laag voor laag

Wordt met verwondering bezien
Om zijn grootte

Zou Eden kunnen herbergen
Tussen de longen

Ging schuil achter de rib
Waaruit de appeleetster werd gesneden

Haast geen ophef meer
Over een ding – plantbaar, uitzaaibaar

Na jouw fatale val in mijn borstbed.

 

Vertaald door Martin de Haan

 

Nora Gomringer (Neunkirchen an der Saar, 26 januari 1980)

 

De Amerikaanse dichter Harvey Shapiro werd op 27 januari 1924 in Chicago geboren in een joodse familie uit Kiev. Zie ook alle tags voor Harvey Shapiro op dit blog.

 

Nachten

Dronken en huilend. Het is weer een nacht
bij live-in-de-opera, en ik denk dat
het slecht met me zal aflopen.
De doden naast de deur nemen hun begroetingen in ontvangst,
hun gezouten noten, het langgerekte gejammer.
Wij, de levenden, moeten dekking zoeken,
ik dus. Sterfelijkheid is het ABC ervan,
en daarna komen wellust en liegen.
En, oh, hoe voeg je een leven samen
uit deze schande en verwarring, alsof
de goden in ons woonden of samenwoonden
met ons, enkel omwille van de muziek.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Harvey Shapiro (27 januari 1924 – 7 januari 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e januari ook mijn blog van 26 januari 2019 en ook mijn blog van 26 jauari 2016 en mijn blog van 26 januari 2014 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Lisa Weeda, John Donne

De Nederlandse schrijfster Lisa Weeda werd geboren in Dordrecht op 25 januari 1989. Zie ook alle tags voor Lisa Weeda op dit blog.

Uit: Aleksandra

“Mijn mesjogge oma vroeg me deze doek naar zijn graf te brengen om de tijd te dichten. Anders is hij verloren.’
De soldaat kijkt hoe ik de doek weer opvouw. Traag, eerst over de helft en dan nog een keer over de helft, tot ik een klein vierkant stuk stof vasthoud. Voorzichtig stop ik het in mijn tas. Ik probeer het zo dramatisch mogelijk te doen, langzaam, alsof dit het allerbelangrijkste object ter wereld is.
‘Geef me gewoon dit laatste stukje. Een paar dagen, dan ben ik weer weg.’
Ik rommel nog eens in mijn tas en haal de oude foto van Aleksandra tevoorschijn, mijn troef, het laatste wat ik bij me heb om hem over te halen. Ik houd de foto voor zijn gezicht, duw hem bijna tegen zijn neus, zodat hij er wel naar moet kijken. Aleksandra kijkt hem recht aan. Links en rechts van haar zitten Njoesja en Doesja, haar nichtjes, die net als zij mee werden genomen in de oorlog.
‘Godallemachtig,’ zegt de soldaat zacht en slaat zijn ogen naar de hemel.
‘Alle andere foto’s uit haar jeugd zijn verbrand,’ zeg ik. ‘Ik heb rondgevraagd, mijn moeder heeft rondgevraagd, niemand in de familie heeft nog iets. Alles is verdwenen. In de fik gestoken. Door de Duitsers.’
Hij pakt de foto en houdt ’m naast mijn gezicht, knijpt één oog dicht, kijkt naar mij en dan weer naar de foto. Ik trek dezelfde strakke mond als Aleksandra en knijp mijn ogen een beetje dicht. Had ik van mijn piekerige haar een vlecht moeten maken en die op traditionele wijze om mijn hoofd moeten leggen als een kroon?
‘Jullie lijken op elkaar. Alleen dat haar…’
‘Flauw, zo flauw,’ mompel ik.
Ik gris de foto uit zijn hand en stop hem met een felle beweging in mijn tas. Dit is het toppunt van mijn dramatische kunnen. Had ik maar meer felheid in me, de felheid van mijn Oekraïense tantetjes, die eindeloos tegen iemand aan blaffen zonder adem te halen.
‘Laat me binnen,’ probeer ik te snauwen.
De oude vrouw achter me begint nadrukkelijk te zuchten. Ze zet haar plastic tassen met een theatrale kreun op de grond en vraagt hoelang mijn toneelstuk nog gaat duren. Als ze praat blinken haar gouden hoektanden in het zonlicht.
‘Het is nu voorbij,’ zegt de soldaat, en wuift me weg. ‘Ga uit de rij. Voorbij die Oekraïense vlag, daar, na de brug, ben je met deze papiertjes, die doek en die zielige foto niet veilig.’
‘Ik heb iets beloofd,’ ga ik tegen hem in, ‘laat me er gewoon door, dan ben je van me af.’
‘Nee. Er willen meer mensen langs, mensen die echt naar huis moeten. Die hier wonen,’ zegt hij hard. De vrouw knikt chagrijnig met hem mee.”

 

Lisa Weeda (Dordrecht, 25 januari 1989)

 

De Engelse dichter John Donne werd ergens tussen 24 januari en 19 juni 1572 geboren in Londen. Zie ook alle tags voor John Donne op dit blog.

 

Holy Sonnets

II

Om vele redenen, O God, leg ik mij
In Uw hand, ik, geschapen, de eerste dag
Door U, en voor U, en toen ik verslagen lag,
Kocht Uw bloed wat al van U was weer vrij.
Ik ben Uw zoon, die naast U schijnt als Gij,
Uw dienaar, wiens daad steeds beloning zag,
Uw schaap, Uw beeld, en tot ik door gedrag
Mijzelf verraadde, een tempel Gods daarbij.
Wat moet een duivel macht over Uw werk?
Wat steelt, neen, rooft hij wat U rechtens hoort?
Tenzij Gij opstaat, vecht en hem verstoort,
Val ik ten prooi aan wanhoop, als ik merk,
Dat Gij de mensheid mag, maar mij niet kiezen wilt,
Dat Satan haat, maar mij toch niet verliezen wil.

 

Vertaald door Jan Jonk

 

John Donne (24 januari 1572 – 31 maart 1631)
Monument in St Paul’s Cathedral, Londen

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e januari ook mijn blog van 25 januari 2021 en ook mijn blog van 25 januari 2019 en ook mijn blog van 25 januari 2017 en ook mijn blog van 25 januari 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

E. Th. A. Hoffmann, John Donne

De Duitse dichter en schrijver Ernst Theodor Amadeus Hoffmann werd geboren in Koningsbergen op 24 januari 1776. Zie ook alle tags voor E. Th. A. Hoffmann op dit blog.

Uit: Die Doppeltgänger

„Der Wirt zum ›Silbernen Lamm‹ riß seine Mütze vom Kopf, warf sie auf die Erde und rief, mit beiden Füßen darauf herumstampfend: »So – so – trittst du alle Rechtschaffenheit, alle Tugend, alle Nächstenliebe mit Füßen, du ehrvergessener Gevatter, du gottloser Wirt zum ›Goldnen Bock‹! – Hat der Kerl nicht lediglich mir zum Tort seinen verwünschten Bock über dem Tor mit schweren Kosten so gleißend neu vergülden lassen, daß mein niedliches silbernes Lämmlein nun ganz ärmlich und bleich dagegen absticht, und alle Gäste mir vorbei nach dem funkelnden Tiere ziehen? – Alles mögliche Gesindel von Seiltänzern, Komödianten und Taschenspielern reißt der Spitzbube an sich, damit sein Haus nur immer von Menschen wimmle, die sich erlustieren und seinen essigsauren, doppelt geschwefelten Wein saufen, statt daß ich meinen vortrefflichen Hochheimer und Nierensteiner selbst aussaufen muß, um ihn nur los zu werden an einen Mann, der echten Wein zu schätzen weiß. Kaum verläßt die Komödiantenbande den vertrackten ›Bock‹, als die kluge Frau einkehrt mit dem Raben, und alles strömt wieder hin und läßt sich wahrsagen und ruiniert sich mit Essen und Trinken. Und wie der heillose Nachbar oft seine Leute, die bei ihm einkehren, behandeln mag, kann ich mir wohl denken, denn der junge hübsche Herr, der erst vor wenigen Tagen dort war und heute zurückkam, ist doch richtig nicht bei ihm, sondern bei mir eingekehrt. – Aber er soll auch bedient werden fürstlich. – Ach! – Ach! – Teufel! – Da geht er ja hin, der junge Herr, nach dem ›Goldenen Bock‹ – die verfluchte weise Frau, die wird er sehen wollen. Es ist Mittagszeit – der Hochwohlgeborne strebt nach dem ›Goldnen Bock‹ – verschmäht alle Speisung des ›Silbernen Lämmleins!‹ – Gnädiger Herr! – Ihr Gnaden!« –
So schrie der Wirt zum offnen Fenster heraus, aber Deodatus Schwendy (das war der junge Mann) überließ sich dem Strom der Menschenmenge, der ihn unaufhaltsam fortriß in das unfern gelegene Wirtshaus.

Dicht gedrängt stand alles in Flur und Hofraum, ein leises erwartungsvolles Geflüster lief hin und wieder. Einzelne wurden in den Saal gelassen, andere traten heraus, bald mit verstörten, bald mit nachdenklichen, bald mit frohen Gesichtern.
»Ich weiß nicht«, sprach ein alter ernster Mann, der sich mit Deodatus zugleich in eine Ecke geflüchtet hatte, »ich weiß nicht, weshalb diesem Unfug nicht von Obrigkeits wegen gesteuert wird.« »Warum?« fragte Deodatus. »Ach«, fuhr der Mann fort, »ach! Sie sind fremd, Ihnen ist daher unbekannt, daß von Zeit zu Zeit ein altes Weib herkommt, die das Publikum äfft mit wunderbaren Prophezeiungen und Orakelsprüchen. Sie hat einen großen Raben bei sich, der den Leuten über alles, was sie wissen wollen, wahr- oder vielmehr falschsagt. Denn ist es auch richtig, daß mancher Ausspruch des klugen Raben eintrifft auf sonderbare Weise, so bin ich doch überzeugt, daß er dagegen hundertmal ins Gelag hineinlügt. Sehn Sie nur die Leute an, wenn sie herauskommen, und Sie werden leicht merken, daß das Weib mit dem Raben sie ganz und gar berückt. – Muß denn in unserm, dem Himmel sei Dank! – aufgeklärten Zeitalter solch ein verderblicher Aberglaube« –

 

E. Th. A. Hoffmann (24 januari 1776 – 25 juni 1822)
Gedenkplaat aan het huis Charlottenstraße 56 in Berlijn waar de schrijver van 1815 tot aan zijn dood in 1822 woonde.

 

De Engelse dichter John Donne werd ergens tussen 24 januari en 19 juni 1572 geboren in Londen. Zie ook alle tags voor John Donne op dit blog.

 

Holy Sonnets

I

Gij zijt mijn maker; moet Uw werk vergaan?
Geef mij Uw kracht, mijn eind snelt naderbij.
Ik ren op dood af, en dood nadert mij.
Mijn vreugd is, net als gisteren, gedaan.
Ik durf mijn zwakke oog niet op te slaan:
Achter mij, vóór mij, wanhoop, dood, en zij,
Met al mijn zonden, brengen razernij
Die het zwakke vlees vlak voor de hel doet staan.
Slechts Gij zijt boven: als ik maar naar U
Mag opzien, Heer, dan kom ik uit dit dal.
Zo sluw, echter, verleidt die vijand nu
Dat ik mezelf niet houden kan, ik val.
Zijn greep heb ik vlot met Uw gena getart,
Zo Gij mij aantrekt, zeilsteen van mijn hart.

 

Vertaald door Jan Jonk

 

John Donne (24 januari 1572 – 31 maart 1631)
Laat 17e-eeuwse kopie van een portret door Isaac Oliver uit 1616

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e januari ook mijn blog van 24 januari 2021 en ook mijn blog van 24 januari 2019 en ook mijn blog van 24 januari 2017 en ook mijn blog van 24 januari 2016 deel 2.

Wouter van Heiningen, Derek Walcott

De Nederlandse dichter Wouter van Heiningen werd geboren op 23 januari 1963 in Leidschendam. Zie ook alle tags voor Wouter van Heiningen op dit blog.

 

Oud Eik en Duinen

De kraaien zijn geen kraaien
meer, maar kauwen
hun zwarte werk verlicht

hier trekt je laatste adem
een kou doortrokken wintervacht aan
en zingt de lucht in stilte

de prikklok slaat nu nog eenmaal
gaten in de tijd, toch, wie er moet zijn
is aanwezig

hij die stof verlangt
wordt niet teleurgesteld, de grond
wordt dik belegd met ons gepeins

 

Gedachten over poëzie

Tijdens het eten van net niet helemaal
gare bonen, krachtig kauwend.
Als een deken van paardenhaar, verwarmend
om mij heen, prikkend in mijn huid.
Na het minnen, juist voor het in slaap vallen,
verliefd op het moment.

Een zachte overval, een lieflijk dwingen,
vrolijk grijnzen en ruw verstoren,
rijkelijk bedruipen, zorgvuldig lappen,
dol driest maaien en subtiel bekoren,
diep overpeinzen en zachtjes bezingen,
woorden verdraaien en naar adem happen.

poëzie laat zich uitnodigen zonder te vragen
en verdwijnt wanneer zij verschijnt,
een ongenode gast die teveel drinkt.
Onbeholpen laverend tussen schemer
en kil ochtendlicht, weet zij verhalen te voeden
en achterblijvers te ontroeren.

 

Wij wisten niet van wijken

Grasgroen de knieën geschramd
want knieën zijn als wielen, vanzelfsprekend
aan het werk. De gedachte alleen al aan
bewust zijn van de omgeving betekent

niets. Niets ging bewust, niet de landing
noch de afzet. Schokbetonnen landingsgestel,
pezen sterk, banden in orde, vering
geen. Wat we deden kende geen bevel-

structuur, vooropgezette gedachte, laat
staan consequenties. Welk woord
we niet wisten te onderscheiden was
geen woord, slechts ruis in het oor

van onbesuisd, doorzichtige rand langs
gewoon doen. We wisten van geen wijken,
mochten niets maar deden alles, van daarna
hadden we geen weet. We zouden wel kijken
.

 

Wouter van Heiningen (Leidschendam, 23 januari 1963)

 

De Westindische dichter en schrijver Derek Walcott werd geboren op 23 januari 1930 op St. Lucia, een van de kleine Bovenwindse Eilanden. Zie ook alle tags voor Derek Walcott op dit blog.

 

Liefde na liefde

De tijd zal komen
Wanneer je, opgetogen,
Jezelf zult begroeten, terwijl je aankomt
Bij je eigen deur, in je eigen spiegel
En elk zal glimlachen bij het welkom van de ander.

En zeg ga hier zitten. Eet.
Je zult de vreemdeling die jijzelf was weer liefhebben.

Geef wijn. Geef brood. Geef je hart terug
Aan zichzelf, aan de vreemdeling die je heeft liefgehad
Je hele leven lang, die je hebt genegeerd voor een ander
Die je volledig kent.

Haal de liefdesbrieven weg van de boekenplank,
De foto’s, de wanhopige briefjes,
Schraap je eigen beeld van de spiegel.
Zit. Smul van je leven.

 

Vertaald door Harriët Messing

 

Derek Walcott (23 januari 1930 – 17 maart 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e januari ook mijn blog van 23 januari 2019 en ook mijn blog van 23 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Delphine Lecompte, Rainer Stolz

De Vlaamse dichteres en schrijfster Delphine Lecompte werd geboren op 22 januari 1978 in Gent. Zie ook alle tags voor Delphine Lecompte op dit blog.

 

God, wees eens wat meer betrokken

Ik vraag me soms af of God wel iets aan me heeft
Misschien laat ik Hem koud, die gedachte is ondraaglijk
De gepensioneerde stierenvechter maakt origamiwalvissen aan de keukentafel
Het is zijn enige hobby, soms bedrijven we de liefde
Maar hij neemt seks te ernstig om het een hobby te noemen.
Als kind werd hij nooit aangerand door perverse messenslijpers
En ook de sadistische touwslagers lieten hem links liggen
Ik werd wel aangerand, en daarom kan ik seks beschouwen als een knullige hobby
Mijn geloof, dat is een ander paar mouwen
De gepensioneerde stierenvechter schenkt me een glas rode wijn in
Hij zegt: ‘Pieker niet over die boete van 18.000 euro, we vinden wel een oplossing.’
Ik was helemaal niet aan het piekeren over die boete van 18.000 euro
Ik zat met krokodillen in mijn hoofd, krokodillen zitten vaak in mijn hoofd
Ik zag ze voor het eerst in de zoo met mijn vader die liefdesverdriet had en een gebroken pols
Later kwamen ze voor in een weergaloze avonturenfilm met Michael Douglas
Nog later pochte mijn geile materialistische nicht dat ze op huwelijksreis in Florida
Krokodillenvlees had gegeten in een groot restaurant met zicht op blanke junkies.
Ik drink het wijnglas leeg en sta op om naar buiten te kijken
Een kind met rare beentjes eet huilend een rijstwafel

Zijn hoogzwangere moeder kijkt kil en misprijzend naar de biggelende tranen.
Ik keer terug naar de keukentafel, ik maak een van de walvissen plat en schrijf:
‘Lieve mama, je bent een mythomaan. Ik niet, ik ben slechts een pyromaan.
Toen ik zes was trachtte je me te vermoorden, zand erover.
Het is mogelijk dat ik zwanger ben. Veel liefs, Delphine.’
Ik versnipper de brief en de gepensioneerde stierenvechter neemt me mee
Naar zijn slaapkamer voor ernstige seks
Ik sluit mijn ogen, maar zie geen krokodillen deze keer
Ik zie slechts de bedeesde zeepzieder, hij kijkt mismoedig naar een samowar
De gepensioneerde stierenvechter komt klaar en zegt: ‘Je moet weggaan,
Mijn zus komt straks langs met een mand vol okkernoten. Precies een sprookje.

 

De zoon van de pistoolschilder tekent een lama

De zoon van de pistoolschilder tekent een lama
In gevangenschap op de bodem van een taartendoos
De jarige was gisteren zijn jongere zus
Hij heeft niet van de taart gegeten
Zijn zus heeft al 15 jaar lang een valse arm.

Vandaag is de zoon van de pistoolschilder alleen thuis
Het is lente en hij spijbelt
Buiten blaast een ontslagen olifantenverzorger
Op een gestolen bluesharmonica
Gestolen van niemand minder dan Fons de windhondenfokker.

De dochter van Fons schildert een vrije impala
In een eng lokaal op een geel blad is het een schoolopdracht
Ze wordt morgen zeven
Het heeft niets te betekenen
De meester noemt haar vrije impala een verdoofde tijger.

Buiten fluit een gepensioneerde stierenvechter een merel moed in
Het is lente en hij twijfelt
Aan zijn nieuwste maîtresse
Hij koopt een zachte tandenborstel en een poppenkasthouthakker voor haar
Maar hij blijft twijfelen.

Ondertussen is de pistoolschilder thuisgekomen met een bloedneus
Hij verscheurt de lama van zijn zoon
Van zijn dochter vindt hij enkel de prothese
Die wijst naar haar afscheidsbrief
In Boston hoopt ze een eenarmige krijtkunstenares te worden.

 

Delphine Lecompte (Gent, 22 januari 1978)

 

De Duitse dichter en schrijver Rainer Stolz werd geboren in Hamburg op 22 januari 1966. Hij woont nu in Berlijn. Zie ook alle tags voor Rainer Stolz op dit blog.

 

Zelfportret met onderaannemers

Niet dat iemand denkt dat ik een pauze neem, alleen
omdat ik hier nu even op de grond lig- zo
gemakkelijk stop ik niet met creatief zijn, nee:
Als mijn eigen chef sta ik nog te allen tijde
in voor mijn team, samen met de dwarsliggers die
me innerlijke zekerheid geven- neem ik ze gewoon
op verdenking eens stevig in mijn armen. Ja, daarna
roepen ze in mij, de punks en hackers met vervloekt
goede ideeën, de dapperste onderaannemers in het leven!
En dat willen we toch, de totale innovatie, of niet? Waar
ooit ik was, hoeft er namelijk echt niet meer
zo’n dictator sterk te worden. Het is voldoende om preventief
het klaarliggende dicteerapparaat te starten en dat
wat zich losmaakt zijn gang te laten gaan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Rainer Stolz (Hamburg, 22 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e januari ook mijn blog van 22 januari 2021 en ook mijn blog van 22 januari 2019 en ook mijn blog van 22 januari 2017 deel 1, deel 2 en deel 3.

Louis Menand, Lord Byron

De Amerikaanse schrijver en letterkundige Louis Menand werd geboren op 21 januari 1952 in Syracuse, New York. Zie ook alle tags voor Louis Menand op dit blog.

Uit: The Free World: Art and Thought in the Cold War

“Roosevelt died on April 12, 1945. On May 8, Germany surrendered, ending the war in Europe. Less than three months later, the United States dropped atomic bombs on Hiroshima and Nagasaki, and on August 15, Japan surrendered. The defeat of the Axis powers meant that the Allies had to reach agreements about the future of Japan, Italy, and Germany, but it also put the fate of a vast amount of territory into play. And much of that territory—Poland, Czechoslovakia, Hungary, and Romania in the west; Turkey and Iran in the south; and Manchuria, Korea, and the Kuril Islands in the east—lay on the borders of the Soviet Union. With their enemies defeated and their armies no longer in the field, the United States and the Soviet Union could disagree openly about the design of the postwar map. And they did.
This was not surprising. The Americans and the Soviets had different national security interests; they had different understandings of international relations; they had very different political, economic, and diplomatic principles. For eighteen months, each government tested the resolve and goodwill of the other and was duly disappointed. Then, on March 12, 1947, in a speech before a joint session of Congress, Harry S. Truman relieved the situation of ambiguity.
“At the present moment in world history,” Truman said, “nearly every nation must choose between alternative ways of life.”

One way of life is based upon the will of the majority, and is distinguished by free institutions, representative government, free elections, guarantees of individual liberty, freedom of speech and religion, and freedom from political oppression. The second way of life is based upon the will of a minority forcibly imposed upon the majority. It relies upon terror and oppression, a controlled press and radio, fixed elections, and the suppression of personal freedoms.
“I believe that it must be the policy of the United States,” he said, “to support free peoples who are resisting attempted subjugation by armed minorities or by outside pressures.”3 Truman did not mention the Soviet Union in his speech, but everyone who heard him understood that “armed minorities” referred to Communist insurgents and that “outside pressures” referred to the Kremlin. This became known, almost immediately, as the “Truman Doctrine.” The speech was, effectively, the declaration of the Cold War. It would last forty-four years.
During those years, each nation accused the other of cynicism and hypocrisy. Each claimed that the other was seeking to advance its own power and influence in the name of some grand civilizing mission. But each nation also honestly believed that history was on its side and that the other was headed down a dead end.”

 

Louis Menand (Syracuse, 21 januari 1952)

 

De Engelse dichter en schrijver George Gordon Byron (beter bekend als Lord Byron) werd geboren op 22 januari 1788 in Londen. Zie ook alle tags voor Lord Byron op dit blog.

 

Ik zag u wenen

Ik zag u wenen – een held’re traan
Blonk in uw blauwe ogen;
Het deed me ’t meest nog denken aan
Een bloem, door dauw gebogen.
Ik zag u lachen – dat ontnam
Een edelsteen zijn flonker;
De glans die van uw ogen kwam
Liet stralend hem in ’t donker.

Zoals een diepe, zachte tint
Wolken kleurt in dalend licht
En pas wanneer de nacht begint
Vervloeit in ’t avondlicht:
Zo geeft uw lach de droefste ziel
Iets van zijn pure vreugd;
Wat, ook als weer een schaduw viel
Dat hart nog lang verheugt.

 

Vertaald door Peter van Zonneveld

 

Lord Byron (22 januari 1788 – 19 april 1824)
Portret door Henry Pierce Bone, 1837

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e januari ook mijn blog van 21 januari 2022 en ook mijn blog van 21 januari 2019 en ook mijn blog van 21 januari 2018.

André Kubiczek, Edward Hirsch

De Duitse schrijver André Kubiczek werd op 20 januari 1969 geboren in Potsdam. Zie ook alle tags voor André Kubiczek op dit blog.

Uit: Der perfekte Kuss

„Als ich Robert nach den großen Ferien wiedersah, traf mich fast der Blitz.
«Alter», rief er, ohne sich mit einer konventionellen Begrüßung aufzuhalten, «warum kommst du so spät?»
Er musste mir aufgelauert haben, denn ich war gerade erst aus dem Fahrstuhl gestiegen in der siebten Etage und hatte meine drei Mitbewohner in 702 begrüßt, denen es gelungen
war, unser gemeinsames Zimmer in eine Halde aus Klamotten, technischen Gerätschaften, feinmechanischen Werkzeugen und Unmengen von Lebensmitteln zu verwandeln. All das
musste im Laufe des Abends aus ihren Koffern und Reisetaschen gequollen sein, und nun war es also da.
Doch statt das Zeug auf Wandschränke, Regalbretter und Schreibtischschubladen zu verteilen, lagen meine drei Kommilitonen in den Doppelstockbetten und lasen: Volker
eine voluminöse Schwarte der Reihe Spannend erzählt, mit einer Karawane im Sonnenuntergang vorne drauf, Bernd die aktuelle Jugend und Technik und Jens eine Broschüre namens The show must go on aus der Reihe nl konkret.

Eine Schrift, wie ich später beim Durchblättern feststellte, die unsere Jugend vor der Zwiegesichtigkeit der westlichen Populärkultur warnte, welche darin bestehe, dem jungen
Publikum zwar echte Gefühle vorzugaukeln, mit diesen aber hauptsächlich Geld verdienen zu wollen, wie jeder andere dahergelaufene Fabrikbesitzer, der Autos herstellte oder meinetwegen Haarbürsten.
Das Ganze war vermutlich nicht mal falsch, aber wann immer ich neuerdings den Eindruck hatte, jemand habe nur zur Feder beziehungsweise Schreibmaschine gegriffen, um mich zu belehren, damit ich am Ende seine abgestandenen Weisheiten zu meinen eignen machte, klappte ich das Buch
sofort wieder zu.
Ab diesem neuralgischen Punkt war für mich regelmäßig Schluss. Keine Ahnung, wann das losgegangen war mit diesem Spleen. Ende der Zehnten, würde ich aus der hohlen Hand schätzen, als wir angefangen hatten, freiwillig Bücher zu lesen, Michael und Dirk und ich, ein halbes Jahr vor den
Prüfungen zirka.
Nicht, wie es weiterging, wollte ich dann wissen, und ob die schiefe Bahn wieder gerade wurde, auf die einer geraten war. Nicht, wer sich in wen verliebte, falls sich denn wer in jemand anderen verliebte, was aber so gut wie immer vorkam, und – straft mich Lügen! – in den langweiligsten Büchern tummelten sich sogar die meisten Verliebten.“

 

André Kubiczek (Potsdam, 20 januari 1969)

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

Ik heb nooit kunnen bidden

Rijd me naar de kust beneden
waar de vuurtoren werd verlaten
en de maan luidt in de spanten.

Laat me de wind horen suizen door de bomen
en de sterren een voor een uit zien flakkeren,
als de vergeten gezichten van de doden.

Ik heb nooit kunnen bidden,
maar laat me mijn naam schrijven
in het boek van golven

en dan staren naar de koepel
van een hemel die nooit eindigt
en zien hoe mijn stem de nacht in zeilt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e januari ook mijn blog van 20 januari 2022 en ook mijn blog van 20 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Bert Natter, Edward Hirsch

De Nederlandse schrijver, uitgever en journalist Bert Natter werd geboren in Baarn op 19 januari 1968. Zie ook alle tags voor Bert Natter op dit blog.

Uit: De ironie van Kellendonk volgens Vaessens

“Na lezing van ‘IJzeren agaven’ (1936) van F. Bordewijk is Kellendonk tot een nieuwe definitie van het begrip ironie gekomen. Hij verwondert zich erover dat Bordewijk zich staande heeft weten te houden bij het schrijven van dit verhaal – waarvan de moraal lijkt te zijn: wie de werkelijkheid probeert af te beelden, gaat er zelf aan ten onder. Volgens Kellendonk kon Bordewijk dat alleen doordat hij, in een kunstmatige stijl, een nadrukkelijk verzonnen verhaal schreef. De schrijver weet dus dat zijn verhaal ‘niet echt’ is en de lezer weet dat ook – en toch doen ze allebei alsof het wel zo is.
Voor dit mechanisme bedenkt Kellendonk een nieuwe definitie van het begrip ironie: ‘oprecht veinzen’. Hij legt uit wat hij daarmee bedoelt: ‘We doen net of we weten waar we het over hebben, en we vergeten geen moment dat we doen alsof.’
Geeft deze particuliere invulling van het woord ironie soms blijk van afstandelijkheid, zoals Vaessens suggereert, laat staan van het idee dat Kellendonk daar genoeg van had?
Nee, want deze ironie is helemaal niet afstandelijk, de schrijver lijkt ironie te omarmen als een heilzame afspraak tussen schrijver en lezer over het verschil tussen enerzijds de onbegrijpelijke, mysterieuze werkelijkheid en anderzijds door mensen gemaakte kunst.
Tegen het eind van ‘Idolen’ levert Kellendonk zijn credo af, dat ondubbelzinnig het tegengestelde uitdrukt van wat Vaessens erin leest: ‘Van ironie moeten onze beelden doordesemd zijn. De lucht van het voorbehoud moet er overal in zitten. Dat is de dikke dogmatische punt die ik achter deze overwegingen zou willen zetten. Kunst moet nadrukkelijk onecht zijn. Ze mag niet meer geloof eisen dan ze voor zichzelf nodig heeft. Ze mag zich nooit beroepen op “het leven”, anders ontstaat er een gesloten systeem, een vicieuze draaikolk die haar opslokt. Als het goed is probeert het kunstwerk de geheimzinnige werkelijkheid te gehoorzamen, maar dat gebeurt in een sfeer die zelf niet de werkelijkheid is.’
Kellendonk zoekt juist ruimte tussen de literatuur en wat Vaessens benoemt als ‘het leven’ en ‘het werkelijke gevoelen van mensen’ en hij geeft er bepaald geen blijk van dat hij bezig was zich aan zijn ironie te ontworstelen; die was in feite zijn modus scribendi en eigenlijk ook – maar dat is een ander verhaal – zijn modus vivendi.
Eerder in zijn essay heeft Kellendonk een briljante omkering gedaan, door te stellen: ‘Het realisme veinst een weerspiegeling van de werkelijkheid te zijn, maar stiekem gaat het afbeelden precies andersom.’ De beelden beïnvloeden de werkelijkheid. Zijn idee laat zich misschien goed illustreren door het feit dat wij vaak herinneringen denken te hebben aan taferelen uit onze vroegste jeugd die toevallig zijn gefotografeerd. Het is andersom: zonder de foto’s bestaan de herinneringen niet. We herinneren ons de foto’s en wat andere mensen later hebben gezegd over wat er op te zien is.”

 

Bert Natter (Baarn, 19 januari 1968
Bert Natter. Portret door Jean Marie Mersmans. z.j.

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

Vroege zondagochtend

Ik spotte altijd met mijn vader en zijn maatjes
Omdat ze op zondagochtend vroeg opstaan
en koffie drinken op een plaatselijke stek
maar nu ben ik een van die dwazen.

Niemand geeft om mijn oude vernederingen
maar ze blijven door mijn slaap sleuren
als een rij lege blikken die ratelen
achter een verlaten auto.

Het is zo: net als je denkt
dat je het roodharige meisje vergeten bent
dat jou op een parkeerplaats liet staan
veertig jaar geleden word je wakker

vroeg genoeg om haar te zien verdwijnen
om de hoek van je droom,
op de motor van iemand anders
ronkend de snelweg op bij zonsopgang.

En dus zit ik nu in een slecht verlicht
café vol met vroege vogels
waar de ramen bedekt zijn met roet
en de koffie warm is en bitter.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e januari ook mijn blog van 19 januari 2019 deel 1 en ook deel 2.

Peter Stamm, Sascha Kokot

De Zwitserse schrijver Peter Stamm werd geboren op 18 januari 1963 in Weinfelden. Zie ook alle tags voor Peter Stamm op dit blog.

Uit: Das Archiv der Gefühle

„Die matten Farben jetzt im Frühjahr, in denen sich schon die kräftigeren des Sommers ankündigen, der leichte Wind, der nicht kalt ist, aber auch noch nicht warm und mich erschauern lässt, nicht frieren, eine Wahrnehmung nur an der Oberfläche.
Ich habe die Fußgängerbrücke genommen und bin auf der anderen Seite des Flusses zurückgegangen.
Der Weg ist etwas breiter hier, aber weniger begangen, an manchen Stellen ist die Erde aufgeweicht,
Pfützen haben sich gebildet, in denen sich die Hochspannungsleitung und die Wolken spiegeln. Als ich
mich dem Stadtrand nähere, werden die Geräusche wieder lauter.
Der namenlose Weg, auf dem ich gehe, die Schrebergärten, einige schon vorbereitet für die Frühlingsbepflanzung, andere noch im Winterschlaf und einige ganz verwahrlost, vermutlich seit Jahren nicht bestellt, dahinter die Bahnlinie und etwas weiter entfernt die Autobahn. Das Rauschen des Flusses, das Rauschen der Autos, der Lkws, ein hohes Sirren und dann noch ein anderes Rauschen, das metallisch klingt und pulsiert, ein Zug, der vorüberfährt. Wie soll das alles beschrieben, wie festgehalten werden?
Das Gehen hat mich müde gemacht, ich bin es nicht mehr gewohnt und habe mich unterhalb des
Wehrs auf eine Holzbank gesetzt. Ich sitze am Fluss und bin überwältigt von der Fülle der Eindrücke, die auf mich einströmen. Es ist dieses Gefühl der Klarheit und Durchlässigkeit, das sich einstellt, wenn
man nach einer langen Krankheit zum ersten Mal wieder das Haus verlässt, etwas geschwächt noch,
nüchtern und mit geschärften Sinnen. Ich schließe die Augen, das Rauschen wird lauter, der Fluss führt mehr Wasser, fließt schneller, er ist ockergelb. Es regnet nur noch ganz leicht, schließlich hört es auf. Ich fröstle, ich trage nur Badehosen und habe ein Handtuch um die Schultern geschlungen. Die Kälte lässt mich meinen Körper deutlicher spüren als sonst, alles ist sehr klar und oberflächlich. Ich empfinde ein Glück, das sich wie Unglück anfühlt.
Ich muss an Franziska denken, die jetzt bestimmt daheim ist und Hausaufgaben macht oder einen Kuchen bäckt oder tut, was Mädchen eben tun. Wir teilen uns ein Stück des Schulwegs. An der großen Kreuzung, wo unsere Wege sich trennen, stehen wir oft lange und reden. Worüber haben wir uns damals nur immer unterhalten? Der Gesprächsstoff schien uns nie auszugehen. Dann schaut einer von uns auf die Uhr und merkt, wie spät es schon ist, und dass unsere Mütter mit dem Mittagessen auf uns warten.
Ein Lachen, ein hastiger Abschied.
Der Weg nach Hause, in Gedanken noch immer bei Franziska, ihre Stimme, ihr Lachen im Ohr, die
Dinge, die sie sagt, und jene, die sie nicht sagt. Dann das Quietschen des Gartentors, das Knirschen des Kieses in der mittäglichen Stille.“

 

Peter Stamm (Weinfelden, 18 januari 1963)

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

zelfs als de vrouw allang weg is
klinkt nog altijd het avondprogramma door
het heeft zich veel te hard ingebrand
en druppelt door het plafond op ons neer
waar we in onszelf naar de slaap grijpen
de dagen uit onze huid strijken
kunnen we ze nog lang volgen
de berichten, studio’s en moordenaars
voor hun na middernacht de stroom
wordt afgesloten en we achterblijven
in onze nachtelijke onrust die langzaam
wakker wordt in alle stilte

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e januari ook mijn blog van 18 januari 2019 en ook mijn blog van 18 januari 2015 deel 2 en ook deel 3.